Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Theorieën van Kerkzuivering.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Theorieën van Kerkzuivering.

10 minuten leestijd

XII,

De tweede theorie van Kerkzuivering, die zich als Doleantie aandient, draagt dus, gelijk we zagen, zeer stellig het karakter van Separatie en wel van zulk eene „Separatie", die tot openlijke breuke leidt.

Bij de eerste theorie blijft het „Reformatie aan hoofd en leden", gelijk men het in Gcrsons dagen noemde. Ook hierbij is er wel zekere eerste zwakke graad van Separatie, doordien men zich, elk voor zich, onttrekt aan den kerkelijken dienst van verkeerde leeraren; maar deze Separatie blijft bedekt en particulier. Ze wordt niet doorgetrokken. En ze kan dit ook niet, omdat deze eerste theorie van Kerkzuivering juist eischt, dat de kerkreqeerders zelven de Reformatie voor heel de kerk als korps tot stand brengen.

Bij de tweede theorie, éledet Doleantie, echter wijzigt zich dit. Zoodra zij aan het woord komt, is door eenig notoir feit gebleken, dat de kerkregeerders de Reformatie der kerk niet willen, er zich tegen aankanten , en gezind blijken, om hun regeermacht desnoods aan te wenden, nist tegen de kettersche en ongeloovige lieden, die kwaad leeren en kwaad leven, maar juist omgekeerd tegen de rechtzinnigen en geloovigen, alleen omdat ze cp Reformatie aandringen en oordeelerr, er niet van te mogen aflaten.

Bij deze tweede theorie werkt de Separatie dus rechtstreeks door, en gaat over. in openlijke breuke. Het stille, bedekte karakter der eerste Separatie valt v/eg; het wordt scheiding. Eenigszins op de manier, waarop man en vrouw, die het verbond hunner jeugd niet heilig houden, in menig geval reeds lang gesepareerd leven, als de wereld ze nog voor één van ziel en zin houdt. Tot dan eindelijk de verbreking der heilige banden-te ver ging, en de scfeijn niet meer is te redden.

Dan lekt het toch uit. Daardoor mengt dan een ieder er zich in. De verhouding .-slaat wederzijds in hostilteit om. En eindelijk komt het tot openlijke breuke, en men vraagt scheiding.

En zonder nu uit dit beeld méér dan een derde van vergelijking op deze beide theorieën van Roformatie te willen toepassen, is het toch klaar als de dag, dat dit derde van vergelijking hier doorgaat.

Zoolang een kind van God neg aan Reformatie van zijn kerk door de kerk gelooft, zal hij zich wel van de ontrouwe kerkregeerders en voorgangers feitelijk separeeren, doordien hij zich terugtrekt, zich onttrekt aan hun dienst, en in allerlei protest hun doen en laten naar den maatstaf van Gods Woord veroordeelt; maar voor het uitwendig verband blijft hij met hen verbonden; blijven zij zijn leeraars, opzieners en voorgangers, en staat hij onder hun opzicht en tucht.

Zoodra echter de tweede theorie, die der Doleantie intreedt, valt dit laatste v^^^. De eerst bedekte Separatie gaat nu in openlijke scheiding over. De kerkregeerders in hunne colleges worden nu als ontrouwe voorgangers geheel en al verlaten. En voortaan hebben de getrouwe leden met de ontrouwe Dienaren geen enkelen officieelen band meer gemeen.

Een tweede kenmerkend verschil tusschen deze eerste en tweede Reformatie-methode ligt hierin, dat bij de eerste methode de geloavige leden elk voor zich en uit eigen hoofde handelen, terwijl ze bij de Doleantie handelen als „(/^ geloovigen" en dus als representeerende heel de kerk.

Hierop dient zeer de nadruk gelegd, omdat mede hierdoor de tweede theorie zeer duidelijk van de derde onderscheiden is.

Zoolang men namelijk vasthoudt aan de Reformatie van de kerk aan hoofd en ieden, d. i. aan de Reformatie van de kerk door de kerkregeerders, handelt elk lid der kerk bij zijn critiek en protest tiit eigen hoofde.

Hij behoeft daarom nog niet op zich zeli en alleen te blijven staan. Zeer goed zelfs kan hij zich Voor zijn protest en critiek vereenigen met honderd of meer gelijkgezinden. Maar ook al klom dit getal van wie meê handelen en meê optreden tot veel hooger cijfer, toch treden deze allen steeds als particuliere geloovigen op, die nu als kerkleden bij de voorgangers, die over hen gesteld zijn, komen klagen en redres zoeken. En nooit kan bij dien stand van zaken door de geloovigen als representeerende heel de kerk gehandeld worden. Dit vloeit voort uit het feit zelf, dat ze klagen ^j? ' de kerkregeerders; deze dus als kerkregeerders erkennen; en zoolang deze erkend blijven, nooit anders als kerk handelen kunnen dan onder hun leiding.

Al wat dan ook vroeger hier te lande door de Vrienden der Waarheid, door de Confessioneele Vereenigin^, door de Ned. Ev.

Prot. Vereeniging enz. gedaan is, bleef particulier en onkerkelijk; eenvoudig doordien allen die zich mengden in deze actie, nog uitgingen van de onderstelling, dat de kerk haar geordende voorgangers had, en dus nooit anders dan onder de leiding van deze voorgangers kerkelijk handelen kon. Vandaar dan ook, dat het geheel in deze eerste theorie van kerkzuivering paste, dat men in de kiescolleges, dassen enz. beter personeel zocht te brengen. Immers de bedoeling was en bleef steeds, dat men wel op kerkelijke actie^aan zou sturen, maar dat ze gezocht zou worden onder de leiding der geordende voorgangers.

Zoodra echter de tweede theorie van kerkzuivering, die der Doleantie, intreedt, houdt dit op. Er ligt in de Doleantie als zoodanig een duidelijk uitgesproken overtuiging, dat men het opgeeft, om heil van de kerkregeerders te verwachten; zich niet verantwoord acht met langer, zij het ook slechts nominaal, onder hun Bediening te blijven verkeeren, en alsnu het ©ogenblik gekomen acht, waarin men, in gehoorzaamheid aan den Koning der kerk, gehouden en verplicht is, krachtens het ambt der qeloovigen., zelf in naam en ten behoeve van heel zijn kerk op te treden.

Dit „ambt der geloovigen" nu legt aan Gods kinderen den plicht op, om zichadven als verantwoordelijk te beschouwen voor wat de voorgangers doen. Gelijk in onze artikelen over het „Ambt der geloovigen" breedvoerig is aangetoond, is de „macht der kerk" door den Koning der kerk niet in de „voorgangers", m., < ar oorspronkelijk in de geloovigen gelegd. • Zoodra dus blijkt dat de voorgangers ontrouw aan den Koning zijn geworden, is het de plicht der geloovigen, de overgedragen macht terug te nemen, en die in naam van den Koning op anderen te leggen.

Doch hieruit volgt dan ook, en hierin juist schuilt het wezen der Doleantie, dat men nooit als particuliere leden tot Doleantie kan komen, maar dat deze steeds moet tot stand gebracht door „de geloovigen."

Wat is hierbij nu onder „(/^geloovigen" te verstaan.?

Niet noodzakelijk alle kinderen Gods met hun zaad, die in eenzelfde stad of dorp v/onen. Immers het geval kan zich voordoen, en doet zich telkens voor, dat een deel van Gods kinderen met hun zaad in een andere kerkformatie leven, en Luthersch oi wat ook zijn.

Bij „< /^ geloovigen" die recht hebben om in Doleantie te gaan, heefc men alzoo altoos deze beperking in het oog te houden, dat alleen bedoeld zijn die geloovigen, die saam kerkelijk leefden onder één kerkverband, en die kerkformatie uitmaakten, waarin men alsnu Reformatie tot stand wil brengen.

Doch dit !s dan ook de eenige beperking voor het uitwendige, en elke actie ten deze moet dus altoos tot stand komen door de gezamenlijke leden der kerk, tot wier reformatie men zich opmaakt.

Hieruit volgt intusschen volstrekt niet, dat zoo er duizend leden in zulk een kerli zijn, alle duizend moeten bewilligen en medewerken. In het Engelsche parlement, dat voor het Lagerhuis uit pi. min. 700 leden bestaat, worden gedurig besluiten genomen met 50, 60 en minder stemmen, die toch volkomen rechtsgeldig zijn. De vraag is namelijk niet, of alle leden opkomen, maar alleen of ze hadden kunnen opkomen.

Gaat het goed toe, dan moeten dus die geloovigen, die zich aan het hoofd stellen, beginnen met alle leden der kerk op te roepen; dient wel geconstateerd, dat een iegelijk had kunnen opkomen; en eerst nadat dit geconstateerd is, kan men namens de geheele kerk besluiten en handelen.

De moeilijkheid schuilt hier dan ook uitsluitend in het recht van oproeping en in de conditie van actie.

In gewone omstandigheden hebben alleen de voorgangers recht tot oproeping der leden, om ze tot een wettig besluit, dat heel de kerk bindt, te leiden.

Maar dit kan natuurlijk niet meer gelden, zoodra het oogenblik aanbreekt, dat de kerk tegen en bjdten haar voorgangers handelen moet. Zoolang er nu in zulk een kerk ook nog maar één getrouw ambtsdrager is, moet uiteraard van dezen de oproeping uitgaan. Maar ontbreekt ook die laatste man, en moeten de leden zelven handelen, dan natuurlijk staan allen in rechten gelijk, en is het de Pinehasquaestie.

Dan treedt op, wien God de Heere er toe verwekt. Liefst eenigen saam. Zoo het kan uit diegenen, die algemeen alstrouwe „dienstknechten des Heeren" bekend staan.

En nu is het ongetwijfeld v/aar, dat dit aanleiding kan geven tot botsing, naardien twee of drie tegelijk kunnen optreden. Maar .toch bieek dit steeds hooge uitzondering. En bovendien, de schuld van deze verwarring komt niet voor rekening van wie optreedt, maar uitsluitend voor rekening van de voorgangers, die door hun ontrouw zulk een optreden noodzakelijk maakten.

Slechts zij een iegelijk, die de hand aan dezen ploeg slaat, in zijn conscientie ten volle verzekerd. Tegen twee kwaden moet hier gelijkelijk.gestreden. Eenerzijds tegen de fheid die voor de zake zijns Heeren nie durft opkomen; maar ook anderzijds tegen den overmoed, die grijpt naar zvat hem niet toekomt.

Maar waar nu langs dien weg een oproeping van alle leden der kerk plaats heeft, waarbij zij uitgenoodigd worden om in de verlegenheid hunner kerk te helpen voorzien, daar doet het aan de geldigheid om te kunnen beslissen, ook niets af of toe, of zij komen dan wel wegblijven. De vergadering wordt toch gehouden; gaat toch door; en neemt een wettig besluit, dat heel de kerk bindt.

Doch hier komt nu een tweede punt bij, de quaestie namelijk der Belijdenis.

Zoodra , , < /^ geloovigen" optreden, moeten ze hun geloofsbrieven toonen, alvorens recht tot actie te hebben. En deze „ge loofsbrieven" nu kunnen ze niet voort brengen uit de vroomheid huns harten, want die beoordeelt God, En ook niet uit een »lidmaatsbewijs" van de voorgangers, want juist om de ontrouw in hun Dienst zijn deze voorgangers verv/orpen. En zoo blijft er dan maar één geloofsbrief over die gelden kan, en dat is hun onbewimpelde erkenning van de Belijdenis der kerk, in wier naam ze optreden.

Om deze oorzaak is het bij zulk een vergadering noodig, dat aan niemand stemrecht op de saam te roepen kerkelijke vergadering gegeven worde, dan die verklaart, deze Belijdenis der kerk te hebben aanvaard en alsnog te aanvaarden.

Doch is aan deze bedenking voldaan, dan is zulk een vergadering ook volkomen bevoegd, om namens en ten behoeve van heel de kerk te besluiten. Want of er ook al honderden zijn, die hun plicht en roeping krachtens het ambt der geloovigen niet beseffen, dit ontheft dezulken niet van plichtsbetrachting, aan wie de Heere dezen plicht wel inprent. Al zijn er onder de leden en zulk een kerk velen die met de ontrouwe voorgangers heulen in plaats van het mst den Koning der kerk te houden, dit ontheft de anderen niet van verantwoordelijkheid, voorzoover zij de ontrouw der Dienaren hebben ingezien. En al waren er nogmaals andere honderd, die om bijredenen of ter oorzake van stoffelijke belangen wegbleven, dit vermindert in niets de macht om wettig te besluiten van hen die opkwamen en tot het brengen van offers voor de zaak des Heeren bereid zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 juni 1889

De Heraut | 4 Pagina's

Theorieën van Kerkzuivering.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 juni 1889

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken