Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ambt der geloovigen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ambt der geloovigen.

8 minuten leestijd

Ambt der geloovigen.

Uit wat dusver wierd aangemerkt, vloeit alzoo voort: i". dat de oorspronkelijke Souvereiniteit van God over Staat en Kerk een en dezelfde is; 2". dat het hooge en absolute ambt, de opgedragene Souvereiniteit, waarmee het God belieft, iemand in zijn Naam te bekleeden, in den Staat wordt gedragen door personen die op aarde zijn, maar voor de kerk gelegd is op den Zoon des menschen die in den hemel is, zoodat een iegelijk die op aarde als Sou verein over de kerk gaat zitten, een opstandeling tcg& n Koning Jezus is, zijn Kroon aanrandt, en zijn Majesteit schendt; en 3". dat voor Staat en Kerk beide door de hooge en absolute dragers van het ambt, voor het uitwendig regiment, menschelijke personen worden gebezigd, waarvan zij zich als organen bedienen, en die als zoodanig bekleed zijn met een afgeleid, dienend en ondergeschikt ambt.

Om volledig te zijn, zou men hier nog een nadere onderscheiding van de sub 3 genoemde personen aan kunnen toevoegen.

Als namelijk een rechter op aarde (in den kring van den Staat), iemand b. v wegens moord gevonnist heeft, en bij dat vonnis veroordeelde tot opsluiting, dan moet dat vonnis uitgevoerd. Nu kan echter de koning of de rechter zelf zulk een booswicht niet bij de kraag pakken en naar den kerker brengen en hem daar bewaken. Dit doet de Souverein daarom door middel van een tweede soort dienaren van lageren rang: politieagenten, rijksveldwachters, cipiers, enz.

Tusschen deze tweede soort dienaren nu en de eerste soort bestaat overeenkomst txi verschil, en op beide dient gelet.

De overeenkomst tusschen beide is, dat in beide de souvereine macht werkt. Als de rechter iemand vonnist, vonnist in den rechter de souvereine Koning. En als de cipier iemand in den kerker opsluit, schuif in dien cipier de Koning den grendel op de deur.

Neemt men dus aan den éénen kant de eerste soort als Minister, Rechters, Commissarissen van de provinciën enz., en aan den anderen kant de tweede soort als Politieagenten, Deurwaarders, Rijksveldwachters, Cipiers enz., dan openbaart zich in de handeling van beide soort de macht der souvereiniteit. d z

Beide doen wat ze doen alleen namens en uit kracht van den Souveiein, en beide zijn wat den Souverein aangaat dienaren.

Maar bij deze principieele overeenkomst bestaat er toch tusschen beide een zeer aanmerkelijk verschil, dat onze vaderen terecht vonden in het dusgenaamde ius discretionis I).

'sKonings dienaren van de eerste soort, zoo als Ministers, Commissarissen des Konings, Rechters enz., krijgen een last, maar een last om te handelen naar eigen oordeel, voorzoover de Koning hen vrijliet. Daarentegen krijgen 's Konings dienaren van de tweede soort, als Deurwaarders, Rijksveldwachters enz., last, om, niet naar eigen oordeel, maar naar een bevel, dat ze ontvangen, te handelen. De eerste zijn organen, de tweede soort zijn instrumenten. De eerste noemt men ambtenaren, de tweede beambten.

En zoo nu ook is het in de kerk van Christus.

Ook Koning Jezus heeft tweeërlei soort van dienaren. Een soort dienaren, aan wie hij last geeft, om namens hem en in gebondenheid aan zijn Wet, macht uit te oefenen met het ius discretionis, d. w. z. met gebruikmaking van eigen oordeel. Maar ook een ander soort, die geen anderen last hebben, dan om te handelen naar een hun gegeven instructie en die zelf niet te oordeelen hebben.

Tot de eerste soort dienaren behooren o. a. de Leeraars en Ouderlingen en Diakenen, en tot de tweede die uit den aard der za? k in de kerk minder talrijk zijn, de Kosters, Organisten, Directeuren en Suppoosten van gestichten en dergelijke. En ook hier geldt het dat de eersten organen, de tweeden slechts instrumenten zijn, Ambtsdragers en Beambten.

Men verwarre dit niet.

Dat de eerste soort dienaren recht van zelfbeslissing of ius discretionis hebben, wil niet zeggen, dat zij naar wilkeur kunnen te werk gaan. Neen, ze zijn en blijven dienaren van den Koning, en staan dus onder zijn Wet; want wetgevende macht heeft nooit een dienaar, maar alleen de Soiiverein. In den Staat de Vorst, in de kerk Koning yeztis. Maar het wil zeggen, dat de Wet rekent op personen of dienaren, die met gave van oordeel en inzicht toegerust, de algemeene wetsbepalingen op het bijzondere geval toepassen.

En zoo ook, dat de beambten of dienaren van de tweede soort geen organen maar instrumenten zijn, beduidt niet dat ze daarom gelijk staan met automaten. Ook bij hen toch is er op gerekend, dat ze menschen zijn met kennis van hun vak en gezond verstand. Maar het beduidt dat ze zooveel doenlijk tot in het kleine toe geinstiucteerd worden, en op de leiding der zaken geen invloed mogen oefenen.

En na nu deze duidelijke onderscheiding in het licht te hebben gesteld; en alzoo II . ••/ , j • _ .„„„eiken twijfel over den zm van onze woor-1 den te hebben opgeheven; stellen we als thesis, die we bewijzen gaan, dat de ge-, . • j 1 1 /-u • 1 A u„» loovi^en Koning geroepen m de kerk worden van Christus tot handelingen, door hun waarbij ze krachtens en in naam van hun Souverein optreden, niet als lagere beambten, maar wel terdege als Dienaren van de eerste soort, bekleed met last en macht, en zulks onder genot van het ius discretionis. Hierbij wachte men zich intusschen voor ééne grove misvatting, die, eer we verder gaan, dient afgesneden.

Onder alle man toch van clericalen zin en hiërarchischen hartstocht, was het alle eeuwen door in zwang, dat men de ambten der genoemde ambtdragers bovenmate zeer verhief, optilde boven hun maat; ophemelde boven alle evenredigheid; en het onmogelijke deed, om ze op één lijn te brengen met de ambten der O verheidspersonen.

Hierdoor gaapte de klove tusschen de Leeraars en de gemeente dan al breeder en dieper. We zeggen met opzet alleen tusschen de Z.^^ra«f-a en de gemeente, overmits alleen de Leeraars over deze aangelegenheden aan het woord kwamen; en deze Leeraars, wel verre van de Ouderlingen en Diakenen als hun evenknieën en ambtsbroeders met zich in de hoogte te trekken, er omgekeerd steeds op uit waren, om de Ouderlingen zoo diep mogelijk onder zich te doen buigen, of als nullen en medeklinkers naast zich te doen zitten, en de Diakenen te misbruiken als een soort van inzamelaars en uitbetalers van collecten voor en op last van dominee.

Hieraan kan men zien, dat het dezen Leeraars volstrekt niet te doen was om het ambt als zoodanig, maar uitsluitend om hun ambt, en dat zij omgekeerd het ambt ophielden, om zelven op een voetstuk te komen staan, waarbij dan rechts de Ouderling en links de Diaken als schildhouder kon post vatten.

Onnatuurlijk was dit niet. Immers in onze Leeraars school hierbij niets dan dezelfde menschelijke zonde, die in de 4de en 5 de eeuw in de toenmalige Leeraars opkwam, en die allengs er toe leidde, om het clericalisme van Rome te doen opkomen, en den pastoor tot alleenheerscher te maken. Liefst dan nog met de onderscheiding er bij, die onze vaderen met zooveel "/eerkracht tegengingen, dat een dominee van Amsterdam heel wat hooger op de ladder stond dan een predikant van Woubrugge.

Ook in deze dagen nam men dit bovenmatig optillen van het ambt juist weer bij die predikanten waar, die in de kerkeraden k ich steeds op den meest meesterachtigen en minachtenden toon tegenover Ouderlingen en Diakenen gedroegen en geen gelegen­ z heid lieten voorbijgaan, om hen hun minderheid en nietsbeduidendheid, soms op kwetsende wijs, te doen gevoelen.

1) Recht om naar eigen oordeel te handelen.

Zoo sloop in de 5de eeuw, en zoo sloop ook nu weer de onzinnige gedachte in, alsof een Leeraar een magistrale macht over de leeken bezat, en alsof zij tegenover hen in onderdaansv& xhoVidX'ag verkeerden.

Dit nu is door en door onschriftuurlijk.

In een staat moet een souverein wel magistrale macht op zijn ambtsdragers leggen, omdat hij zelf niet alomtegenwoordig kan zijn en dus zelf zijn souvereiniteit niet in de conscientiën kan handhaven.

Maar in de kerk is dit niet zoo.

Christus, onze Souverein, is alomtegenwoordig door zijn genade, majesteit en Geest, en handhaaft dus zijn Souvereiniteit zelf.

Gevolg waarvan is dat hij alle magistrale macht zelf bezit, en dat wij alleen tegenover hem als onderdanen staan; maar dat alle ambtsdragers nooit anders dan ministrieele, d. i. dienende macht hebben; dus geen heerschappij hoegenaamd bezitten; en hun ambt bedienen niet bij onderdanen, maar bij broederen.

Eén is uw meester, namelijk Christus, en gij zijt allen broederen.

Dit moet duidelijk op den voorgrond staan, om Satans listen en streken te ontwapenen.

Stelt men toch eenmaal het ambt op een hoogte, waar het niet hoort, en laat men daardoor de leden der kerk tot onderdanen tegenover de Leeraars zinken, dan spreekt het wel vanzelf, dat er van een ambt der geloovigen geen sprake kan zijn, en dat Satan vrij spel heeft om dit hoogst gewichtig ambt te vernietigen.

Gelijk dan ook én onder de Pauselijke én onder de Synodale Hiërarchie geschied is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 december 1888

De Heraut | 4 Pagina's

Ambt der geloovigen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 december 1888

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken