Bekijk het origineel

Herhaaldelijk is in den laatsten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Herhaaldelijk is in den laatsten

3 minuten leestijd

Herhaaldelijk is in den laatsten tijd de zedelijke toestand van ons Indisch leger ter sprake gekomen ; vooral de zendeling De Haan gaf daarover zeer verontrustende berichten ; en meer dan eens zelfs wierd de vraag geopperd, of men door plaatsing van advertentiën de aanwerving van manschappen voor dit leger wel bevorderen mocht.

Thans is, naar de Prot. Noordbr. meldt, over een en ander eenig meerder licht verspreid door kolonel Rochemont, die zelf als sergeant in de Indische kazerne geleefd heeft en als officier in allerlei rang het kazerneleven heeft gadegeslagen.

Deze getuige nu is het met den zendeling De Haan niet geheel eens, en geeft een eenigszins andere voorstelling van de zaak. Volgens hem is er geen quaestie van, dat de vrouwen die in de Indische kazernes worden toegelaten gemeene sletten zouden zijn, en zijn ze feitelijk niet anders dan Njai's; een soort huishoudsters, gelijk in Indië in alle rangen en standen, ook bij het hooger ambtenaarspersoneel, gevonden worden. Naar zijn oordeel bezitten deze iV/«? 'j trouw en schaamtegevoel, en is er geen quaestie van dat de kazernes tooneelen van liederlijkheid of openbare brooddronkenheid en dierlijkheid zouden opleveren. Integendeel acht hij, dat het verwijderen der Njai's ons leger ii. zedelijk gehalte zeer zou doen achteruitgaan.

Zonder nu te zeggen, dat deze inlichtingen ons voldoen; verre van daar; eer met de Prot. Noordbr. vasthoudende, dat elke verbintenis van dien aard ergerlijke zonde voor God is; — komt de zaak hiermee toch wel in een eenigszins ander licht te staan, dan men meende, en is het een verademing te ontwaren, dat het moreel gehalte van het Indische leger iets minder diep zonk dan men gewaand had.

Toch laten we ons door deze voorstelling niet blinddoeken. We weten hoe reeds in de kazernes hier te lande sommiger geest aich openbaarde; we kennen iets van het gehalte der vreemdelingen en landgenooten die als koloniaal naar de Oost gaan; en ons kwam ook wel iets ter oore van den standaard van zedelijkheid die onder de tropische lucht voor de conscientie geldt. En dan blijven we vreezen.'. Een leger als waarmee Cromwell overwon en Gustaat Wasa triomfeerde is het stellig niet.

De vraag echter, of men uit dien hoofde alle opneming van betere elementen in dit leger moet tegengaan, zouden we nog niet in bevestigenden zin durven beantwoorden.

Daar mag men eerst toe overgaan, als men zeker is, dat het kwaad ongeneeslijk wierd.

Slechts zooveel durven we zeggen, dat we de dienstneming voor de Koloniën stellig aan een ieder ontraden, die geen fermiteit van karakter en kloekheid en zelfbeheersching bezit, om de valsche schaamte tegenover eiken verleider te ontwapenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 mei 1888

De Heraut | 4 Pagina's

Herhaaldelijk is in den laatsten

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 mei 1888

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken