Bekijk het origineel

Een teedere quaestie.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een teedere quaestie.

4 minuten leestijd

Over het eerste opgaan van H. M. onze Koningin ten heiligen Avondmaal meende de Hervorming een woord van critiek ten beste te moeten geven.

Ziehier in hoofdzaak haar bezwaar:

> Indien eenige kerkelijke handeling, dan roept de Avondmaalsviering in herinnering de gelijkheid aller menschen voor God, aller schuld en aller behoefte aan een Goddelijke liefde.

Dat Avondmaal heeft men in Den Haag hoffcihig gemaakt, met allerlei officieel vertoon, door aanwijzing van ieders plaats aan den Avondmaalsdisch naar den rang dien hij bekleedde en den titel dien hij droeg. De ceremoniemeester heeft geregeld wat ter regeling den kerkeraad is opgedragen en den kerkeraad alleen, en deze heeft het toegelaten, dat de hofetiquette binnendrong waar zij niet behoorde en onverbiddelijk had moeten geweerd worden.

Wij betreuren het, dat de hofprediker — de hofkapelaan, zei de Staatscourant ook thans weder in halsstarrig onverstand — zich heeft willen leenen tot zulk een bedrijf.

Hij had het, meenen wij, der Koningin-Regentes moeten op het hart drukken, dat dit niet is in overeenstemming met de traditiën der Hervormde kerk en niet overeenkomstig Hollandsche zeden. Bovenal weegt bij ons, dat onder alle omstandigheden heilig worde gehouden wat heilig is; doch dit zelfs daargelaten: het ware meer overeenkomstig de waardigheid der Hervormde kerk, meer bevredigend voor het nationaal gevoel en meer in 't belang van het Vorstenhuis geweest, indien men, zeg maar den tact had gehad, zich bij deze gelegenheid niet te laten leiden door. wat is van buitenlandsch model."

Het lijdt wel geen twijfel, of alle Gereformeerden in den lande, tot welke kerk ook behoorende, voelen iets voor deze bedenking.

Wat men ia Duitschland op Luthersch erf natuurlijk vindt, is het niet op Calvinistisch terrein.

De Luthersche Reformatie is nu eenmaal door de hoven doorgezet; de vorsten hebben zich in de plaats van den paus gesteld; en op dit bisschoppelijk gezag over de kerk vaa Christus zijn Duitsche vorsten nog altoos zoo sterk gesteld, dat de keizer van Duitschland den bekenden predikant Stöcker in ongenade liet vallen, alleen wijl hij het voorstel dorst doen, dat de koning van Pruisen dit overheidsgezag over de kerk zou prijs geven en loslaten.

Hiermee nu hangt het samen, dat het hof in Duitschland ook bij kerkelijke plechtigheden zelf regelt de wijze waarop deze plechtigheden zullen . toegaan. In Duitschland gaat het dan ook eenigermate toe, zooals het nu in den Haag ging. Alleen met dit verschil dat men in Duitschland het Avondmaal niet zittende aan een tafel ontvangt, maar geknield voor het altaar.

Ook o. i. ware het daarom te wenschen geweest, dat men in den Haag alles gemeden had, wat aan invoering van Duitsch-Luthersche gewoonten in ons Nederlandsch Calvinistisch kerkelijk wezen denken deed.

Natuurlijk had de kerkeraad derNederd. Herv. kerk te 's-Gravenhage ten deze te waken.

Bij het heilig Avondmaal deed niet de hofprediker dienst, maar de Dienaar des Woords bij de Hervormde gemeente, en hoe hij hierbij te verkeeren had, stond niet aan hem ter beoordeeling, maar moest beslist worden door den kerkeraad.

Of deze metterdaad beslist heeft, weten we niet.

Doch gesteld dit ware zoo, dan stemmen we volkomen toe, dat hij maatregelen behoorde te nemen, om te voorkomen, dat onstuimig gedrang en schuldige nieuwsgierigheid, de stilheid en plechtigheid van het heilig Avondmaal stoorden.

Men had den Avondmaalsdisch met een hek, gelijk dit ook elders aanwezig is, kunnen afsluiten, en binnen dat hek niet meer personen kunnen doorlaten, dan op eenmaal aan den disch plaats konden nemen.

Ook in het gebouw zelf had men niet meer personen behoeven toe te laten, dan als leden der gemeente in het gebouw plaatsen hadden of plaats konden vinden.

Wat alleen niet oirbaar was, en gegronde bedenking doet rijzen is, dat men de plaatsen aan den Avondmaalsdisch door hofdignitarissen en andere hooggeplaatste personen liet innemen.

Ook al had men gemeend, de plaatsen vooraf te moeten aanwijzen, dan ware het nóg eisch geweest, dat aan de tafel, waaraan de Koninginnen aanzaten, enkel zusters der gemeente met haar aanzaten, en wel zusters der gemeente uit de onderscheidene standen.

We stemmen dus volkomen toe, dat maatregelen moesten genomen worden, om onkiesch en onstuimig dringen te voorkomen, maar achten dat de maatregelen, die thans daarvoor genomen zijn, niet in overeenstemmig waren met het hoog en heilig karakter van het heilig Avondmaal.

De zaak is kiesch en teeder.

Het is voor vorstelijke personen pijnlijker dan men denkt, dat zij zelfs in de heiligste oogenblikken van hun leven door étiquette van het-Ilof en onteedere uieuwsgierigheid van het publiek achtervolgd worden.

Maar juist daarom is het roeping der pers, bij zulke aangelegenheden niet te zwijgen, maar door een stem uit het midden des volks de vorstelijke personen tegenover Hofsleur-en Volksonbeleefdheid te steunen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 november 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Een teedere quaestie.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 november 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken