Bekijk het origineel

Oordeel van Ds. Sikkel.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Oordeel van Ds. Sikkel.

6 minuten leestijd

Na het oordeel van Ds. Littooy over Bedums Bezwaarschrift, deelen we thans ook het oordeel van Ds. Sikkel hierover mede.

Het luidt aldus:

De kerkeraad van Bedum in de provincie Groningen heeft aan deputaten voor het verband der Geref. kerken met de Vrije Universiteit een bezwaarschrift ingediend naar aanleiding van hetgeen prof. Kuyper door de drukpers ons volk leert.

Niemand zal aan een kerkeraad of zelfs aan een enkel geloovige het recht betwisten, om tegen een leeraar, wat diens leer aangaat, bezwaren in te brengen. En wij betwisten dat recht ook aan Bedums kerkeraad in geen enkel opzicht. Integendeel. Indien een kerkeraad meent-, dat de waarheid Gods schade zou lijden, zoo is hij verplicht te spreken.

Nu kan men wel, zooals ook bij de geschiedenis der enquête in zake het onderwijs van prof. Lohman geschiedde, en zooals ook thans weer herhaald wordt, heel wijs oordeelen, dat het niet de tijd is; dat het op andere wijze moest; dat het door' andere personen moest; dat het langs een anderen weg moest; dat het in een anderen vortn moest; dat het met andere woorden moest; dat het te lang of te breed, te dun of te dik gedaan is. Op ons maken zulke opmerkingen een armelijken indruk; ze doen ons denken aan de stuurlui die steeds aan den wal blijven, en daar wachten tot een ander vaart, om dan aan de omstanders te verhalen, dat zij het heel anders zouden gedaan hebben, als zij eens scheep gingen; — ot aan andere lieden, die u de kastanjes uit het vuur laten halen, en dan hun verontwaardiging te kennen geven, dat gij asch aan uw vingers hebt; — de bekende grievende pedanterie der eigenwijzen, die de kat altoos uit den boom kijken, maar de handen in den zak houden.

Niet dat w^ critiek, ook door de drukpers, op het optreden van Bedums kerkeraad zouden willen veroordeelen. Het is genoegzaam bekend, dat wij zulke critiek meer bevorderen dan tegengaan, er aan meedoen, en voor haar behandeling ook zelven volstrekt niet kleinzeerig zijn. Maar de betweterij, die u altoos in den steek laat om farmeele overwegingen, en zich zoo uit het gedrang houdt, waar het heilige belangen geldt, kunnen wij niet uitstaan. We gevoelen daar een zonde in van zwakheid in trouw, in karakter, in moed, in liefde voor hen, die zich wagen en toewijden aan wat hun conscientie, hun roeping voor God, hun trouw aan hooger eere dan de hunne eischen. Als er gesproken t)wet worden in zaken, waarin dit spreken een offer eischt, dan geven wij eere aan wie spreekt, en achten hen te goed, om met dooddoeners en zevenklappers het volk, wier heilige belangen in het geding zijn, van hen te verwijderen.

Niet dus omdat de zaak niet op andere wijze* zou kunnen opgezet zijn, maar om zijn daad, die naar wij gelooven na ernstig beraad en onder den drang der conscientie bij het licht, dat hij had, door den Bedumschen kerkeraad verricht is, eeren wij de fermiteit van genoemden kerkeraad. Ook om hen, wien het ingebrachte bezwaar geldt en bovenal om de waarheid Gods kunnen wij ons over die daad niet bedroeven.

Het geldt hier toch zeer gewichtige stukken der waarheid, die het beginsel onzer Gereformeerde belijdenis raken, en waarover onze Gereformeerde kerken tot bewustzijn, en indien noodig, ook tot een oordeel moeten komen. Het geldt de leer der rechtvaardigmaking, der wedergeboorte en der roeping in verband met de bediening des Woords en der sacramenten en van heel de practijk van ons kerkelijk leven; het geldt de leer aangaande de kerk en de zuivere positie der geïnstitueerde kerk tegenover de andere levensterreinen, bepaaldelijk ook tegenover de wetenschap en de scholen. Het geldt het terrein der beginselen. Gelijk we de houding der fractie-Van Lingen, die allen principiëelen strijd ontweek als willekeurig en onverantwoordelijk laken en beschuldigen, zoo komt ons daarentegen een optreden met eerlijk beschreven bezwaren alleszins gepast voor, ja door de waarheid en den dienst van God geeischt.

Het bezwaar van Bedum treft toch niet alleen prof. Kuyper, maar evenzeer delioogleeraren te Amsterdam en te Kampen, die zijn overtuiging deelen en daarbij de dienaren des Woords in onze Gereformeerde kerken, die in hun dienst van de beginselen, welke Bedum onaannemelijk acht, uitgaan, ja daarin het wezen zelf der zuivere waarheid, den wortel der Gereformeerde belijdenis begrepen achten. Zouden de genoemde hoogleeraren en leeraren de kerken en de waarheid Gods afschuiven van het fundament dat onze God gelegd heeft, zoo is het noodig, dat zij van het pad, dat zij bewandelen, teruggeroepen worden, of daarop worden weerstaan. En anders is het roeping, hunne eere te handhaven legen wie hen van onzuivere leer beschuldigt of verdenkt. Toch behoeven wij bij den opzet van dit bezwaar nog niet aanstonds te denken aan een verplichte keuze tusschen Bedum en zoovele andere kerken en leeraars. Nadere uiteenzetting van de gevoelens betreffende de besproken stukken kan tot meerder licht en hartelijke overeenstemming leiden en zoo aan onze Gereformeerden ten goede komen. Een strijd van leer en tegenleer, van stelling en tegenstelling, mag. nog allerminst geconstateerd worden. Bedums geschrift toont duidelijk voor hen, die der zake kundig zijn, dat er misverstand 'bestaat op belangrijke punten; dat uitdrukkingen aan welke allerminst het gewicht der zaak hangt, meer dan de zaak zelve waarom het ons allen gaat, als bezwarend worden aangezien; dat practische overwegingen sterker drang uitoefenen dan een onbevangen beoordeeling in zake de belijdenis der waarheid gedoogt; dat allerminst een uitgewerkte antithese de broederen scheidt.

Ware de practische vraag over de opleiding van de baan, ten genoegen ook van Bedums kerk, zoodat die kerk de zuiverheid dier oplossing op den toetssteen der Gereformeerde beginselen erkende, en gerust was in de conscientie voor God, er zou van zijn bezwaarschrift ongetwijfeld heel wat wegsmelten als sneeuw voor de zon.

Dit feit is niet te miskennen, waar tegen de hoogleeraren te Kampen die hun instemming met prof. Kuyper op betwiste punten onbewimpeld uitspraken, geen actie door Bedum ingesteld werd, maar prof. Kuyper door dezen kerkeraad tot mikpunt voor zijn klacht wordt genomen, en het stuk wordt ingediend niet bij den kerkeraad van Amsterdam, maar bij de deputaten voor het verband der kerken met de Vrije Universiteit.

Het slot, dat een zijweg inslaat, laten we vie.^\ maar met het bovenstaande stemmen we geheel in.

Behandeling van soortgelijke aangelegenheden hoort in een kerk die op de zuiverheid van haar belijdenis prijs stelt, thuis. Zelfs mag men zeggen, dat de vooruitgang in de kennisse der waarheid bijna altoos te danken was aan dergelijke duidelijke openbaarmaking en tegenstelling van strijdige inzichten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 juni 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Oordeel van Ds. Sikkel.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 juni 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken