Bekijk het origineel

Onthouding.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onthouding.

6 minuten leestijd

XXI.

Plicht tot bestrijding van het alcoholisch gevaar rust alzoo op de Overheid in haar wetgeving, haar politiemaatregelen, en haar eigen gebruik van personeel, als ambtenaren, beambten, klerken en werklieden. Men kan er bijvoegen door haar bevelvoering over de Vloot, het Leger en de Schutterij.

Die plicht rust in de tweede plaats op de Iverken, door de predikatie des Woords, het onderwijs op de catechisatiën, het huisen krankenbezoek, het persoonlijk voorbeeld der ambtsdragers, en door de oefening der Kerkelijke Tucht.

En die plicht rust ten derde op een iegelijk die in het maatschappelijk leven op bureel of werkplaats, in beroep of bedrijf, anderen in zijn dienst heeft, door onverbiddelijk al wie zich aan alcoholische dranken te buiten gaat, en dit misbruik niet wil laten varen, uit te sluiten.

Toch is met deze drie : de Overheid, de Kerk en het Bedrijf, nog volstrekt niet alle kracht ter verwee tegen dèn vijand van het alcoholisme uitgeput. Ook de School, ook het Huisgezin, ook het Persoonlijk leven telt meê.

Hierbij allereerst van^^ & /2ÖÖ/gewagende, bedoelen we in het minst niet, dat de school de geschiktste gelegenheid aanbiedt, om Bands of Hope te recruteeren, d. w. z. de kinderen reeds op een leeftijd van acht, negen of tien jaar te laten teekenen voor een Onthoudingsvereeniging. Niet dat we ons hier op zichzelf en onder alle omstandigheden tegen verklaren. Dit zal in onze laatste artikelen anders blijken. Maar nooit mag onze bedoeling in dien zin worden verstaan, alsof het vormen van zulke korpsen van kleine-kinderen-onthouders tot de natuurlijke en eigenaardige roeping der school behoorde.

De school moet zich nooit een ander doel voor oogen stellen, dan de opvoeding van het kind voor het leven in kerk en maatschappij en staat. Op alle deze drie moet en mag ze zich in onderling verband richten. Ze mag en moet daarbij op lichaam en ziel, op hoofd en hart werken. Kortom heel het kind, en niet een stuk van het kind opvoeden. Maar voor die opvoeding behoort ze alleen dié middelen aan te \yenden, die uit haar v/ezen als school voortvloeien, en niet treden op een haar vreemd terrein. De cavalerist moet rijden, niet varen; de matroos varen en niet van het paard leeren vechten. Altoos naar de ordinantie, dat het voor ieder ding zijn moet tttaar zijn soort." Zoo nu ook, werke de school met schoolmiddelen, niet met instrumenten die buiten haar erf liggen.

Dit nu maakt dat de school nooit rechtstreeks, maar alleen zijdelings hulpe kan bieden. En dat wel op tweeërlei manier: i". door het onderwijs, 2". door de vorming van het kind.

Bij het onderwijs opent én het schrijven, én het lezen, én het van buiten leeren, de gelegenheid, om zekere denkbeelden diep in het geheugen en in het bewustzijn van het kind in te prenten.

Schrijfvoorbeelden te geven waar niets inzit, is kracht verspillen. Een schrijfvoorbeeld moet een inhoud hebben. En die inhoud moet met zorg gekozen, ten einde daardoor het zinnen en denken van het kind bezig te houden met een edele, verheffende gedachte, liefst met een veelzeggende gedachte, die het eerst niet dan halfbewust in zich opneemt, en waar het eerst later ingroeit.

Het dwaze denkbeeld, alsof men een Idnd nooit bezig moet houden dan met hetgeen het ten volle begrijpt en verstaat, is een paedagogische caricatuur.

Diezelfde gelegenheid om zekere overtuigingen, zekere denkbeelden in het bewustzijn van het kind in te prenten, biedt evenzoo het lezen, doch op andere manier. Schrijfvoorbeelden, als ze goed zijn, zijn korte gezegden in glashelderen stijl. Bij het lezen daarentegen komt het niet op het leggen van mozaiek aan, maar op het boeien. Het richt zich daarom zoo spoedig mogelijk op het verhaal, op de beschrijving, op denkbeeldige schets. Die beschrijving, dat verhaal, die schets deugt niet, zoo het kind alleen geboeid wordt door het prikkelende van den inhoud. Zal er ook hier opvoeding zijn, dan moet de leesoefening ongemerkt ook een strekking hebben voor den geest, en in vaste opklimming en geleidelijken samenhang op den geest van het kind indruk iriaken.

En eindelijk het van buiten leeren heeft de strekking, niet alleen om formeel het geheugen te oefenen, den taalschat van het kind te verrijken, en het oor aan schooner vorm te wennen, maar ook om in een vorm die licht hangen blijft, zekere verhefïende, vertroostende, afmanende, bezielende gedachten, hetzij didactisch, hetzij historisch of romantisch ingekleed als gedachtenvoorraad aan het kind meê te geven. Bij dit uit het geheugen leeren komt het dus niet aan op altoos nieuwe verzen, vooral niet op lange verzen, maar op korte verzen, die over alle klassen saam verdeeld, één geheel, één stel vormen, en die, weinig in aantal, elkaar niet verwarren, maar door eindelooze repetitie muurvast in het geheugen worden geprent.

Welnu, indien de school haar roeping begrijpt, zal ze door die schrijfvoorbeelden, door die leesoefening en door die geheugenoefening, het bewustzijn van het kind over het punt dat ons bezig houdt, vaster pogen te zetten, het besef wat demon er in den drank schuilt scherper maken, en den zin van het kind in weerzin! tegen alle alcoholisch misbruik ontwikkelen.

Slechts ga men hierbij paedagogisch te werk, en leide het zeer jonge kind niet in akeligheden in, die nog buiten zijn sfeer liggen, en alleen in de hoogste klasse kan er sprake van platen zijn, die de verwoesting door den drank in het menschelijk lichaam aangericht aan het kind plastisch voor oogen stellen.

Dit voor wat het onderwijs aangaat.

Maar de goede school geeft meer. Ze' werkt ook vormend op den persoon van het kind in.

En hierbij komt het er vooral op aan, niet te uitsluitend het verstandelijk vermogen te ontwikkelen, maar om ook aan de vorming van het wilsvermogen meer dan dusver zijn aandacht te schenken.

Het alcoholisch misbruik ducht weinig van schoone redeneering, maar het deinst terug voor zelfbeheersching en wilskracht. Het alcoholisme leeft van verleiding en valsche schaamte, van willoosheid en gemis aan zelfcontrole.

Verreweg de meeste andere kinderen weten zeer wel, dat , er in den drank een kwaad schuilt. De eerste schrede op den boozen weg zet de knaap en de jongeling nooit dan onder het kloppen van zijn consciëntie.

Maar in de ure der verleiding bezwijkt hij, omdat er geen verweer in "zijn wil, geen weerstand in zijn karakter, geen beheersching over zich zelven is.

En hiertegen nu bestaat geen ander middel, dan het ontwikkelen van de wilskracht in het kind, en het doen ontluiken van de macht over zijn eigen persoon; niet door een stoïcijnsch zelfbesef, maar door een vast vertrouwen in zijn God aan te kweeken.

Hoe meer met name de Christelijke, en vooral de Gereformeerde school, naar eisch van vaste paedagogische methode, bij het onderwijs door schrijfvoorbeeld, leesoefening en geheugenoefening, en bij de vorming van het kind door ontwikkeling van eene in vertrouwen op God worstelende wilskracht, het kind wapent en verrijkt, des te vaster staan we in de overtuiging dat ook de school een machtige bondgenoote zal kunnen zijn in de bestrijding van den doodelijken vijand.

Mits ook de school niet in de eerste plaats vrage wat ze exstra's en buiten haar gewone orde ten deze leveren kan, maar haar kracht allereerst zoeke in het richtig aanwenden van die gewone en normale middelen, die aan de school ten dienste staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 oktober 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Onthouding.

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 oktober 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken