Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

6 minuten leestijd

Een schoonen arbeid heeft Ds. Proosdij ondernomen, in tweeërlei opzicht verblijdend. En omdat deze nieuwe arbeid een verblijdend teeken van zijn herstel is, én omdat het onderwerp dat hij koos, zoo karakteristiek aantrekkelijk is.

Hij gaat in het Tijdschrift voor Gereformeerde Theologie handelen over het Calvinisme en de Hyg'ene.

Pikant, en leerrijk.

Ziehier zijn inleidend woord:

Vooral in deze eeuw, in welke het materialisme niet alleen in de practijk, maar ook in de theorie zoovele aanbidders en volgelingen gevonden heeft, wordt vaak het verwijt gericht tot de Christenen, dat zij zich slechts bekommeren om het heil hunner onsterfelijke ziel; dat het hun te doen is om een goed heenkomen uit de wereld te zoeken; dat zij verwaarloozen de rechten en de belangen van het lichaam en het vleesch, en dat zij geen open oog hebbeu voor de middelen, welke ter bevordering van de gezondheid, tot afwering van ziekten en kwalen en ter' staling van de kracht dienen kunnen. En de hedendaagsclie materialisten, die de ziel en hare belangen verwaarloozen, begeeren voor zich, met uitsluiting van anderen, den roem de ware verzorgers van het lichaam te zijn, priesters, welke hunnen kostelij ken wierook overvloedig branden op het altaar der godin Hygieia.

Wij willen niet ontkennen, dat dit verwijt wellicht met grond eene enkele richting of secte in het Christendom (b. v. het methodisme) treft; dat het ook gericht kan worden tot sommige Christenen. Maar dan is het bij de zoodanigen geen gevolg of vrucht van het Christendom, maar eerder een gebrek dat ondanks hun Christendom öf door bekrompenheid van inzicht öf door eene natuurlijke slordigheid en vuilheid hun aankleeft.

Ten opzichte van het Christendom in het algemeen, en van het Calvinisme in het bijzonder, werpen wij dit verwijt verre van ons en schromen niet met de huidige vereerders van de Sport en met de aanbidders van de Gezondheidsleer te dingen naar den prijs, zoo de wedstrijd werd uitgeschreven, wie het menschelijk lichaam het hoogst gewaardeerd en het best verzorgd heeft. »De Christelijke religie — zie Uiteenloopend inzicht. Standaard 6 Sept. 1895 — is volstrekt niet uitsluitend, noch zelfs eenzijdig geestelijk, maar rekent met den geheelm mensch, naar ziel en lichaam. Jezus predikt het Evangelie, maar ook geneest Hij de kranken en spijst de vierduizend".

Schoon was de spreuk der heidenen «Sana mens in sano corpore"' (een gezonde geest in een gezond lichaam); maar hooger dan deze spreuk, waarin het lichaam verzorgd wordt ter wille van den geest, staat de leer der Schrift en met deze in overeenstemming dé belijdenis der Gcreforrriecrdê Kerken; Wij nemen ten bewijze het eenvoudige leerboek: De Heidelbergsche^Catechismus en vestigen de aandacht op de 6de vraag, waarin 's menschen eenige en hooge oorsprong en afkomst geleerd wordt; op vraag 27, v.-elke, handelende over de Voorzienigheid Gods, zoo troostrijk leert, dat alles wat het lichaam ontvangt en ondervindt van Zijne vaderlijke hand tot ons komt; op vr. 37, welke leert, hoe Christus ons lichaam en ziel van de eeuwige verdoemenis verlost heeft; op vr. 49, waarin bij de beschrijving van de nuttigheid van Christus" liemelvaait geleerd wordt, dat wij ons vleesch in den hemel hebben; op vr. 57, waar de heerlijke toekomst van dit mijn vleesch zoó treffend eenvoudig geschilderd wordt; en bovenal op vr. 109, waar de Catechismus in zijn ethiek voor reinheid van het lichaam een beginsel en levensregel aangeeft, zoo ideëel hoog, dat geen regel uit ouderen ofnieuweren tijd dezen evenaren, nog minder voorbijstreven kan. Des Christens lichaam eene schepping des Vaders, een eigendom van den Christus, zoo duur door Hem gekocht, een tempel des Heiligen Geestes, bestemd om, aan Christi lichaam gelijkvormig gemaakt, eeuwig in den hemel te wonen.

Het beginsel der Schrift, evenmin van het Calvinisme, hetwelk o. i. de gedachte der Schrilt zuiverder dan eenige andere lichting weergeeft, is geenszins om te trachten met vliegende vaart door de wereld te stoomen en hals over kop gauw in den hemel te komen; anaar om alles, ook zichzelven, met ziel en lichaam, onder Gods wet te stellen. Zijne wetten en ordinantiën moeten gelden op elk terrein van het leven, hetzij dit natuurlijk ot geestelijk is. De godsdienst is geen dweepend drooraen, maar een buigen voor en onder God den Heere, een bukken voor Zijne wet, een dienen van Hem op alle plaatsen, in alle tijden, met alle krachten.

Dit beginsel geldt evenzeer voor het lichaam. En al kan er in de uitwerking in menig punt overeenkomst zijn met hen, die de Schrift niet erkennen, toch is er ook in die uitwerking menigmaal groot verschil, terwijl beginsel en doel lijnrecht staan tegenover beginsel en doel van hen, die het Woord Gods verworpen hebben.

Het onderwerp: Het Calvinisme en de Hygiène, is schoon en ruim, wel waard in zijn geheel nauwkeurig . behandeld te worden. We beperken ons en leveren slechts eene enkele bijdrage, ontleend aan een bepaald punt uit een bepaalden tijd nl. aan de geschiedenis der pest te Geneve ten tijde van Calvijn en eenigen tijd daarna. Wij doen dit, door eerst de geschiedenis te laten spreken, welke beschamend leert, dat het schoone beginsel niet altijd de rechte volgelingen heeft en de beschrijving van het Calvinisme geene reeks van heiligenlevens is, maar ons zondaren toont, die ook in deze zaak getuigen kunnen: »Niet, dat ik het aireede gekregen heb of aireede volmaakt ben". Ten tweede wijzen wij er op, dat ook toen in deze zaak het andere gedeelte gold van Paulus' woord, zooeven aangehaald: »Maar ik jaag er na, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Jezus Christus gegrepen ben". De schoone beginselen van liet Calvinisme, wat aangaat dit punt, trekken dan onze aandacht. En ten slutte willen wij met een enkel woord het Calvinisme der i6de en het materialisme der 19de eeuw met elkander vergelijken om te zien, hoe ook in deze zaak het Calvinisme voor God zich wel te schamen heeft, doch voor menschen zich niet schuw behoeft terug te trekken, maar zonder vreeze naar den eereprijs dingen mag.

Hierop volgt dan een breed, en niet onbelangrijk verhaal van wat te Geneve bij het uitbreken en heerschen van de pestini542—1574 voorviel.

Details ingaan. waarop we natuurlijk niet kunnen

Maar het onderwerp moest alzoo historisch en in bijzonderheden opgevat.

Wachten we dus op wat later in resumtie zal komen.

KUYPER,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 mei 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 mei 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken