Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

5 minuten leestijd

m HET RAADHUIS.

V

Wat ook mij getroffen heeft, " sprak Hagen, »is de sterke gelijkenis tusschen den vreemdeling en keizer Frederik. Ik heb den genadigen heer zelf gezien — was 't niet in '35? — toen wij hem met zijn jonge vrouw Isabella van Engeland, na de ontmoeting hier, naar Worms geleidden, 't Is wel haast vijftig jaar geleden, maar ik kan mij nog best den keizer voorstellen. Deze man heeft volkomen dezelfde stem en dezelfde houding, en al is zijn gezicht wat gerimpeld door de jaren, nog dezelfde trekken. Leefde de keizer nog, dafl moest hij er zoo uitzien."

»Dat trof mij ook, " sprak de burgemeester; " ik heb den keizer bij dezelfde gelegenheid gezien als gij, want ik behoorde tot de burgers die den keizer verzelden en onzen vorst langs den Rijn geleidden. Maar er is meer gelijk dan eigen. Hoe lijk ik niet op onzen gevangenbewaarder, "

sDie wordt dan ook wel onze tweede burgemeester genoemd, " zei Hilger lachend.

ïMaar wat moet nu gebeuren? " vroeg de stadsschrijver.

ïWij moeten zoodra mogelijk den raad bijeenroepen, " zei Overstolz, »eer 't bedrog verder gaat, en de goede burgers van de wijs brengt."

ïGij bedoelt dus, dat ik de raadsheeren ter vergadering noodig ? "

»Ja, en wel tegen morgenochtend tien uur. Zend den dienaar naar de leden van den raad en noodig ook' den vreemdeling, opdat .allen hem leeren kennen. Men zal niet zeggen, dat we hem onverhoord beoordeelen."

De schrijver ging heen, evenals Hilger. De burgemeester bleef in diepe gedachten achter.

En niet minder ernstig waren de gedachten van den vreemdeling, terwijl hij met zijn beide geleiders in eene kamer van zijn herberg zat.

Dicht bij hem zaten zijn beide geleiders, die fluisterend spraken.

Kunald en Wolfram, " zoo sprak de grijsaard eindelijk, smij dunkt dat het ons hier te Keulen tegenloopt. De burgemeester bleef koel en op mijn bewijzen sloeg hij geen acht."

«Had uw genade dan iets anders verwacht? " sprak Kunald. «Ook mij is het haast ongelooflijk dat gij keizer Frederik zijt."

Het oog van den grijze vlamde van toorn, terwijl hij uitriep: »Wat, gij twijfelt ook! Wilt gij met mijn vijanden saamspannen ? — Hier is mijn zwaard, doodt mij of levert mij gebonden aan mijn vijanden over, " zoo vervolgde hij, tot beide mannen sprekend. sWat kan ik tegen u doen? Gij zult een goed loon van mijn haters ontvangen.''

Vergeef het onbedachte woord van mijn vriend, «genadige heer keizer!" riep Wolfram. «Hij wilde u niet krenken. Wij twijfelen niet, en hebben uw leven voor u veil, "

«Zoo is het, " hernam Kunald, «Ik meende alleen, dal gij niets onmogelijks moet eischen. Het zal nw genade zelf toch een wonder zijn dat gij na zooveel gevaren nog leeft, "

«Ja, een wonder, " sprak de oude weder kalm, «'t Scheen vaak met mij gedaan, en ik leef nog en zie een schoone toekomst te gemoet. Ik hoop nog den "troon mijner vaderen, Duitschlands keizers, te bestijgen. - Maar misschien had ik mij liever tot een andere stad dan Keulen moeten wenden."

«Neen, genadige heer, " liep Kunald, «juist hier moest gij 't eerst optreden. Dat getuigt juist voor u. Wat zou 't u baten door een klein dorp als keizer erkend te worden ? Maar sluit zich Keulen bij ons aan, wordt gij hier ais de nieuwe keizer erkend, dan volgt heel het rijk."

«Ik geef uw zaak ook in Keulen nog niet op, " hernam Wolfram. «Menigeen onder 't volk is u goedgezind. Er spraken er ook: God zij dank dat keizer Frederik er weder is. En een ander verklaarde, dat gij sprekend op den keizer leekt. Maar bedenkt genadige heer, dat wij pas gisteren hier zijn gekomen. In zoo korten tijd kunt gij heel de bevolking eener groote stad niet winnen. Alles eischt tijd."

«Gij hebt gelijk, " sprak de grijze. «De menschen vinden mijn verschijnen nog te wonderlijk. Maar dit verandert wel. Mijn tijd komt. Was de bisschop maar hier!'"

«Ik heb van morgen vroeg naar hem gevraagd" zei Kunald, «De hooge heer is nu in het Limburgsche, waar een twist is uitgebroken. Hij is te Keulen zeer gehaat, men ziet hem liever jgaan dan komen".

«Dat weet ik", sprak [de oude, «Maar juist die vijandschap tusschen hem en de burgers is mijn voordeel. Verwerpt de een mij, dan zal zeker de ander mij beschermen. Daarom blijf ik hier tot de bisschop terug is."

Op dit oogenblik werd de deur van het vertrek geopend; een dienaar uit de herberg verscheen :

«Genadige heer", sprak hij «een oud strijder laat om de gunst verzoeken u te spreken." «Kunald ga eens zien wie naar mij vraagt, beval de aangesprokene.

Kunald vertrok, doch keerde weldra terug, zeggende: «Daar is iemand die beweert onder u gediend te hebben, en u dus gaarne zou wederzien."

«Breng hem binnen, zijn bezoek kan mij niet dan aangenaam zijn."

AAN VRAGERS.

Gex.— Vr. i.De naam Csizrt/-of Tsaar is van denzelfden oorsprong als ons keizer^ dat weer in verband staat met «Cesar, " een woord waarmee de Romeinen hun beheerschers aanduidden.

2. De «kleine profeten" dragen dien naam eenvoudig wijl hun boeken kleiner zijn dan die der andere. In de volgorde der boeken van het Oude Testament zijn zij de laatste. De groote profeten zijn Jesaja, Jeremia, Ecechiël enDaniël.

K. Als gij in den tekst Handelingen 2 vs. 47 (laatste deel) „en de Heere deed dagelijks tot de gemeente, die zalig werden" eenvoudig achter «gemeente" de twee woorden «dezulken toe" in gedachten er bij voegt, is de zin duidelijk.

HOOGEKBIRK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 juni 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 juni 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken