Bekijk het origineel

Standpunt-Bruna.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Standpunt-Bruna.

11 minuten leestijd

IV (Slot).

Vraagt ge, welken uitweg de heer Ds. Bruna dem aanraadt en inslaat, dan luidt zijn antwoord: Geen weg inslaan, feitelijk niets doen, blijven zitten gelijk ge zit, maar de zaken anders beschouwen.

Misschien zal Ds. Bruna hierop antwoorden: Dat is mijn gevoelen volstrekt niet.

Dit verstaan we, ea daarom zullen we hem ook nu weer met zijn eigen woorden laten spreken.

Hij schrijft dan:

Maar nu komt de vraag, waar is dan de kerk wel en de Dienst des Woords en de kerkeraad ?

Het antwoord hierop is dit:

De Gereformeerde kerk te .... stad of.... dorp bestaat uit die leden der Nederlandsche Hervormde kerk, die komen, zoo goed als uitsluitend, tot de prediking van Gereformeerde predikanten, die, na ernstige inlichting, bereid zijn te antwoorden op de vragen van het formulier van den Heiligen Doop; die, na principieel onderricht en telkens te herhalen waarschuwing, te goeder trouw aanzitten aan het Heilig Avondmaal, wanneer dit door een Gereformeerd predikant wordt bediend.

Dienst des Woords is er, wanneer een predikant den dienst leidt, die zich onderwerpt aan Gods Woord en instemt met de formulieren van eenigheid.

Provisioneel en particulier zal hetwenschelijk zijn, dat lidmaten-boeken worden aangelegd van wie aan deze eischen voldoen, evenals lijsten van Gereformeerde predikanten. Dit aanleggen van boeken van besliste voorstanders is ook voor modernen en Groningers zeer gewenscht, mits particulier. Dit officieel te doen is, zooals we in V opmerkten, dwaasheid, als niet de gansche wet wordt veranderd.

De kerkeraad bestaat uit die leden van den zoogenaamden kerkeraad, die de Gereformeerde belijdenis zijn toegedaan.

Deze zijn gehouden tot leertucht (levenstucht wordt door de Nederlandsche Hervormde kerk geoefend) aangaande de predikanten en gemeenteleden, die zich Gereformeerd noemen.

Deze leertucht wordt geoefend door persoonlijk vermaan, bijzondere waarschuwing in geval de gecensureerde toegang tot de sacramenten zoekt en mededeeling aan geloofsgenooten van de afwijkingen.

Uit deze korte schets blijkt, dat de Gereformeerden in 't genootschap in een onaangename positie zijn, maar niet in een zondige. Deze onaangenaamheid moet worden gedragen ter wille van de massa, die aldus bereikt en gedeeltelijk gewonnen kan worden. s

Op deze zijne woorden komt het eigenlijk aan, en daar voegt hij, ter ampliatie, nog dit aan toe voor een stad of dorp in minder gunstige conditie verkeerende :

In plaatsen, waar een zekere groep altijd van prediking verstoken is en een gemeente of kerk bestaat, niet Nederlandsch Hervormd, maar b. v. Doopsgezind, Gereformeerd, geheel apart, Luthersch of anders geheeten, waar wel prediking te hooren is naar eigen zin en overtuiging, kan men natuurlijk naar zoo'n Doopsgezinde, Gereformeerde of andere kerk opgaan, met dien verstande, dat de gave voor die kerk, in de inzameling gegeven, in evenredigheid zij met 't geen de leden dier gemeente of kerk tot instandhouding van hun dienst bijdragen.

Uii is hiermede zijn vlugschrift nog niet. Integendeel, na dit punt, waar het eigenlijk op aankwam, te hebbeu afgehandeld, besluit de geachte schrijver met een toespraak tot een Modern predikant, om hem duidelijk te maken waarom Ds. Bruna c, s. met hem niet saamwerken kunnen.

Of ik vraag u, vrijzinnig predikant, wanneer wij zijn gezeten onder uw gehoor, en wanneer wij u den bijbel zien opslaan en daaruit hooren lezen, den bijbel, dien wij eeren als Gods eigen Woord, waarin ongerijmdheid alleen door het bederf van ons eigen inzicht, waarin onwaarheid alleen door onze eigen onwetendheid kan worden gewaand, ik vraag u, wanneer wij dat Woord des eeuwigen Gods hooren critiseeren, ja verachten, keurt gij het dan goed, dat wij koud zouden blijven voor de eere onzes Gods? Kunt gij toorn verwijten, waar het heiligste wordt aangerand ? Of gelooft gij niet, dat wij een overtuiging hebben r Of ook, wanheer wij belijden, dat in Jezus Christus de volheid Gods verscheen, dat wie Hem loochent als zoodanig, naar het Schriftwoord, klaarblijkelijk toont den Vader niet te kennen, noch te eeren, moogt gij 't ons verwijten, dat wij toornen, als Zijn vlekkelooze reinheid, Zijn goddelijke wondermacht. Zijn heerlijke geboorte en heengaan wordt geloochend? Of gelooft gij niet, dat ook wij een overtuiging hebben ?

Of ook, wanneer wij belijden, dat er een hemel is van eeuwig geluk en een hel van eeuwig verderf; wanneer wij belijden, dat de eenige weg ten leven is door Hem, die niet alleen geleefd heeft, zooals 't ons is beschreven, maar die leeft, die regeert, wiens alle macht is in den hemel en op aarde; kunt gij dan niet gevoelen, hoe wij in angst neerzitten, als wij hooren, hoe gij, prediker, uzelf en uwe hoorders op den weg ten eeuwigen dood geleidt?

Hoe kunt gij verdraagzaamheid vragen, waar dit verdiagen voor ons gelijk staat met te verdragen, dat moord en zelfmoord wordt gepleegd ?

Of kimt gij niet gelooven, dat ook wij een overtuiging hebben ? Maar als ge dat kunt, bedroef ons niet langer met uw verwijt van hardheid, waar zooveel gebed voor uwe ziele uit onze binnenkamer stijgt naar des Heeren troon.

Wij, die den weg en de afgronden zien, wij moeten en wij zullen blijven waarsc'auweu wie niet ziet; wij zullen blijven strijden tegen wie verleidt; wij zullen blijven bidden, ook voor u. N e

Voor dit guedc trouwe woord aan Ds. Bruna onze dank. Want wel bevat het niets nieuws, en drukt het slechts uit wat sinds 1870 algemeen onder de Orthodoxen gevoeld werd.

Maar toch, nu de jongere Ethischen weer verband met de Modernen zochten, en de grenzen verflauwden, was het kostelijk en goed hier de tegenstelling nog eens even scherp te doen uitkomen. Vooral ook om het te doen met die teederheid, waarin de hoogste ernst met de rijkste naastenliefde is gemengd.

Doch hierover genoeg. We keeren thans tot het eerste citaat terug, waarvan we beweren, dat het neerkomt op niets doen, maar een anderen bril opzetten.

De vraag: Waar is de kerk ? raakt een beschouwing, geen daad. Evenzoo de vraag: Waar is de dienst des Woords ? En evenzoo daarna de derde vraag: Waar is de kerkeraad ?

Dit alles raakt de vraag, hoe ge u de zaken voorstelt, hoe ge ze beziet, wat ge er van denkt, maar het laat den toestand gelijk hij is.

Het éénige waarvan men zou kunnen zeggen, dat er een doen in ligt, zou zijn: i *. het aanleggen van lijsten van besliste belijders ; en 2". het oefenen van onderlinge leertucht.

Op den keper bezien is ook dit echter van luttel beduidenis. Zulk een lijst aanleggen wordt wenschelijk, niet eens noodzakelijk gekeurd. En, eilieve, wie heeft macht en recht van Christuswege om uit te maken wie al dan niet op die lijst hoort? Dit kan alleen een wettige kerkeraad. Die wettige kerkeraad is er bij u niet. Ook deze lijst bezit dus nooit een geldend karakter.

We onderschatten daarom het gewicht van zulk een lijst niet. Zulk een lijst kan altoos dienst doen, mits niemand er op kome zonder zijn toestemming. Maar zulk een lijst heeft dan ook nooit een ander, noch hooger karakter, dan een opgave te zijn van personen in de eene of andere Hervormde gemeente, die onder elkander zich over en weer beschouwen als de Gereformeerden in die gemeente.

Feitelijk dus ook hier weer een beschouwing, en die beschouwing geboekt.

En wat de leertucht aangaat, zoo zou deze op dien voet nooit iets anders zijn dan een onderling broederlijk vermaan, dat ook buiten alle kerkelijke verhouding toch plaats kan, en als het wel is, plaats moet grijpen.

Alleen maar dat onderling broederlijk vermaan, zal men zich nu figureeren, het zich voorstellen, als ware het kerkelijke tucht.

Vreemd klinkt hierbij alleen de opmerking, dat deze gefingeerde tucht alleen over de leer zal loopen, overmits de tucht over het-leven door de Ned. Herv. kerk geoe fend wordt.

Feitelijk is dat niet zoo, dan bij hooge uitzondering, en de statistiek toont, dat de geheel tüchtelooze en gedemoraliseerde volkskringen bijna uitsluitend tot de Ned. Herv. kerk behooren.

Doch ook afgezien van dit feitelijke, past deze scheiding niet in Ds. Bruna's eigen telsel. Een puur administratief lichaam kan geen zedelijke tucht oefenen, want tucht moet in den naam van Koning Jezus gaan, als Hoofd der kerk, en zedentucht onderstelt een zedelij ken maatstaf, t w. de Heilige Schrift als regel van onzen wandel.

Ook wordt de fictie hier al te ongerijmd.

Een gefingeerde Gereformeerde kerkeraad, die met den kerkeraad der Ned. Herv. gemeente zijn geestelijke bevoegdheden deelt.

Doch dit alles is bijzaak.

Hoofdzaak is" de vraag, of het aangaat aldus de dingen te beschouwen, of men op die wijs de realiteit, den werkelijken toestand mag wegdenken, om in een fictie in te leven.

Neem b. v. een gemeente van drie predikanten, de één is Modern, de tweede Ethisch, de derde Gereformeerd. In den kerkeraad zitten 8 Modernen, 8 Ethischen, 8 Gereformeerden. En in de gemeente zijn 2000 Modernen, 2000 Ethischen en 2000 Gereformeerden. De cijfers doen er niet toe. Het is maar om de fictie plastisch voor zich te hebben.

Nu zegt Ds Bruna: Die Gereformeerde predikant, die 8 Gereformeerde kerkeraadsleden, en die 2000 Gereformeerden, blijven in het kerkelijk verband der Ned. Herv. gemeente, maar ze spreken af: De kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente is geen kerkeraad, de kerkeraad dat zijn wij met ons achten. Ze spreken af: Die andere twee predikbeurten zijn geen godsdiensoefening. Dienst des Woords. is er alleen als onze dominee preekt. Ze spreken af: Doop of Avondmaal is er niet als die andere twee op den preekstoel staan, maar alleen als onze Gereformeerde predikant in functie is.

Maar inmiddels roept diezelfde Gereformeerde predikant morgen den dag den kerkeraad der Ned. Herv. gemeente saam. Eerst spreekt hij met de zijnen af, dat dit geen kerkeraad is, en morgen convoceert hij de leden toch als kerkeraad. Hij presideert er in. Hij laat ze als kerkeraad besluiten nemen. Teekent die besluiten als voorzitter van den kerkeraad. Teekent voor den kerkeraad protocollen.

Maar eilieve, waar blijft de waarheid in Christus' kerk dan toch ?

Eerst op de knieën voor God betuigen: Het is £een kerk en geen kerkeraad, en dan toch, evenzoo na opening met gebed, desniettemin weer met eigen hand onderteekenen, dat het wel een kerkeraad is.

Of zekere ceremonie Doop is of geen Doop, Avondmaal of geen Avondmaal, zal er alleen van afhangen of er een Gereformeerd predikant op den predikstoel staat.

De leden zal men laten beloven gehoorzaamheid en onderwerping aan de Reglementen, en medewerking tot den bloei der Ned. Herv. kerk, en onderwijl zal men hun en privé infiiiisteren: Kinderen, die Hervormde kerk, tot wier bloei ik u beloven

laat, mede te werKeu, w ^eett Hurk, üie kerk is een leugen.

Maar voelt Ds. Bruna dan toch niet zelf, dat hier een dubbelzinnigheid den kop opsteekt, die op het heilig erf van Christus' kerk als door en door onwaar, innerlijk en mi.sleidend onwaar moet gebrandmerkt? En toont de uitkomst niet, hoe hij, volkomen terecht de Ned. Herv. kerk van onwaarheid aanklagend, zich des ondanks en tegen zijn bedoelen, in gelijke »onwaarheid" laat wegsiepen?

Iets waarbij dan in de tweede plaats komt, dat hij op die wijs niet alleen gedurig handelingen zelf verricht en door anderen laat verrichten, die bij zijn uitgangspunt, uit zedelijk oogpunt niet te verdedigen zijn, maar dat hij bovendien nalaat te doen, - v^sX plicht is.

Waar Gereformeerden in eenige plaats saamleven, daar moeten zij ook saam als kerk uitkomen, openlijk optreden, en naar de ordinantie Gods, als kerk openlijk han delen. Ze moeten zich afscheiden van elk lichaam waar ze niet bij hooren, en zelven de kerke Gods tot openbaring brengen.

Zelfs de kerken onder het kruis waren geor dend, degelijk ineengezet, losgemaakt van valsche banden, en slechts schuilend om het van bloed druipend zwaard.

Maar thans is er van vervolging geen sprake.

Men is vrij. Men kan geheel naar Christus' ordinantie handelen. Waarom doet men het dan niet ?

En dan luidt het antwoord: Men laat deze gehoorzaamheid na uitsluitend wijl men er schadelijke gevolgen van vreest.

Het zij zoo, maar wat is dit anders dan blind in het gebod te zijn en ziende in de uitkomst ?

Juist het tegendeel van wat Gods Wooid eischt.

Ziehier ons rondborstig antwoord op Ds. Bruna's vraag, wat ons van zijn voorslag dunkt.

Hebbe hij thans de goedheid, ons even rondborstig van repliek te dienen.

Er is geen quaestie van, of hij is ons een broeder, die eenzelfde wit mfet ons als doel koos.

Zulk een geschil als tusschen hem en ons moet daarom met redenen uitgestreden.

P.S. Toen het bovenstaande reeds ter perse was, ontvingen we van Ds. Bruna een welwillend antwoord op een vroeger gestelde vraag. We deelen dit een volgend maal mede, met onze bemerking er op.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 december 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Standpunt-Bruna.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 december 1896

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken