Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Alvorens deze studie te sluiten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Alvorens deze studie te sluiten

8 minuten leestijd

Ambt der s^eloovigen (11).

we nog een meer algemeen overzicht van het anibt der geloovigen, voor wat zijn werkkring aangaat.

Natuurlijk hebben we daarbij uitsluitend het oog op belijders die in qualiteit optreden; en bij deze nu onderscheiden we drieërlei soort van ambtsbezigheden, naar gelang ze i". op den Dienst des Woords, 2". op de Regeering der kerk, of 3". op den Dienst vaji barmhartigheid betrekking hebbch ; en elk dezer drie snijden we weer in drie categorieën, al naar gelang deze ambtsbezigheden der geloovigen te verrichten zijn: i". buiten, 2", in verband met en 3", in plaats van de ambtsbezigheden der speciale ambtsdragers.

Allerbelangrijkst is al aanstonds de roeping van het ambt der geloovigen, zoolang het in de plaats hunner woning nog niet tot de oprichting van de speciale ambten gekomen is. Dan toch is het hun roeping zoo spoedig mogelijk tot de oprichting van deze speciale ambten over te gaan. Hierbij zoeken ze, zoo die te verkrijgen is, de leiding en medewerking van nagcbuurde kerken. Maar is die niet te verkrijgen, dan oefenen de geloovigen hun primordiaal ambt ten ücze geheel zelfstandig uit.

Ze treden dan op, als mannen die van Gods wege zich verkoren weten, en door de openbaring van hun geloof aan malkanderen, elkander in de ambtelijke qualiteit van geloovigen erkennen. D, w, z. als de zoodanigen die van 's Heeren wege niet slechts een roeping tot zaligheid, maar ook een verkiezing en roeping tot dienst hebben, en alsnn als zijn knechten en dienaren er toe overgaan, om ambtelijk in Zijn naam te handelen.

Als zoodanig openbaren '^ze dan in die plaats door hun saamkomen en overeenkomen institueel het Lichaam van Christus.

Ze stellen zich gezamenlijk onder het Getuigenis. En in gehoorzaamheid aan het Woord, gaan ze uitvoeren wat dit Woord hun in hun ambtelijke qualiteit oplegt.

Na alzoo de kerk van Christus in hun plaats geformeerd te hebben, gaan ze dan over tot de oprichting van de speciale ambten, die de Koning voor zijn kerk verordend heeft, en benoemen alzoo opzieners en diakenen, op wie zij, in naam van Christus en krachtens zijn Woord, de hun in hun speciaal ambt toekomende macht leggen; onder voorbehoud om hun die speciale ambten weer te ontnemen, indien zij onverhoopt blijken mochten geen dienaren des Konings, maar dienaren van zichzelven of van een aan Christus vijandige macht te zijn.

Deze primordiale roeping van het ambt der geloovigen, hoezeer slechts hoogst zelden tot uitoefening komende, is en blijft niettemin het machtige uitgangspunt, dat nimmer uit het oog mag worden verloren.

In de tweede plaats rust op de geloovigen de ambtelijke roeping, om waar zich de gelegenheid aanbiedt, personen die nog op den weg der leugen en der verwerping van den Christus wandelen, te roepen tot zijn belijdenis; in eigen kring elkander ambtelijk te stichten door de verleende gaven; en met een jus discretionis toezicht te houden op de leer der speciale voorgangers.

Ook bij deze drieërlei bezigheid handelen ze niet in hun privé of particulier, maar namens hun Koning, krachtens de roeping die ze als leden der kerk op zich namen, en in hun qualiteit van hoorende tot de > vergadering der geloovigen".

Ten derde rust op hen de roeping, om als behoorende tot de „vergadering der ') Dr. PH. J.HOEDiMAEEE.Wijdingsrede, 1880!p.28. geloovigen" onderling toezicht op elkanders geestelijken wandel voor het aangezichte Gods te houden; en insgelijks om zoowel hun medegeloovigen als de speciale voorgangers, zoo deze aanstoot geven, te vermanen, niet pelagiaansch uit eigen goedhartigheid , noch diabolisch uit vitzucht, maar krachtens hun ambtelijke roeping, die zij van hun Koning ontvingen.

En ten vierde staan ze in de roeping, om als behoorende tot de huisgenooten des geloofs, in naam van Christus (zie Mark, 25:40), in de medegeloovigen Christus zelven aanziende, zich te kwijten van den Dienst der barmhartigheid.

Dit voor wat aangaat de ambtelijke roeping, die zij zelven, zelfstandig, en zonder verband met de speciale ambten, hebben te vervullen.

Wat nu aangaat de tweede categorie van ambtsplichten, die zij te vervullen hebben, niet buiten, maar in verband met despec ale ambten, zoo hebben zij in de eerste plaats, wat aangaat den Dienst des Woords, i", den kerkedienst te onderhouden door het brengen van hun geldelijke offers; 2". op gelijke wijze de Hoogeschool voor de opleiding der Dienaren te onderhouden; 3', zoo dikwijls er een heilige saamroeping is, de „vergadering der geloovigen" te constitueeren, opdat er dienst des Woords kunne zijn; 4", saam te bidden voor 's Heeren aangezicht opdat 'de Dienst der gebeden kunne plaats hebben; S**. in qualiteit hun kinderen ten Doop te brengen, opdat het eerste bondzegel aan de gemeente kunne bediend worden; en 6", zich te scharen aan den Disch des Nieuwen Verbonds, opdat de dood des Heeren, niet als in de Roomsche kerk door een priester alleen, maar in de „vergaaering der geloovigen" verkondigd worde, In de tweede plaats wat aangaat de Regeering der kerk hebben ze i", ambtelijk mede te werken tot de aanstelling van de speciale ambtsdragers; 2", ter kennisse van deze speciale ambtsdragers te brengen wat in de vergadering der geloovigen tegen het Woord op ergerlijke wijze misdreven wordt; 3", tcezicht te houden of de Regeering der kerk wel naar den Woorde Gods geoefend wordt; en 4", de reformatie van de kerkregeering desnoods tegenover de speciale ambtsdragers ter hand te nemen, , zoo deze ontrouw blijken te zijn aan de majesteit van den Koning der kerk, en alsdan andere in hun plaats te stellen.

En in de de.-de plaats, wat den Dienst der barmhartigheid aangaat, i". met hec geld en goed, waarover ze in naam des Heeren rentmeesteren, Christelijke handreiking in de vergadering der geloovigen te doen; 2", ongerechtigheden in den diaconalen dienst ter kennisse van den kerkeraad te brengen; en 3". de diakenen ter zijde te staan, zoo dikwijls bij ziekte of pestilentie, of uit andere oorzaak, hun kracht te kort schiet.

En eindelijk wat aangaat de derde categorie van zxakiVibegi^heden, waarbij de geloovigen in qualiteit den Dienst der speciale ambtsdragers, bij dezer ontstentenis vervangen, zoo hebben zij ten eerste, wat den Dienst des Woords aangaat, bij algeheele ontstentenis van speciale ambtsdragers, saam te komen en elkander onderling te stichten; saam den Dienst der gebeden te doen; en zoo de ontstentenis van speciale ambtsaragers te lang aanhoudt, saam den Dood des Heeren te gedenken; en, naar het gevoelen van enkelen, desnoods ook een hunner aan te wijzen, die voor een zeer enkel geval, den heiligen Doop zal toedienen; Wat aangaat de Re^eering der kerk, bij algeheele ontstentenis van speciale ambtsdragers den sleutel der tucht te|oefenen; en verband met andere kerken te zoeken.

En wat aangaat den Dienst der barmhartigheid, zoolang er geen Diakenen zijn opgetreden, te voorzien in allen nood.

Wel verre van nauw merkbaar en onbeduidend te zijn, is de ambtelijke roeping der „geloovigen" in hun qualiteit als zoodanig, dus veeleer breed vertakt, altoos doorgaande, en soms zeer ditp ingrijpende.

Hun ambtelijke roeping is even heilig en even rechtstreeksch van den Koning der kerk uitgaande, als die der speciale ambtsdragers. In beginsel is er geen onderscheid.

Deze hun ambtelijke roeping is geheel afgescheiden en onderscheiden van wat ze in hun privé, als particuliere personen, te verrichten hebben; en eveneens geheel afgescheiden en onderscheiden van wat ze passief van de zijde der speciale ambtsdragers over zich hebben te laten komen, In al deze wijd vertakte bezigheid treden zij op als bekleed met macht, niet door eigen keuze, maar door den Koning; dus in wat ze doen niet uit eigen hoofde, maar krachtens zijn opdracht en in zijn naam; en handelen ze niet als particuliere individuen, maar in de qualiteit die ze bezitten.

Hun verkiezing daartoe spruit voort uit hun eeuwige verkiezing, om leden van het Lichaam van Christus te zijn, en als leden in dat Lichaam hun functie te hebben. En wat het uitwendig instituut aangaat, treden ze in dit ambt op het oogenblik, dat ze door de vergadering der geloovigen, onder de leiding van de speciale „ambtsdragers" tot het heilig Avondmaal worden toegelaten.

Kerkelijke censuur kan deswege deze hun ambtelijke bezigheid ten deele schorsen, en de ban stuit die, tot op het oogenblik dat ze door de vergadering der geloovigen weer in hun ongedeerde qualiteit van „geloovigen" hersteld worden.

Nu gaat natuurlijk alle Hiërarchie lijnrecht tegen dit „ambt der geloovigen" in. Zoo was het bij de Manichaeën, en zoo was het bij Rome, en zoo is het thans weer bij onze Synodalen,

Immers, hét wezen der Hiërarchie bestaat juist daarin, dat men de „speciale ambtsdragen" als eenige dragers van het ambt over en boven de geloovigen stelt, en hen maakt tot onderdanen niet van Ko-

ning Jezus, maar van den Iman van Mani, den Paus van Rome, of de Synode der Synodalen.

Maar juist daarom 'mocht dan ook niet langer getoefd, om dit primordiale „ambt der geloovigen, " oordeelend en handelend tegenover de ontrouwe dragers van het speciale ambt te doen optreden 1).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 maart 1889

De Heraut | 4 Pagina's

Alvorens deze studie te sluiten

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 maart 1889

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken