Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In de Christelijke Gereformeerde kerk te

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In de Christelijke Gereformeerde kerk te

7 minuten leestijd

Heerjansdam is op 21 October 1888 het vijftigjarig bestaan van deze kerkformatie gevierd met een uitnemende rede van Ds.

J. J. Koopmansjr. over Ps. 28 : 29^; welke rede bij den heer J. H. Bos te Kampen het licht zag.

Merkwaardig was ons in deze rede een kort historisch overzicht van den loop dezer kerkformatie, dat we meenen onzen lezers te moeten voorleggen.

Mannen en, vrouwen saam waren er oorspronkelijk slechts 14 personen, meer niet, die tot deze kerkformatie medewerkten, en van deze heet het op blz. 13.

Afkeerig als zij daarom ook waren van eiken sektegeest, richtten zij zich terstond ook, voor zoover de omstandigheden het toelieten, als een welgevormde kerk in. Werden reeds jaren, voordat er van de Afscheiding sprake was, godsdienstige bijeenkomsten gehouden ten huize van en onder de leiding van Jacob van Solingen te Rijsoord, en kwam men hier te Heerjansdam op de Develsluis in de eenvoudige woning van Hendrik Kuiper bijeen, in een eigen geschrift van Cornelis Jansen, een dier eerste Afgescheidenen, lezen we van de regeling onzer gemeente: »dat op den zoen Juli 1838 alhier te Heerjansdam als Ouderlingen en Diakenen bevestigd zgn, voor de Afgescheiden Gereformeerde gemeente : Dingeman de Haan en Pieter van Zijl als Ouderlingen en Hendrik Kuyper en Teunis Barnhart als Diakenen, door onzen wettigen Herder en Leeraar, den veel geliefden en WelEerwaarden heer Hendrik Peter Scholte." De mansledematen »van ons kleen, doch van God geroepen gemeentje" dus lezen wij verder, »waren alstoen, behalve de vier genoemden, nog een viertal, " die met name worden genoemd, terwijl, hier nog een vijftal vrouwelijke lidmaten bij gerekend, de geheele gemeente uit veertien, zegge veertien, zielen bestond.

Alras begon de tegenwerking.

Gehoor werd gegeven aan een verzoekschrift van de Synode der Nederlandsch Hervormde kerk, om de zoogenaamde onwettige bijeenkomsten der Afgescheidenen tegen te gaan door de officieren en ambtenaren van het ministerieel departement van Justitie ijverig werkzaam te doen zijn ter handhaving der artikelen 291—294 van het strafwetboek van het Koninkrijk, welke artikelen echter naar inhoud en strekking alleen op staatkundige vergadering betrekking hadden, en al mocht dit niet zoo zijn, dan nog krachteloos werden tegenover de Grondwet, die vrijheid van Godsdienst waarborgde. Ingevolge het gehoor geven aan dit verzoelc, ontving ook onzen Burgemeester eene aanschrijving van den toenraaligen Officier van Justitie, om de bijeenkomsten der Afgescheidenen boven de twintig personen te verüinderen. Naar aanleiding van dit schrijven liet ZEdAchtbare een hunner, den reeds genoemden Teunis Barnhart, voor zich ten raadhuize verschijnen. Op de vraag, of zij wel eens met meer dan twintig personen vergaderden, antwoordde deze: dan eens meer, dan eens minder, ongelijk, Burgemeester. De Burgemeester liet hem daarop heengaan met den raad, ook eens te Rijsoord te vergaderen, opdat het gepeupel niet al te warm gemaakt werd, en schreef aan den Officier van Justitie, dat ZijnEdelgestrenge over het gedrag der Afgescheidenen te Heerjansdam volkomen gerust kon zijn, waarop deze den Burgemeester volmacht gaf, naar bevind van zaken te handelen. Vervolging van Regeeringswege heeft hier alzoo niet plaats gehad, en behalve, dat enkele malen bij Hein Kuiper de glazen ingegooid zijn en de kerkgangers nog langen tijd wat steenen en scheldwoorden naar 't hoofd werden geslingerd, hebben de Hervormden te Heerjansdam zich gelukkig over hun verleden niet zoo te schamen, als vele ijveraars voor »de kerk der vaderen'' op andere plaatsen.

Bovendien moeten wij, in betrekking tot onze gemeente, niet uit het oog verliezen, dat, met de troonsbestrijging van Z. M. Willem III, de vervolging van regeeringswege spoedig ophield, en bij een koninklijk besluit van den gen Januari 1841 de voorwaarden voor het bestaan der Afgescheiden gemeenten veel gunstiger werden Bij een dergelijk besluit van een reglement op haar Kerkbestuur en hare inrichting als gemeente, en aanwijzing van het lokaal tot uitoefening van den Eeredienst, en de verklaring, dat zij in de kosten van haren Eeredieost en de verzorging van hare behoeftigen buiten bezwaar van het rijk zou voorzien, en nimmer eenige aanspraak zou maken op de bezittingen, inkomsten en rechten van het Hervormd Kerkgenootschap of eenige andere gezindheid, als Chrristelijke Afgescheidene gemeente erkend.

En ofschoon er tegen deze aanvrage om erkenning ernstige bedenkingen zijn in te brengen, dat zij de reeds genoemde verklaringen tot op den huldigen dag gehouden heeft, kan niemand haar euvel duiden.

En van Koopmans: het verder verloop meldt Ds.

De gemeente had dan ook, reeds vóór zij deze erkenning vroeg, in het jaar 1832 een eigen kerkgebouwtje gesticht, en mocht daarin van het jaar 1847 tot 1851 Ds. A. C. Tris als haren eersten Leeraar het Evangelie der vrije genade hooren verkondigen. Door ZEw's vertrek naar Amerika heeft zij, naar het getuigenis van enkele zijner nog levende Catechisanten, waaronder één onzer tegenwoordige Ouderlingen, een gevoelig verlies geleden. Dit is wel eeoigermate vergoed, doordien wijlen de heer Floris Nugteren haar een dertigtal jaren als Ouderling en Voorganger gediend heefr, en in de Leeraren uit den omtrek, die hier de bediening des Woords en der Sacramenten, en in later jaren ook de Catechisaties waarnamen ; maar, naar den mensch gesproken, zou het gemeentetje meerdere uitbreiding|verkregen hebben, als terstond, na het heengaan van haren eersten Leeraar, een waardige opvolger diens plaats ingenomen had. Waarom de gemeente niet eerder dan in het jaar '53 tot de Classis Dordrecht is toegetreden, is ons uit het Notulenboek niet recht duidelijk geworden.

In het jaar 1858 trof haar eenige stoffelijke schade door het bijna geheel afbranden van haar kerkje, waarvoor in het jaar '59 een nieuw is gesticht.

In 1869 nam zij den titel aan van »Christelijke Gereformeerde Gemeente, " maakte zich als zoodanig bij de Regeering, in de plaats van hare vroegere aanvrage om erkenning, bekend en deelt nu in de voorrechten, die de kerk over het geheele land als zoodanig geniet, zonder verloochening harer zelfstandigheid.

Nadat aan den Kerkeraad reeds herhaaldelijk het verlangen kenbaar gemaakt was, om wederom een eigen Leeraar te hebben, zag de Gemeente haar pogen daartoe den len September 1881 met gev/enschten uitslag bekroond, naardien de WelEerwaarde heer M Dee, candidaat van de Theologische School, de op ZEw. uitgebrachte roeping aannam.

Zijn kortstondig verblijf tot niet langer dan 31 Aug. '84 is menig opzicht niet ongezegend geweest. Na anderhalf jaar herderloos te zijn geweest, is deze vacature door de komst van den tegenwoordigen Leeraar weder vervuld Dit kort historisch overzicht noemen we daarom moedgevend en opmerkelijk: i". Omdat het toont, wat macht er schuilt in organisatie, en hoe kortzichtig onze tegenstanders handelen, die ook nu enkele kerken in Doleantie om de kleinheid van het aantal van haar volgelingen bespotten.

Hier waren niet meer dan 14 personen, en toch uit deze 14 personen is allengs een geordende kerk meteigen leeraar en eigen kerkgebouw voortgekomen, en na vijftig jaren bestaat ze nog en groeide steeds aan.

Het is de oude ervaring der kerk, die ook aan de ketters bewaarheid wierd. De Marcionieten en Manichaeën die zich kerkelijk organiseerden, hielden eeuwen stand, de Gnostieken en Arianen die dit nalieten, vervloeiden in korte jaren. Stoom die niet op den cylinder geleid wordt, vervliegt.

Ea 2". omdat er uit blijkt, hoe na deze kïrkformatie aanvankelijk aan die der Doleantie verwant was, en hoe de scherpste punten, waarin thans de tegenstelling uitkomt, eerst sedert 1841 opkwamen.

Moge het voorbeeld dezer kleine kerkformatie daarom vele kleine kerken van thans bij den heiligen geloofsmoed bewaren.

Te zijner tijd zal de Heere ome God zelfs aan de kleinste kerken een eigen leeraar schenken.

Ze zullen niet ondergaan, mits ze in den kerkelijken weg blijven.

Ook voor de belijders te Heerjansdam die nog onder de Synodale Hiërarchie bleven, moge dit woord van D3. Koopmans een prikkel zijn, om niet te volharden in hun miskenning van Jezus' Koningschap,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 januari 1889

De Heraut | 4 Pagina's

In de Christelijke Gereformeerde kerk te

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 januari 1889

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken