Bekijk het origineel

„Niemand in uwe maagschap.”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Niemand in uwe maagschap.”

10 minuten leestijd

En ze zeiden tot haar: r is niemand in uwe maagschap, die met dien naam genaamd wordt, Luc. 1:6u

Voor tweeërlei kring ontsloot zich als vanzelf uwe woning, er is tweeërlei slag lieden, die in uw enger omgeving verkeeren, of ook, er is tweeërlei groep personen, die, niet tot uw huis behoorende, toch van het leven in uw huis onafscheidelijk zijn: vooreerst de personen van uw maagschap en in de tweede plaats de per* sonen van uw bijzonderste vrienden.

Zoo noemt de Schrift die beide groepen dan ook, en toen kapitein Cornelius, die met het legioen Italia te Caesarea in garnizoen lag, als de eerste gewonnene uit de Heiden-wereld, den heiligen apostel Petrus uit Joppe bij zich ontving, om tekst en uitleg van het Evangelie van Jezus te hooren, ontving hij den apostel, niet met zijn vrouw en kinderen alleen, maar in het midden van veel breeder kring, een kring, gelijk er in Hand. 10:24 staat, saim» vergaderd tuit zijn maagschap en zijn bijzon^ derste vrienden."

Door twee schakels is zoo ook uw huis aan het breedere leven daarbuiten verbonden. De ééae in maagschap en bloedverwantschap vastliggende, en de andere door de sympathie der geesten aangelegd.

Uw maagschap vindt _ge, uw bijzonderste vrienden/4? «/ ge. Maar beider kring is met uw eigen levenskring als dooreengeweven. Iets wat ge daaraan terstond merkt, dat ge nog wel andere ïkennissen" en tot op zekere hoogte > vrienden" hebt, maar met wier huisgezin ge u niet inlaat, terwijl het omgekeerd bij uw maagschap en u# bijzonderste vrienden als regel geldt, dat vanzelf ook hun kinderen met uw kinderen verkeeren, en het gemeenschappelijk verkeer der gezinnen iets meer nog dan een persoonlijk, iets anders nog dan een individueel, zoo ge wilt een soort gesins^t\\izxA legt.

Doch al is het, dat die ^maagschap" en die jbijzonderste vrienden" zich niet zelden op voet van gelijke vertrouwelijkheid over uw vloer bewegen, toch is beider betrekking op u en uw gezin ee'n g'éh'ëel verschillende.

De band ran »maagschap" werd gelegd buiten uw toedoen^ die van zeer bijzondere vriendschap alleen door heuse van het hart.

Daardoor ligt de band der maagschap meer in onze natuurlijke^ de band der bijzondere vriendschap meer in onze geestelijke levenssfeer.

Gevolg waarvan is, dat op de maagschap meer nadruk wordt gelegd, zoolang het leven in u* kring nog op lageren trap staat, terwijl omgekeerd de meer bijzondere vriendschap in waarde klimt, hoe hooger het geestelijk leven klom.

Ooms en tantes, neven en nichten heeft bijna ieder, ook wie zelf niets is; maar om sbijzondere vrienden" te hebben, moet ge zelf ieis zijn; iets in u hebben dat aantrekt; iets waaruit een geestelijke band is te weven.

Leest ge dan ook de levenshistorie van groote mannen, dan verneemt ge] hoogst zelden iets van hvm ooms en tantes, ; neven en nichten, maar te meer van ; hun geestelijke maagschap^ van hun boezemvrienden, van de Jonathans met wie deze Davids mochten verkeeren.

En onder wie geestelijk als Gods kinderen hooger staan is het niet anders. Want ook zij eeren wel de banden der maagschap, maar toch hun nauwste banden hebben zij met de broederen in het Koninkrijk.

Naar rang gaat de maagschap voor, maar, geestelijk gewogen, wint het deze t bij zonder e vriendschap".

Zult ge nu daartegen inwerpen, dat toch de band der maagschap, de familieband, |[t'a« God is, en uw vriendschapsband uit uzelven r

Maar immers dan maakt ge een scheiding die onwaarachtig is, en gaat ge zoo tegen de leer der Schrift als tegenj^de ervaring van het leven in.

Of is het niet zoo, dat wie in beide rijk mag zijn, én in een sympathiekefmaagschap, én in hooggestemde vriendschap, i; gzijn_4Godj].voor die heide danken zal, en Hem zal eeren als de Fontein van alle goed, waaruit hem zoowel die betrekking van het bloed, |als die^ betrekking van het vriendenhart toekwam?

En wat de Schrift aangaat, fligt"niet"reeds in het Paradijswoord: »De : man zaPvaderen moeder verlaten en zijn vrouw aankleven", "de grondgedachte uitgesproken, dat de band des bloeds den band naar keuze nietjmagjtegenhouden, ja, dat, waar beide in strijd^komen, ^de.band des bloeds wijken moet?

Is de roepstem die tot Abraham] "uitgaat: ïGa gij uit uw land, en uit uw maagscliap", niet het parool waardoor geestelijke 4 roeping, geestelijke levenskring, en dus ook geestelijke band, boven den natuurlijken wordt gesteld?

En als Jezus zegt, dat wie den wil doet zijns Vaders die in de hemelen is, veel meer dan.'zijn maagschap, voor hem een broeder en een zuster is; of ook elders ons toeroept, *-dat, ïwie niet verlaten kan vader ot moeder of eigen kind om zijnentwü, zijns niet waardig is, — spreekt hierin dan niet dezelfde Goddelijke ordinantie, dat beide, de natuurlijke en de geestelijke band rechten hebben, maar dat, zoo dikwijls er strijd komt, de lagere natuurband voor den hoogeren geestesband de vlag moet strijken?

Toen het kindeke Johannes geboren was, kwam beide tegelijk uit.

Eerst de band van maagschap, die uit het gezin sprak toen ze zeiden: > Er is niemand in uw maagschap, die met denf[naam Johannes genaamd wordt". En toen de band; des geestes, die met Zacharias aan het woord jjkwam? : ' Los van alle maagschap, moet zijn naam Johannes zijn, met het oog op zijn geestelijke roeping.

Niet Zacharias, maar Johannes zou zijn naam wezen!

Ook in onze Christengezinnen , j veroorzaakt die tweeërlei band soms moeite en strijd, als we een familie achter en om ons heen hebben, die niet met ons den dienst des Heeren zoekt.

Dient gij den Heere in uw huis, en staat zijn dienst even hoog in de gezinnen van uw familie, dan wordt de band van maagschap door den geestelijken band niet losgemaakt, eer versterkt.

Maar zijt ge zelf uit een «zV^-geloovend geslacht door wonderen der genade naar den dienst des Heeren getrokken, dan is het in uw huis en in het hunne niet dezelfde levenstoon, ontstaat er onwillekeurig zekere verkoeling, en brengt de geestelijke tegenstelling tusschen u en hen vanzelf zekere spanning in de wederzijdsche verhouding.

Dat doet dan tweeërlei neiging geboren worden, die beide te ver kunnen gaan.

Eenerzijds de neiging, om nu men geestelijk tegen elkander overstaat, den band der maagschap voor niets te tellen. En anderzijds de neiging, om, ter wille van den familieband, het geestelijke niet aan het woord te laten komen.

Dit laatste gaat dan ten slotte zoover, dat men, onder zijn familie zijnde, om des lieven vredes wiUe, schaamteloos zijn Heiland verloochent; en het eerste kan tot zoo onverschoonlijke hardheid leiden, dat men ten slotte zelfs den band aan eigen moeder of kind voor niets rekent.

Tegen deze beide zonden hebt ge daarom te waken.

De band der maagschap is door God gelegd, en daarom hebt ge dien band te eeren, zoolang en voor zooveel ge dit, zonder uw Heiland ook maar in iets te verloochenen, even kunt. Maar ook de band der maagschap is door God zelven die hem gelegd had, aan den geestelijken band die u aan Jezus hecht, volstrekt ondergeschikt gemaakt, en daarom zondigt ge tegen uw Heiland, als in den omgang met uw familie de familieband het winnen gaat van uw cordate liefde voor Hem.

Wat weg ge zult hebben in te slaan, hangt daarom af van de houding, die uw familie tegenover uw geloof aanneemt.

Van drieërlei aard kan die houding zijn. Men kan laatdunkend, spottend op uw geloof neerzien; men kan het koel eerbiedigen; of ook men kan u belangstellend benijden.

Merkt ge nu dat uw geloof aan uw magen belangstelling inboezemt, dan is u de "m& g van zelf aangewezen. Dan laat ge uw licht schijnen, of ook zij ten slotte uw Vader die in de hemelen is verheerlijken mochten. Dan sluit ge u nauw bij hen aan, en poogt hun of hun kinderen een instrument ter behoudenis te worden.

Staan ze daarentegen koel tegenover u, wel niet deelende in uw belijdenis, maar toch uw keuze voor Jezus eerbiedigend, dan wordt wel de heerlijke propaganda voor uw geloof onder uw maagschap moeiehjk gemaakt, maar is er toch geen oorzaak tot breuke, en zal het meer de heilige kunst moeten zijn, om zonder te vrijpostigen aandrang, ongemerkt teweeg te brengen, dat wie in u is sterker blijkt dan die in hen is, en zal op gepasten tijd ook het gepaste woord van belijdenis niet ontbreken.

Maar staat ge voor het derde geval, dat uw magen tegen uw overtuiging en uw belijdenis over gaan staan; hun geest drijven tegen den geest van uw |ezin in; u laatdunkend als achterlijke duistèrlmgën en dwepers bèScliöuweli'; en zich zelf» soms in uw bijzijn, oi in het bijzijn van uw kinderen uitdrukkingen veroorloven die voor uw vroom gevoel kwetsend en voor uw Heiland beleedigend zijn; — dan moet ge aan den band der maagschap zijn recht betwisten, en zonder afstootend te zijn, toch [scherp toezien, dat er geen invloed ten verderve van uw familie op uw kinderen en uw eigen hart uitga.

Bovenal pijnlijk wordt dit, als lief of leed in uw geslacht u des ondanks toch weer met de geestelijke tegenstanders onder uw magen saam brengt, en saambrengt bij gelegenheden van huwelijkssluiting of begrafenis, waarbij zoo op allerlei manier de hoogere levensvragen aan de orde komen.

Niemand mag dan zeggen, dat ge, bij zulke blijde of droeve plechtigheden, omdat het uw fatnilte geldt, uw belijdenis of uw overtuiging tijdelijk hebt af te leggen. »Laat de dooden de dooden begraven", sprak Jezus, sgij, verkondig het Koninkrijk Gods." En daarom zondigt wie ter wille van famiHe aan een Roomschen of Modernen eeredienst bij begrafenis of huwelijkssluiting deelneemt. Want al mist ge het recht, om bij zulk een graf of bij zulk een huwelijkssluiting tiw belijdenis als maatstaf aan te leggen, of op 'den voorgrond te stellen, evenzoo mist ge het recht om, ter wille van den familieband, ook maar één oogenblik den schijn of de houding aan te nemen, als ware uw band aan Jezus voor dien feestdag of treurdag op nou-activiteit gesteld.

Een verloste des Heeren, die weet dat het daartoe komen zal, blijft daarom van al zulke plechtigheid, ook al is de familie hem nog zoo na, weg.

Nooit en nergens mag de band der maagschap eischen tegen den|band die u bindt, aan uw God.

En dan.... denkt toch a.s.n^mf kinderen.

Of zijn ze niet met naam en toenaam aan te wijzen, gedoopte kinderen uit Christenhuisgezinnen, die van het geloof vervreemd en op paden des ongeloofs terecht zijn gekomen, doordien men er niet op toezag, hoe ze, nog jong en onervaren, bij lieve ooms of tantes, bij neven of nichten ongemerkt onder wereldschen, Christusverloochenenden invloed kwamen?

Dat ging dan op naam van den familieband! Van zijn familie kon en mocht men zijn kinderen toch niet afhouden ! En men merkte niet en zag het niet, hoe men juist hi'rdoor zijn eigen kind at hield van zijn God.

Wie zijn kind liei heeft en aan zjjn God opdroeg, zal er zich op spitsen, om eiken verkeerden invloed van zijn lieveling af te wenden, wetende hoe licht verleidbaar vooral het jeugdig gemoed is.

En nu, nooit is verkeerde invloed in sterker zin verleidelijk, dan waar die invloed van familie komt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 mei 1896

De Heraut | 4 Pagina's

„Niemand in uwe maagschap.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 mei 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken