Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

In de Boodschapper, niet de Haagsche, maar de Baptistische, wordt bescheid gegeven op wat we indertijd aan het adres van den heer Velthuyzen schreven.

Het heet daar in No. 334:

Dat ^-xit Htrauf het uitgangspunt der redeneering niet mag toegeven is waar en niet waar; al naar men 't neemt. De zaak toch staat zoo: Moet dat blad in elk geval de besprenging als geoorloofden vorm des doops handhaven, dan mag het volstrekt niet toestemmen, dat het oorspronltelijke, Grieksche woord geen vrijheid geeft tot nog iets anders dan in-of onderdompelen. Daarentegen: wil het de waarheid huldigen, om 't even waar deze heenleidt, dan zal het terstond toegeven, dat bedoeld Grieksch woord, even zoomin als het Nederlendsche »doopen", iets anders vertegenwoordigt, dan in of onderdompelen.

Gij maakt de opmerking, dat, naar door < J? ffl/raa/ge steld wordt, de zaak alleen door kenners van de Grieksche taal kan uitgemaakt worden. Dat ge op dit punt juist oordeeh betwijfel ik. Doch aangenomen dat het zoo ware, laten wij dan eens hooren wat kenners der Grieksche taal zeggen.

Kortheidshalve begin ik met u te verwijzen naar wat op bk. 148 van het zeker u wel bekende werk: •iiWie moet gedoopt worden enz.? '' voorkomt als aa halingen uit Luther, Calvijn, Beza, Vitringa, Witsius, Zanchius, Bossuet, Campbell, W. a Brakel, Van der Kemp, Paulus, Brethschneider, Brender, Auguste, Fritsche en Di Miranda; allen mannen, die de Heraut ongetwijfeld bevoegd zal achten zich te doen hooren als kenners van de Grieksche taal Uit de verklaringen van deze kinderbesprengers blijkt ten klaarste, dat bij hen geen gedachte is aan een andere beteekenis van het oorspronkelijke woord, dan: «onderdompelen", «indompelen", «onder water stooten", «met water bedekken", «in het water insteken", «een voorwerp bevochtigen door het onder een vloeistof te stooten"

Verder voer ik aan wat Prof. Stuart zegt. Deze godgeleerde is Hoogleeraar aan het Theol, Seminarie te Andover en neemt een uitstekende plaats in onder de Presbyterianen; derhalve kunnen ook zijne uitspraken hier niet verdacht worden van partijdigheid ten gunste van de praktijk door indompeling; terwijl zijne geleerdheid boven allen twijfel verheven zijn en zijne werken van den laatsten tijd dagteekenen, zoodat hij de bate heeft van al de onderzoekingen op dit gebied, zoo van vroegere als latere eeuwen. Hij zegt:

«Het Grieksche fiaTrrw (bapto) en fixTTtï^w bap (tizo) beteekent indoofen, indompelen of onderdompe len in een vloeistof Alle taalgeleerden en critici van eenigen naam stemmen hierin overeen. Mijn bewijs voor deze opvatting behoeft dus eigenlijk niet geleverd te worden; maar alleenlijk om der wille van de eenvoudige bevestiging, moet ik des lezers geduld inroepen, waar ik hem den uitslag van een onderzoek, het welk geen oorzaak van twijfel zal overlaten, zoo beknopt mogelijk voorleg."

Dan brengt de Hoogleeraar Grieksche auteurs voor, te beginnen met Homerus, en geeft zeven en dertig gevallen aan, waarin het oorspronkelijke woord voorkomt, telkens in deze beteekenis. Uit Hippocrates voorbeelden aangevende, zegt hij: «En op gelijke wijze in alle deelen van zijn boek, in bijna ontelbare gevallen."

De lijst van deze zijne aanhalingen sluitende, voegt hij er aan toe: «Het ware gemakkelijk deze lijst van gc.i»i»enissen voor dit gebruik te vergrootea' maar de lezer zal zulks niet begeeren".

De Klassieken verlatende en komende tot de Kerkgeschiedenis zegt hij:

«De plaatsen of uitspraken, welke melding maken van indompelen, zijn bij de Kerkvaders zoo talrijk, dat een klein boekdeel zou vereischt worden, alleen om ze op te noemen". De Hoogleeraar geeft niet één geval aan, waarbij het bedoelde Grieksche woord gebruikt wordt in eenigen anderen zin dan van: indompelen.

Als de Heraut gevallen wil aangeven, waarin in de Grieksche taal bedoeld woord «overgieten" beteekent, dan zal daarmede bewezen zijn dat hare bewering waarheid is; tot zoo lang kunnen wij wachten met haar aan te nemen.

Waar in het Nieuwe Testament sprake is van «doopen in den Heiligen Geest i) en in vuur", daar voer ik aan de 29e vraag en haar antwoord, voorkomende op blz. 139 van bovengenoemd werk over den Doop:

Vraag. Van den doop des Heiligen Geestes wordt g sproken als van eine «uitgieting", rilk zal Mijnen Gees uitgieten" (yo'él II:28). Die belofte werd aan de Apostelen vervuld (Hand. II: /), Indien dan nu de discipelen den doop des Geestes ontvingen doordie Geest over hen werd uitgegoten, pleit dit dan niet vee eer voor begieten, dan voor indompelen bii den doop!

Antwoord. Cijrillus van Jeruzalem j (Ao 374) geelt ons eene duideKjice beschrijving van den doop des H. Geestes. Hij zegt:

«Gelijk kij, die in het water nederdaalt en gedoopt wordt, aan alle zijden omgeven is door het water, zoo werden zij ook ganschelijk gedoopt door den H. Geest. «Het vervulde het geheele huis, waar zij zaten; want h huis werd het vat voor het geestelijk water; terwijl de discipelen binnen zaten, werd het geheele huis vervuld Zoo werden zij geheel en al gedoopt; naar ziel en lichaam met een goddelijk en zaligend gewaad versierd."

En een schrijver uit onze dagen stelt het ons even duidelijk voor, waar hij de woorden van Johannes in Matth. 3 : II behandelt. Wij bedoelen

Neander: «Na Johannes zou Hij komen, die zoo ver boven hem verheven was, dat hij zichzelven niet waardig gevoelde. Hem ook maar den geringsten slaven dienst te bewijzen. Deze was het die met {lees in) den Heiligen Geest en vuur zou doopen; d. w. z.: gelijk de door Johannes gedoopten geheel en al in het water werden ingedompeld, zoo zoude de Messias die zielen, welke in Zijne gemeenschap traden, ganschelijk indompelen in den door Hem mede te deelen Goddelijken levensgeest, zoodat zij van dien Geest ganschelijk zouden doordrongen worden."

Dan merke mep verder op, dat het hier gebezigde iy.yj.M (uitgieten) nergens in het N, T. voorkomt, waar van den waterdoop sprake is, en dat door deze uitgieting of uitstorting des Geestes het geheele huis vervuld werd. Nu, indien water werd uitgegoten of uitgestort in een vertrek, totdat het «geheel vervuld was" zouden dan niet alle daarin aanwezige personen onder water, geheel omringd van water, geheel onder water zijn, gelijk wij ons rondom in de dampkringslucht bevinden? Even zoo was het geval bij de uitstorting des Geestes.

Waar van den Geest gesproken wordt, is het woord sy-Xzo) (uitgieten) gebruikt; Maarwaarhet den personen geldt wordt /Jac^r^^'u (in-of onderdompelen) gevonden. De doop des H, Geestes spreekt dus voor de onderdompeling en niet er tegen.

£> e Heraut mist voorts alle recht om te zeggen : «De handeling des doops wordt het meest volledig uitgevoerd door onderdompeling, '" — want er is geene andere doopacte, ook juist met het oog op de symboliek. De Doop toch is een begraven worden: Wij zijn met Hem begraven door den doop" (Rom. 6:4), «zijnde met Hem in den doop begraven"{Coll. 2:12). Begraven geschiedt niet door overgieten of besprengen. In de koudste luchtstreken doopt men zonder eenig bezwaar; de luchtstreek heeft aan de besprenging niets toegebracht; die zoo spreekt, spreekt niet naar waar heid. De zaak is, dat waar Rome nooit geheerscht heeft, de doop nog altoos wordt uitgeoefend en niet het begieten of besprenkelen.

Met alle respect voor Cyrillus van Jeruzalem, zij hier in de eerste plaats opgemerkt, dat datgene waarmee »heel het huis waar zij zaten" vervuld werd, niet de Heilige Geest was, maar het »geluid". Ér staat toch in Hand. 2:2: En er geschiedde uit den hemel een geluid, als van eenen geweldigen gedreven wind en vervulde het geheele huis, waar zij zaten."

De redeneering dienaangaande uit Cyrillus overgenomen, mist dus eiken grond.

En wat nu de beteekenis van het Grieksche woord Baptizein aangaat, zoo zegt het natuurlijk niets, of men al honderd of tweehonderd voorbeelden bijbrengt, waaruit blijkt da /? ^ rr; t, 'u gemeenlijk indompelen beteekende. D."t toch is niet in geschil. Ons beweren was alleen dat het ook in anderen zin voorkomt.

Daarvoor nu verwijzen we de Boodschapper eenvoudig naar het Grieksch-Duitsch lexicon van Pape, waar op het artikel /? «xr(^a) dit gevonden wordt: i. Indompelen. 2. bevochtigen, begieten zie Plato Conv. 176^, Luc. Bacch. 7., Plut. Galb. 21.; Plato, Euthyd. 277(/; EYen. 15. (XI. 49)-

Deze beteekenis van bevochtigen, begieten, gaf Pape aan zonder natuurlijk, ook maar van verre, aan ons geschil over den Doop te denken; en juist daarom is zijn getuigenis hier van zoo afdoende beteekenis.

KlTYPER.

i) Doopen met den Heiligen Geest en met vuur lezen wij door een wijze van overzetten, die alleenUjk eene dienstvaardigheid is, bewezen aan de gewoonte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 juni 1891

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 juni 1891

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken