Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

Hollands Kerkblad geeft op verzoek van den heer Chevallicr, burgemeester van Krommenie, nog eens een korte uiteenzetting van de reden, waarom noch een dienstdoend noch een uitgediend predikant buiten de plaatselijke kerk denkbaar is. i

Hij schrijft er van:

Het ambt van dienaar des Woords is een afzonderlijk ambt der geïnstitueerde kerk. Het is nergens anders dan in de geïnstitueerde kerk, d. i., in de plaatselijk geïnstitueerde kerk. Het zit ook in geen enkel ambt in; het is een afzonderlijk ambt.

De gedachte, dat b. v. een professor in de theo­ logie natuurlijk het recht heeft om te prediken en de sacramenten te bedienen, is door en door ongereformeerd, onbijbelsch. Dat recht heeft alken een dienaar des Woords als van Christus tot dezen dienst gegeven aan de plaatselijke kerk. Waar het leven van Christus' kerk georganiseerd is, gelijk in ons vaderland, daar mag niemand het Woord prediken of de sacramenten bedienen noch in eenige kerk, noch te Bloemendaal of Veldwijk, noch waar ook dan alleen een dienaar des Woords eener plaatselijke kerk. Niemand, wie of wat hij ook zij. Is hij professor, is hij volksvertegenwoordiger, staat hij aan het hoofd van een Hospitium, van een inrichting voor kranken, voor weezen of voor wat ook, — altegader zeer gewenschte levensroepingen, — het recht om te prediken mist hij, zoo hij niet tevens dienaar des Woords eener plaatselijke kerk is. Onze Gereformeerde kerken spreken zich dienaangaande onomwonden nit in Artikel 3 der kerkenorde. En de praktijk onzer Gereformeerde kerken was in dit opzicht in vroeger eeuw zeer nauwkeurig. Een hoogleeraar in de godgeleerdheid aan één der universiteiten b. v. te Leiden, die niet door de plaatselijke kerk tot dienaar des Woords beroepen was en dus bij zijn hoogleeraarsambt bovendien in het ambt van dienaar des Woords was bevestigd, mocht niet voor de gemeente optreden en deed dat dan ook niet. Gij leest dan ook op de werken dier hoogleeraren meestal hun dubbele qualiteit, hun beide ambten: hoogleeraar aan de Universiteit en dienaar des goddelijken Woords. Ook thans mag geen andere praktijk worden goedgekeurd. Een hoogleeraar, die niet tevens dienaar des Woords is, mag niet in den dienst des Woords optreden. Bij hen zoowel als bij Regenten van Hospitia en leiders van Gestichten vrage men vooraf: is deze broeder ook dienaar des Woords eener plaatselijke kerk. Alleen als hij dienaar des Woords eener plaatselijke kerk is, kan hij in de bediening d* Woords optreden. Alle andere qualiteiten blijven hier volkomen buiten rekening. Zelfs het kerkelijk doctoraat, mede een ambt der plaatselijke kerk (waarom toch vindt dat ambt met betrekking tot de theologie, de opleiding en zoovelerlei belang geen bespreking? ) zelfs het kerkelijk doctoraat, mede een ambt der geïnstitueerde plaatselijke kerk, geeft geenerlei recht om op te treden in den dienst des Woords, zoolang de docter ecclesiae niet tevens als dienaar des Woords, dus nu in twee ambten, door de gemeente verkozen en bevestigd is. In alle gevallen en voor alle personen geldt hetzelfde antwoord op de vraag: mag deze of die, hier of daar, in prediking of sacramentsbediening optreden? Dit éénige antwoord luidt: ieder mag overal optreden in den dienst des Woords indien hij daar optreedt als dienaar des Woords eener plaatselijk geïnstitueerde kerk en dus binnen de grenzen van de bevoegdheid dier kerk.

Anders niemand, en nimmer, en nergens.

Waar dus een kerkeraad iemand wil noodigen voor den dienst des Woords, is hij geroepen te vragen, niet: is de gewenschte persoon Professor, Regent of Volksvertegenwoordiger? en ook niet: is hij vroeger dienaar des Woords geweestt maar alleen: is hij thans dienaar des Woords eener plaatselijke kerk?

En dit past de schrijver dan aldus op het emeritaat toe:

Waar wij dit beginsel onzer kerkenorde, zoo duidelijk als ons mogelijk was, hebben uitgesproken, daar laten wij thans een woord over het emeritaat volgen.

Dienaangaande toch bestaat blijkbaar nog Veel misverstand.

Door het emeritaat gaat iemand niet uit het ambt van dienaar dés Woords, maar hij blijft er juist in. Door het emeritaat wordt een dienaar des Woords, die door ouderdom, ziekte of anderszins onbekwaam wordt voor de uitoefening van zijn dienst, voor soote'r of voor zoolang of in die mate als die uitoefening voor hem onmogelijk is, van die verplichting ontheven. Hij blijft echter dienaar des Woords in de plaatselijke kerk, die hem beriep. Hij behoudt de bevoegdheid tot den dienst in die kerk, voor zooveel zijne krachten toelaten, altoos naar het oordeel des kerkeraads. En hij blijft ook tot dien dienst verplicht, voor zoover de ontheffing door den kerkeraad niet verleend wordt of weder mocht worden ingetrokken.

Een emeritus is niet nit het ambt der plaatselijke kerk, maar er in; hij is van die kerk niet«/; maar hij blijft tot haar behooren. Elders gaan wonen kan hij nooit zonder weten en willen van zijn kerkeraad, wiens dienaar des Woords hij is. Ten allen tijde kan hij teruggeroepen worden door zijn kerk, natuurlijk behoudens de rechten en plichten van het kerkverband. Elders prediken kan hij nooit dan alleen als dienaar des Woords van de kerk, wier dienaar hij is, en dus voor verantwoording van die kerk. Zijn kerk heeft daarvoor de bewilliging noodig van den kerkeraad ter plaatse, waar hij optreedt. De kerkeraad, die hem emeriteerde, blijft ten volle voor hem verantwoordelijk. Hij blijft voor rekening van dien kerkeraad. Is hij tot den dienst weer bekwaam, zoo moet zijn kerkeraad hem weer den weg tot uitoefening van dien dienst banen. En voor zijn onderhoud blijft zijn kerkeraad ten volle verantwoordelgk. Hij is en blijft dienaar des Woords van de kerk, die hem emeriteert. Emeriteerde hem b. v. Rotterdam, zoo is hij overal, waar hij woont of gaat, emeritus — dienaar des Woords van de Gereformeerde kerk te Rotterdam. En in alles, wat hem overkomt, in alles wat er met hem gebeurt, in elke kerkelijke procedure ook, die tegen hem zou opkomen, is de kerk van Rotterdam aansprakelijk voor zijn ambt en voor de zorg, waarop een dienaar des Woords recht heeft.

Dit dient helder te worden ingezien. Een kerkeraad, die meent, wij zijn van onzen dienaar af, indien hij emeritus verklaard is, vergist zich schromelijk. Het emeritaat verklaart juist, dat de band blijjt. En dat de rechten en plichten dus ook niet opgeheven worden, maar blijven. Alleen de plicht tot uitoefening van den dienst wordt, voor zooveel en voor zoolang dit noodzakelijk is, opgeheven; en daarmee ook het recht tot die uitoefening. Maar alle andere rechten en plichten blijven. En met de kerkenorde in de hand heeft een emeritusdienaar, heel zijn leven door, het recht om zijn onderhoud te vorderen van de plaatselijke kerk, die hem emeriteerde. Zelfs de wereldlijke rechter zou deze vordering op grond der voor beide partijen geldende kerkenorde zonder eenigen twijfel toewijzen. De kerken dienen hiermee rekening te houden. Wanneer zij den band en dus ook de verplichtingen tegenover een dienaar des Woords willen losmaken, dan moeten zij hem niet erheriteeren, maar losmaken van zijn ambt.

Een dienaar, die niet van zijn ambt aan de plaatselijke kerk is losgemaakt, blijft dat ambt behoude7t.

Op dit losmaken van het ambt gaan wij thahs niet nader in. Het kan alleen plaats hebben door roeping naar eene andere kerk naar Art. 10 der kerkenorde; door tot een anderen staat des levens over te gaan volgens Art. 12 der kerkenorde; of door afzetting volgens Art.-79 en 80 der kerkenorde.

Onze bedoeUng is alleen aan te toonen, dat men voorzichtig moét zijn met het gebruik maken van het emeritaat. Wie meent, dat dit een onschuldig middel is, om van een dienaar des Woords af te komen, of om een dienaar des Woords voor alles en overal buiten de kerk om te gebruiken, die vergist zich deerlijk. Een emeritus-dienaar is en blijft overal verbonden aan de kerk, die hem emeriteerde. Hij is en blijft haar dienaar des Woords, zoolang zij hem niet met reden kan ontslaan.

Nieuw zijn deze dingen ook voor onze lezers wel niet; maar zoo klare en heldere uiteenzetting kan bij meer dan één lezer toch dienst doen tot verheldering der gedachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 november 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 november 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken