Bekijk het origineel

„Ook is de nacht uwe”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Ook is de nacht uwe”.

11 minuten leestijd

De daa: acht uwe en de 2on is uwe, ook is de ; Gij hebt het licht bereid Ps 74:16.

Zooals ge onder het lezen van een boek, een stuk overslaat dat er niets toe doet, zoo slaat meer dan één tusschen de dagen zijns levens de nachten eenvoudig over.

Een etmaal heeft dan niet vier en twintig, maar zestien of zeventien uur. En dan rekenen ze met den tijd van hun opstaan in den*morgen tot aan den tijd dat ze s'avonds laat het hoofd op het kussen leggen; maar de nacht, die daartusschen ligt, telt niet meê. Vooral is dit zoo bij gaaf gezonde personen die dadelijk inslapen als ze de veeren ruiken, en, ook al hebben ze gedroomd, er niets van weten. Voor dezulkenis de nacht eenvoudig een stuk, dat uit hun leven uitgaat. Ze worden als ze slapen gaan in onbewustheid ondergedompeld en, eerst als de zon weer boven de kim staat, steken ze het hoofd weer uit die wateren der zelf-vergetelheid omhoog. Iets wat nóg sterker is bij kleine kinderen, die als rozen heel den nacht doorslapen, en bij het weer ontwaken zelfs geen flauw besef hebben van de lengte of duur van tijd, dat ze sliepen.

Zieken, die weten er van. En niet minder vermoeiden van hoofd, lieden wier zenuwen overprikkeld zijn, of wier hoofd dreigt te bersten van benauwende zorgen. Als men uren worstelt om in slaap te komen, en toch. den slaap niet vatten kan, of ook, even ingeslapen, ijlings weer met angst opschrikt. Dan is vooral een lange winternacht haast niet om door te komen, en brengt u de eerste lichtstraal die weer door het venster-binnenkomt, een waar gevoel van verlossing. Ook voor hen die bij onze kiranken waken, kan zulk een nacht Taenauwend langzaam voortkruipen. Maar verreweg de meesten, vooral onder hen die met de handen arbeiden, weten daar niet van. Ze zijn .'s avonds moede. Ze verlangen er naar om met hun kleed de zorgen des levens van hun schouders te laten glijden. En al doorleven ze den nacht, in wat die nacht is, leven ze niet in. Maar kom nu bij mannen van dieper ingedrongen Godsvrucht, gelijk een David en Asaf en terstond wordt dit o, zoo anders.

Dan is er ook over dien nacht een nadenken, dan wordt er ook met dien nacht gerekend, dan wordt ook van dien nacht aan onzen trouwen God en Vader de eere toegebracht.

Ik lag neder en ik sliep, en ik ontwaakte, want de Heere ondersteunde mij."

Of zooals Asaf het uitroept: »De dag is uwe, ook is de nacht vwe^ o, mijn God."

Beseft ge niet den hoogeren levensernst die hierin spreekt?

De nacht van uw slaap is gemeenlijk een derde deel van uw levensdag. Met het ter ruste gaan en weer opstaan, elk etmaal acht op de vier en twintig uren. Voor wie den ouderdom van vijf en zeventig jaar mag bereiken, nam de slaap vijf en twintig volle jaren, dag en nacht saimgerekend, uit zijn leven weg.

En dat derde deel van uw leven zoudt ge Veronachtzamen mogen, er niet op merken, ? ër geen oog voor hebben, doen alsof ge er niet van wist?

Leer ons alzoo onze dagen tellen, " bidt de sPsalmist, " dat we een wijs hart bekomen, " en het »Leer ons alzoo onze nachten tellen", ligt daar immers in besloten.

Ook in den nacht, als ge bewusteloos nederligt, zijt ge er toch, ge bestaat toch voort naar ziel en lichaam, en ook in den nacht heeft er iets in u, en iets met u, plaats. Ge staat niet op, zooals ge uw moede haofd nederlegdet, maar • heel anders, verhelderd in uw denken en veririscht in uw kracht.

Uw nacht is zelfs van zooveel gewicht, dat liet niet te sterk gesproken is, zoo men zegt, dat ge overdag teert op het kapitaal, dat ge 's nachts opdoet. Of wilt ge anders, dat ge arm aan kracht naar bed gaat, en des morgens rijk aan kracht het leven v/eer ingaat.

Heb maar eens een nacht, dat slapeloosheid u kwelde, of dat ge zelf in uw dwaasheid, zooals er in Job 17:12 staat, »den nacht in tien dag hadt veranderd, " en merk het dan maar aan uw onbekwaamheid voor uw taak en aan het matte gevoel van uw zenuwen, wat het is, als ge dien toevoer van kracht uit de Fonteia des levens ook maar één nacht hebt gemist.

En daarbij denken we dan meestal nog alleen aan onxe lichaamskracht. Aaa. de genezing van onze vermoeide spieren door rust. Aan de gezonde spanning van de verslapte zenuwen door het uitblijven uren lang van eiken prikkel. Aan de verfrissching van ons bloed. Aan de ontspanning van heel ons lichaam door het nederliggen, het niet in ons kleed gebonden zijn, en de zachte gelijkmatige verwarming van de huid en de opening van onze huidporiën.

En toch er is in den slaap behalve die krachtsverfrissching van het lichaam, nog heel iets anders. De slaap werkt ook op uw geestelijk bestaan.

En dat in elk opzicht.

De slaap werkt op uw denken, en menigeen ondervindt de waarheid van het Fransche spreekwoord: Za niiit porte conseil^ d. i. in den nacht komen onze beste plannen in ons op. Natuurlijk is het dwaasheid, als 'een schooljongen zijn lesboek onder zijn kussen legt, maar geen dwaasheid is het, dat een 's avonds geleerde les, die er nog maar half inzat, in de stilte van dén nacht dieper in ons zinkt, en daardoor zich vaster in het geheugen prent. En ook afgescheiden hiervan weet een ieder, hoe als het hoofd 'savonds weigerde, en men niet meer voort kon, eu de fontein der gedachten ophield te vloeien, diezelfde fontein des morgens weer frisch en overvloedig springt en ons de gedachten doet toestrüomen.

Doch zelfs hiertoe bepaalt zich de inwerking van den slaap op ons geestelijk bestaan niet.

Des nachts, " zoo roept de psalmist uit, - nonderwijzen mij mijne nieren." P^n reeds uit de herinnering van me fiigen'droom weet elk onzer, hoe er in den nacht, terwijl we slapen en het lichaam rust, groote drukte kan heerschen in onzen inwendigen mensch.

Soms is het of een ander, te midderriaclit, in onze ziel binnendringt, om wat wij .overdag aan onze ziel bedorven hadden, weer op orde te brengen, weer olie in de lamp te doen, en heel ons innerlijk leven voor de levenstaak van den volgenden dag weer in gereedheid te brengen.

En metterdaad dit is geen' zelfbedrog, zoo is de werkelijkheid.

Eiken avond alj ge in den slaap gaat, laat ge, u zelven los, en is er een Ander die u opvangt in da armen zijner ontferming, en dieAüdereis de Heere uw God.

Hij alleen is het, die u bijhetingaan van den nacht van uzelven overneemt, om u in den nacht te bewaren en te ververschen, en u in den mor­ gen weer vernieuwd aan uzelven terug te geven.

Maar in den nacht heeft Hij u; is Hij het, die u draagt en houdt; die u onderhanden neemt, om u naar lichaam en naar ziel te bewerken. En zoo is uw God den ganschen nacht met _u bezig, zonder dat gij er zelf iets van merkt.

Bij dag zijt ge óók wel in zijn hand, maar in den nacht toch nog heel anders en veel sterker, want in den nacht haalt God u van uzelven weg, om u, buiten uzelven om, te bewerken en te reinigen, en met een nieuw kapitaal van lichamelijke en geestelijke kracht toe te rusten, en u daarna weer in het bewuste leven terug^te brengen.

Dat noemt de wereld dan de Natuur, en ze ondergaat het zonder er zich rekenschap van te geven, zooals de beer wegduikt in zijn winterslaap.

Maar wie God eert en God vreest, voor dien gaat er in dat nachtelijk leven hoe langer zoo meer een rijke wereld open. Voor dien krijgt het leven in den nacht de beteekenis van een uiterst gewichtig stuk historie. En meer nog dan op den dag is het in den nacht dal Gods kind het werk leert opmerken, dat zijn God aan zijn ziel en aan zijn lichaam doet.

Een derde deel van ons aanzijn, d. i. eiken nacht, worden we door God, gelijk het scheepke uit den stroom op de helling, zoo uit den stroom des levens weggenomen. In den nacht herstelt Hij de geleden schade. En 's morgens als de haan kraait, brengt diezelfde God ons zonder averij weer in de vaart des levens terug.

En nu kunt ge wel zeggen: sZij dit alzoo, dat gaat dan toch buiten mij om, en kan dus tot mijn eigen ziel to^: h niets zeggen, " maar dit Is niet zoo.

Dat leert de Schrift en de ervaring van de heiligen u v/el anders.

Niet alleen toch dat de psalmist betuigt, dat des nachts zijne nieren hem onderwijzen, fnaar keer op keer brengt de Schrift u de actieve betuiging, van den man die de Wet des Heeren overdenkt bij dag en bij nacht^ of ook den uitroep: ȟe Heere zal des daags zijne goedertierenheid gebieden, en des nachts zal zijn lied bij mi] zijn."

Want slapen is wel slapen, en als men eenmaal sweg is" in zijn slaap, denkt men niet meer met zelfbewustzijn; maar het scheelt toch, hoe, en met welke overleggingen en gedachten men inslaapt, en welke gewaarwordingen in ons opkomen bij het ontwaken.

En nu hebben de vromer kinderen Gods er steeds naar gestreefd, om 's avonds eer ze te bed gingen, hun gedachten van de wereld los te laten, door lezing van het Woord en door gebed hun gedachten aan de dingen des eeuwigen koninkrijks aan te knoopen, en onder het neerliggen, eer ze insliepen, de gemeenschap met het Eeuwige Wezen te zoeken.

Het rijkst en zaligst zelfs is dan het inslapen, als men inslaapt alsof het een wegzinken ware in een nacht, •" waaruit men op deze aarde niet meer ontwaken zou. Dat geeft tucht over de ziel. Dat bereidt de ziel. En maakt dat als eindelijk de dood komt, de dood u niet zoo verrast.

Op die v/ijze vvordt dan uw u te slapen leggen niet meer een u overgeven aan uw kussens, maar een bewust u overgeven in de hand van uw God, die' u dan dien ganschen nacht van u zelven overneemt, om u eerst in den morgen weer aan u zelven terug te geven.

Wat in het Hernhutters Avondlied gezegd wordt: sLaat mij inslapend op tJ wachten. Heer, dan slaap ik zoo gerust. Geef mij heilige gedachten, en wees in den droom mijn lust, " is eenigszins overprikkeld. Niet dan hoogst zelden zullen we in den droom gemeenschap met Jezus hebben. Immers we kennen hem niet meer naar het vleesch. En in den. droom is alles voorstelling, uitwendige verschijning. Maar dit nu daargelaten, spreekt uit die bede toch vrome zin. Een besef, dat ook de nacht een deel onzes levens is, dat ook van dien nacht Gode de eere moet toekomen, en dat die nacht ons niet van onzen God mag scheiden, maar ons Hem nader moet brengen,

De dag is uwe, ook is de nacht uwe."

Dat is ten slotte het hoofdpunt, waar het op aankomt.

Wie kan inslapen, zich heel den nacht door zijn trouwen God kan laten helen en bewerken en verfrisschen, en toch 's morgens weer op kan staan, zonder ook maar te denken aan wat zijn God al die uren van den nacht in, aan en voor hem gedaan heeft, is-een Christen meteen verfletste religie. Indien hij al met de vromen loopt, is toch zijn vroomheid hinderlijk oppervlakkig.

Wie daarentegen voor dit groote werk van zijn God, dat in al die uren van den nacht doorgaat en tot stand komt, een oog heeft, die zal danken en loven, o, gewisselijk, vooT alle hulp hem op den dag bewezen, maar stellig niet minder warm en vurig voor de toevoering van kracht en genade, die in den nacht hem toevloeide, naar lichaam en ziel, waardoor alleen het gelukken van het leven ook op den dag mogelijk werd.

Meer nog.

De nacht is het instrument in Gods hand niet alleen om ons te sterken naar het lichaam en ons weer met versche olie te overgieten in de stroef geworden scharnieren van ons geestelijk bestaan, maar de nacht moet ons ook het geloof en niet minder de gemeenschap met onzen God vernieuwen.

De besprenging met het bloed van het heilig Godslam, mOet eiken morgen over u zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 februari 1896

De Heraut | 4 Pagina's

„Ook is de nacht uwe”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 februari 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken