Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

4 minuten leestijd

Duitschland. De Re f. over de critici des O. derland. Kirchenzeitung Verbon ds in Ne-

In de jReformirte Kirchenzeitung van 11 Maart 1.1. vinden wij een opstel naar aanleiding van eene uitlating van de Stemmen voor waarheid en vrede. Over het werk van den hoogleeraar J. Wildeboer te Groningen »de letterkunde des Ouden Verbonds naar de tijdsorde van hun ontstaan." De redactie zegt, dat het werk van Wildeboer in den geest van Wellhausen geschreven is en voert er het volgende tegen aan: Volgens Wildeboer wil : de critiek den bijbel van zich zelven laten getuigen en verwerkt daarom alle meeningen van latere verzamelaars, afschrijvers en geleerden, die van ons eischen, dat wij de Schrift door hun bril zullen lezen. Het is evenwel slechts de vraag, hoe het kijkglas van professor Wildeboer gesteld is, door welke tijdstroomingen, door welke ideën hij beheerscht wordt. Laat hij ons de dingen zien gelijk zij werkelijk zijn ? Het gaat bijv. over den propheet Joel en de prediker wil, als hij bezig is met de Pinkstergeschiedenis, zien, welke handreiking hem de nieuwste wetenschap des Ouden Verbonds vermag te geven betreffende de prophetiën van Joel. Wat de hoogleeraar Wildeboer ons daaromtrent mededeeld, is verbazing­ e wekkend genoeg; volgens hem behoort Joel tot de jongste producten; zijne verhouding tot andere prophetische schriften, zijn taal en ook de historische achtergrond en de godsdienstigtheologische inhoud schijnen de meening, dat de prophetiën van Joel van zeer jongen datum zijn, te begunstigen. Zijn taal is zuiver en vloeiend »maar een geleerde, die de andere schriften in zich opgenomen had, kon wel zoo schrijven, " de historische achtergrond is die der Joodsche gemeente van 458—444 voor Christus, en de inhoud wordt gekarakteriseerd door de algemeenheid van de denkbeelden, die in de oudere schriften meer bepaald zijn. Het ontstaan van genoemde prophetiën moet na 400 voor Christus gesteld worden: de echt prophetische bezieling ontbreekt hem, want ook de beroemde prophetic van de uitgieting des Heiligen Geestes is toch eigenlijk niet andjrs als de uitbreiding van datgene wat hij in zijn Bijbel, de vijf boeken van Mozes gelezen had: Och, of al het volk des Heeren propheten waren, dat de Heere zijn Geest over hen gave." (Numeri II : 29).

De Reformirte Kirchenzeitung vraagt of zulk een resultaat moet geaccepteerd worden? Andere geleerden oordeelen weer anders; volgens professor Valeton Jr. is Amos jonger dan Joel en prof. Oort meent, dat omgekeerd Joel van Amos afhangt. De zaak is tamelijk onzeker, zegt Wildeboer. Maar is dat niet een bedenkelijk subjectivisme? Wildeboer gelooft in overeenstemming met Mercx, dat de taal van Joel niet in overeenstemming is met de vrije schoonheid van de scheppingen van het genie. Daarentegen lezen wij bij Kuenen: de zuiverheid der taal, de dichterlijke verheffing en de aanschouwelijkheid der schildering verzekeren dat geschrift een eerste plaats onder de letterkundige voortbrengselen van Israels profetie." Nog hooger is de lof door Steiner in Schenkel's Lexicon aan Joel toegezwaaid: Bijna ieder vers kenschetst hem als meester der taal, wij kunnen de taal rechtuit klassiek noemen, en inderdaad gold zij aan latere propheten tot voorbeeld; men vergelijke Jesaia 2 : 2 —4 en Micha 4 : i—3, welke verzen een oorspronkelijke prophetic van Joel inhouden en wellicht het slot van zijn boek gevormd hebben." Zoo oordeelt ook Bleek in zijn Inleiding op de boeken des Ouden Verbonds. Ligt nu de verscheidenheid van al deze gevoelens aan de onderscheidene brillen waardoor degeleer-

den zien ? Zoo ja, moet dan de laatste bril die men opgezet heeft, ook de zekerste zijn? Het­ m zelfde gebrek aan eenstemmigheid valt op, wan­ d neer het de vraag geldt of Joel van Amos afhangt m ot omgekeerd. Inderdaad, men kan den indruk d niet van zich zetten, dat ook de heer Wildeboer v en zijne geestverwanten een skijkglas" gebruiken. H Het is wel merkwaardig, hoe Kuenen en zijne k vrienden in betrekkelijk weinig jaren tot zoo geheel verschillende resultaten komen, of liever, h zulke geheel van elkander verschillende indruk­ i ken van dezelfde zaken ontvangen kunnen en naar die indrukken den tijd bepalen willen, in welke de prophetic van Joel ontstaan is, want in werkelijkheid moeten hier »indrukken" de plaats van bewijsgronden innemen. Bij zulk eene manier van critiseeren missen wij de objectieve vastigheid, welke onontbeerlijk is."

Het is dus een feit, dat het ook bij onze naburen de aandacht trekt, dat de ethische school bezig is met pak en zak naar het modemisme over te loopen.

WNCKEL.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1894

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1894

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken