Bekijk het origineel

Rechtvaardigmaking.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rechtvaardigmaking.

7 minuten leestijd

Het spreekt wel vanzelf, dat we een onderwerp zoo diep ingaeinde en zoo breed strekkend als de «rechtvaardigmaking", nu Ds. Bos er over valt, niet anders dan even kunnen aanstippen.

Onze geachte opponent kiest partij tegen hen, die de «rechtvaardigmaking" onder verschillende gezichtspunten nemende, vaststellen dat ze, onder één dier gezichtspunten, van eeuwig is.

Overmits nu Ds. Bos het doet voorkomen alsof we zekere zonderlingheden drijven, willen we ons hierbij niet'beroepen op wat Brahé of Comrie dienaangaande schreven, maar verwijzen we naar Maestricht, die aangeeft, dat men de «rechtvaardigmaking" onderscheidenlijk nemen moet: i". in het verstand Gods; 2". in Christus' opstanding; 3". in onze toebrenging ten leven'; 4°. in ons komen tot geloof en bekeering'; en 5°. voor wat het werktuig aangaat, ia verband met het Evangelie.

Dit zijn verschillende opzichten, v.'aaronder men deze ééne en dezelfde zaak te beschouwen heeft.

Geschiedt dit nu met het doel, om de éene beschouwing boven de andere te ver-e t heiïen, of de ééne bij de andere achter te stellen ?

In het minst niet.

Die onderscheiding strekt alleen om verwarring en misverstand te voorkomen.

Moge een voorbeeld dit ophelderen.

Maestricht maakt onderscheid tusschen de rechtvaardigmaking die »vermogeaderwijs" tot stand komt in onze toebrenging ten leven, en »uitwerkenderwijs" in ons komen tot geloof en bekeering.

Waartoe dient nu deze onderscheiding f Dit gevoelt ge terstond, als ge even denkt aan die tienduizenden kinderen die sterven zonder tot geloof en bekeering gekomen te zijn, en van wie toch godzalige ouders niet twijfelen zullen, of ze zijn zalig.

Maar hoe moeten zulke godzalige ouders dit nu verstaan ? Ze hebbeu geleerd, dat we gerechtvaardigd worden alleen door geloof, en wel geloof in dadelijken zin genomen. Zulk geloof had hun kind niet. Hoe kon het dan toch zalig zijn?

Daarop nu antwoordt Maestricht: Uw kind was rechtvaardig gemaakt niet »uitwerkenderwijs", maar »vermogenderwijs", door het ingeplante geloofsvermogen.

Uit dit ééne voorbeeld zal het ook aan Ds. Bos duidelijk zijn, dat het een zaak van aanbelang is, om hier juist te onderscheiden, dat er verschillende gezichtspunten zijn, waaronder de rechtvaardigmaking kan bezien worden, en dat ze potentieel kan bestaan, ook waar ze in de werkelijkheid nog niet tot stand is gekomen.

Ds. Bos late dan ook elk vermoeden varen, alsof wij iets ook maar willen afdingen op de waarheid, dat in de werkelijkheid en bewustheid de rechtvaardigmaking niet anders tot stand komt, noch kan tot stand komen, dan door het klare heldere geloof dat de geschonken en toegepaste gerechtigheid Christi (lijdelijk en werkend) aangrijpt.

Intusschen al stemt ge dit toe, ge moogt daarom als Gereforrneerd theoloog de rechtvaardigmaking niet Luthersch verstaan.

Zonder nu ook dit punt uit te werken, mag toch herinnerd, dat wel de Lutherschen, maar niet de Gereformeerden in de «rechtvaardigmaking" het uitgangspunt van hun geloofsbeschouwing namen. Dit deden wel de Lutherschen, omdat zij uitgingen van de vraag hoe de mensch tot vrede der conscientie komt, maar niet de Gereformeerden, die, heel anders, in God zelven hun uitgangspunt namen, en vroegen: Hoe komt God tot zijn eer en zijn recht ?

Dit nu dwong de Gereformeerden ook in heel het stuk der rechtvaardigmaking op de theologische zijde van dit leerstuk steeds meerder nadruk te leggen.

Gelijk toch ook aan Ds. Bos niet onbekend kan zijn, sloop telkens weer de half-Arminiaansche poging in, om het te doen voorkomen, alsof het eigenlijk de mensch ware, die door zijn geloof de rechtvaardigmaking afsloot en voleindigde.

Langs allerlei fijne sluipwegen is dit telkens weer beproefd, en daartegen nu was geen ander afdoend verweer, dan in het teruggaan van de uitwerking op het vermogen, van het actualiter op het virtualiter, gelijk we zooeven dit aantoonden.

Daarbij echter kon men niet blijven staan.

Over geheel de linie moest het feit gehandhaafd, dat God en God alleen, vrijmachtig en van het schepsel onafhankelijk, de oorzaak en de werker der rechtvaardigmaking is.

Er moest hier ook met den Middelaar gerekend, en van Hem betuigt de apostel: »dat wij medegezet zijn in den hemel", dat »Christus opgewekt is tot onze rechtvaardigmaking", dat zoo iemand in Christus Jezus'is, het oude is voorbijgegaan, en alles nieuw in hem is geworden, ook al leert die zelfde kerk van Corinthe hoeveel »ouds'' er nog in de toenmalige Christenen inzat.

Ook dit alles kon dus niet »uitwerkenderwijs", maar moest »vermogender wijs" worden verstaan.

Het was niet alzoo uitgewerkt, maar de kiemen, de zaden er voor zaten alzoo in Christus in.

En zoo nu op die lijn voortgaande, kon men niet rusten eer men uitkwam in Gods eeuwigen raad, die toch de bron en de springader is waar alle heil uit voortvloeit, en gold het ook hier, dat, niet naar de uitwerking, maar naar het verborgen vermogen, de rechtvaardigmaldng in het besluit besloten lag.

Maestricht noemt dit de »doening der «rechtvaardigmaking" in het verstand Gods, gelijk ze daarin begrepen is geweest, van eeuwigheid, door het besluit om te rechtvaardigen.

De Heilige Schrift leert ons dat er een doen Gods omtrent de uitverkoren personen bestaat nog eer ze geboren zijn. »Eer Ik u in uw moeders buik formeerde, heb Ik u gekend, en eer gij uit de baarmoeder voortkwaamt, heb Ik u geheiligd". Zelfs heet het: »Ja, ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde."

Kan nu God den zondaar als goddelooze liefhebben, of heeft Hij hem Hef met een eeuwige liefde, als een uitverkorene die te zijner tijd gevvisselijk zal gerechtvaardigd worden? Eu indien het laatste, gaat dan niet de liefde Gods in hem in den diepsten grond naar den rechtvaardige uit?

En ook is er dan geen vrucht van Christus' werk regelrecht en aan alle geloof voorafgaande, ter verzoening van onze schuld ?

Verder gaan we hierop thans niet in.

Indien maar geen poging van de zijde van Ds. Bos wordt gedaan, om iets, wat dan ook, af te dingen op het absolute auteurschap der rechtvaardigmaking in God, en indien hij om hetgeen actualiter nog niet is, datgene wat virtualiter bestaat maar niet verwerpt, zullen wij geen eisch stellen, dat hij ten deze ons in het gevlei kome.

Zelfs geven we toe, dat te spreken van «rechtvaardigmaking van eeuwigheid" altoos en elliptische uitdrukking is, die dezelfde egenstrijdigheid iti zich bevat, als er schuilt

in het zeggen tot Jeremia: »Eer gij er waart, heb Ik u gekend."1)

1) De heer Ds. Bos meldt ons, dat hij verzuimde het nummer van de Heraut aan te halen, waarin ons oordeel over het kind van een hypocriet voorkwam. Het citaat was genomen uit de Heraut van 20 Mei, artikel: Ter geruststelling.

Metteidaad spraken we daar uit, dat het kind van een hypocriet niet tot het zaad der kerk behoort en geen recht op den Doop heeft.

Zoo oordeelen we nog; en verstaan zelfs niet, hoe iemand anders k: iii oordeelen.

Een kuid van een hypocriet is geen kind van een geloovige, wat heeft het dan op den Kinderdoop voor recht?

Natuurlijk kan het daarom zeer wel een uitverkorene zijn, en indien het later tot belijdenis komt, ontvangt het ook den Doop. Maar aan de hypocrisie van zijn vader of moeder kan het nooit eenig recht op den heiligen Doop ontleenen.

En acht men nu dat het als uitverkoren dan toch wel tot het zaad der kerk behoort, dan twisten we hierover niet. Dan toch hangt alles af van de vraag, of ge onder zaad der kerlc alle uitverkorenen, of wel alle kinderen der geloovigen verstaat.

Wij namen het in den laatsten zin, en houden dien nog voor den meest gewonen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 januari 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Rechtvaardigmaking.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 januari 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken