Bekijk het origineel

Standpunt Bruna.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Standpunt Bruna.

9 minuten leestijd

I.

Op onze vraag, of Ds. Bruna het met ons eens is, dat we bij onze verdere be schouwing de Artikelen onzer Confessie in zake de kerk tot uitgangspunt kiezen, ontvingen we geen antwoord.

Nemen we aan, dat dit zwijgen is op te vatten als een zwijgen der verontwaardiging: »Wat meent ge, dat ik mij zelven Gereformeerd zou noemen, en niet de grondbeginselen der Calvinisten omtrent de kerk zou belijden, gelijk onze gemeenschappelijke Confessie die aangeeft? "

Het zal dus een qui tacet consentire videtur zijn, d. w. z. wie zwijgt consenteert.

En dan belet niets ons, te voldoen aan zijn verzoek, om te beginnen met ons oordeel te zeggen over de hoofdstrekking van zijn in elk geval belangrijke brochure, en dienen we dus eerst aan onze lezers duidelijk te maken, wat het stelsel van dit vlug-, schrift is.

Zijn uitgangspunt dan is, dat de Hervormde Kerk ten principale daardoor zondigt dat ze onwaar is, of wilt ge, dat ze niet alleen leugen in haar schoot draagt, maar verlengend is in haar bestaan als zoodanig.

Hij schrijft toch:

De Nederlandsche Hervormde kerk is onwaar.

In de eerste plaats is zij iets anders dan ze heet. Ze heet een kerk, ze heet een dienaresse van den xvpiog, den Heer, en ze is een meesteresse van zichzelve.

Bij geen enkele quaestie, in welk kerkelijk gezagslichaam ook behandeld, is in de laatste jaren ooit gevraagd: > wat zegt de Heere" ? maar altijd: > wat zegt de persoonlijke opinie van de meerderheid"?

Dit lichaam heet Hervormd, maar het fundament der hervorming: Gods Woord boven alles. God Woord alleen, en dat Woord in den bijbel; is langzamerhand geheel omgezet in de leaie: Gods Woord alleen en boven alles en dat Woord te vinden in de dictaten van hooggeleerden of in de notulen van theologen-vergaderingen.

Plastisch licht hij dit nader op deze wijze toe:

Ge kunt Zondagsmorgens een Nederlandsche Hervormde kerk binnengaan en daar een preekstoel zien en op dien preekstoel zien liggen een bijbel en dan kunt ge een predikant zien opkomen, die met eerbied uit dit boek leest en buigt voor de majesteit van Hem, die uit dit boek spreekt. En dan loopt ge naar een naburig dorp en vraagt naar de Nederlandsche Hervormde kerk en ge treedt oinnen en ge ziet ook daar een kansel en ook daar een prediker en ook daar een bijbel en de prediker wijst met den vinger naar dit boek en spreekt: »voorheen ja, in de tijden der onwetendheid heeft men dit boek gehouden voor hel Woord van God, maar thans weten wij beter; thans weten wij, hoe bij de bijbelschrijvers menigmaal hun vrome zin de rede overstemde en lichtgeloovigheid voor waarheid hield, wat droomen waren."

De Nederlandsche Hervormde kerk is onwaar, want ze pretendeert te zijn eenige geestelijke éénheid en als zoodanig bestaat ze niet.

Aldus is z. i. de feitelijke toestand. Tegen dien feitelijkcn toestand gaat zijn hoofdaanklacht. En het is die hoofdaanklacht, die hij poogde uit te drukken in zijn titel: Over de onwaarheid der Nederl. Herv. Kerk.

Geheel deze uitdrukkingswijze achten we onjuist.

Ze is ontleend aan de Ethische grondbeschouwing.

Want wel zien we niet voorbij, dat ook de Heilige Schrift spreekt van tde waarheid doen, " en alzoo het woord waarheid in anderen zin bezigt, dan wij dit in onze taal gewoon zijn; maar dit geeft ons allerminst recht, om, nu eenmaal een vervalsching van het waarheidsbegrip in zwang kwam, ook n ons eigen spraakgebruik zulk een wijze an uitdrukking over te nemen.

Er is eenerzijds een verstandelijk leven, en leven van ons denken, een leven in onze edachtenwereld; en daarnaast en daartegenver staat ons zedelijk godsdienstig leven.

Deze twee sferen van ons leven zijn door uiste grenzen van elkaar gescheiden.

De grondbeschouwing der Ethischen daarentegen heeft ook deze grenzen pogen te verflauwen, en de zedelijke eigenschappen met de verstandelijke denkbeelden ineen laten vloeien.

Op die wijze zijn de bekende uitdrukkingen ontstaan van: Wees waar, Waar in alles enz. Uitdrukkingen die, hoe goed ook oorspronkelijk bedoeld, nochtans van een verkeerde grondbeschouwing uitgingen, en de grens tusschen de sfeer van ons verstand en die van onzen wil ophieven.

Ds. Bruna heeft dan ook zelf reeds twijfel, geopperd, of de gekozen titel wel juist ware.

Hij wilde niet betoogen wat schrijver dezes voor nu bijna dertig jaren bedoelde, toen hij in zijn Kerkvisitatie een hoofdstuk opnam onder den titel: De leugen in de kerk.

Neen, hij wilde aantoonen, dat de titel waaronder dit Genootschap optreedt, als zoodanig niet beantwoordt aan haar wezen noch aan den feitelijken toestand van dit wezen; dat ze niet is datgene waarvoor ze zich uitgeeft, en waarvoor velen haar houden.

Dit nu zou zijn uitgedrukt door als titel te kiezen: De Ned. Herv. Kerk is geen kerk.

Doch dit is bijzaak.

Hoofdzaak is hem de bewering, dat de Ned. Hervormde Kerk het karakter van kerk te zijn mist, en hierin zijn we het met den schrijver eens.

Hiervan uitgaande stelt hij nu, dat verandering van dezen toestand slechts op tweeërlei wijze te brengen is.

Dit kan ten eerste geschieden door uitban» ning van alle elementen, die tegen elkaar strijden en het zich stellen in theorie en praktijk, op een iiieer of minder ruim, maar in elk geval scherp belijnd fundament.

En dit kan ten tweede geschieden, doordat de Nederlandsche Hervormde kerk de pretentie van een geestelijken band te vormen, opgeeft, uit hare statuten zorgvuldig al het geestelijke schrapt en een anderen, in elk geval niet geestelijken, grondslag van eenheid zoekt of bewaart.

Hij voor zich wenscht geen bestendiging van den bestaanden toestand, en vindt zich nu voor deze keuze geplaatst:

Één der belijdenissen of richtingen te laten als Nederlandsche Hervormde kerk en alle andere uit te doen treden, of anders de Nederlandsche Hervormde kerk maken tot een vereeniging op stoffelijken of zedelij ken grondslag, met loslating van al wat er geestelijks in deze eenheid was of heette te zijn.

Welk van deze twee men nu ook kiest, in elk geval is het eisch, dat de onderscheidene personen, die zekere geestelijke eenheid bezitten, zich als afzonderlijke groepen organiseeren, en dat wel om de belijdenis van dat beginsel, dat hen alsgioep saamhoudt. Laat ons zeggen de Gereformeerden om de Gereformeerde belijdenis, de Ethischen om hun Ethisch beginsel, de Groningers om hun «Evangelie", de Modernen om hun »Moderne wereldbeschouwing", de Nietsgeloovers om hun Ongeloof.

Of daarbij alle overige groepen buiten het Genootschap raken, om het Genootschap bij boedelscheiding aan één dier groepen te laten, of wel dat alle groepen saam in het Genootschap een fiuancieele eenheid blijven bezitten, doet z. i. hierbij niets ter zake.

In of buiten het Genootschap, alle groepen zijn verplicht haar beginsel en belijdenis duidelijk uit te spreken, en zich daarnaar te organiseeren.

Geestelijke deeling en scheiding der geesten, is daarom van geheel de door hem beoogde reformatie het uitgangspunt.

Men zal dan z. i. moeten beginnen, mét onverwijld b. v. alle Gereformeerden in de Ned. Herv. Kerk zich als afzonderlijke groep in dit Genootschap degelijk te laten organiseeren,

Doen nu ook andere groepen dit, dan spruit hieruit z. i. tweeërlei voordeel voort i

In de eerste plaats zullen door dit streven geestverwanten, meer dan tot nu toe, aaneensluiting zoeken en door die nauwere aaneensluiting zal van elke groep meerdere macht uitgaan.

Het zal geven, dat de oogen van een grooter aantal menschen zullen opengaan voor de on» mogelijkheid om geestelijke vijanden met een band als van broeders samen te binden.

Het zal de mogelijkheid doen ontstaan om op een gemakkelijke wijze eenmaal tot eene oplossing van het vraagstuk dat we bespreken, te komen: want hetzij men de Nederlandsche Hervormde kerk onder dezen oneigenlijken naam wil behouden, hetzij men tot volle scheiding zou willen doorgaan, in beide gevallen is een groot bezwaar weggenomen, wanneer er een zuivere grensbepaling van de verschillende richtingen is te geven en wanneer voor elke partij het fundament van een geestelijk huis is gelegd.

Het eerste voordeel zoekt Ds. Bruna derhalve in krachtsverhooging door organisatie van de toch feitelijk reeds bestaande groepen, een afbaking van wat uiteen moet.

En hieraan knoopt hij dit tweede voordeel vast:

Een tweede voordeel voor dit streven is geleen in het feit, dat het geen kunstmatige, mechaische, maar een natuurlijke, historische weg is, ien we hier ingaan.

Reeds op duidelijke wij «e zijn de lijnen, die ij principieel willen trekken, te voorschijn geomen.

Als bewijs daarvan zijn in de eerste plaatste oemen de jaarlijksche vergaderingen van moerne, Groningsche, ethische en confessioneele heologen, een jaarlijksche wapenschouwing van eestverwante predikanten.

Als nog sterker bewijs vinden we het feit, dat thische predikanten godsdienstoefeningen gaan ouden en formeele evangelisaties, zendingspos

ten gaan oprichten in plaatsen, waar een Nederlandsche Hervormde predikant van andere richting is, en dat door moderne predikanten, veelal behüorende tot de Nederlandsche Hervormde kerk, voor afdeelingen van den protestantenbond wordt gesproken en godsdienstonderwijs wordt gegeven, in plaatsen, waar een collega uit het — zelfde Nederlandsch Hervormd genootschap bij den dienst des Woords in 't kerkgebouw voorgaat of met een deel der jeugd catechiseert.

Dit nu is toe te juichen: daaruit spreekt waarheidszin en liefde tot eigen overtuiging, en dit wijst tevens den weg, dien we nu niet langer partieel en half onbewust, maar met beslistheid als naar een duidelijk zichtbaar doel te loopen hebben, om uit het moeras te geraken.

De rangschikking van deze tweede opmerking als tweede voordeel schijnt ons minder juist.

Het is geen tweede voordeel van geestelijke scheiding, niaar eenvoudig een opmerking die aantoont, dat de geestelijke scheiding feitelijk reeds bestaat, en nog alleen consequent doorvoering eischt.

Hierbij laten we het voor ditmaal, om eea volgend maal - uiteen te zetten, hoe de geachte schrijver zich de verwezenlijking van zijn denkbeeld als mogelijk denkt.

Voorshands voegen we er slechts aan toe, dat het vroeger ook in onze kolommen verdedigde denkbeeld van een modus vivendi èvenzoo bedoelde: i". het ontnemen aan het Genootschap van het karakter van kerk; 2". het afzonderlijk organisceren binnen een louter administratief genootschap van Gereformeerden, Ethischen, Groningers, Modernen; en 3°. het niet langer geestelijk verantwoordelijk stellen van de ééae groep voor het bestaan en de handelingen der overige.

Bedoeld als maatregel van overgang bestaat er alzoo bij ons principieel tegen dezen gedachtengang geen bezwaar, mits hij maar zóó worde uitgevoerd, dat de Gereformeerden ook voorshands metterdaad kerkelijk naar den etsch van hun beginsel leven kunnen.

Doch hierover een volgend maal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 november 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Standpunt Bruna.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 november 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken