Bekijk het origineel

De Martelaren.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Martelaren.

6 minuten leestijd

CCXII.

ROWLAND TAYLOR.

Maria, de dochter van Hendrik VIII en Katharina van ArragOD, had den troon van Engeland beklommen en was daarop gehuwd met Fillps II, den Spaanschen vorst, wiens regeering onze vaderen op zooveel bloed en tranen, zooveel verdrukking en vernedering is te staan gekomen. Zij was evenals hare moeder, een trouwe dochter der Roomsche kerk, wier eerste werk, nadat zij de regeering aanvaard had, was het pausdom in Engeland te herstellen en allen, die zich niet voor den paus wilden buigen, ten bloede toe te. vervolgen, een werk, waarin zij door haren gemaal versterkt werd.

Een der eerste martelaren uit dezen bloedigen tijd, die Maria ook haren toenaam van sde Bloedige" heeft geschonken, was Rowland Taylor, de leeraar van de kerk van Haldey in het hertogdom Suffolk. Hij was een man van groote geleerdheid, zoowel op het gebied der rechten als der theologie. Hij was zelfs doctor in de rechten en tevens kapelaan van Cramner, toen hij aartsbisschop van Canterbury was.

Hoe trouw hij als leeraar geweest is, kan ons blijken uit het testament, dat hij, kort voor zijnen dood, schreef en waarin hij hen, die zijne predikatiën hadden gehoord, vermaande, om zich toch niet van het Woord van God af te keeren »Wacht u voor het pausdom, dat fu bedriegt." Ia de voetstappen getreden zijnde van Bilney, die het eerst in Halday de waarheid gebracht had, waary-bor bij den marteldood had moeten stervtn, had hij zijne gemeente steeds gewaarschuwd tegen de zonde des Heiligen Geestes en haar gewezen op de genade des Heeren Jezus als den eenigen weg des behouds.

Nadat Taylor gevangen genomen was, heeft hij meermalen een onderzoek naar zijne geloofsbelijdenis moeten doorstaan. De kanselier Gardiner liet hem zelfs voor zich komen in tegenwoordigheid van den bisschop van Duneline en Burne, zijnen eersten secretaris. Bij die gelegenheid zeide de kanselier: sTaylor, gij zijt een der eersten, dien wij tot ons hebben laten roepen, om u bekend te maken met de goedertierenheid des konings en der koningin, door welke ge zult losgelaten worden, mits gij opstaat uit den val, waarin gij als wij onder de regeering _ van Eduard VI gevallen zijt. Indien ge daarentegen weigert naar ons te hooren, zal uw proces voortgezet worden." Op dat zoete gefluit des vogelaars antwoordde _ Taylor echter waardiglijk: ^Mijnheer, indien ik mij oprichtte op de wijze, als gij mij daar voorstelt, zou ik vallen, diep vallen. Want ik geloof, dat de godsdienst, dien wij in de dagen van koningin Eduard voorgestaan hebben, geheel en al in overeenstemming is met Gods Woord. Hiervan wensch ik echter niet af te wijken, zoolang ik leef."

„Welken godsdienst bedoelt gij" vroeg Burne, want onder Eduard waren verschillende soorten van godsdiensten, ïlk herinner mij nog een Catechismus uit dien tijd, door den aartsbisschop van Canterbury vervaardigd, bedoelt gij den godsdienst, daarin beschreven." Taylor antwoordde: sin 1548 heeft Cramner den Catechismus van Justus Jonas vertaald en dit boek heeft in zijn tijd veel goeds gedaan. Maar sedert is een ander boek verschenen op naam en order des konings Eduard (Service Books nl.). Dit boek, door verscheidene geleerden goedgekeurd en op bevel van het geheele parlement in de kerk toegelaten, is als het ware eene herziening van den Catechismus in alle leerstukken der religie. Hiermee is in ons koninkrijk ingeluid die reformatie, bij welke ik wensch te blijven."

Hierop vroeg de kanselier hem, of hij szijn boek over de Sacramenten" had gelezen. sZeker" hernam Taylor. ïWat dunkt u er van"? vroeg de kanselier weer. Eer de martelaar kon antwoorden, nam een der omstanders het woord en vleide den schrijver van het boek, bewerende, dat het Taylor wel den mond zou gestopt hebben. Het antwoord van den aangeklaagde stelde hem echter teleur. Kortweg toch zeide hij: sDit boek bevat vele dingen, die strijdig zijn met Gods Woord." Dit antwoord kon de kanselier niet verkroppen. Woedend riep hij hem toe: »Gij zijt een onwetende schelm!"

Onwetend noemt gij mij, kanseliei, " sprak Taylor toen weer, en toch heb ik niet zoo weinig gelezen en onderzocht als gij meent. Vooreerst de Heilige Schrift, vervolgens de kerkvaders Augustinus, Chrysostomus, Cyprianus, Origenes e. a. Ook ben ik met het kanoniek en burgerlijkrechtbekend, evenals gij." De kanselier htrinnerde daarop, dat theologie toch zijn lioofdstudie was geweest, waarover hij verscheidene boeken en tractaten geschreven had. sja, " zeide Taylor, ik ken van u een boek sover de ware gehoorzaamheid" getiteld; hadt ge er maar meer zoo geschreven."

Daar Gardiner op dit punt liever niet doorging, bracht hij het gesprek over op zijn geschrift tegen Bucer in zake het huwelijk der priesters. Taylor bekende, dat hij getrouwd was en negen kinderen had gehad, (waarvan vier hem ontvallen waren door den dood). Daarbij handhaafde hij, dat het huwelijk in het algemeen door God gev/ild en door de natuur geboden werd, terwijl het noch door de Apostelen, noch door de conciliën der eerste Christentijden en de rechtzinnige kerkvaders of belijders den priesters en bisschoppen was ontzegd. Voor het eerste beriep hij zich op Paulus in zijne brieven van Tiraotheus en Petrus, voor het tweede op de vier algemeene conciliën van Nicea, Constantinopel, Ephese en Chalcedon, alsmede op Chrysostomus,

Taylor's tegenstanders trachtten door een beroep op Justinianus' Instituten zijn betoog te weerleggen. Het bleek echter, dat de martelaar hun te machtig was in kennis en weerleggingstrant. De kanselier maakte dus een einde aan het gesprek, door Taylor te vragen, of hij tot de Roomsche kerk terugkeeren wilde of niet. De martelaar antwoordde: »Door de genade Gods heb ik mij nimmer afgescheiden van de kerk van Christus." Daarop verzocht hij zijne familie en vrienden in den kerker te mogen ontvangen. Zonder op deze vraag acht te geven, zeide de kanselier: sNog deze week zult gij uw vonnis krijgen."

En dat vonnis kwam weldra. Hij werd veroordeeld om verbrand te woiden. Voor hij srierf schreef hij voor de zijnen de redenen op, waarom hij voor kettersch verklaard was en sterven moest. De eerste was, dat hij het huwelijk der priesters had verdedigd, de tweede, dat hij de transsubstantiatieleer had weerlegd.

Schoon is nog het testament, dat hij zijne vrouw en kinderen naliet. »Vestigt uw vertrouwen op den eenigen zaligmaker Jezus Christus. Gelooft in Hem, hoopt op Hem, vreest Hem, dient Hem, weest Hem gehoorzaam. Denkt niet, dat ik ga sterven, want ik zal niet sterven, maar eeuwig bij den Heere leven. Ik ga u slechts voor en gij zult mij volgen."

Om verbrand te worden werd Taylor naar Hadley vervoerd. Onderweg zong hij psalmen. Toen de martelaar op de plaats zijner bestemming gekomen was, sloeg hij zijne oogen op en zag eene groote schare. Toen kon hij zich niet weerhouden om ha.ar aan te spreken en te vermanen tot den Heere te gaan. De gouverneur der provincie, die zelf overgekomen was, om bij uitvoering van het vonnis tegenwoordig te zijn, legde hem het stilzwijgen op.

Taj'lor zweeg en gaf zijn lichaam over aan den beul. Daar stond hij kalm aan den paal, tot de dood hem uit de strijdende in de triumfeerende kerk overbracht. Het volk, dat van deze dingen getuige was, vermaande den martelaar tot volharding. Nu en dan hoorde men hem noemen, seen goeden herder, die zijn leven gaf voor zijne schapen."

Den 2 2en Januari 1555 stierf de martelaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 maart 1896

De Heraut | 4 Pagina's

De Martelaren.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 maart 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken