Bekijk het origineel

Recensie.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Recensie.

3 minuten leestijd

Het Tijdschrift voor Geref. Theologie begint zich gaandeweg te ontwikkelen op een wijze die schoone hope voor de toekomst geeft.

Het jongste nummer bood ons eerst een zeer degelijk stuk van Dr. Noordtzij onder den titel Valsche bronnendeeling, waarin op gelukkige wijze de vraag wordt behandeld, of de scheiding der bronnen, die de critiek ook op de hoeken Richteren ea Ruth heeft toegepast, geslaagd mag heeten. Meer dan eens met de bewijskracht vanhetbaarblijkelijke wordt deze vraag door den geachten schrijver ontkennend beantwoord.

Dr. Van Goor gaf in de tweede plaats een flink opstel over de verhouding die tusschen exegese en dogmatiek moet bestaan, met name in de prediking.

Zijn slotsom is:

Komt nu de exegeet tot een resultaat, dat hem toeschijnt vast te staan, doch in strijd is, ik zeg niet alleen met de traditioneele uitlegging, maar ook met de belijdenis der Kerk, hoe heeft hij dan zijne slotsom op te maken? Bij beide heeft het woord van Cyprianus zijne b»teekenis: > non parum me movet Ecclesiae auctoritas", maar deze autoriteit mag hem alleen leiden tot des te nauwkeuriger onderzoek van zijn resultaat en van den weg, waarlangs hij tot dat resultaat kwam. Blijft dan voor hem die strijd bestaan, dan moet deze hem tot de erkentenis leiden, dat ook zijn kennen en arbeiden eene grens heeft en dat hier bUjkt, hoe hij nog niet er in geslaag^d is, dé volle betefskènis Van het Schriftwoord in zijne verhouding tot het geheel der geopenbaarde waarheid te vatten. Want niet de exegeet, maar de Kerk belijdt en stelt de belijdenis vast. En de geschiedenis wijst gedurig aan, hoe exegeten er toe gekomen zijn, op grond hunner jwetenschappelijke" resultaten, tegen de belijdenis der Kerk op te treden. Terecht heeft iemand op Calvijn gewezen als dogmaticus in zijne «Institutie", de waarheid in haar geheel uiteenzettend, maar als exegeet gedurig tot resultaten komende, afwijkende van de gewone uiüegging, doch niet van de belijdenis.

Ligt hieraan niet veelszins een juiste gedachte ten grondslag?

In de derde plaats geeft Ds. Tazelaar een beschouwing over de Schatkist van 's Heeren huis. Eene heldere uiteenzetting van wat uit de plaatsmg van de Schatkist naast het altaar in 's Heeren huis onder Israël - ook nu nog voor ons Christenen bij ons geven voor de zaak des Heeren volgt.

Ds. De Gaay Fortman volgt hierop met een toelichting van de geldgierigheid in de Heilige Schrift, niet bedoeld als een zucht tot oppotten en als vrees voor het uitgeven, zooals het bij den vrek eri wat wij thans gierigaard noemen zich voordoet, maar als een eindeloos gieren naar en begeeren van geld. Alleen zij opgemerkt dat in i Tim. 6:10 niet staat dat geldgierigheid de wortel, maar dat zij een wortel is van alle kwaden. De wortel ligt nog dieper.

En eindelijk wijst Prof, Biesterveld op het schoone werk van ALBERT, die Geschichte der Pr e dig t in Deutschland bis Luther, nu reeds in drie deelen.

Het belangrijke van dit werk is, dat het niet slechts een bloemlezing biedt, maar elke soOrt van prediking die opkwam uit haar beginsel verklaart en beoordeelt. Alleen is het misgezien dat Albert den confessioneelen toetssteen hierbij prijsgeeft.

Men ziet, bij vroeger vergeleken, biedt dit tijdschrift veelzijdige teekenen van ernstigen vooruitgang.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 december 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Recensie.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 december 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken