Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van oudsher sloop in de Christelijke kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van oudsher sloop in de Christelijke kerk

8 minuten leestijd

Dienst des Woords, (14).

de meening in, dat uitlegging van het Woord met behoorlijke toepassing het eenig begeerlijke was, en dat alle leerstellige god' geleerdheid liever als contrabande moest geweerd. Die bestrijding van de leerstellige godgeleerdheid riep dan straks daarna een natuurlijke reactie ia het leven, die bijna alle beschikbare kracht op de dogmatiek saamtrok, naast kennelijke minachting van de uitlegkunde. En zoo zijn er feitelijk door heel de Christelijke kerk twee stroomingen aan te wijzen, waarvan de ééne de uitlegkunde hoog stelt en de dogmatiek achteruitzet; terwijl de andere de uitlegkunde verwaarloost, om in de dogmatiek haar sterkte te zoeken. Dat hoort men dan ook dadelijk aan een prediker, of hij meer werk van de exegese dan wel van de dogmatiek maakt; en van elke theologische richting die opduikt, kunt ge terstond zeggen, in welke van deze beide studiën ze haar kracht zoekt.

Ook ter onderrichting van de gemeente is het daarom noodzakelijk en dienstig, dat de beteekenis van deze beide eenzijdigheden duidelijk worde toegehcht, en de ware betrekking tusschen exegese en dogmatiek, voor zoover ze op den dienst des Woords betrekking hebben, worde in het licht gesteld.

De onderscheiding nu tusschen beide deze richtingen ligt ten principale hieraan, dat ons een Woord Gods is gegeven, en dat toch dit Woord Gods tot ons is gekomen in heel een verzameling van boeken, hoofdstukken en verzet!, en alaoo in een breede leeks van woorden. Wat ge voor u hebt, als ge uw Bijbel opslaat, zijn dus woorden en toch schuilt in al die woorden saam het Woord Gods, en is het u niet in hoofdzaak om die enkele woorden^ maar ten principale om dat Woord Gods te doen en draagt deswege ook de prediker niet den titel van bedienaar van woorden uit de Scbrifr, maar van „dienaar des Goddelijken Woords." Metterdaad is dus de heilige Schrift niets anders dan het Woord Gods; maar dit Woord Gods op menschelijke wijze in feiten en woorden voor u vertolkt. Kwam niets tot u dan het Woord Gods, en dat in Goddelijke taal, zoo zoudt gij evenals Paulus in 2 Cor. 12 moeten belijden, dat ge voor u hadt „onuitsprekelijke woorden, die niemand vermag uit te spreken"; of ook ge zoudt, naar luid van i Cor, 14, een onverstaanbaar iets voor u hebben, gelijk in het „spreken der talen" voorkwam; maar zonder iemand, die het u vertolkte en uitlegde, zoudt gij er niets aan hebben. Daarom nu heeft God dit zijn Goddellijk Woord u vertolkt op menschelijke wijze, en dit deed Hij op tweeërlei manier, door u dit W^oord Gods tetoonen aan uw verbeelding en toe te spreken tot uw bewustzijn. En zooals gij aan uw kinderen een boek met tekst en platen geeft, zoo gaf God u in zijn heilige Schrift toespraak en verhaal, alleen met dit verschil, dat hier de platen werkelij'ke historie zijn. Maar de uitkomst is en blijft, dat in de heilige Schrift een vertolking op menschelijke wijze voor u ligt van het Woord Gods tot den zondaar. Ge moogt dus niet zeggen, wat de moderne orthodoxie leert: De Schrift is niet Gods Woord, maar bevat Gods Woord; om nu voorts, naar eigen goedvinden, van het ééne vers te zeggen: > Dat is nu Gods Woord, " van een ander: „Dat is nu Gods Woord niet: " Wie het zoo opvat is zijn ijbel kwijt en misleidt de schare. Voor dien s er geen geopenbaard Woord van God, Neen e toeleg moet wezen, om, gelijk God in ie Schrift u de vertolking op menschelijke wijze van het Woord Gods schonk, nu uit ie vertolking het Woord Gods op te maken; n wel zóó op te maken, dat gij het opieuw vertolkt, maar nu op een wijze die eschikt is, om het door uw kerk, in uw tijd, en in uw nood, te laten opnemen in haar enschelijk bewustzijn.

En dit nu juist is de taak der leerstelige godgeleerdheid. De dogmatiek dringt n het Woord in, om het Woord Gods dat n alle deze boeken en hoofdstukken en erzen schuilt, te grijpen, en na het gerepen te hebben, dit Woord Gods uit te preken op een wijze, die uw bewustzijn oespreekt. Is het nu de roeping van den rediker om Dienaar des Woords te zijn, n dus niet dit of dat Schriftwoord, dezen f genen tekst voor de gemeente te beandelen; maar om aan de gemeente in den aam des Heeren het Woord Gods aan te eggen; dan vat men terstond, waarom het olstrekt onmogelijk is, als Dienaar des oords op te treden, tenzij men wel geefend zij in de dogmatiek. Alleen toch de ogmatiek bewaart u voor de ontaarding an uw ambt, en stelt u in staat, om telenmale dat ge predikt, metterdaad Dienaar des Woords te zijn. Terwijl omgekeerd de erwaarloozing van de dogmatiek er op ergerlijke wijze toe ge!eid heeft, dat menig rediker week aan week voor zijn gemeente ptreedt, zonder ooit Dienaar des Woords e zijn. Ze treden dan op, lezen een tekst *> leggen dien tekst, zoo goed zoo kwaad het gaat uit, en vlechten daar zekere toepasselijke opmerkingen in, of haken er, naar een vasten looper, een rieledige toepassing aan vast op het ind. Iets wat natuurlijk niets met den ienst des Woords gemeen heeft; maar einig meer is dan een uitgewerkte Bijellezing. Zoo nu vermoordt men Gods oord; verloochent zijn ambt; en is zelf orzaak dat allerlei ketterijen in de gemeente pkomen.

Want wel noemt men dat dan uitlegkundig prediken; maar feitelijk strekt zulk een prediking, om alle eenheid in de Belijdenis te loor te doen gaan, en den prediker de gelegenheid te bieden, om in plaats van de belijdenis zijner kerk, zijn eigen onbekookte ideeën, onheldere begrippen en verwarde voorstellingen te zetten. De geschiedenis leert dan ook, dat de afwijkende predikanten, die eigenlijk tegen Gods volk overstaan, op deze soort uitlegkundige predicaties bijzonder verzot zijn, en alle dogmatiek schuwen. En dit is natuurlijk, want in die dogmatiek is neergelegd de rijpe vrucht van het Christelijk denken aller eeuwen over het Woord Gods, en sluit daarom op de belijdenis; terwijl zij, aan dit rijpe denken der Christenheid van alle eeuwen vreemd, liever den naam van denken geven aan dat van den hak op den tak springen, waarin alle eenheid ontbreekt, en waarbij ze zeggen kunnen wat hun invalt of voor den mond komt. Vandaar dat ge ditzelfde dan ook aantreft bij predikanten, die wel niet afwijken, maar wat lui van aard en traag van geest zijn, en die aan hun hersenen de inspanning willen sparen, om het geheel te overzien. En natuurlijk dan is het ook veel gemakkelijker, om telkens één enkel woord uit de Schrift te bezien, en zich met het machtige Woord Gods nooit in te laten, evenals de opperman, die alleen steentje voor steentje afbikt en met cement belegt en op zijn plaats vasttikt met den truffel, zonder ooit eenigen indruk te genieten van den rijkdom en de schoonheid van den geheelen bouw.

Dat is dus de schaduwkant van dit verbrokkeld, uitlegkundig preeken. Er schuilt meest óf ketterij óf schuldige luiheid achter; en beide malen ligt de schuld in de verwaarloozing van de dogmatiek.

Maar ook kan er van de tegenovergestelde zijde gezondigd worden; en ook hier kan de schuld liggen zoowel in luiheid als in ketterij. Er zijn namelijk te allen tijde predikers geweest, die zich zonder veel moeite een klein dogroatiekje, in zeer grove lijnen, hadden eigen gemaakt. De één nam dan „val, verlossing en dankbaarheid" en wie het nog dieper opvatte, ging van de „verkiezing" uit, kwam zoo op de schepping, dan op den val, en doorliep zoo de verlossing en de dankbaarheid; een verdeeling waarbij dan de dankbaarheid meest zoo achteraan kwam. dat ze er óf bij inschoot óf althans den indruk maakte van meer pro memorie te worden uitgetrokken. En op die wijs was men dan voor alle Zondagen klaar. Geen uitlegkundige noch dogmatische studie was verder noodig. Men had een vasten looper, en die was pasklaar voor alle teksten. Een prediker met één noot op zijn zang. Altoos hetzelfde, alleen met dit verschil, dat er telkens een andere tekst voor kwam te staan. Of ook er waren predikers, die men vooral onder de moderne orthodoxie, met name onder de Ethischen vond, die zeer wel inzagen, dat zoo eentonige, holle prediking niet aanging, en ook wel begrepen, dat het met enkel uitlegkunde niet gedaan was, maar die u onder den schijn van dogmatiek feitelijk niets gaven dan een diepzinnige philosophie, die niet uit Gods Woord was genomen, maar uit het pantheïsme in de prediking insloop. Beide nu wei'kte verderfelijk, maar het laatste natuurlijk het verderfelijkst van al, omdat het een gemeente ongemerkt geheel afscheidde en vervreemde van haar Belijdeni.s, en ze omzette in een philosophische school. Iets wat des te gevaarlijker was, zoo de prediker ook zichzeif misleidde, en deze zijne philosophie inkleedde in de termen van Johannes of van Paulus. Er was dan eenvoudig geen dogmatiek, maar ze scheen er te zijn, al was ze philosophie.

Zoo nu wordt de gemeente des Heeren op tv/eeërlei wijs beroofd van wat haar toekomt. De één preekt Bijbelteksten, en de ander preekt philosophische spreuken, maar beide malen wordt het Woord Gods aan de gemeente onthouden, en daardoor kwijnt de gemeente weg, en verliest ze telkens meer van haar levenskracht. Ze moet brood hebben, en de één geeft haar steenkens en de ander korstjes van pastei, maar wat haar voeden en troosten kan, blijft uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 17 May 1891

De Heraut | 4 Pagina's

Van oudsher sloop in de Christelijke kerk

Bekijk de hele uitgave van Sunday 17 May 1891

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken