Bekijk het origineel

Uit De Pers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit De Pers

8 minuten leestijd

Over het Kerkisme^ dat thans onder de orthodoxen in de Hervormde Kerk het hoofd opsteekt, schrijft Ds. Klaarhamer in de Utr. Kerkbode aü. :

Onder de dingen, waarvan wij de noodlottigste gevolgen tegemoet zien, en die wij Aoiaxom»gez'aarl!jk" achten, behoort ook het tegenwoordige 'drijven van vele synodale predikanten, om in alles en allerlei de kerkelijke quaestie en daarmede de kerkelijke gedeeldheid binnen te halen, al zouden ze 't er bij de haren bijsiepen.

Wij hebben gehad een kerkelijk sociaal congres en wij hebben nu Dvaderlatidsche /Cvr/? 1< iesvereenigingen" en »vaderbindsche /^(? r, ^'-werkmansvereenigingen" en iivadcrtaiidsche , ^tv, {!-schoolvereenigingcn" eii als dat zoo doorgaat, dan duurt het niet lang, of wij krijgen vaderlandsche - kerk - bakkers en - slagers en - kleermakers en - dokters en - apothekers en - bakers enz.

Lach er niet om, lezer, al is er nog zooveel belachelijks in deze saaravoeging van wat heel niet saamhoort.

De zaak is te ernstig en te gevaarlijk. En ook te droevig, want het doet uitkomen, hoe verblind men in sommige kringen is, deels door groote onkunde, deels door kerkelijke hartstocht en deels door vrees voor en afkeer van de Gereformeerde beginselen.

Zóó verblind, dat men de dwaasheid en onmogelijkheid van zulke samenvoegingen niet inziet, en er waarlijk heil van wacht,

De eenige vrucht kan toch maar zijn, dat ons maatschappelijk en nationaal leven er geheel door vervalscht wordt; dat onze Christelijke mannen en vrouwen onder valsche leuzen den strijd gaan aanbinden; dat de beginselen er door •weggesftpl en straks vergeten worden; dat de belijders van den Christus hun kracht gaan verspillen in onderlinge bestrijding, en onderwijl aan de mannen van ongeloof en revolutie vrij spel wordt gelaten, om op elk gebied hun verderfelijke beginselen en praktijken in te voeren.

Natuurlijk, zij, die deze soort van dingen drijven, •willen noch bedoelen deze gevolgen. Neen, maar dat helpt hen weinig. Als zij aan die stations niet willen uitkomen, moeten zij niet in dien trein gaan zitten.

Kerk, school, maatschappij en natie, dat is toch niet een-en hetzelfde.

Zij zijn toch duidelijk van t\V.3Lnd.QX onderscheiden.

Zij vormen toch elk een eigen kring met een eiee)t taak en een eigen regel, •

Als een man met andere mannen saam een predikant, een ouderling of een diaken kiest, dan doet hij toch %oat anders en heeft hij toch een andere bedoeling, dan of hij misschien op denzelfden dag weder met anderen saam een lid voor den gemeenteraad of een afgevaardigde naar de||Twecdc Kamer verkiest.

En als een timmerman of schilder of smid met andere mannen van zijn ï'ir^saamkomt, om over de zaken en belangen van hun vak te spreken en te oordeelen, dan doet hij toch wal anders en bedoelt wat anders, dan wanneer hij misschien op denzelfden dag als lid 'jijiicr kerk met arfdere kerkleden saamkomt, om over de zaken en belangen van hmt kerk te spreken en te oordeelen.

Dit zal toch wel niemand tegenspreken.

Is het dan nu zoo ondenkbaar en onmogelijk, dat mannen het in het kiezen van een gemeenteraadslid en vanfhun vertegenwoordiger in de Tweede Kamer en in zake him vakbelangen geheel eens zijn, al behooren zij niet allen tot, wat men zoo graag zou willen voorstellen, de-vaderlandsche kerk?

De gemeenteraad behoeft toch die kerk niet te besturen? En die Tweede Kamer heeft toch immers niets te maken met de zaken van eenige kerk, welke dan ook? En eene vereeniging, die alleen bedoelt op te komen voor de sociale belangen van Nederlandsche burgers, behoeft toch niet die vaderlandsche kerk of welke andere kerk dan ook in stand te houden?

En nu is het zeker waar, dat kerk en school, kerk en natie, kerk en maatschappij ? /«//(? .? zijn van elkander, want in deze vier onderscheidene kringen moet één llod naar één Bijbel door denzellden m.an of vrouw worden gediend en daarom kunnen in die vier kringen alleeri ^ij saar, zgaan en sa& Kiiierkoi, die uit denzelfden Geest leven en door dezelfde beginselen zich laten leiden.

Geloof en ongeloof, Christus en Belial, de H. Cèest en het zondige vleesch kunnen in geen dezer vier kringen saamgaan, noch saamleven, noch saam arbeiden.

Maar indien nu het geval zich voordoet, — en dat doel zich juist voor in de zaak, dio wij bespreken, — dat Gereformeerde belijders het over de toepassing hunner gemeenschappelijke beginselen geheel eens zijn in drie van die vier kringen en alleen over hun kerkelijk instituut verschillen, is het dan toch niet zondig en dwaas, als zij nu voor die drie kringen hun

be^Hselen opzij zetten en zich laten leiden door de belangen van hun kerkelijk instituut en saamwerking met hun broeders, hun medebelijders tegen den ge meenschappelijken vijand weigeren, omdat die broeder en medebelijders geen voöz-standers, maar/< ? ^««tanders van hun kerkelijk instituut zijn?

Uw huis en het mijne worden beide door dezelfde vlammen bedreigd. Saamverbonden kunnen wij die vlammen keeren en ons eigendom redden. Maar omdat gij niet van itmijn kerk" zijt laat ik u en gij mij alleen tobben en straks zitten we beiden op de puinhoopen.

Is dit niet dwaas en goddeloos?

-En niet anders is het drijven van hen, die ons Christenvolk uiteendrijven en hun kracht en getal verdeelen in school en maatschappij en politiek, omdat niet allen willen meéroepen: des Heeren tempel, des Heeren tempel, des Heeren tempel, is deze!

Dat is een valscke leuze.

Is dat 's Heeren tempel, waar modernen, ethischen, confsssioneelen, Gereformeerden, socialisten enz. enz. dooreenleven, met precies dezelfde rechten, waar evenzeer het Woord vervalscht als gepredikt wordt, waar de Christus der Schriften naast een Christus van eigen uitvinding wordt gepredikt?

Moeten daarvoor de werklieden in hun sociale vereenigingen en de kiezers en hun kiesvereenigingen hun medebelijders en medestrijders uitwerpen en den rug toekeeren? Moet daarvoor het welzijn en de toekomst van natie en maatschappij en nageslacht op 't spel gezet worden?

Neen, de leuze moest zijn: -ivoor het Koninkrijk Gods en zijne gerechtigheid^'' tvoor yezus en zijn heer schappij!"

Het is een leugen: die leuze. Want in die »vaderlandsche kerk werkmansvereenigingen" en svaderlandsche kerk kiesvereenigingen" gaat het niet om die zoogenaamde Kerk, maar om een partij in die Kerk, want men laat er niet toe allen die lid dier Kerk zijn, maar alleen hen, die van de partij zijn, die hetzelfde belijden. Bij het oproepen heet 't, dat 't om die vaderlandsche kerk gaat en komen dan do leden dier kerk, dan houdt men ze op eens een beginsel, een belijdenis voor. Is die leuze niet een leugen ?

En wat zal men met dit uiteenrukken, wat saam hoort, winnen voor zijn zoogenaamde vaderlandsche kerk? Niets.

Integendeel.

De vlammen van ongeloof en revolutie, van redicalisme en socialisme bedreigen uw Genootschap meer dan de Gereformeerde kerken, of liever, gij hebt er meer van te vreezen.

Hoewel uw broeders in Christus u herhaaldelijk en publiek betuigd hebben, dat zij niet anders willen dan recht voor elk kerkelijk instituut, recht in het publieke, nationale leven voor Jezus' gemeente en dus óók dientengevolge een uitkeering van staatswege aan de kerken, óók uw kerk, van wat haar naar recht en historie toekomt; toch blijft gij uw brocdereji vervolgen met den laster, dat zij hun kerk willen bevoordeelen en verheffen tën koste van uw kerk en dat zij zeker hun sociale en politieke macht en invloed zouden misbruiken ten nadeele van uw vaderlandsche kerk en daarom dus met alle middelen moeten geweerd uit alle ambt en macht en dat hun invloed overal moet gebroken.

Welnu, uw loon zal dit zijn. Mede door de door u doorgedreven verdeeldheid zullen straks de partijen des ongeloofs de macht in handen hebben en dan zal uw vaderlandsche kerk den slag worden toegebracht, dien gij meer dan iets vreest; dan zullen haar het goud en zilver kortweg uit de Staatskas onthouden worden.

Och, dat toch de Gereformeerden in het genootschap zich door dit drijven niet laten verblinden en onder die valsche leus zich niet laten saambinden met hen, die hen haten en tegenstaan om hun Gereformeerde beginselen, en zich niet laten scheiden van die broederen, met wie zij wel niet in een Gereformeerd instituut kerkelijk saamleven, maar met wie zij toch één geloof deelachtig zijn.

Neen, het Christusbelijdend deel van Neêrlands volk moet niet verdeeld raken in zooveel kerkelijke groepen, die alles achter stellen bij de belangen van hun kerk of kerkje, maar laat men in het nationale en sociale leven zich scharen om de beginselen.

Beginsel tegen beginsel. Geloof tegen ongeloof.

Voor den Christus of tegen Hem. Met den bijbel of zonder en tegen dit boek Gods.

Dan staat de strijd zuiver. Dan kan en zal God met zijn volk zijn. Dan zal Jezus aan de spitse strijden van hen, die zijn naam belijden.

Dan zullen de geloovigen, onverschillig van wat kerk zij zijn, tot een zout, een zuurdeesem, een licht, een zegen zijn voor de natie en de maatschappij.

Deze bestraffing van het valsche beginsel is ten volle verdiend.

Het is de Roomsche kerkgedachte toepassen op een insUtuut, waarvan Ds. Bruna nog onlangs zoo waar schreef, dal hetgeen kerk-meer is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 november 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Uit De Pers

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 november 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken