Bekijk het origineel

uit be Ders.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

uit be Ders.

6 minuten leestijd

Onder de Modernen wordt thans naar aanleiding van het voorval te Stol wijk en Stiens gestreden over de vraag, hoe men den Doop zal bedienen.

Ds. Chavannes te Leiden e. a. willen doopen naar eigen goedvinden. De redactie van de ^«rvorming daarentegen wenscht zich te houden aan de oude formule, niet om die formule, maar om een beslissing op dit punt te voorkomen. Ds. Chavannes schreef aan de Hervorming dit:

Amice redacteur.'

Gij hebt aan het stuk van Prof. Oort over het gebruik der traditioneele doopsformule iets toegevoegd, waartegen ik zulke bezwaren heb, dat ik u verlof moet vragen ze aan uw lezers bekend te maken.

Ik laat rusten in mijn papiermand, want ik heb ze terneergeschreven, maar ik merkte dat het te lang voor dit blad werd — de redenen waarom mijn geweten mij verbiedt de formule te gebruiken. Ik en velen met mij kunnen het eenvoudig niet doen, en ik heb dit feit; voor zoover mij aangaat, tot de kennis van den heer Koevers gebracht, met verlof, om van de mededeeling gebruik te maken. Welnu, volgens u zouden zij, die in dit geval verkeeren niet moeten doopen, want de doop zonder de formule zou geen doop zijn. Met andere woorden, zouden zij hun ambt moeten neerleggen, want weigeren te doopen raag geen predikant anders dan in bijzondere gevallen en om redenen die met een goed-of aikeuring van den doop op zich zelf niets te maken hebben.

Hiertoe ben ik echter volstrekt niet bereid. Gedurende vele jaren ben ik bij deze plechtigheid voorgegaan (voorgegaan, want ik laat de, gemeente handelend optreden, doordat ik zeg: «Wij doopen u'') met een rein geweten, want ik ben uitsluitend te rade gegaan met de eischen' der stichting; ik heb getracht wezenheid en leven te gieten, in wat maar al te vaak een ledige vorm was geworden, en vele getuigenissen hebben mij bewezen dat mijn poging niet mislukt was. Ik heb, met opzet, geen sacrament toegediend; sacramenten zijn fetichismen en protestantsche voorgangers mogen niet priestertje spelen. In de plaats van een sacrament heb ik getracht eene plechtigheid te stellen, waarin woorden en zinnebeeld zich vereenigen om den ouders en der gemeente waarvan zij lid zijn hun heilige plichten op het hart te drukken.

Het is, zegt men, geen doop. Wat, geen doop! Het is ? ii.ijn doop, en den doop van hen die daarin stichting vinden. Waarom zou ik, onder de vele doopen die er zijn, niet den mijnen hebben, die even goed is als eenig anderen en veel beter dan een sacramenteele doop ? Waarom zou het betere geen recht van bestaan hebben naast het slechtere? Welke doop is dan de ware? Zeker itici die met de formule, want zij is niet de oorspronkelijke voor zoover als wij weten; immers, men heeft hoogstwaarschijnlijk eerst gedoopt met een beroep op den naam van God, eer men den Zoon en den Heiligen Geest er bij haalde.

Welke doop is de ware ? Zeker niet de kinderdoop, al gebruikt men de formule; want juist higr is het gebruik der formule een schroomlijk misbruik. In Matth. 28 : 9 wordt geen kinderdoop bedoeld; er wordt bedoeld, dat zij door den doop in de gemeente worden opgenomen die, krachtens hun bekeering, voortaan met haar den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest zullen aanroepen. Dit is onmogelijk van toepassing op kleine kinderen. Geen doop is de oorspronkelijke; geen doop is in dien zin de ware! Maar wat is dit ook voor een catholiek begrip : de ware doop J Ik vraag niet naar den waren doop, een onding.. Ik vraag maar wat er wezenlijks ligt in een traditioneele plechtigheid en breng dit aan h^t licht. In den loop der eeuwen heeft die plechtigheid talrijke wijzigingen ondergaan; als goed protestant help ik ze verder wijzigen in den geest van het protestantisme, en ik moet het wel vreemd vinden, dat men mij daarbij willekeurig wil binden aan eenigen vorm van vroegeren tijd.

Wie een catholieken doop'verlangt moet zich niet tot mij wenden; hij vindt volop gelegenheid, om voldoening van zijne vermeende behoefte te erlangen. Ik voor mij tracht te voldoen aan wezenlijke behoeften; dit is trouw aan mijn ambt, en trouw aan mijn ambt is zeker geen reden om dit neer te leggen.

Leiden, 8 Juni 1896.

C. G. CHAVANNES.

En de redactie antwoordt er op:

Wij hebben niet geschreven dat wie in 't geval van Chavannes of Koevers verkeeren, niet mogen doopen, of hun ambt moeten nederleggen.

Dit schreven wij: »Voor ons behoort de formule bij den doop. Wij gevoelen het als willekeur, wanneer men voortgaat den doop te bedienen en de formule laat varen en zouden, indien wij ons gebonden achtten van de formule afstand te doen, door bezwaren van denzelfden aard ons weerhouden achten den doop te bedienen."

Wij verzoeken vriendelijk er op te letten, dat wij het vraagstuk geheel en al ter beslissing lieten aan persoonlijke waardeering, en enkel onze persoonlijke opvatting gaven. En dat deden wij tegenover het beweren van Prof. Oort, dat het gebruiken der formule zou zijn een spelen met woorden en dat men er mee zou schuldig staan aan onwaarachtigheid.

Blijf waar voor uzelf, zeggen wij, en handel diensvolgens; maar beticht anderen niet van onwaar te zijn, indien zij anders meenen te moeten handelen. Voor ons is er geen andere doop dan die een catholiek, d. i. een algemeen karakter draagt, en daaroms bedienen wij ons daarbij niet van een door ons bedachte, maar van een door de traditie gegeven formule.

Wij komen tot die gedragslijn door dezelfde overwegingen, ., die Chavannes tot de zijne voerde: wie den doop bedient treedt handelend voor de gemeente op en doopt in haar naam.

En wij verheugen ons in de vrijgevigheid onzer kerkelijke reglementen, die toelaat dat wie geen vrede heeft met de wijze waarop hier den doop wordt bediend, hem elders kan vragen, waar hij bediend wordt op de manier die hem't best voldoet. Bij de doopsformule bekruipt ons niet wat naar onze schatting naar intellectualistisch purisme riekt. Wij lezen in de gewone formule geen dogma van triniteit, aan welks vorming immers de doopsformule ook historisch voorafging.

Wij hebben echter een bepaalde reden om niet verder in te gaan op de beteekenis der doopsformule zelve, en die reden ligt in den huldigen stand der quaestie. Wij erkennen het te betreuren, dat de discussie thans op dit punt wordt gericht. Immers, tegenover gevallen als thans te Stolwijk en te Stiens zich voordoen, ligt niet hier de vraag, waarop het aankomt. De vraag is: zullen Koevers en Chavannes vrijheid hebben om te doen, wat zij doen? En van het oogenblik af dat men tracht hen dit te beletten, staan wij zonder voorbehoud aan hun zijde. Gelukte het, hun vrijheid in deze te breidelen, dan zou daarmede de formule den confessioneelen ijk ontvangen en wij tegenover haar zeer zeker onmiddellijk anders komen te staan.

Zoo wordt thans in de Ned. Hervormde Kerk met het heilig Sacrament van den Doop gesold. Er is geen zachter woord voor.

En toch, ook als er zóó «gedoopt" is, moet zelfs een orthodoxe, ja een Gereformeerde kerkeraad, dit als Doop erkennen, op straffe van kerkelijke afzetting.

En nog zien onze broederen niet in, op wat doolpad ze zijn.

Zulk stuitends verdedigen ze nog!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 juni 1896

De Heraut | 4 Pagina's

uit be Ders.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 juni 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken