Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

7 minuten leestijd

EEN REIS IN DE MIDDELEEUWEN.

xiv.

NOG GEEN RUST.

Als iemand verre reizen doet,

Dan kan hij wat verhalen."

Zoo zegt het liedje, en had het voor 6 eeuwen al bestaan, dan ware 't zeker toegepast op de Polo's, nu zij eindelijk naar hun vaderland voorgoed terugkeerden.

Te Giaza hadden ze-indertijd het eerst den grond van Azië betreden. Te Trapezunt zeiden ze, na vele jaren, dit werelddeel weder vaarwel. De heen-en de terugreis alleen strekten zich zeker uit over een 50.000 mijlen (kilometers) en dat in die tijden! Maar daarbij moeten dan nog gerekend worden de vele groote reizen, die zooals we zagen, Marco Polo op last van Koeblai-khan ondernam, tijdens de zeventien jaar, die onze Venetiaan in Azië doorbracht. Telt men al die reizen te water en te land er bij, dan komen we zeker tot zeer ver over de honderdduizend mijl. En daar de reis meest door nog vrij onbekende landen ging, hadden de Polo's gewis later heel wat te verteilen.

Toen dan ^ook de Polo's, heel wat ouder dan toen zij heengingen, veranderd ook, maar nog gezond en wel, in Venetië terugkeerden, liep alles uit om hen te zien en te spreken. Vrien­ den en bekenden stroomden van alle zijden toe, om zich te overtuigen, dat werkelijk de Polo's na zooveel jaren en uit zulke verre landen, veilig waren weergekeerd en wezenlijk in levenden lijve weer in Venetië rondvoeren. (Want men bereikt daar elkander veelal per gondel, gezegd schuit.)

Natuurlijk moesten al de vrienden op de hoogte gesteld worden van 't geen de reizigers gezien en beleefd hadden. Met open ooren zaten, allen te luisteren, maar menigeen haalde nu en dan de schouders op en dacht: Ze vergrooten het zeker een beetje of weten het niet zoo net meer, en dichten er nu maar wat bij. Ook kwamen er telkens vele nieuwsgierigen, die, al waren ze geen kennissen, toch ook graag veel hooren wilden. Weldra droeg Marco Polo onder hen den bijnaam van Messer Millione dat is mijnheer Millioen. Dat kwam, doordat hij in zijn verhalen zoo vaak het woord »minioen" moest gebruiken b.v. als hij vertelde van hel ontzaglijk inkomen, dat de Khan had, of van steden met meer inwoners dan menige staat in Europa bevatte. In ons werelddeel rekende men toen meestal hoogstens bij duizenden.

Veel rust scheen onzen reizigers echter niet beschoren. Want nauwelijks waren de bezoekers wat geminderd, en was de eerste weetlust wat bevredigd, of er brak oorlog uit.

Italië is eerst in de laatste tijden één koninkrijk geworden. De ouders van onze lezers zullen zich misschien nog herinneren, hoe in den tijd toen zij school gingen, Italië nog in zeven of acht rijken was verdeeld. Veel vroeger waren er zeker wel driemaal zooveel, en telde men er onder anderen vele republieken, zooals Florence, Pisa, Venetië en Genua. Van die alle is er nog maar één over, te weten San Marino, in Midden-Italië. Maar die is dan ook zóó klein, dat als de klok luidt, men het in de heele republiek hooren kan.

In den tijd waarvan we nu spreken, ongeveer 't jaar 1300, was de machtige republiek Genua in 't westen van Italië, met het niet minder machtige Venetië in het oosten, in strijd geraakt. Nauwelijks waren onze reizigers goed en wel weer thuis, toen het spel begon.

Op zekeren middag zat het drietal gezellig aan den waterkant — dat is in Venetië meteen de huizenkant —te redeneeren, waar de juffrouw die zij begeleid hadden, nu wel zitten zou, toen een vriend uit zijn gondel stapte en binnentrad. Hij bracht slecht nieuws. De Genueezen hadden een oorlogsvloot uitgerust, en die was de Adriatische zee binnengevaren en naderde de stad.

Gij begrijpt hoeveel beweging dit berichtverwekte. De Raad kwam bijeen om te beraadslagen wat te doen stond. Venetië was goed toegerust tot den oorlog, en zoo besloot men dan den vijand niet minder dan negentig welgewapende galeien tegemoet te zenden. Het bevel over die vloot zou de Doge voeren, die Andreas Dandolo heette. (De Doge was de hoogste persoon in Venetië. Zijn naam komt van het Latijnsche dux., in 't Fransch due. »Duc d'alf" is gelijk gij weet, de hertog van Alva, 't Woord beteekent dan ook zooveel als hertog., d, i. leider of aanvoerder in den oorlog).

Nu waren de Venetianen wijs genoeg om naar de beste personen om te zien, die in den te wachten zeestrijd 't bevel konden voeren. Men wist, dat Marco Polo een bevaren zeeman was, en al was hij ternauwernood weer in stad, jtoch werden aanstonds zijn diensten gevraagd. Het bevel over een der grootste oorlogsschepen werd hem opgedragen.

De vloot zeilde uit, en het duurde niet lang, of men kreeg de strijdmacht der Genueezen in 't gezicht, die ook niet min was. Er ontstond een hevig gevecht. De kans was echter den Venetianen niet gunstig. Hun vloot werd geslagen niet alleen, maar zelfs maakten de Genueezen een groot aantal gevangenen, en onder dezen den Doge, Andreas Dandolo, en onzen vriend Marco Polo.

't Had niet aan hem gelegen. Zeer dapper had hij zich geweerd, doch hij werd in den strijd gewond en moest zich toen overgeven. In zegepraal voerden de vijanden de veroverde schepen met de gevangenen naar Genua. Daar werden Dandolo, Polo en de anderen gevangen gezet, totdat over hun vrijlating onderhandeld zou zijn, en de oorlog had opgehouden.

Dat was een groote ramp, zouden we zeggen, vooral voor iemand, die pas van een lange reis komt en nu op een rustig leven hoopt. Toch hebben we 't aan die ramp te danken, dat we zoo goed weten al wat den Polo's op hun reizen is voorgekomen. Want in de gevangenschap had Marco al den tijd en de gelegenheid om zijn reizen in Azië te beschrijven, te meer wijl hij de daarvan gemaakte aanteekeningen kon gebruiken. Zoo ontstond het beroemde reisverhaal, dat gelezen wordt tot op dezen dag, dat Polo's naam beroemd heeft gemaakt, en waaruit ik u hier verteld heb.

(Slot volgt.)

AAN VRAGERS.

Onze lezer, de heer C, M. D. te S., deelt ons mede, dat het ter plaatse zijner inwoning-sedert betrekkelijk korten tijd mode is geworden dat, wanneer een lijk begraven wordt, dadelijk, nadat de spreker geëindigd heeft, door de familieleden en vrienden — soms zeer velen in getal — de schop genomen wordt, om eene hoeveelheid zand op de kist te werpen. Vooraf waren door den grafdelver reeds eenige schoppen zand op de kist geworpen. Hij vraagt nu verklaring van den oorsprong en de beteekenis dier handeling.

We merken hierbij op, dat deze gewoonte op vele plaatsen bestaat, naar we meenen, en hier en daar, juist anders als bij onzen lezer, afneemt. De oorsprong is zeker te zoeken in overoude tijden, toen het begraven niet geschiedde door bepaalde personen (thans sleedaanzeggers", sbidders'', sgroef bidders" of saansprekers" geheeten), maar door de vrienden van den gestorvene. Zoo was het in den heidenschen tijd bij onze vaderen. Van Stefanus lezen we ook, dat »eenige godvruchtige mannen" hem gezamenlijk ten grave droegen. Dezen waren blijkbaar geen huurlingen.

Later werd dit in zoover anders, dat betrekkingen en vrienden wel medegingen, maar de eigenlijke teraardebestelling in hun tegenwoordigheid door anderen lieten verrichten. Zoo is het nu ook. Doch het werpen van een weinig aarde op de kist is een overblijfsel van de vroegere wijze van doen; men neemt daardoor zelf, al is 't slechts een oogenblik, deel aan de teraardebestelling, en de grafdelver geeft daartoe het teeken door voor te gaan.

Mocht iemand het beter weten, dan zij hij zoo goed het te zeggen.

HOOGENBIRK,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken