Bekijk het origineel

Van erger tot erger.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van erger tot erger.

8 minuten leestijd

Amsterdam, 7 Febr. 1896.

Gewone Iceken maken zich geen denkbeeld van den snellen afloop der wateren, waarmede de Moderne orthodoxie tot al krasser ondermijning van de Heilige Schrift en al driester verwerping van de belijdenis der vaderen voortschrijdt.

Het groote probleem is geweest, om over de Schrift heen te komen.

Van de Confessie, en de overige Formulieren van eenigheid, had men'zich spoedig losgemaakt, door steeds op de Heilige Schrift te wijzen als het eenige fondement dat^van Godswege gelegd was.

Maar natuurlijk daarmee vorderde men niets. Bij de uitlegging van de Schrift kwam men toch aanstonds weer voor de vraag te staan, of de vaderen de Schrift dan niet zuiver hadden vertolkt, eu aan die vraag toegekomen, moest men, tot bescliamens toe, telkens erkennen, dat metterdaad de nauwkeurigheid en eerlijkheid van hun uitlegging boven allen lof verheven was.

Om vrij te komen, en naar hartelust heel de heilige godgeleerdheid naar eigen phantasie en neiging te kunnen omzetten, moest daarom de aanval al spoedig op de Schrift zelve worden gewaagd.

Eerst schrok men daar zelf voor terug, daar men zeer wel gevoelde, hoe hiermede de grens overschreden werd, die Ethischen en Modernen dusver nog scheidde.

De Ethischen der oudere school bleven dan ook schuchter in hun wijze van uitdrukking, ontzagen het»geloof der gemeente" gelijk men het noemde, en bepaalden zich meermalen tot de negatiën met opzicht tot Daniël, Jozua en soortgelijke boeken.

Maar de Ethischen der jongere school dachten er al spoedig heel anders over. Dat ontzien van het »geloof der gemeente" was toch, welbezien, niets dan een praatje voor de vaak. Of wie anders dan zij zelven vormden en bepaalden dit »geloof der gemeente? " Zooals zij het van den kansel leeraarden en op hun catechisatiën inprentten, nam de goê gemeente het zonder aarzelen aan. Wie voor dat geloof nog uit den weg ging, deed dus weinig anders dan vluchten voor zijn eigen schaduw. Ook die gehechtheid van de Ethische gemeente aan de Schrift werd zeer overdreven. Op den keper bezien was die zoo sterk niet meer. En zoo men in Utrecht, Leiden en Groningen maar flinkweg dat Schriftgeloof aantastte en afbrak, en de jonge predikanten ijverden er rondweg tegen, dan was er geen quaestie of in een tiental jaren behoorde heel die ^.gehechtheid aan de Schrift" tot de traditiën van het verleden, en stond men tegenover de gemeente zonder band of teugel van wat aard ook, geheel vrij om te leeraren wat men zelf verkoos.

Zoo is het dan ook geschied.

Met een overmoed, die u verbaasde, kwam de ééne hoogleeraar voor en de andere na de Heilige Schrift om haar gezag brengen. Natuurlijk ging dat altoos onder hooge waardeering van haar geestelijken inhoud. Niet uit vijandschap tsgen, maar uit liefde voor de Schrift was die critiek geboren. Niets zou de gemeente er bij verliezen, veeleer alles er bij winnen. Nu eerst zou vrije, dege, ware Schriftbeschouwing het eigenlijke wezen van het Evangelie duidelijk doen uitkomen. Maar met dat al werd de Schrift, boek voor boek, losgerafeld; nu in dit, dan in dat stuk der Schrift de onberispelijkheid der Moderne critiek toegegeven. En niet lang meer, of de Moderne critici vroegen zich af, waartoe ze met hun arbeid nog zouden voortvaren. Of aan wie beter dan aan deze Moderne orthodoxen kon de ver-j dere ondermijning van het gezag der Heilige Schrift worden toevertrouwd?

Zoolang zij, Modernen, vooruitschoven, wekten ze bij de gemeente nog aldoor eenig wantrouwen. Maar nu de Moderne orthodoxen zelven met gelijke] negatie optraden, liep de gemeente, zonder kwaad te vermoeden, de fuik in, en lag het Schriftgezag almeer verlaten.

Natuurlijk zou dit heel anders geloopen zijn, indien in de gemeente het echte geloof nog geheerscht had. Het echte geloof klemt zich altoos aan de Schrift vast. En wie zich wel waarlijk een verloste in Christus weet, voelt in zich den ijver opwaken voor 's Heeren Naam, zijn Woord en zijn Dag.

De gemeente mist dus elk., recht, om de schuld van zichzelve op de afvallige leeraren te werpen. Had zij vaster gestaan, de afval der leeraren zou niet alzoo zijn doorgegaan. Zelfs is het niet te sterk gezegd, dat zij door steeds bij »geliefde leeraren" te zweren en met hun beminnelijke persoonlijkheden te dwepen, hun het pad" geëffend heeft, waarlangs zij tot deze verlating van de Heilige Schrift zijn afgegleden.

Toch is men op dit hellend vlak zelfs zóó nog niet tot stilstand gekomen.

De afval gaat steeds verder, en om zich een eenigszins juist denkbeeld te vormen van de nieuwe phrase, waarin de verleiding van dezen kant voor de gemeente treedt, behoeft men slechts kennis te nemen van de openingsrede waarin de jongste hoogleeraar in de dogmatiek te Jena dezer dagen zijn ambt aanvaard heeft.

Deze hoogleeraar, de heer H. H. Wendt, aanvaardde op 28 Oct. j.l. zijn ambt in de Theologische faculteit, en gaf in korte trekken duidelijk te verstaan, in wat licht hij zijn taak beschouwde.

Ook voor hem was de formule van het gezag der Heilige Schrift een nietszeggende phrase geworden. Of wie zou b.v. aan de brieven van een man als Paulus gelijke waarde willen toekennen als aan de prediking van Jezus zelven?

•J. Nietj |om^: |^PaulusJ^of Johannes, ||maar|om Jezus alleen moest het der gemeente te doen zijn. Op hem en zijn woord moest worden teruggegaan.||Naar^zijn5geest, ''^: zijn^'jbedoeling en de strekking vanj|zijn prediking moest steeds ernstiger onderzoekJworden^ingesteld. Al het overige der Schrift had slechts waardij en beteekenis voorzoover het over^dit^onderzoek eenig licht wierp.

Dit mag echter niet zóó opgevat, alsof hetgeen Jezus leeraarde voor ons regel en norma zou zijn.

Integendeel, wat Jezus, sprak, sprak hij in zijn tijd, onder den invloed van de toenmalige tijdsomstandigheden, ; met.het^oog op de vragen die toen juist aan de orde kwamen, en dat alles op zeer populaire wijze.

Ons doel moest.^derhalve zijn, al dit bijkomstige uit te zuiveren, in die schelp de verborgen perel . op te zoeken, !, en deze wetenschappelijk uiteen te zetten met het oog op onzen tijd en de vragen die ons bezig hielden.

Die parel kon dan uiteraard niet anders zijn^4'^an2; een^]zeer algemeen beginsel, en zoo oordeelt hij, dat het resultaat van het Evangelisch onderzoek eeniglijk hierop neerkomt, dat aan al Jezus' uitspraken ten grondsIagj|lag een onbepaald geloof aan ket zedelijke liefdewezeri^^e)i§f.an den liefdewil van God.

En feitelijk komt dus heel zijn stelsel hierop neer, dat we uit de Schrift dat beginsel van het liefdewezen Gods overnemen, en nu voorts op onze manier dit beginsel in verband zetten met onze toestanden en met de; nooden onzer ziel.

Geen [quaestie dus, of deze nieuwmodische orthodoxie heeft de laatste banden die haar nog aan de belijdenis der vaderen bonden, doorgesneden. Ze komt uit bij puur subjectieve willekeur. Ze maakt van alles alles. Elk systeem dat aan het Christendom ganschelijk vreemd is, kan onder dealgemeene formule van^hetJ»liefdewezen^Gods"; binnengeloodsd.

En met zulk een stelsel treedt men thans op, niet onder de erkentenis, dat men met het Christendomjj breekt, maar onder het bedrieglijk en misleidend voorgeven, dat men eerst zoodoende tot de kern van iiet Evangelie doordringt, en eerst op die wijs het woord van Jezus boven het woord van Paulus tot zijn eere doet komen.

Ten onzent is men nu zeker zóóver nog niet, ook al ontbrak het niet aan teekenen die sym-pathie voor deze nieuwe school ook onder onze zVermiltelungs-theologen, verrieden.

Doch dit was steeds zoo de gang van zaken. Duitschland was ons altoos een twintig jaren vooi", eu onze Vermittelungs-theologen komen in de achterhoede der Duitsche theologen achteraan.

Voor ons bestaat er dan ook geen de minste twijfel, of na niet lange dagen zal dezelfde theorie ook hier te lande ingang vinden.

Onder den schijn van Jezus Ijooger te eeren, zal de laatste gebondenheid aan het Woord worden prijsgegeven.

Ten slotte zal het alleen geestelijke vrooinheid zijn, die zich als maatstaf aandient.

Van'het voorwerpelijke geheel losgemaakt, zal men zichzelven en de gemeente in den stroom van het onderwerpelijke doen afdrijven.

En niet meer de kerk noch dé belijdenis noch het Woord, maar uitsluitend de particuliere gevoelens en opiniën van den predikant ter plaatse zullen richtsnoer voor de gemeente van Christus worden.

En toch, ook als het zoover zal gekomen zijn, zal het ons. Gereformeerden, niet verrassen kunnen.

Toen we in 1878 den strijd tegen Prof. Gunning opnamen, om onze Nederlandsche theologen naar de Heilige Schrift als het eenig beginsel der Godgeleerdheid terug te roepen, hebhen we het duidelijk uitgesproken, hoe er op den weg der Ethischen aan geen stilstand te denken viel; hoe ze van negatie tot negatie moesten voortschrijden; en hoe er tegen deze verslapping der beginselen maar één afdoend medicijn geboden was in den onvoorwaardelijken terugkeer tot de aanvaarding van de Heilige Schrift als regel voor ons geloof, en onzen wandel.

Zoo komt het dan nu ook uit.

Zij die ook in de Hervormde kerk nog aan de Heilige Schrift zich vastklemmen, bieden nog tegenweer en kunnen voor de toekomst nog tot daden bekwaamd worden; maar geheel die breede schare die met de Ethischen steeds verder afdreef, heeft geen standpunt 'meer, van waaruit zij een reactie van zich kan doen uitgaan. ,

Ze' moet voort en verder, tot zij ten slotte uitkomt nog achter de banier waar de Modernen eens stonden toen de strijd tusschen Van Oosterzee en Doedes eenerzijds en Scholten en Opzoomer anderzijds, het hevigst was.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 februari 1896

De Heraut | 6 Pagina's

Van erger tot erger.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 februari 1896

De Heraut | 6 Pagina's

PDF Bekijken