Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

6 minuten leestijd

In de Utr. Kerkbode komt Ds. Fernhout, in bondig betoog en met zaakkennis op tegen de klacht van Dr. Gunning te Utrecht, alsof wie aan den Flakkeeschen Bijbel zeer verre de voorkeur gaf boven den Bijbel van Nijgh en Van Ditmar, dit deed uit partij digen ^in.

Hij schrijft o.a.:

In liet bijblad bij no. 226 van zijn Pniël, spreekt Dr. Gunning zijn verontwaardiging uit over het oordeel dat < iva7i zekere gijde" — later wordt duidelijk dat Dr. G., ondanks zijn bekende vriendelijkheid, dezen minachtenden term wel ? noest gebruiken, omdat aan de bedoelde zijde slechts «eenige schreeuwers" stonden — werd uitgesproken over de Bijbeluitgave van de firma Nijgh en Van Ditmar.

Omdat ook wij onze ernstige bedenkingen tegen dezen Bijbel uitspraken, en de Utrecht^che Kerkbode de eer heeft van ook door Dr. G. te worden ingezien, geldt deze verontwaardiging en deze allervriendelijkste titulatuur natuurlijk ook ons.

Nu, over die titulatuur twisten we niet. Wat valt daarover ook te redeneeren ? Iemand zegt, dat ge een schreeuwer zijt. Gij meent, dat uw geluid zeer matig is. Hoe ter wereld zult ge nu samen uitmaken wie gelijk heeft ? Gij zult zeggen, dat het aan uws buurmans oor ligt; uw buurman, dat het ligt aan uw stem ... Het best is, dat ge beleefd uw hoed afneemt en-uws weegs gaat.

Waar we wèl even op attendeeren, is de beschuldiging van Dr. G. aan ons adres, dat we, door de uitgave van Nijgh, om hare veranderingen in den tekst, af te keuren, en den Flakkeeschen Bijbel (bezorgd door de Prof. Kuyper, Rutgers en Bavinck), die evenzeer wijzigingen aanbracht, hoogelijk te prijzen, met twee maten hebben gemeten en ons aan onbillijkheid hebben schuldig gemaakt.

Doch is deze beschuldiging zelve wel billijk?

Stellig wèl als de gevallen gelijk staan. Anders zeker niet. En nu hebben we er moed op, dat Dr. G. ons toe zal stemmen, dat er tusschen het ééne en 't andere geval een nog al belangrijk verschil is.

Vooreerst zal het toch ook voor Dr. G. wel oiiderseheid maken, uit wiens handen hij een min of meer gewijzigden tekst van de oude Statenoverzetting des Bijbels ontvangt; uit de handen van mannen, die als Theologen, als Schriftkenners en als vurige strijders voor de eere der H. Schrift als het onfeilbare Woord van God, bekend staan; of uit de handen van een onbekende en ongenoemde, die door een ongeloovige boekdrukkersfirma met de revisie of de correctie werd belast. Althans wanneer Dr. G. zich even verplaatsen wil in do positie van «het vrome volkje", waarvoor hij niet veel schijnt te gevoelen, maar dat, meer dan hij denkt, aan een vertrouwbaren tekst van zijn eenigen, dierbaren Bijbel hecht, en daarom zoo wijs is, niet elk Bijbeluitgever met evenveel vertrouwen aan te zien.

In de tweede plaats is er een opvallend verschil in de wijze, waarop zich de twee uitgaven aandienen.

De Prof. Kuyper, Rutgers en Bavinck begonnen met te zeggen, dat hun doel niet was, een onveranderden herdruk vah de oude Statenoverzetting te leveren, maar den tekst der Statenvertaling over te brengen in onze tegenwoordige schrijfwijze. Daten dat alléén beoogden ze met hunne uitgave; en daarvoor hebben deze mannen zich de moeite van een jarenlange studie, van nachtelijken arbeid en van een ongelooflijk uitgebreide correspondentie, getroost.

De uitgave van Nijgh en Van Ditmar daarentegen begint met zich aan te dienen als een onveranderden herdruk van de Statenvertaling, maar geeft u reeds op de eerste bladzijden te zien, dat de onbekende revisor van de moderne firma zich terloops allerlei veranderingen in den tekst veroorloofd heeft.

En — in de derde plaats — de veranderingen van dezen revisor zijn waarlijk geen onschuldige wijzigingen in spelling en schrijfwijze, maar geven hier en daar een geheel nieuwe vertaling; ja doen, wat erger is, aanstonds vermoeden, dat de bewerker van dezelfde richting is als de uitgeversfirma. Want, of Dr. G. nu al vergoelijkend schrijft, dat ook de corrector van Nijgh en Van Ditmar ^somtijds gedwaald heeft gelijk ieder die de oude S. V. in een nieuw kleed moet steken, en dat niet al zijn wijzigingen noodzakelijk of gcwenscht waren" — iemand, die niet een enkele maal, bij vergissing, maar slag op slag, en dus met opzet, in den naam des Heiligen Geestes de groote G door een kleine g vervangt, begaat geen vergeeflijke fout, maar maakt ' zich schuldig aan eene aanranding van de Majesteit Gods, die «het vrome volkje" minder dan de wijzigingen, waarin het volgens Dr. G. gaarne een »vervalsching« proeft, in het heilig Woord des Heeren duldt.

Het smart ons, dat de verontwaardiging van Dr. G. — die nog zoolang niet geleden andere dingen van zich denken deed — zich niet tegen deze aanranding van de eer des Heiligen Geestes heeft gekeerd, maar wel, als tegen schreeuwers, tegen hen die voor deze eere opkwamen.

Inlusschen heeft dit schreeuwen toch, naar het schijnt, dit gevolg gehad, dat' de uitgevers N. en V. D. thans hun revisor aan zekere banden zullen leggen en zich aan den tekst van 't Nederl. Bijbelgenootschap zullen houden. Waarom niet die van het Britsche gekozen werd, waarvan het toch bekend is, dat hij meer vertrouwen heeft bij ons voUt, en in geen enkel opzicht bij dien van 't Nederlandsche achterstaat, is moeilijk in te zien.

Intusschen, er is dan toch zV/r gewonnen, 't Meest zeker voor de predikanten, die voor de moeite om een koster tegen een kleine belooning met de inteekenlijst rond te zenden, de niet onbeduidende premie wenschen te verdienen, welke de uitgevers — slim overlegd — voor elk geplaatst exemplaar toezeiden.

Eén verzuchting van Dr. G. in zijn stukje beluisterden we met vreugde, 't Is deze: «Zoolang we geen betrouwbaar kerkelijk Gezag hebben, dat een gerevideerden tekst vaststelt, zijn we aan de nauwgezetheid en het fijne taalgevoel — Dr. Gunning dacht blijkbaar aan den willekeur en de onkunde — van H.H. private correctoren overgeleverd.

In deze verzuchting belijdt Dr. Gunning een overtuiging, die ook de onze is: dat nl. de Kei'k van Christus de roeping heeft als wachteres bij het Woord kaars Gods te staan.

En Dr. G. bedoelt dit ongetwijfeld in dézen zin, dat ze niet alleen over den • tekst, maar ook, en niet minder, over de uitlegging van den tekst, met name in de bediening des Woords, heeft te waken.

En dan zal Dr. G. het ook hierover met ons ééns zijn, dat de veiligste weg om te komen tot een kerkelijk gezag, bekwaam om den tekst der H. S. vast te stellen, wel hierin bestaan zal, dat het ambt, door Christus in elke plaatselijke Kerk ingesteld om over de uitlegging van den tekst des Woords te waken, vrijelijk werken kunne.

Die overeenstemming is ons veel waard.

Wij danken den geachten ichrijver voor dit pleidooi, zonder daarom Dr. G. over zijn onverdedigbaar verwijt te hard te vallen.

Hij heeft zoo zijn seizoenen. Nu eens warm dat het u weldadig aandoet, dan weer koud als steen.

Nog te weinig vertoonend die hoogere rust, die dan eerst uitkomt, als eindelijk het evenwicht in de neigingen en het schoon der harmonie in de uitingen onzer ziel is gevonden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 mei 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 mei 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken