Bekijk het origineel

De indruk, dien

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De indruk, dien

4 minuten leestijd

Amsterdam, 11 September 1896.

De indruk, dien de Generale Synode van Middelburg achterliet, is niet geheel dezelfde als die van Dordrecht het land inging.

Dit is te verstaan.

Te Dordrecht kwam men bijeen een blauwen Maandag na de Vereeniging. Ze was amper een jaar oud.

Dat moest wel ietwat stijf en gehinderd uitvallen, en door dien onvrijen vorm een kans bieden aan argwaan en wantrouwen.

Dordrechts Synode droeg zoo in elk opzicht de allures van een eerste ontmoeting. Er heerschte zekere verlegenheid, zekere onevenredigheid, zekere opzettelijke en daardoor pijnlijke voorzichtigheid.

Eigenlijk had men jaar en dag na de Verbondssluiting nog gauschelijk geen Synode moeten houden, en eerst eens drie jaren rustig kerkelijk saam moeten leven.

Maar natuurlijk dat kon niet. Er was te veel dat op voorloopige regeling wachtte. Te Amsterdam genoten we een Synodalen dag, maar doorleefden geen gedaagde Synode. Daar kwamen wel twee groepen, maar nog niet de kerken dier beide groepen saam.

Zoo kon men niet buiten Dordrecht. En de fout was maar dat men te Dordrecht noch van de ééne noch van de andere zijde helder genoeg inzag, wat gansch voorloopig karakter die tusschentijdsche hulp-Synode droeg.

Zij die ons Calvinistisch Sion gram zijn, liepen er dan ook deerlijk meê in, toen ze, op het min goed gerucht vein de Dordsche Synode afgaande, den profetenmantel omhingen, en de totale mislukking van onze Vereeniging voorspelden, ja, reeds in meer dan één kring op die mislukking wissels trokken.

Wie dat alzoo deden, verzwijgen we nu maar. Een booze conscientie heeft het kwaad genoeg met haar zelve. Ge behoeft haar last niet door verwijt te verzwaren.

Maar na Middelburg zullen deze heeren speculanten van professie dan toch inzien, hoe deerlijk ze zich misrekend hebben.

Middelburg was eigenlijk onze eerste meetellende Synode. Dordrecht trekt de schrijver der historie alleen pro meinor ie uit. En op die Middelburgschc Synode, pas vier jaren na ons samenkomen, bleek de Vereeniging zoo boven alle verwachting goed en gelukkig geslaagd te zijn, dat niemand meer aan A of B dacht, en er nog slechts even 50 op de 620 plaatsen overbleven, waar deze antiquiteit nog met beschaamd gelaat voortkwijnt.

Dit was zelfs zóó sterk, dat al wat in Deputaatschap of Rapport nog van de Dordsche Synode nawerkte, als sneeuw voor de zon wegsmolt, en dat voor de toekomst de leefregel op allerlei gebied zoogoed als met algemecne stemmen werd vastgesteld.

Men heelt zich te Middelburg als één bekend, en na een oogenbiik hortens, als één gevoeld.

Naar het verleden zag niemand meer, ieders blik was op de toekomst gericht, en die toekomst ging men vol vreugde en goede hope tegen, als voor oogen ziende, hoe de sterkte des Heeren in het lichaam der kerk indrong, en ons opriep om met vereende kracht, vergetende wat achter ons ligt, aan de weêroprichting van het Calvinisme, overeenkomstig zijn aard, en in onverdroten trouw aan zijn beginselen, te arbeiden.

Van overwinnaars of overwonnenen was dan ook, gelijk het op een Synode der kerken betaamt, geen oogenbiik sprake.

Men hielp elkander om vooruit en verder te komen.

Men begreep, zoogoed als eenparig, dat de positie van een kerkengroep, die gelijk de onze thans breed haar vleugelen uitspreidt, een geheel andere is, dan vroeger de positie der twee kleine groepen elk op zichzelve genomen; en men zag in dat die veranderde positie vanzelf duurder verantwoordelijkheid, hooger plicht en anderen leefregel met zich bracht.

Dit besef nu legde aan alle onderling getwist het zwijgen op. Er was vreugdeolie voor treurigheid. Dank en lof en heilige vreugde in de Synode en onder het volk, dat haar in hooge en lage bank omlijstte.

Al aanstonds ging er een juichtoon in heel Walcheren op. Van Walcheren klonk die juichtoon over al Zeelands eilanden na. En van Zeeland ging die toon der dankzegging en der blijde hope heel het land door.

Ook ons is deze uitkomst oorzaak van ongeveinsde vreugde, niet het minst met het oog op hetgeen voor de Zending is verricht.

Onze Zending tobde. Ze zwalkte in te ondiepe wateren, en raakte daarom telkens vast.

Nu is ze vlot geworden, en door een diepe geul heen, in vrij vaarwater geleid.

Geve de Heere onze God, dat het Gereformeerde volk dan nu ook met stillen ernst en met voor niets terugdeinzende offervaardigheid op dezen Dienst des Heeren inga.

Bovenal vermenigvuldige het gebed, opdat de Heere des oogstes ons arbeiders die den sikkel niet stomp slaan, maar door de halmen doen snijden, uitstoote in zijnen wijngaard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 september 1896

De Heraut | 4 Pagina's

De indruk, dien

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 september 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken