Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Totdat hij komt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Totdat hij komt".

8 minuten leestijd

Want zoo dikwijls gij di brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zoo verkondigt den dood des Heeren, totdat hij komt. (i Cor. II : 26.)

Toen de Christus in de ©pperzaal te Jeruzalem het heilig Avondmaal instelde, betuigde hij, in eenigszins raadselachtige woorden, dat »hij niet meer drinken zou van deze vrucht des vi^ijnstoks, totdat hij die nieuw met hen zou drinken in het Koninkrijk zijns Vaders."

Loop over die raadselachtige woorden niet heen.

Er ligt toch in die woorden, dat uw Heiland wel alle eeuwen door u zijn Avondmaal aanrichten, en onder de viering van dat Avondmaal bij u zou zijn; maar dat bij dit Avondmaal wel gij uit den beker zoudt drinken, maat hij niet. Hij deed dit eens, toen hij het Avondmaal instelde. Hij zal het wederom doen, als het groote Avondmaal van de Bruiloft des Lams ingaat. Maar in al de eeuwen, die daartusschen liggen, zal hij wel als de hemelsche Gastheer zijn Avondmaal voor u bereiden, en u door zijn geestelijke tegenwoordigheid bij dat Avondmaal verkwikken; maar ge zult er hem niet zien; zijn hand zal niet naar den beker grijpen; van die vrucht des wiinstoks drinkt hij op aarde niet meer, zoolang het einde er niet zijn zal.

Maar komt dat einde vroeg of spade, en gaat die groote en doorluchtige dag des Heeren in, waarvan Joel de profeet geprofeteerd heeft, dan komt hij weder tot deze aarde; dan zal hij hier het Koninkrijk zijns.Vaders oprichten; en dan zal hij nogmaals met u van die vrucht des wijnstoks drinken; maar dan nieuw, , d. w. z. nadat met geheel deze natuur ook de wijnstok in hemelsche heerlijkheid zal zijn overgegaan.

Zoo dikwijls ge dus aan zijn heilig Avondmaal aanzit, komt uw Heiland tot u, om uén naar het verleden, én naar de toekomst te wijzen. Achter u ligt Golgotha, voor u ligt de toekomst des Heeren Jezus. En daarom wijst elk Avondmaal u terug naar het Kruis, en voor u uit naar de Wederkomst des Heeren op de wolken.

Om in de rechte stemming uwer ziel bij het heilig Avondmaal te verkeeren, zult gij dus niet turen op u zelf, noch u verliezen in de herdenking uwer zonde, maar het oog op het Kruis gericht houden en op hem, die aan dat Kruis zich ook voor u in den dood gaf.

Niet Jezus' beminnelijke persoon, noch zijn goddelijke en menschelijke natuur, zullen uw ziel en zinnen vervullen, maar ge zult hem voor u zien als de Man van smarten, en als het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.

Mits, en hier hangt de heilzame geloofsbeweging in uw binnenste aan, mits ge al wat tusschen dat Kruis en het laatste Oordeel inligt, wegdenkt, en het vlak naast elkander plaatst, dat Kruis van Golgotha en het terugkeeren van uw Heiland in glorie.

Bij het Kruis eindigt het niet. Eerst in den dag des oordeels zal de ontzettende werking van dat Kruis verstaan worden. En dan eerst zal blijken, wat zaligheid dat Kruis teweeg bracht, en wat schrikkelijken toorn Gods het uitstort over een iegelijk, die voor dat Kruis de knie niet boog.

Gelijk ge u een kandelaar niet denken kunt, zonder de uitstraling van licht, waarmee tegelijk heel het vertrek beschenen wordt, zoo ook staat bij het heilig Avondmaal geen dood, geen uitgebluscht, geen werkeloos kruis voor u; maar een kruis, waarvan een licht en een glans uitstraalt, die schijnen door heel de historie, die na dat kruis gekomen is en er tot op Jezus' wederkomst zijn zal.

Dat ééne kruis vult heel de ruimte aan tusschen Golgotha en den Oordeelsdag, en nog in dien Oordeelsdag zal dat Kruis over wel of wee beslissen; ja, nog na dien Oordeelsdag zal alle glans en alle glorie, waarin Christus met de zijnen zal stralen, eeniglijk en alleen een vrucht en uitwerking van Golgotha zijn.

Nu is de duur van tijd, die daar tusschen ligt, lang. Er verhepen reeds achttien eeuwen, en wie zal zeggen, hoe lang die wederkomst des Heeren nog toeven zal. Het zou dus uw ziel aan den heiligen Disch onrustig maken en uw gedachten verstrooien, zoo ge heel die lange historie zoudt willen indenken.

Maar dat zou dan ook het omgekeerde zijn van wat ge te doen hebt.

Ge _ moet toch aan het heilig Avondmaal niet in den tijd, maar als in een voorsmaak van de eeuwigheid leven. Er moet iets in u spreken van dat «duizend jaren als één dag en één dag als duizend jaren." Het Avondmaal moet niet in het midden der wereld, maar in de Tente des Heeren genoten. Als ge aan het Avondmaal aanzit, moet het u eigenlijk te j moede zijn, alsof alle rekening van tijd voor u wegviel, en het eeuwige u met zijn vleugelen a overschaduwde.

Zóó levendig moet het kruis van Golgotha u toespreken, dat het u te moede is, alsof Jezus zoo pas stierf, ja, alsof ge hem zelf zijn Lama Sabachtani hoordet uitroepen. En ook, zóó bezield en werkelijk moet de Wederkomst des Heeren u toespreken, alsof ge niet meer naar uw woning zoudt terugkeeren, maar Immanuël op het eigen oogenblik zou terugkomen, om de eeuwigheid te laten ingaan.

Noem dat nu een sprong voor uw ziel; het zij zoo; maar vraag u dan af, of niet alle krachtige geloofswerking metterdaad een sprong uit dit leven der ellende in de vrijheid van Gods kinderen daarboven is.

En immers, het apostolisch woord beslist hier : «Verkondigt den dood des Heeren, totdat hij komt."

Kruis en Toekomst in één heilige gedachte verbonden.

Iets schitterends, mits door hemelschen eenvoud, is daarom aan het heilig Avondmaal niet misplaatst.

Op het Kruis wijzen u het g~ broken brood en het vergoten druivensap, maar ook op de Toekomst des Heeren wijst u het aanzitten aan den Disch, Dat aanzitten toch spreekt u niet van Golgotha, maar van het groote Avondmaal, dat het Lam voor zijn Bruid bereiden zal.

Vandaar dat bij dien Disch al wat aardsch is wegvalt, en de schittering eener hoogere glorie gezien wordt.

De geringe en aanzienlijke zijn daar één; de dienstknecht zit dan naast zijn heer; de arme neemt plaats naast zijn weldoener; jong en oud zijn dooreengemengd ; en eigenlijk is de scheiding van mannen en vrouwen bij het Avondmaal een verzwakking van het heilig symbool. En niet alleen zit men naast elkan* der; maar men eet uit één schotel, en eenzelfde beker wordt aan veler lippen gezet.

Zoo is het op aarde niet, maar zoo zal het wel in den hemel zijn; en daarom moet het zoo ook aan het Avondmaal wezen.

Dus geen aardsche sieradiën aan den disch; niets om in aardschen zin den luister er van te verhoogen; maar wel over den disch gespreid het reine, blinkend lijnwaad; wel als het kan een schotel en beker van edel metaal; en voorts niets dan de offerbus, om de ontferming, die Gods ontferming in u wekte, in een daad te verzinbeelden.

En dat alles niet om u een heilige poëzie voor oogen te houden, maar om u, naar menschelijke wijze, een indruk van een hooger heerlijkheid te geven dan deze aarde u bieden kan.

Iets dat schoon door eenvoud, rijk door zijn symbolische sprake is, en dat u, zonder dat ge weet hoe, op hemelsche wijze aandoet en iets van het eeuwige door uw ziel doet trekken.

Zoo wekt het heilig Avondmaal zeer zeker ook hemelverlangen; maar het wekt meer; het wekt ook in u een heimwee naar de^ Toekomst uws Heeren. •

Zoo ge plotseling sterven moest, zou er geen schooner, zachter dood voor u zijn, dan cm zoo van het heilig Avondmaal de eeuwigheid in te gaan, en voor altoos bij uw Jezus te wezen.

Maar toch, dat is nog niet de volle aandrift van wat er %é\\a!A\Ti. é.'iX.-iitotdat hijko Hemelverlangen•3is op zichzelf nog niet anders, dan een zacht om uit deze gedrukte en altoos weer teleurstellende wereld van uw moeielijke taak ontslagen te worden, en na uw sterven rust in het eeuwige te vinden.

Dus altoos nog, een zeker bezig zijn met uzelven; en uitzien naar wat u goed zal doen: een dorsten naar wat een einde zal maken aan wat u hier drukt en beklemt. Vandaar dat ge zulk hemelverlangen meest uiterst zwak vindt, als hier het leven tamelijk gelukkig is, en meest zeer sterk, als het levenslot hier pijnlijk wierd.

Maar heimwee naar het wederkomen des Heeren, heimwee naar het Maranatha is heel iets anders.

Dan verliest ge u in uw Jezus; dan is het u om hem, en niet om u zelven te doen. En dan dorst de ziel in u naar dat oogenblik van volkomen triomf, als eens de vloek en smaad van Golgotha in den glans en in de glorie van het Teeken van den Zoon des menschen zal verslonden worden.

Zooals de heiligen daarboven roepen: »Tot hoe lange, groote en rechtvaardige Rechter, toeft het doorbreken van den dag uwer heerlijkheid ? "

En dan gaat dat Avondmaal wel weer voorbij, en keert ge wel in uw aardsche leven terug.

Maar dat hemelsche gezicht dat ge genoten hebt, vergeet ge dan toch niet.

Het blijft bij u. Het vertroost en het bemoedigt u. En ge gevoelt u wel, meer dan vroeger, vreemdeling op aarde, maar toch reizende naar de hemelstad.

KUYPER,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 mei 1891

De Heraut | 4 Pagina's

„Totdat hij komt

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 mei 1891

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken