Bekijk het origineel

Onthouding.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onthouding.

9 minuten leestijd

VI.

Er zijn ook andere redenen, die meer dan één bewegen, het gebruik van tabak, prikkelend vocht en zooveel meer na te laten, zoo b.v., dat hun trek crn3, ? iï niQt zeer sterk en het genot ervan te duur is.

De trek is bij den één lang niet zoo sterk als bij den ander. Er zijn tal van volwassen mannen, die ter wereld niet begrijpen wat er aan het rooken aan is; van het Schiedamsche vocht hebben tal van personen een afkeer; en wijn is zoo weinig een algemeen gewenschte drank, dat velen er niet naar talen.

Deze onthouding, hoewel zeer uitgebreid van omvang, meer nog bij het vrouwelijk dan bij het mannelijk geslacht, telt men echter gemeenlijk niet mede. Voor onthouding rekent men alleen wat strijd kost om het te laten.

Welnu, die strijd bestaat wel terdege, waar men van alle deze dingen afziet omdat se te duur zijn; er wel trek, soms sterken trek naar heeft, maar gevoelt dat het niet kan, dat er de middelen voor ontbreken, en dat uit dien hoofde de lust en de zin weerstaan moeten worden.

Deze strijd heeft drie vormen, die in graad van zedelijke, waardij verschillen.

De eerste is daar aanwezig, waar feitelijk alle middelen ontbreken. Om dan toch zijn lust te volgen, zóu men moeten borgen of schulden moeten maken, en wie hieraan weerstand biedt, staat natuurlijk hoogerdan wie er voor bezwijkt.

De tweede graad is dan uitkomend, als men het wel zou kunnen betalen, maar op beding dat men allerlei andere dingen die noodiger zijn, niet koopt.

Goede voeding, ordentelijke kleeding, zindelijke ligging gaat vóór genot.

Daarom is er schuld, zoodra men het geld, dat voor die ernstiger behoeften noodig en aanwezig is, daaraan ontneemt en besteedt voor wat strikt genomen niet noodzakelijk is.

Grooter nog wordt die schuld, als men vrouw en kinderen het noodige onthoudt om aan zijn kleine lusten te kunnen voldoen.

Die schuld niet over zich te halen, is een onthouding die we als volstrekt plichtmatig loven.

In edelen zin daarentegen komt de zedelijke zelf beheersching dan eerst uit, als men de gelden, die men anders voor zulke kleine lusten kon uitgeven, besteedt voor geestelijke voeding, goede lectuur en wat dies meer zij, voor zich en voor de zijnen. Waar omgekeerd de man aan zijn lusten wierookt, ook al blijft hij matig, en de geestelijke verheffing en veredeling van zijn gezin, uit gebrek aan geld verwaarloost, is stellig niet zoo geringe zonde aanwezig.

En zoo opklimmende, komen we ten laatste tot een nog hooger graad, maar toch niet zoo hoog, of elk Christen moest zich dien graad als regel voorschrijven, een graad die dan bereikt wordt, als .men zich van allerlei kleine genietelij kheden onthoudt om te kunnen zorgen voor de zake des Heeren en voor zijn armen.

Vooral hierin ligt voor de zake des Heeren nog een goudmijn.

Nog altoos toch zijn er nog heel wat goede en overigens vrome lieden, die denken : sVoor God zijn de overschietende brokken. Voor de zake des Heeren geef ik alleen wat er overblijft."

Ze zetten dan op hun budget eerst wat zij zelven persoonlijk noodig hebben; dan wat er voor hun gezin afmoet; en als er dan nog iets overblijft, dan is dat ova. weg te geven. En niet zelden slaan dan zelfs zeer gegoede menschen hun eigen behoeften en die van hun gezin zóó hoog aan, dat er om wel te doen, weinig meer dan een zeer zeer klein sommetje overschiet. En van dat kleine sommetje doet men dan meê als er gegeven moet worden, maar zelfs dan nog o, zoo dikwijls meer omdat men het fatsoenshalve niet laten kan, dan uit liefdedrang des harten.

Natuurlijk heeft men dan zijn loon weg.

Is er nu daarentegen ieniand, die op zijn budget eerst zet, wat er voor God afmoet, dan wat zijn gezin eischt, en nu merkt, ja, op die manier blijft er voor mijn rooken of voor een glas wijn niet over, en het er dan 'ook niet voor uitgeeft dan staan we hier voor een zedelijke onthouding, die we zeer hoog aanslaan.

Ja, we gaan verder.

Als de nood aan den man komt, en er voor de zake Gods of voor de armen meer geld noodig is, dan heeft men volle zedelijk recht om tot een ieder te gaan, die nog geld blijkt te hebben, om te rooken en een glas wijn te drinken, en zich al zulke kleine genietelij kheden te veroorloven, en tot hem te zeggen: Lieve broeder, dat geld dat ge anders verrookt of verdrinkt, zal er aan moeten. Voor 's Heeren zaak is het noodig.

In elk geval, heeft iemand, die nog geld voor zulke dingen uit kan geven, ^< ? ^« recht om afwijzend te beschikken op een aanvrage voor 's Heeren zaak in zijn levenskring.

Ook bij deze onthouding echter, die we zeer hoog stellen, zij men op zijn hoede tegen overdrijving.

Geleid door het motief van deze soort onthouding, zou men toch al spoedig aldus kunnen redeneeren: Voor de zaak des Heeren is altoos geld noodig, is er nooit genoeg, geld. Laat dus onverwijld een iegelijk alle geld dat hij dusver verrookte of verdronk, voor de zaak des Heeren afstaan, dan winnen we op hetzelfde oogenbhk voor allerlei heilige doeleinden millioenen en miüioenen.

Vat ge intusschen de zaak zóó op, dan spreekt het vanzelf, dat, dit beginsel veel verder strekt, en zich volstrekt niet tot rooken en drinken bepaalt.

Ge kunt u zelven en uw gezin met boonen en stokvisch terdege substantieel [voeden voor ongelooflijk weinig geld. Al het meerdere dat ge voor voeding uitgeeft, is dus tot op zekere hoogte niet stipt noodig. Ge kunt er desnoods buiten. Ge zult er niet van sterven als ge het niet hebt. Spaar dus al dat overige geld uit, en ge wint voor de zaak des Heeren millioenen en millioenen.

Ge kunt uzelven en uw gezin zeer wel de schaamte dekken en tegen koude beschutten door een grove, gcedkoope kleeding, liefst met kleedingstukken, gelijk men vroeger droeg, die tien jaren meegaan. Ge kunt slapen op een mat of brits ia plaats van op een bed, en u 's nachts dekken met het kleed dat ge overdag draagt. Dat zou enorme sommen uitsparen, en nogmaals zouden er millioenen en millioenen in de kas van het heilige vloeien.

En bovenal, ge kunt uw woning beperken, ge kunt uw meubelen inkrimpen, uw tapijten afschaffen, uw overgordijnen afnemen, en u zelf en uw gezin doen huizen, zooals men het in de Middeleeuwen deed, tusschen vier kale ^^'anden, met een tafel en wat banken vast langs den wand. De besparing zou ongelooflijk groot wezen.

Kondt ge nu daarbij ook uw dienstpersoneel afschaffen, wat dan best kon, omdat schier alle huisarbeid zou vervallen, dan zou bijna heel uw inkomen aan de zake Gods kunnen gewijd zijn, en de toestand zou deze worden, dat ge .met uw geld-voor kerkbouw enz. geen weg wist, en dat omgekeerd heel uw maatschappelijk leven veranderd was in het leven van het klooster.

Nu is hiermede niet gezegd, dat we geen gevaar zien in de weelde der maaltijden, der kleeding, der meubelen enz., die thans zoo ongelooflijke sommen verslindt. Integendeel we gelooven, dat een antiweeldevereetiiging een zeer nuttige propaganda zou kunnen drijven, want weelde verslapt, breekt de energie, en is een verzoeking tot veel zonde.

We wijzen op de gestelde consequentie alleen om duidelijk te doen uitkomen, hoe deze soort onthouding, als ze zich alleen op tabak en wijn richt, beginselloos en eevzijdig is, en krachtens haar beginsel zich moet richten op alle uitgaven die de perken van het volstrekt noodige te buiten gaan.

Stelt men nu de vraag, of het dit is wat God van ons wil. D. w. z. of we om Gode te gehoorzamen, den regel moeten volgen, om van het ons toevertrouwde geld alleen datgene voor onszelven en ons gezin te besteden, wat stipt noodig is om den mond open te houden, om ons te verwarmen en te wonen, en al het overige voor de zaak des Heeren te geven, dan antwoordt de Heilige Schrift hierop stellig ontkennend.

Als het noodig is, ja dan moet natuurlijk voor de zake des Heeren geen offer ons te groot zijn, en laf, beginselloos handelt, wie kan aanzien, dat zijn school met den Bijbel gesloten werd, terwijl hij en de zijnen nog zeer wel allerlei konden uitsparen.

Als het moet, dan moet alle genot ontzegd en wordt alleen het vervullen van onze nooddruft geoorloofd.

Maar staat de zaak zoo niet, dan leer)i Gods Woord ons, dat naar ieders rang en stand, naar de gelegenheden zijn, en naar de middelen u toevloeien, een gebruik van het goed der aarde, mits het geen botvieren aan verkeerden lust worde, geoorloofd is.

Ja, reeds de natuur zelve leert ons dat.

Gold toch de regel van algeheele onthouding van al wat niet broodnoodig is, waarom zou de aarde dan nog iets meer dan wat brood voortbrengen, met wat wol en vlas voor onze kleeding ?

Reeds het feit zelf, dat God als Schepper ons al die andere edele gewassen en planten uit de aarde liet voortkomen en ze onderhoudt, verraadt een geheel andere levensorde, die in de leer der algemeene genade tegen de klooster-theorie wordt overgesteld.

Onze conclusie is derhalve, dat we het loven indien onthouding, niet alleen van , tabak en drank, maar in het algemeen van het niet broodnoodige, voortkomt uit den drang, om de schulden van de zaak des Heeren te helpen delgen, en omgekeerd het ten zeerste wraken en af keuren, als men de zake Gods van de overgeschoten brokken laat leven.

Maar ook dat we weigeren deswege deze onthoudingstheorie voor elk Christen verplicht te stellen. Eenerzijds omdat ze zich dan veel verder dan tot tabak en wijn zou moeten uitstrekken; en anderzijds omdat de vraag waar het van God gewilde evenwicht ligt tusschen de uitgaven voor zijn zaak en de uitgaven terï eigen behoeve, niet naar een algemeenen regel is te beantwoorden, maar door een iegelijk voor zich zelven in het bijzonder moet beantwoord worden, niet voor het oog der menschen, maar voor het aangezichte zijns Gods.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 maart 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Onthouding.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 maart 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken