Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lange jaren is het vaste gewoonte ge­

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Lange jaren is het vaste gewoonte ge­

4 minuten leestijd

weest dat men van Roomsche zijde zich aandiende als het 2/5 der bevolking.

Dit cijfer was voor vast aangenomen.

Een ieder sprak het ria.

Het werd bij alle berekeningen ten grondslag gelegd.

En bij elke voorkomende gelegenheid werd altoos weer in gesprek en meeting op dit twee vijfde voortgeborduurd.

Op zich zelf nu hebben we hier niets tegen.

Breuken zijn altoos min nauwkeurige gegevens, en zoolang er niet te veel aan ontbrak, kon dit twee vijfde er wel mee door.

Nu men echter ook van Protestantsche zijde altoos weer op de toeneming der Roomsche bevolking als op een schrikbeeld wees, was het nog zoo onjuist niet van de Standaard gezien, om, naar aanleiding van de jongste vplkstelling er eens op te wijzen, dat één derde thans reeds veel dichter bij het juiste cijfer kwam, dan twee vijfde.

Naar aanleiding hiervan schreef de N, IJsselbode dit:

Wij moeten dezen zoeten waan in het protestantsche hart van de Standaard verstoren.

Bij de volkstelling van 1879 hadden de Katholieken in ons vaderland juist 36 percent.

Op ultimo December 1889, bij de jongste volkstelling haalden wij juist 3S*/ii percent.

Hun getal was toen niet 1, 500, 000 zooals de Standaard opgeeft, maar 1, 596, 482. Dus haast 100, 000 meer!

Toch is het waar dat ons percentage in 10 jaar met '/u percent slonk.

Maar de vraag is of onze vooruitgang in zielen onder het normale bleef.

Of liever dit is geene vraag meer.

Het lijdt geen twijfel dat de vermeerdering van de bevolking ten onzent gedurende een menschenleeftijd een versnelden pas heeft aangenomen.

Voor het eenigszins achterblijven van de Katholieken kan de burgerlijke stand van gemeenten met gemengde bevolking reeds genoegzaam de oplossing geven. Laat de Standaard daar maar eens bij bevriende burgemeesters of ambtenaren van den burgerlijken stand naar vernemen.

Wat leeren ons nu de cijfers?

In 1869 was 2/5 der geheele bevolking 1, 431, 810. De Roomschen telden destijds 1, 307, 765. Zoodat er aan het 2/5 toen slechts 124, 045 ontbraken.

In 1879 werd dit reeds ongunstiger voor hen. Toen was het 2/5 der bevolking 1, 605, 076, en telden zij slechts 1, 439, 137.

Alzoo was het tekort voor het 2/5 reeds van ruim 124, 000 tot 160, 000 gestegen.

Thans echter raakten ze nóg verder van het 2/s af, zoo zelfs dat er thans 208, 084 aan te kort komen. Immers het 2/5 is nu 1, 804, 566, en hun cijfer beloopt slechts 1, 596, 482.

Dit tekort nu werd te groot, om nog langer de uitdrukking van twee vijfde te blijven wettigen.

Eén derde is stellig veel juister.

Immers thans bedraagt het 1/3 der bevolking 1, 503, 820 en de Roomschen tellen 1, 596, 482.

Het is dus volkomen waar, dat hun cijfer voor één derde 92, 662 overhoudt; maar in elk geval is dit veel juister dan 2/5, waarvoor ze 208, 084 tekort komen.

Opnieuw wordt hierdoor de opmerking van Prof. Fruin {Tien iaren uit den tachtigjarigen oorlog, 2de uitgave p. 2^6) bevestigd, toen hij schreef: Het gejammer der ergdenkende Protestanten over het vermeerderen der Katholieken is, als het gejammer over de verbastering van het menschelijk geslacht, niet op waarneming, maar op vooroordeel gegrond.

Nog ten tijde van Oldenbarnevelt vormden zij de meerderheid der bevolking (zie noot S op blz.). Thans slechts even één derde.

Al is het dus zaak, in ons journalisttsch spraakgebruik het onhoudbare tweevijfden door „ruim één derde" te vervangen, toch beweren we volstrekt niet, dat toeneming van bevolking op zichzelf een teeken is van geluk, en gaarne geven we de mogelijkheid toe, dat een lager cijfer van onbezonnen huwelijken hierbij in het spel is.

Hier staat echter tegenover, dat i". de landverhuizing veel minder onder de Roomschen dan onder de overige bevolking voorkomt; en 2». dat de vele Duitschers, die zich ten onzent vestigen, voor verreweg het grooter deel uit de Roomsche grensstreken van het buitenland komen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 januari 1892

De Heraut | 4 Pagina's

Lange jaren is het vaste gewoonte ge­

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 januari 1892

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken