Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Heilige Schrift kent net alleen een

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Heilige Schrift kent net alleen een

8 minuten leestijd

Het ambt der geloovigen (4.)

profetisch ambt, dat onder de geloovigen voorkomt, maar in sterker zin evenzoo een „algemeen priesterschap der geloovigen"; en ten deele zelfs een koninklijk ambt, waarmee de geloovigen eens bekleed zullen worden en waarvan de opkomende glans reeds nu in hen schittert.

De Heidelberger Catechismus sprak over dit drievoudig vertolkte ambt der geloovigen in den I2den Zondag.

Er wordtin Vraag 31 van dieZondagsafdeeling van het Ambt Christi gehandeld en aangetoond, hoe Christus van God den Vader veroidineerd en met den Heiligen Geest gezalfd is tot het drievoudig vertakte ambt van Profeet, Priester en Koning. En in tegenslag hierop vraagt nu de Heibelberger in Vraag 32: »Maar waarom wordt gij een Christen (gezalfde) genoemd? " Men lette er hierbij op, hoe in Vraag 31 het ambt Christi afgeleid wordt uit den naam Christus d. i. Gezalfde; en hoe de Catechismus nu in de vlak daarop volgende Vraag den naam Christen met den naam van „Christus" parallel stelt.

Nu wordt uit den naam Christus afgeleid, dat de Middelaar gezalfd is tot hef drievoudig vertakte ambt van Profeet, Priester en Koning; en eveneens uit den naam Christen, dat de geloovige aan de zalving van Christus deel heeft en dientengevolge eveneens een drievoudig getakt ambt van profetische, priesteriijke en koninklijke waardij bekleedt.

Dientengevolge wordt door den Heidelbtrger deze parallel dan ook 'n de uitwerking doorgetrokken.

Aldus: De Christus is de Gezalfde; de Christen is der zalving vaa Christus deelachtig. En derhalve: i". De Christus gezalfd lot onzen Profeet en Leeraar, die ons den verborgen raad en wille Gods geopenbaard heeft; en de Christen, door zija deel aan de zalving Christi, geroepen tot het profetisch ambt, om zijn naam te bekennen.

2". De Christus gezalfd tot onzen Hoogepriester, die zichzelf ten offerande voor ons gaf en voor ons bidt; en de Christen, door zijn deel aan Christus' zalving geroepen, om priestertijk zichzelf Gode tot een levend'g^ dankofifer te offeren.

En 3". De Christus gezalfd tot onzen Koning, om ons te regeeren en te behoeden; en de Christen, door zijn deel aan Christi zalving geroepen, om koninklijk tegen de zonde en den duivel te strijden, en hiernamaals met Christus te regeeren.

Hieruit blijkt dat de Catechismus zelfs nog verder gaat, dan wij etn vorig maal gingen. Hij toch verwijst niet alleen naar de speciale gave der profetie, die onder den „Die.nst der vervulling" in Gods kerke nooit ontbreken ma? , en feitelijk dan ook nooit ontbroken heeft; maar beroept zich ook op de algemeene roeping tot belijden van den naam des Heeren.

Wat de profeet onder het Oude Testament wenkte, was niet enkel de voorzegging van het nog ongeziene en de openbaring van Gods heilsraad, maar ook het optreden met de zuivere belijdenis van Jehovah tegenover de toenmalige ketterij en beeldendienst.

Jehovah wilde bekend en erkend, wilde beteden en aangeroepen zijn. En als nu al het volk achter Bsêll en Astharoth hoereerde en een Elia trad op, om tegenover Baal en zijn aanhang, geen verborgene dingen te openbaren, maar kloek en dapper den naam van Jehovah op Karmel te belijden, dan is Elia niet het minst om deze kloeke belijdenis een profeet des Heeren.

Juist in dien zin stonden onze martelaren zoo hoog. Stervende vcor den naam des Heeren Jezus beleden ze profetisch zijn Naam, offerden ze priesterlijk zichzelf ten dankofïer, en triomfeerden ze koninklijk over de macht van den duivel, het vleesch en de v/ereld.

Vandaar dat ook onze Catechismus zeer terecht reeds in het belijden van 's Heeren Naam zonder meer een uitoefening van het profetisch ambt door de geloovigen ziet, daarbij verwijzende naar Rom. 10 : lo, Matth. 10:32 en Hand. 2:17, na vooraf uit Hand. 11:26, 1 Cor. 6:15 en Joh.

2 : 27 te hebben aangetoond, dat elk geloovige deel heeft aan de ambtelijke zalving van Christus. Ia verband waarmee de Christus dan ook in Matth. 10:41 deze gewichtige verklaring aflegde: Die eenen profeet ontvangt in ótamis.m eens profeten, zal het loon eens; *r< 7/^/^« ontvangen"; en hiermee parallel: Die eenen rechtvaardige ontvangt in den naam eens rechtvaardigen, zal het loon eens rechtvaardigen ontvangen.'' Voor het priesterlijk ambt der geloovigen beroept de Catechismus zich op Rom.

12 : i, I Petr, 2:5, 9, Openb. i : 6 en Openb. 5 : 8, 10, waarvan de eerste op de offerande en de overige uitspraken op het priesterlijk ambt zelf wijzen.

Van de offerande die elk geloovige heeft; te offeren, heet het in Rom. 12 : i: Ik '. bid u, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uwe lichamen stelt tot eene levende, \ heilige en Gode, welbehaaglijke offerande!' En van het priesterambt zelf lezen we in I Petr. 2:5: Zoo wordt ook gij zei-1 ven, als levende steenen gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus." Evenzoo in i Petr. 2:9: Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk, opdat gij zoudt verkondigen de deug­ den van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht."

En in de Openbaringen schrijft de heilige apostel Johannes in zijn brief aan de zeven gemeenten van Klein-Azië, dat hij haar toebidt genade en vrede van Hem.., , die »ons gemaakt heeft tot koningen & npriesters Gode en zijnen Vader"; terwijl met terugslag hierop in Openb. 5:10 het nieuwe lied wordt aangeheven : „Gij hebt ons Gode gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen heersehen op aarde."

Om dit recht in te zien, moet wel gelet op wat c'e heilige apostel ons in Hebr. 6 en vv. over den samenhang tusschen het priesterschap van Melchizedek en Aaron openbaart; juist dan als hij er aan toekomt, om de „volmaakten" van de kindermelk tot de vaste spijze en tot de „volmaaktheid", d. i. tot het kwijten van hun ambtelijke roeping als geloovigen te doen voortvaren.

De wortel van het ambt ligt in de schepping van Adam naar dea heelde Gods, die als zoodanig, gelijk onze Catechismus zoo schoon zegt, geroepen was, om God profetisch te kennen, priesterlijk lief te hebben, en koninklijk in zijn zaligheid te deelen.

(Zie het Antwoord op Vraag 6.) Aan dit ambt ontviel de mensch door de zonde. Toen loochende hij zijn God en wierd dus het tegendeel van een profeet; haatte zijn God en wierd dus het tegen^ deel van een priester; en viel van God af in het verderf, en wierd als slaaf van Satan het tegendeel van een koning.

Slechts flauw en traditioneel schemerde iets van dit ambt na in de oude familiën; als wier laatste representant Melchizedek optreedt.

Doch nu komt het ambt van Mozes, Aaroa en David tusschen beide, in den Dienst eer schaduwen, dus slechts afbeeldend, wat eerst later weer in werkelijkheid zou herleven.

Dit geschiedt dan ook eerst in den Christus, die als Hoofd der nieuwe menschheid terugbrengt wat in het Paradijs te loor ging, en daarom wederom evenals Aaron enz. het ddevoudig ambt van Proleet, Priester en Koning, nu niet ia schaduwen, maar werkelijk vervult. Hij grijpt dan achter David, Aaron en Mozes terug, en neemt weer op wat met Melchizedek onderging.

Maar evenals Adam, v/are hij staande gebleven, dit zijn drievoudig ambt aan zijn bondelingen zou hebben meegedeeld, evenzoo deelt Christus nu ook zijn drievoudig ambt aan de zijnen mee; en gelijk hij zelf in waarheid en werkelijkheid v.'cer Profeet, Priester en Koning is, zoo maakt hij ook de zijnen wederom inderdaad en waarheid Gode tot profeten, priesters ea koningen.

Alleen met opzicht tot het Koninklijk ambt levert dit schijnbaar eenige moeielijkheid op, omdat het koningsambt der geloovigsn eerst hiernaaiaals in vollen glans kan uitbreken, e: i hier op aarde altoos naar den zetregel gaat: „dat alleen wie aller < /? Vnaar zij a wil, over ai lea heerscht."

Meest komt dit ambt dan ook voor als in de toekomst beidende .

Zoo in II Tim. 2:12: Indien wij verdragen, we zullen ook met hem heersehen."

Eerst later »zullen wij de engelen oordeelen". En eerst ia de voleinding zal het lied des Lams ook van onze lippen opgaan : „Die ons gemaakt heeft tot priesters en koningen.'" Dit neemt echter niet weg, dat Johannes reeds van uit Patmos evenzoo schrijft in Openb. 1:6: Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters" en dat de heilige apostel Petrus het volk Gods reeds op aarde noemt „een koniftklijk : priesterdom".

Toch draagt de geloovige op aarde nog meer het karakter van een koningskind, dat eerst later tot het msdezitten in den troon geroepen wordt, dan van een reeds gekroond vorst die de heerschappij aanvaardde.

Vandaar dat de Heere aan de kerk van Laodicea schrijft: „Die overwint, ik zal heni geven met mij te zitten in mijnen troon, gelijk a's ik overwonnen heb en ben gezeten met mijnen Vader in zijnen troon.''

Op aarde blijkt dus het Koninklyk ambt voornamelijk te liggen in den j^rz/a? die gestreden moet, om te overwinnen, en daarna als loon voor dien strijd en na die overwinning de kroon der eere te ontvangen.

En al spreekt het nu vanzelf dat én de Roomsche én de Synodale Hiërarchie, om haar valsch beginsel te redden, zich tegen dit drievoudig vertakte ambt der geloovigen moeten aankanten, zoo is hiermee dit ambt volstrekt niet afge^-neden, maar rust veeleer nu nog, als in de dagen onzer vaderen, op een iegelijk die de waarheid hefheeft te duurder verphchting, om klaar en dapper voor de eere en de genade van dit drieyoudig ambt der geloovigen op te komen, en niet af te laten eer het weder in glorie blinkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 januari 1889

De Heraut | 4 Pagina's

De Heilige Schrift kent net alleen een

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 januari 1889

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken