Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Buitenland.

8 minuten leestijd

Op 89Jarigen' leefdjd overleed den laden Augustus John Henry Newman. Met Dr. Pusey I was hij een van de leiders der hoog kerkelijke beweging. Newman ging ten slotte tot de Room-I sche kerk over en ontving van den paus den kardinaalshoed.

Reeds op jeugdigen leeftijd werd hij naar de , Universiteit van Oxford gezonden, waar hij ' reeds op igjarigen leeftijd promoveerde. In dien tijd meende hij een goed protestant te zijn, ' ook door er zich vast van overtuigd te houden, dat de paus de anti-Christ is. Meermalen uitte hij den wensch om als zendeling naar de heidenen te gaan, en sprak hij het uit, dat het Gods wil was, dat hij ongehuwd bleef. In 1823 werd hij tot «Fellow" van het »Oriel-College" gekozen. Dit bracht hem in aanraking met mannen als Whateley, Arnold, Keble en Pusey. Keble was een man van de hoog kerkelijke richting, ook als dichter van godsdienstige poëzie bekend, althans zijn dichtwerk »het Christelijke jaar" beleefde bijna honderd uitgaven. Whateley was een man van de critische richting, terwijl Pusey in die dagen een aanhanger was van het Duitsch rationalisme.

Zoowel Keble als Whateley oefenden op Newman grooten invloed uit, doch eerst sedert zijne benoeming tot prior van St. Maty, eene gemeente bij Oxford gelegen en tot ^ Tutor" van het Oriël-college, begon hij te openbaren, dat zijne sympathiën waren gekomen bij de hoog kerkelijke of Romaniseerende partij. Opmerkelijk is het, dat een man als Joh. Wesley van hu's uit een hoog kerkelijk man is geweest, en toch eigenlijk de stichter werd van de slaag kerkelijke partij", althans zij, die de lijn van Wesly volgden, voegden zich bij de Evangelischen, terwijl Newman een laag kerkelijk man van origene, de leider werd der hoog kerkelijken, die hoe langer hoe meer naar Rome neigen. Ofschoon Newman tot de Roomsche kerk overging, bleef hij altijd een tegenstander der Ultramontaansche partij, terwijl hij steeds weigerachtig was om te trachten uit de Engelsche Staatskerk proselieten te maken voor de Roomsche kerk. Ook onthield Newman zich er van om het Protestantisme met de slechte wapenen van verdraaiing van feiten, of reconstructie de geschiedenis aan te vallen.

Door Whateley leerde Newman, volgens zijn eigen verklaring in zijne door hem zelve geschrevene biographic, zelfstandig denken ; de invloed van Keble leidde hem er toe, de Roomsche kerk te bewonderen, ofschoon hij hare doolleer eerst heftig bekampte, en de reformatie met tegenzin beschouwde. Met afkeer werd hij van lieverlede tegen het liberalisme vervuld. De Engelsche staatskerk scheen hem een vruchtbaren bodem, waarop het liberalisme tieren kon, de beginselen der Reformatie kwamen hem niet sterk genoeg voor om den vloed van het kerkelijk liberalisme tegen te gaan. De gedachte om de Anglicaansche staatskerk te verlaten, kwam toen nog niet in hem op, maar wel gewende hij er zich van lieverlede aan, om de ecclesia catholica et apostolica als iets grooters dan de staatskerk te beschouwen en eene tweede reformatie, tot herstelling van wat hij voor de Katholieke en Apostolische kerk noemde, noodzakelijk te achten.

Toch prees hij aanvankelijk een via media (een middenweg) aan; hij wilde in het midden wandelen tusschen Rome en het liberalisme. Van lieverlede werd Newman leider van de theologen die de via media bewandelen wilden. De voornaamste praktische werkzaamheid van de mannen die Newman volgden, bestond in de uitgaaf van een serie geschriftjes, onder den titel van Tracts for the times., die van 1833 tot 1841 verschenen. Het eerste tractaat gaf Newman den 9den Sept. 1833 in het licht en had tot titel: »Gedachten over den plicht der geestelijken". Daarin sprak hij: »Wij zien elkander aan en doen niets. Wij erkennen dat de kerk in gevaar is en wij blijven rustig in onze woningen, alsof er zeëen en bergen tusschen ons lagen, die elk broederlijk verkeer beletten. Sta mij toe, u uit deze zoete rust te wekken, om uwe op merkzaamheid op den toestand en de behoeften onzer heilige moeder te vestigen; laat ons die afschuwelijke gewoonte vaarwel zeggen, over het kwade dat wij voor ons zien, te jammeren, zonder iets te doen om het te verhelpen Wanneer onze regeering en ons volk zijnen God zoo kan vergeten, om de kerk te verwerpen en haar van hare tijdelijke voorrechten te berooven, waarop wilt gij dan steunen om de achting en het vertrouwen uwer kudde te winnen?

Tot heden zijt gij bij de uitoefening uwer plichten gesteund door uwe geboorte, uwe opvoeding, uw vermogen, uwe betrekkingen, maar, waar deze tijdelijke voordeelen ontbreken, welke steun blijft daar den dienaar van Christus over. Gij weet, in wat klagenswaardigen toestand zich de godsdienstige genootschappen bevinden, welker uitgaven niet door den Staat bestreden worden^ hoe afhankelijk de Dissenters van hunne gemeenten zijn, als waren zij niets dan hunne creaturen. Is er iets betreurenswaardiger, dan dat de Christenen de leidslieden worden hunner herders."

In het voorbijgaan merken wij hier op, dat Newman, die zoo kennelijk op weg was naar Rome, dezelfde bewijsgronden tegen de vrije kerken aanvoert als men in dezen tijd wel tegen de doleerende kerken doet. Vervolgens wijst Newman in dit eerste tractaat er op, dat de ware grond van het gezag is: de Apostolische opvolging. Jezus heeft den Heiligen Geest den apostelen gegeven; de apostelen hebben dien geest door handoplegging medegedeeld aan hunne opvolgers, deze weder aan anderen en zoo vervolgens tot op de in functie zijnde bisschoppen. De bisschoppen hebben geestelijken als hunne helpers en hunne plaatsvervangers gewijd. Zij die deze wijding niet door dit kanaal hebben ontvangen, moeten beschouwd als ongewijd. Dit moet voorop gezet worden bij de gemeenteleden. Hoort men hier en daar beweren, dat het volk der geestelijkheid de macht kan ontnemen, omdat het volk die macht gaf en omdat deze verbonden zou zijn aan de kerkegoederen, de geestelijken behooren de gemeenteleden beter in te lichten omtrent de ware bron van hun gezag.

Men kan dus al aanstonds voelen waar het heenging. Weldra gaf Newman een tweede »tract" uit onder den titel van »de Katholieke kerk." lEr bestaat een gemeenschap, zoo redeneert Newman, dat Apostolisch genoemd wordt, omdat het door de apostelen is gesticht, dat Katholiek is, omdat het zijn takken over allen uitbreidt, nl. de zichtbare kerk met hare bisschoppen, priesters en dekens. Een mensch die niet tot deze kerk behoort, moet men beschouwen als tot geene kerk te behooren; dat men eene kerk die zich een nieuw begin toeschrijft, niet als eene kerk erkennen kan, en dat het lidmaatschap van deze kerk even noodzakelijk tot zaligheid is als de sacramenten.

Het Engelsche volk ontving deze tractaten zonder zich te ontrusten over hunne strekking. Eerst toen in 1841 het 90ste in het licht werd gezonden brak er een storm van toorn en verontwaardiging los. In dit tractaat werden •de 39 artikelen der Westmicstersche confessie zoo mishandeld, dat de leidslieden der Anglicaansche kerk meenden verplicht te zijn om hunne kudden voor de nieuw opgekomen richting te moeten waarschuwen. In hunne aanschrijvingen aan de geestelijkheid spraken zij. met het oog op het gedurig beroep van Newman en zijne medestanders op de geschriften der kerkvaders en de traditie der keik: »Laat ons naarstiglijk zoeken de bron des levens, niet najagende den stinkenden modderpoel der overlevering, die door de verbeelding der menschen is uitgevonden". Men noemde de leer door de schrijvers van de »Tracts" voorgestaan »het meesterstuk van Satan", die Tractalianen waren vermomde Jezuïeten, sluikers van paapsche afgoderij, adders in het gras, snoode ongeloovigen, wier hoofden God mocht verbrijzelen''.

Na dien tijd verscheen er niet een Tract meer. De geheele geestelijkheid verwierp de daarin voorgestelde leer en Newman moest tot < ie wetenschap komen, dat hij de beweging, die hij in 't leven riep, niet langer kon leiden. Vier jaren lang had er een bange worsteling in zijn binnenste plaats. „Ach het was mijn lot, " zegt hij met het oog op dien tijd, »vier jaren lang zonder bevredigenden grondslag voor mijn godsdienstige belijdenis te zijn; ik verkeerde in eén toestand van moreele krankheid, niet in staat mij bij het Anglica-• nisme neder te leggen, noch gereed om tot Rome over te gaan."

Newman gevoelde dat de Anglicaansche Via media, het vermijden van twee uitersten, een weg was dien men op den duur niet kon bewandelen. In 1845 deed hij den beslisssenden stap en hij ging tot de Roomsche kerk over. Dat deze stap velen ontroerde, kunnen wij ons begrijpen, doch Newman heeft deze voldoening gesmaakt, dat al volgden de meesten hem niet in den stap dien hij deed, toch van lieverlede zijn beginselen ingang vonden bij het Engelsche volk en vooral bij de bisschoppen en geestelijken. Newman ijverde er niet voor, dat zijne landgenooten tot Rome zouden overgaan, doch dit behoefde hij ook niet te doen, omdat hij zag dat velen met groote snelheid zich op den weg naar Rome bewogen en daar van lieverlede ook aanlandden. Het door hem uitgestrooide zaad groeide welig op.

Aan zijn eerlijk karakter hebben bij zijn overlijden vriend en vijand hulde gebracht. Maar te betreuren is het, dat een man met zulke rijke gaven als Newman, zich gegeven heeft om in Engeland eene) contra-Reformatie in het leven te roepen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 21 September 1890

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 21 September 1890

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken