Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Buitenland.

7 minuten leestijd

DaitSChland. Voortgang der beweging tot het verlaten der landskerken. D e R i t s chl i a an s ch e school De beweging, op touw gezet om de socialis-. r ten te dringen de landskerken, waaraan zij nog met uitwendige banden verbonden zijn, geheel vaarwel te zeggen, neemt grootere afmetingen aan, dan het aanvankelijk scheen. Of velen zullen te kennen geven, dat zij met hunne kerk breken is natuurlijk niet te zeggen, dat de geesten meer en meer openbaar worden, is duidelijk.

Tot onze vreugde toonen vele predikanten in deze dagen hunne roeping te begrijpen, door in de volksvergaderingen te verschijnen, om tegen de verleiding der socialistische woordvoerders te waarschuwen. Dit is zoowel te Berlijn als daarbuiten geschied, en overal is daardoor öf de vijandschap tegen de kerk meer losgebroken, öf heeft het verschijnen of het spreken van den leeraar der kerk die meer of minder onderdrukt. De socialistische woordvoerders beginnen met' meer omzichtigheid te spreken, terwijl men de verdedigers der kerk laat uitspreken, zonder dat zij door tumult of rumoer gehinderd worden. Het door ons vermelde geval dat een socialistische vergadering uiteen moest gaan, omdat er een oordoovend geraas ontstond, toen een candidaat in de godgeleerdheid eenige woorden gesproken had, heeft zich niet meer herhaald. Het is anders de gewoonte der socialistische leiders niet om gematigd te spreken, maar zij schijnen te begrijpen, dat zij hunnen toehoorders niet meer de gewone kost kunnen voorzetten, omdat er mannen zijn die hun lastertaal zullen weten te wederleggen.

Het feit echter, dat predikanten der Evangelische kerk moeten optreden in vergaderingen van duizenden die op het punt staan, om met hun doop ook formeel te breken, gelijk zij het in het hart reeds hebben gedaan, teekent voorzeker den treurvollen toestand waarin de staatskerk van lieverlede gekomen is. Men zag hen, die naar de sociaaldemocratische volksmenners luisterden, sinds jaar en dag niet meer in het bedehuis; toch werden de kinderen over het algemeen nog »confirmirt" op 12—i4Jarigen leeftijd, en ontvingen deze op grond dat de ouders toch als Evangelisch bekend stonden, in de scholen Evangelisch godsdienstonderwijs. Zoo zijn de leugenachtige toestanden ontstaan, dat men namelijk tienduizenden leden der kerk in de boeken heeft staan, doch dat men nauwelijks eenige duizenden leden telt, die in waarheid, naar belijdenis en wandel, voor leden der gemeente des Heeren moge gehouden worden. Dit komt er van, wanneer de tucht uit barmhartigheid niet gehandhaafd wordt in de kerk des Heeren. Hoe jammerlijk het ook zij, dat geheele volksmassa's op het punt staan om openlijk te verklaren: »laat ons de banden des Heeren verscheuren", toch zal een meer ware toestand iti het leven geroepen worden, als het daartoe gekomen is.

Het aantal studenten in de godgeleerdheid neemt aan de Duitsche Universiteiten toe. Dit is voorzeker een verblijdend verschijnsel, maar een veeg teeken moet men het noemen, dat de Ritschliaansche school altijd meer aanhangers tellen gaat. Tegett dien wassenden stroom

kan noch de neo-Luthersche school van Leipzig, noch de vermittelungslheologie van Halle een dam opwerpen, welke beide scholen in den grond een zijn. Ritschl bouwt voort op het fundament door Schleiermacher gelegd. Reeds is een groot deel van de leerstoelen in de godgeleerdheid door leerlingen van Ritschl bezet. Aan de universiteit van Göttingen doceeren Hering en Schulz; aan die van Marburg, Herrmann, Heinrici, Achelis; aan die van Giessen, Schürer, Gottschick, Kattenbusch, Krüger; aan die van Heidelberg, Wendt; aan die van Straatsburg, Lobstein, Zöpfell; aan die van Zurich, Schultheisz ; aan die van Halle, Loof; en aan die van Berlijn, Harnock en Kafton, de Ritschliaansche leer, die het meest met de jong Ethische ten onzent overeenkomt. Men heeft, even alsten onzent, een rechter en een linkerzijde onder de Ritschlianen. De voornaamste woordvoerder der linkerzijde is de hoogleeraar Bender van Bonn, die van de theologische tot de philosophische faculteit overging. De hoogleeraar Kafton van Berlijn, de opvolger van Dörner, stelde dezer dagen voor, om een nieuw dogma of eene nieuwe geloofsbelijdenis op te stellen, die moest voortkomen uit de levende kerk, om de beschaafde klassen der maatschappij aan te trekken, die aan de oude kerkelijke vormen, doch niet aan he Christendom, ontgroeid zijn.

Wij durven voorspellen, dat wanneer men aan den arbeid tijgt om zulk eene nieuwe geloofsbelijdenis op te stellen, deze eene herhaling zijn zal van de door de kerk reeds overwonnen, Pelagiaansche, Ariaansche, Sociniaansche, Remonstrantsche dwalingen, die door de belijders] des Heeren verworpen en door de kinderen dezer eeuw schouderophalend zal begroet worden.

Het laatste deel van Harnack's »Dogmengeschiedenis" is verschenen. Het bevat eene openlijke bestrijding van de Augustiaansche leertijpe, die, gelijk bekend is, ook door Lu ther in zijn eerste periode, gevolgd werd. Wij vermoeden, dat de nieuwe Ritschliaansche geloofsbelijdenis in dien geest zal zijn, Verwekke de Heere in Duitschland steeds meer getrouwe getuigen, die tegen de bedekte aanvallen op het Christelijk geloof, van de zijde van Ritschl's volgers opkomen.

Frankrijk. Ministerieele willekeur bij de benoeming van een hoogleeraar in de godgeleerdheid.

Toen de hoogleeraar Pédézert, professor aan de Universiteit van Montauban, op 75jarigen leeftijd door den minister van onderwijs gepensioneerd werd, dacht men dat de consistoires, zouden geraadpleegd worden bij de benoeming van een opvolger, zoo luidt althans de wet. De consistoires (dassen) zijn eehter voor het meerendeel Evangelisch, en nu was te verwachten, dat deze een Evangelisch godgeleerde ter benoeming zouden voordragen. Om dit te verhinderen, stelde de minister den eisch, dat de te benoemen hoogleeraar niet alleen doctor in de godgeleerdheid moest zijn, maar ook reeds twee jaren onderwijs had gegeven. Nu was geen mensch in de Geref. kerk te vinden, die het vertrouwen der Evangelischen of orthodoxen bezit, en daarom benoemde de minister zonder de kerk te raadplegen een zekere heer Montet, lector aan de Universiteit van Lyon. Deze heer is modern en geen wonder dat in de kringen der Gereformeerde kerk deze benoeming nog al wat opschudding baarde. De studenten in de godgeleerdheid toonden zich weinig ingenomen met de nieuwe keuze, doch zij •was geschied en men moest zich onderwerpen.

Voor een drietal jaren heeft zich iets dergelijks voorgedaan. Toen bevolen de consistoires Dr. Meijer ter benoeming aan, maar de minister benoemde den heer Allier, een man, die in de Protestantsche wereld van Frankrijk niet in het minst bekend was. Toen de minister over deze benoeming werd geïnterpelleerd, zeide hij, dat de heer Meyer nooit getoond had bedrevenheid te hebben in het geven van onderwijs, terwijl de wet hem vergunde lectoren te benoemen, zonder de consistoires te raadplegen. De heer Allier viel echter mee, en toen de officieuse syno, die in 1887 te St. Quentin samenkwam, berustte zij in de benoeming, ofschoon zij van de regeering eischte, dat voortaan niet meer als voorwaarde zou gesteld worden bij de benoeming van een hoogleeraar in de godgeleerdheid, dat hij van te voren onderwijs moest gegeven hebben, en dat de consistoires moesten geraadpleegd ook bij de benoeming van lectoren.

De heer Allier werd eenige maanden geleden tot hoogleeraar aan de faculteit te Parijs benoemd. De heer Bois, een jeugdig godgeleerde, werd toen tot zijn opvolger benoemd, zonder dat de consistoires waren geraadpleegd. Ofschoon de heer Bois van de Evangelische richting is, was toch de verontwaardiging over zijne benoeming algemeen, omdat hierdoor de rechten der kerk met de voeten waren getreden. Evenwel is de heer Bois benoemd, na advies van de faculteit van Montauban terwijl de permanente commissie der officieuse synode zich ook voor deze benoeming verklaard had. Nu heeft men het verschijnsel, dat eene permanente commissie eener synode zich niet bekommert om de rechten der kerk, wel een bewijs hoe gevaarlijk het is om commissiën te benoemen met onbeperkte volmacht. De officieuse synodale organisatie blijkt ook hierdoor op coUegialen grondslag gebouwd te zijn. Mochten de kerken eindelijk eens gaan inzien, dat de nu bestaande toestand, waarbij de richting, waarin de aanstaande dienaren der kerk opgeleid worden, afhangt van de schommelende politiek, eene verloochening is van het gereformeerd beginsel, en dat zij bi de poging om door eene officieuse, synodale organifatie de gereformeerde kerkregeering te herstellen, een doolpad hebben ingeslagen.

WiNCKEL.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 oktober 1890

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 oktober 1890

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken