Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

,,Ziende op de vergelding des loons.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

,,Ziende op de vergelding des loons."

9 minuten leestijd

Achtende de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom te zijn, dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons. Hebr. 11:26.

Als ge in zake de religie van loon durft spreken, loopt ge hard kans op staanden voet met de vraag overvallen te worden, of ge dan te kort wilt doen aan de verdiensten van den Middelaar, of ge de werkheiligheid weer ten troon gaat heffen, en of het dus nu weer, niet om Gods wil en om zijn eere, maar om de baatzucht van uw vroom egoïsme moet gaan.

Nu, die scherpe vragen mogen we op zoo teere punten wel. Er zit in die vragen bijtend zout, dat bederf weert. En zoolang dit drietal goede vragen nog als een trits van wclversneden pijlen bij den boog hangt, is het erf onzer Gereformeerde belijdenis nog veilig.

Maar zij men gerust, de man die op het loon zag, was geen verkapte Roomsche noch een krypto-Arminiaan, Immers hij was geen ander en geen minder dan Mozes; de eenige onder al de kinderen der menschen met wicn de Heere »van aangezicht tot aangezicht" gesproken heeft.

En vraagt ge, hoe we dan weten, dat zulk een held des geloofs als Mozes zich door het uitzicht op loon heeft laten leiden, dan is ons antwoord: Omdat de Heilige Geest het ons in het Nieuwe Testament alzoo betuigt. Daar toch lezen we, »dat hij liever vekoos met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, overmits hij de versmaadheid van Christus achtte meerdere rijkdom te zijn dan de schatten van Egypte; want — zoo staat er uitdrukkelijk bij — hij zag op de vergelding des Zoons Ging nu daarom Mozes tegen de Middelaarsverdiensten van Christus in, hij die de verfmaadheid Christi liefhad? Zon hij op werkheiligheid, de held Gods, die ons tot driemalen toe in de wolke der geloofsgetuigen wordt voorgesteld? Of ook liet hij Gods eere schuil gaan achter een bedekt egoïsme, de vrotne bidder, die toen God Israël verdoen en een nieuw Israël uit Mozes als stamvader wilde doen opkomen, zichzelven wegwierp en zoo roerend pleitte voor de eere van Gods heiligen naam?

Ge gevoelt dit heeft er niets van.

Daar kon bij een man als Mozes geen sprake van wezen.

En toch, het staat er en het is niet weg te cijferen, diezelfde Mozes zag op de vergelding des loons.

Doch let, eer ge dit mysterie indenkt, op nog een ander feit. Op het feit namelijk, dat ook de Middelaar zelf op de vergelding des loons heeft gezien. Ook van hem toch staat er, dat hij, ja, »het kruis heeft gedragen en de schande veracht", maar TV oor de vreugde die hem voorgesteld was.'' En dit was ook zoo uitgekomen Want had de Middelaar in Psalm 2 van »het besluit verhalend" door den Vader hooren zeggen: „Eisch van Mij en Ik zal, de heidenen geven tot uw erfdeel", hem was dan ook, toen hij gehoorzaam was geweest tot in den dood, ja, tot den dood des kruises, zulk een loon geschonken, dat hem gegeven was een naam boven alle naam, opdat alle tong hem zou belijden. Zijn leuze was dan ook: »Door lijden, maar tot heerlijkheid'''' En toen deze Middelaar eerst zelf in eigen persoon, en straks door zijn apostelen, zijn kerk toesprak, heeft hij diezelfde leuze ook in het hart der zijnen geworpen, en hen rusteloos op dat loon gewezen, en hun doeij^aanzeggen, dat de vergelding eens kwam.

Uw loon zal groot zijn in de hemelen^ / Uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

Indien gij alleen groet, die u groeten, wat loon hebt gij?

Mijn loon is met mij, om een iegelijk te vergelden naar zijn werken.

Wij moeten allen geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, om weg te dragen wat wij in het lichaam gedaan liebben, hetzij goed, lietzij kwaad.

Die overwint, ik zal hem geven, met mij te zitten in mijnen troon.

Een iegelijk zal zijn loon ontvangen (i Cor. 3:8).

Zoo iemands werk blijft, dié zal zijn loon ontvangen.

Ik heb den loop voleind, ik heb het geloof behouden, voorts is mij weggelegd de krone der rechtvaardigheid.

Vergadert u geen schatten op aarde, maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft.

Alsdan zal hij zeggen: Ik ben hongerig geweest en gij hebt mij te eten gegeven; want zooveel gij dit een mijner minste broederen gedaan hebt, hebt ge dit mijgedaan. Komt dan, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van voor de grondlegging der wereld!

Is dan loon bedoeld, waardoor we verdienen ? Neen, zegt uw Catechismus, deze beloo ning geschiedt niet naar verdienste, maar uit genade. Maar ook met hetgeeri uit genade ge.schiedt, hebben we dan toch te rekenen. En wie er niet mee rekent, doet aan deze genade onzes Gods te kort.

Zal God, of zult gij bepalen, wat prikkels ge noodig hebt, om te komen tot de vreugde die u voorgesteld is?

En als nu uw God oordeelt, dat ge hierbij ook den prikkel, die in de vergelding des loons ligt, niet mibsen kunt; dat ge dien noodig hebt; dat die hoort bij uw menschelijke natuur; en dat ge hierop in uw schepping zijt aangelegd; — zeg zelf, moogt gij dan wijzer willen zijn dan de Kenner van uw hart, en zult gij u dan onderwinden om te zeggen, dat dit »zien op de vergelding des loons" eigenlijk afbreuk aan uw geloof zou doen ?

Zou welbezien, in al zulk zeggen iets anders dan geestelijke hoovaardij spreken ?

En als ge dan een man als Mozes, als ge de profeten en apostelen, ja, als ge den Heere Christus zelf, wel terdege ziet rekenen met het loon dat hun voorgesteld is, zult gij u dan boven dezen Leidsman des geloofs en boven deze wolke van geloofsgetuigen verheffen, en zeggen gaan, dat gij te hoog staat, om ooit door het uitzicht op loon tot eenig goed werk geprikkeld en bewogen te worden.

Heeft een vader ook op aarde niet het volle recht, om eiken dienst van zijn kind te vorderen, en kent ge dan toch de macht niet die er in ligt, als een vader zijn kind een bijzondere vreugde voorstelt, iets belooft, of als prijs toezegt?

En als een kind ook bij uwen Vader in de hemelen te verkeeren, is dat dan niet juist het stille geheim van alle echt en zaligmakend geloof? • ' ' Jezus heeft gezegd: »Geef uw aalmoezen in het verborgene, en uw Vader zal ze u vergelden".

En nu wat zijn er niet honderden bij honderden, die star in hun geloof staan, en van geen vergelding hooren willen, maar dan ook bijna nimmer wezenlijk aalmoezen geven.

Jezus heeft gezegd : »Bidt in het verborgene, en uw Vader zal het u vergelden".

En nu wat zijn er niet tal van geloovigen, die strak op hun geloof staan, en van geen vergelding hooren willen, rr.aar die dan ook vreem.delingen in het stil gebed zijn.

Jezus heeft gezegd: Wie een mijner minste broederen spijst, laaft, kleedt, in de gevangenschap of in krankheid bezoekt, zal een erfenisse in den hemel ontvangen.

En nu wat zijn er niet een menigte belijders in steden en dorpen, die hoog van hun geloof roemen, en alle lokaas van vergelding voor zich overbodig achten, maar die dan ook hun mindere broeders honger laten lijden, in lompen omgaan, en in krankheid verkwij nen, zonder dat zij er naar omzien. o, Ge kunt den prikkel der vergelding wel dooden, ge kunt het lokaas van de kroon wel wegnemen, maar als ge een blinddoek om de oogen hangt, zoodat ge op de vergelding des loons niet kunt zien, maakt ge het Chris telijk erf ook zoo dor en vreugdeloos.

Dan geurt er geen bloempke der ontferming meer. Dan blijft de bange nood tot God roepen, en er is geen ^Christelijke activiteit, die te hulpe schiet.

Of het dan niet om Gods wil moet gaan?

Ongetwijfeld, maar als Hij uw God is en gij zijn kind zijt, ziet ge juist door het geloof, dat bij Hem u geluk, vreugde en heerlijkheid wachten moet. Dat mag toeven, dat mag uitgesteld worden, daar mag nu nog het scherm van lijden en smaadheid voor zijn geschoven; maar eens moet de vreugde komen. Die vreugde moet het einddoel zijn. Op die vreugde, die ü voorgesteld is, moet alles uitloopen. En een God, die almachtig is, en u, zijn kind, niet eindelijk vreugde zou bereiden, is ondenkbaar.

»0m Gods wil", en »ziende op de vergelding des loons", is dus geen tegenstelling, maar in den wortel der zaak één. En wie nu maar als kind van God, kinderlijk ook in zijn gemoed bestaat, die hunkert wel terdege naar het loon, dat eens eeuwig komt en naar de vreugde, die nimmermeer zal eindigen.

Als volwassen personen, die des levens zat zijn, een festijn in het vooruitzicht hebben, dan zien ze daar vaak gemelijk tegen aan. Al die drukte. Al die kosten. Al die vermoeienis die komt! Maar zoo is een kind niet.

Als een kind een feest in het vooruitzicht heeft, dan geniet ' het daarin vooruit reeds.

Dan ziet het al die vreugde reeds vooruit in zijn verbeelding. Dan droomt het er van, en spreekt er aldoor over, en leeft er met heel zijn zinnen in. En daarom kan een kind, als dan eindelijk het feest komt, er ook zoo volop, zoo dronken van vreugde, in genieten.

Ea zoo nu wil God, dat ook zijn kind op aarde, geen oud manneke zal zijn, die naar geen vreugde taalt, en, al weet hij dat het heraelsch festijn komt, er dood met zijn flauwkloppend hart voor staat; maar dan wil de Heere, dat ook zijn kind op aarde van die eeuwige vreugde droomen, er nu reeds vooruit in genieten zal, en eiken morgen en eiken avond over de kleine tegenspoeden en de Kleine versmaadheden, dapperJijk zal heenstappen, altoosmaar denkende aan de vreugde die hem voorgesteld is, en die eens zekerlijk komt.

KuypER.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 januari 1892

De Heraut | 4 Pagina's

,,Ziende op de vergelding des loons.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 januari 1892

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken