Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

7 minuten leestijd

EEN ONWEER.

IV. (Slot.)

Meestal _ komen de regen-en onweersbuien om de drie of de vijf dagen. Doch in 't midden van den regentijd wil 't wel gebeuren, dat men eiken dag een onweder heeft. Ge begrijpt wat dat zeggen wil, en te meer, daar die onweders dan meest des namiddags beginnen, en soms duren tot den volgenden morgen. Aan slapen is dan natuurlijk niet te denken. Als 't bij ons onweert, gaat menigeen al niet slapen of staat uit zijn bed op, maar dan bij zulk een noodweer in de heete streken!

Hoeveel goeds die regens ook doen, veel frisscher echter wordt het in dien tijd niet; alleen zoolang 't onweert en even later koelt de lucht een weinig af. Maar overigens is heel dien regentijd de hitte groot en de zwoele lucht zeer drukkend en onaangenaam.

Na elke regenbui kan men opmerken, hoe de planten steeds overvloediger in wasdom en schoonheid worden. Een andere uitwerking der regenstroomen is het zwellen der rivieren, die eindelijk buiten haar oevers treden. Een voorbeeld daarvan is, gelijk wel bekend is, de Nijl, de eenige en ook onmisbare rivier van Egypte. De zware regens, die in het binnenst van Afrika vallen, zijn oorzaak, dat de Witte en de Blauwe Rivier overvol worden, en daar nu uit deze twee de Nijl wordt gevuld, rijst ook deze.

De Blauwe Rivier begint reeds in Mei bij de stad Khartoem te wassen, wat dan gestadig voortgaat. De Witte Rivier begint meestal pas een halve maand later te rijzen. Eerst gaat het zeer langzaam, maar weldra komt er meer gang in. Gij zult misschien vragen, waardoor van twee rivieren, niet ver van elkaar, de een eer wast dan de ander, ook als ge weet, dat men 't bij de een veel beter zien kan dan bij de ander. Wel, vrienden, dat zit zoo: De Baher el azrak^ d. i. de Blauwe Rivier, is door hooge en steile oevers ingesloten, en komt regelrecht uit de gebergten van Abessynië, het land waar in. den laatsten tijd zoo gevochten 'is. De Baher el abiad^ de Witte Rivier, daarentegen, loopt over een ontzaglijke uitgestrektheid, door vlak land langzaam voort. De wateren van de Blauwe Rivier zijn dan ook door de stoffen die zij meenemen, reeds hoogrood gekleurd, als he grauwe water van de Witte Rivier nog steeds denzelfden tint heeft.

Zoodra echter te Khartoem de regehtijd begint, rijzen beide stroomen ontzettend snel. Tegen het midden of ook wel 't einde van Augustus staan zij het hoogst, en dan heeft men op het punt waar zij samenkomen, beneden Khartoem, een grootsch gezicht. Men heeft daar dan namelijk een waterstroom voor zich, die (meer dan een uur breed is. Het water vloeit af naar het lage land van het noorden, naar Egypte, en doet daar den Nijl zoo zwellen, dat hij het land overstroomt. Dit is een groote zegen, want die overstrooming maakt het land vruchtbaar, dat anders een dorre woestijn zou wezen. Zoo hangt dan alles af van die rivier, als men niet verder ziet, doch gelijk wij weten, van den Heere God, die ook over de wateren gebiedt, wier Schepper Hij is. Wij begrijpen echter best, dat de oude Egyptenaren den Nijl tot een God maakten. En oök vat gij nu wel wat de Heere God er mede toonde aan Pharaoh, dat de koeien, zoowel de vette als de magere, uit de rivier^ d. i. den Nijl^ opkwamen. Daar lag een diepe beteekenis in. Iets dergelijks als bij den Nijl is, wat, op kleiner schaal, bij ons geschiedt, waardoor, gelijk nu, pas weer, de rivieren zoo zwellen, dat zij het land oveistroomen. De oorzaak van dit al is, gelijk we in het begin gezien hebben, ook eigenlijk dezelfde.

De hand des Heeren is in al deze dingen. Regen en droogte zijn van Hem, en Hij is .het ook, die de sneeuw uitspreidt op de bergen, en den Zuidenwind doet opsteken, die warmte brengt en de sneeuw doet smelten, zoodat de rivieren gevuld worden en zij het land overvloedig drenken. Wel mocht de psalmdichter uitroepen:

»Hoe groot zijn, Heer, uw werken, Hoe ver gaat Uw beleid."

Wie zoo spreekt, is veel wijzer dan tal van menschen die altijd praten van »de natuur" en de krachten der natuur, alsof die het eigenlijk deden. Dit is even dwaas alsof ik zei: de raderen en spillen hebben eigenlijk het uurwerk gemaakt en houden het in stand.

Neen, vrienden, de schepping is groot, juist omdat zij het werk van God is, wiens hand haar formeerde tot Zijn eer.

't NEUSHOORNBEEST.

I

Dit is een ouderwetsche naam, die hierboven staatj zult gij misschien zeggen. Maar ik kan 't niet helpen, als de oude naam de beste is, mogen we hem althans wel kennen.

Het beest dat we bedoelen, heet tegenwoordig meest neushoorn of wel rhinoceros (naar twee Grieksche woorden, die ook jneushoorn" beduiden). Doch wie even nadenkt, ziet dat die naam toch eigenlijk alleen datgeen aanduidt, waaraan men het dier hoofdzakelijk kent. Onze vaderen zeiden dan veel juister Neushoornbeest. Doch 't gaat hem als meer dieren, die in later jaren eên stuk van hun naam hebben moeten missen, b. v. de spinnekop en de struisvogel.

De neushoorn, zooals we hem nu ook maar noemen zullen, woont in twee werelddeelen, t. w. Azië en Afrika. In onze Oost kunt ge hem op Sumatra en Java vinden. In Afrika bewoont hij de binnenlanden. Vroeger vond men hem ook in Europa, zooals blijkt uit de geraamten die in Duitschland en Italië zijn gevonden. In Amerika is hij niet, en daar 't geen fokbeest is, zal hij er ook niet licht komen, tenzij dan opgezet of in een dierentuin.

In Afrika heeft men tweeërlei rhinocerossen. Die in Zuid-Afrika is de zoogenaamde witte of Kobaba; veel kleiner is de zwarte neushoorn of Borele van Midden-Afrika. Allebei onderscheiden ze zich echter van den Indischen neushoorn daardoor, dat ze twee neushoorns bezitten; de Indische maar één.

Van die twee hoornen is de grootste, die vooraan staat, een weinig naar achteren gebogen en van een scherpe punt voorzien, 't Is een geweldig wapen, want het wordt bij den witten neushoorn soms 70 è, 80 duim, dus bijna een el lang en heeft aan den wortel een omvang van bijna 30 duim. Bij den zwarten neushoorn is 't wat kleiner. De tweede horen is ook vier maal korter dan de eerste.

Ik zei daar straks, dat sneushoorn" eigenlijk niet de juiste naam is. Wel beschouwd echter is neushoornbeest dat evenmin. AVant — het beest heeft eigenlijk volstrekt geen horens.

Wanneer gij de horens van ossen, rammen enz. goed bekijkt, zult gij een beenigen kern vinden en als 't ware een schede daarom zien, die bestaat uit harde, kernachtige lagen. De zoogenaamde horens van den rhinoceros echter hebben geen kern, en ook geen lagen of ringen, maar bestaan eigenlijk uit lange, aaneengeplakte haren, die stijf naast elkander in de lengte recht op de huid staan en van een menigte fijne buisjes zijn doorweven. De hoorn zit daarom ook niet vast aan het gebeente, maar enkel aan het vel. Wel zijn de neusbeenderen heel dik en vormen een gewelf, dat dien hoorn draagt, 't Beest heeft dus eigenlijk zijn neus tot wapen, net als een ander dier dat veel op hem lijkt. Welk f Met die huideuitwas, die meer op graat dan op been lijkt, kan vriend neushoorn echter heel wat uitvoeren. Hij stoot wel dikwijls zijn neus, maar die kan er tegen, dit vat gij wel.

CORRESPONDENTIE.

Onze lezeres M, M. te Rotterdam g۟& vt\i'A.9X adres, op te geven, naar aanleiding van^^het ons onlangs toegezondene.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 april 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 april 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken