Bekijk het origineel

Woeling.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Woeling.

7 minuten leestijd

Amsterdam, 2, 1 Febr. 1896.

Voor wie geen vreemdeling was in ons hedendaagscli Jeruzalem, en de werking der zielkundige motie.ven doorzag, kon het na 1886 geen geheim blijven, aan wat ongerijmde illusie zij zich overgaven, die waanden, dat, na de uitvverping der - Gereformeerde belijders, de woeling der watereu in de Genootschappelijke zee tot ruste eii stilstand zou komen.

Men heeft zich dat, in den roes der overwinning, wel zoo ingebeeld, maar deze inbeelding rustte op zelfbedrog.

Ja, eenige vrucht heeft het Hervormde Genootschap uit de Doleantie zeer zeker getrokken.

De Synodale Besturen, die vroeger altoos dreigden, maar nooit door dorsten tasten, kregen er nu den schrik in.

In den eersten tijd dorst bijna niemand meer een aanmerking op de Synodale Besturen maken; ' en diezelfde mannen, die drie jaren vroeger op den predikstoel, ia geschriften, en 'n\ vergaderingen geen woorden sterk en fel genoeg konden vinden, om de snoodheid dezer Besturen op de kaak te stellen, werden nu, o, zoo gedwee en zoo mak; repten vati niets meer; en begonnen van lieverlede zelfs de eere en de waardigheid en het goed recht dierzelfde Synodale Besturen te verdedigen.

Voor ons was dit natuurlijk pijnlijk om aan te zien. Nu men ons er uit had ge­ z worpen, nu werden deze Synodole Besturen geprezen en geloofd.

Iets wat ge allerminst moet toeschrijven aan opzettelijke boosaardigheid. Van harte ging dat zelfs niet.

Maar toen men, aan het beslissende keerpunt toe gekomen, eenmaal moest kiezen of deelen, sprak het vanzelf, dat wie tegen ons koos, daarmee koos voor de Synodale Besturen, en dat men, om nu daarna die keuze voor zijn eigen consciëntie te rechtvaardigen, die Besturen wel in een ander licht moest gaan bezien.

Ook was het een werk der Doleantie, dat men meer dan in lange jaren voor de »kerk" ging gevoelen. Hooge en lage autoriteiten hadden zich in de ure des gevaars opgemaakt, om gevaar van haar af te wenden. Meer nog, de mannen van aanzien, die vroeger naar geen kerk omzagen, begrepen dat het zaak was, om dit instrument van het conservatisme, toen het waggelen ging, te stutten. Zoo vertoonde men zich weer in de kerk. Men begon weer voor de. kerk te geven. En wie, met nauwkeurigheid, de historie van het Hervormd Genootschap zal beschrijven, zal de erkentenis niet verhelen kunnen, dat het in 1886 en de eerst daarop volgende jaren, metterdaad teekenen van opleving vertoonde.

Zelfs vermoeden we, dat men nog verder zou kunnen gaan, en staande houden, dat sinds 1886 de Moderne papieren op onze kerkelijke markt gedaald zijn. Men zag vrij algemeen, dat het met de Moderne predikanten toch niet ging, dat ze de kerken leeg en de kas arm preekten, en dat het eenig middel, om evangelisatie en conventikel te voorkomen, bestond in den terugkeer tot zekere dosis orthodoxie.

Ook in dit opzicht mag de vrucht der Doleantie dus uitnemend heeten. Want al stonden we confessioneel en kerkelijk lijnrecht tegen dit Genootschap over, we zijn daarom niet blind voor het feit, dat dit Genootschap nog zekeren invloed oefent op een groote massa onzer landsbevolking, waarop de Gereformeerde kerken geen invloed hoegenaamd kunnen uitoefenen, en natuurlijk is het ons niet onverschillig, of deze invloed in Moderne richting werkt, of wel nog min of meer doortrokken blijkt van zekere orthodoxe tinctuur.

Gelijk elke crisis van dien aard, zoo heeft ook de Doleantie het dubbele nut gesticht, dat ze door actie vele kerken vrijmaakte, en door reactie vele nog onvrije kerken toch eenigerniate rehabiliteerde.

Kenners der historie weten, dat het precies zoo ging bij de Reformatie der i6e eeuw.

Op veel breeder schaal had die toenmalige crisis precies dezelfde dubbele uitwerking, eenerzijds dat ze door haar rechtstreeksche actie menigte van kerken van de pauselijke hiërarchie vrijmaakte, en anderzijds dat ze op de kerken die nog onder Rome bleven, bij wijze van reactie, een zuiverenden en louterenden invloed oefende, met name door het Concilie van Trente.

Na tien jaren beschouwen we dezen loop van zaken zonder eenige passie, gansch nuchter en objectief, en meenen alsdan te mogen constateeren, dat de crisis van 1886 in eik opzicht, zoowel voor ons, als voor onze tegenstanders, een goede vrucht droeg.

Dat deze vrucht niet kon geplukt worden, dan ten koste van veel onaangenaams en droefs, bekennen we natuurlijk. Maar is het niet de regel des levens, dat er geen baren is zonder barenssmarte ?

Doch al sluiten we het oog in het minst niet voor deze gunstige reactie in het Hervormd Genootschap, dit verzwakt in niets onze overtuiging, dat de voorstelling, alsof ei na de Doleantie & ca.-t> eeuwigepays" m.AQ Hervormde kerk zou heerschen, op niets dan illusie berust.

Wat zijn tien jaren in de geschiedenis o eener kerk, die reeds zoo wisselende lotgevallen doorliep, en toch, wat is nu, na tien jaren, de woeling, de beweging in deze wateren niets reeds weer merkbaar geworden.

Het is zoo, er gaat nog geen hooge golfslag, en er liggen nog heel wat vaten olie op het dek, om als het schip mocht gaan stampen, over de al te woelige wateren te worden uitgegoten; maar het spelevaren langs de kust in de spiegelgladde wateren, gelijk dit in en omstreeks 1890 aan de orde was, heeft toch reeds uit.

Door allerlei kleine quaesties ontstaat er reeds allerlei ongelegenheid. De Modernen zijn niet op hun gemak. De Gereformeerden wilden om wat liefs, dat er eens een frissche bries ging waaien. En zelfs de Ethischen zijn althans op één punt niet zonder zorg.

Binnen de kerkmuren wanen ze het nog wel te zullen redden, maar ze beginnen toch een bedenkelijk gezicht te zetten over de Theologische faculteiten.

Eenmaal op den katheder worden die heeren Theologen zoo heel vrij, bijna overmoedig. De wetenschap dat juist die vrijpostigen voor worden getrokken, oefent reeds vooruit zekeren invloed op de professoren in spe. Zoo komt er zekere neiging op, om de een den ander ia het negeeren van dit en het ontkennen van dat en het verwerpen van een derde iets voorbij te streven En het eind is, dat zelfs de Utrechtsche faculteit thans haar laatste overblijfsel van de erfenisse-Oosterzee-Doedes-Beets opteert. Heel binnenkort zal de vraag gaan rijzen, of Leiden niet veiliger is dan Utrecht.

Hierover nu is men niet op zijn gemak, en naar verluidt; zijn er zelfs reeds plannen besproken om een eigen Seminarie op te richten.

Om den schijn te redden, zou het dan een llteologisckt facidttit heeten, maar natuurlijk, een Seminarie was en bleef het. Dit Seminarie zou dan uitgaan van de Synode n h v n het Genootschap. Zoo zou men heer en eester op zija erf blijven. En de Theoloische faculteiten aan de Overheidsscholcn onden dan van lieverlee verdwijnen.

Mocht dit gerucht zich bevestigen, dan ullen wc ook hierin ons hartelijk verblijden.

Het zal toch koren op onzen molen zijn.

Een bevestiging van wat dezerzijds van 1876 af, bij de Wet op het Hooger onderwijs, gezegd is, dat de toen aangenomen halfslachtige regeling niemand kon bevredigen, en dat er niets anders overschoot, dan tegenover zulke Rijksfaculteiten eigen Scholen op te richten.

Maar of de heeren slagen zullen... we zouden het betwijfelen.

Dat het millioen, dat men zegt noodig te zullen hebben, bijeen ware te brengen, is reeds verre van zeker; want tegen zulk een plan keert zich terstond de invloedrijke toongevende kring, die belang heeft bij de Rijks-hoogescholen.

Doch aangenomen, dat het millioen te vinden ware, met geld alleen zijt ge er nog niet.

Meer nog dan op geld komt het bij Hooger onderwijs ©p talent, op geest, op beginsel, op methode aan.

Men kan zulk een stichting niet in.het leven roepen, of ze moet een èasis hebben.

Zal nu disi basis z\]r\ & c Hervormde kerk?

Maar dan hebt ge weer Modernisme, Groninger richting. Gereformeerde, Ethische en wat niet al meer saam.

Dit kan dus niet.

Maar wat dan ?

Stellig niet de Drie Formulieren van eenigheid 1 En ook niet de Twaalf Geloofsartikelen ?

Gunnings denkbeeld, om den Naam van Jezus Christus te kiezen, zal ook wel aan niemand in de hersenen komen.

Blijft dus alleen de Heilige Schrift.

Maar die erkent Rome ook, en de Luthersche ook, en wij ook. Met de Heilige Schrift is men nog niet Hervormd.

En dan, stel al, dat men de Schrift koos, hoe zou men dan die Schrift nemen? Zoo als Luther of als Calvijn? Zoo als onze Confessie ? Ot zooals de Moderne critici haar voorstellen?

Maar ge gevoelt immers, hier is geen vastigheid, hier is geen hoeksteen, hier is geen fundamentstuk te vinden.

Altegaar woelende wateren, en die wateren brekend op een kruiend oeverzand.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 februari 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Woeling.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 februari 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken