Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

10 minuten leestijd

Rusland.

Vervolging der Duchob

Graaf Leo Tolstoi heeft het in de Times opgenomen voor de in Rusland in rSgs zoo zwaar vervolgde Duchobaren of Duchobarzen. Aan zijn artikel, dat in de Duitsche taal werd overgezet, ontkenen wij het volgende:

De secte van de Duchobarzen ontstond in 't midden der i8de eeuw, en heeft sedert dien tijd veel vervolging moeten lijden. In het begin van deze eeuw woonden zij in Tourië, maar werden in het jaar 40 door Nikolaas I naar Transkaukasië gezonden. Men wees hun woonplaatsen in het gouvernement Tiflis op de z. g. J natte bergen" een bergachtig, vochtig oord en 5000 voet boven de oppervlakte der zee gelegen. Gerst kan daar alleen met groote moeite geteeld worden.

Trots deze ongunstige omstandigheden kwam de kolonie tot bloei, en toen zij zich uitbreidde, begaf zich een deel naar het 'gouvernement JeHsawetpol, een ander deel in het nieuw veroverde gebied van Kars.

Wat de leer der secte betreft, deze k^nit hierop neder:

Aan den historischen persoon van Christus hechten zij niet veel. Christus is slechts het model van datgene wat het Goddelijk verstand of het Woord in de ziel van elk lid der secte volbrengt. Zij belijden wel Christus' vleeschwording, Zijn leer eü lijden, maar verstaan deze dingen in geestelijken zin en meenen, dat Christus in ons ontvangen en geboren moet worden; dat Hij in ons moet wassen, keren, leiden, sterven, opstaan en ten hemel varen.

Zij willen God in den geest aanbidden en meenen, dat de uitwendige kerk en alles wat door haar geschiedt van geen beteekenis is. sOus geweten heeft geen verlangen om naar de kerk te gaan. Wij kunnen niet aannemen, dat zij een heiligdom is, want zij is vergankelijk en niet eeuwig", zeide een lid der secte. Daar het wezen

Gods in de_ ziel van elk lid der sekte woont, zoo moet die ziel de kerk der Godheid zijn. , »Mijne kerk", zegt hun Catechismus, is niet op de tergen gebouwd, wordt niet in houten of steenen huizen gesloten, maar in mijne ziel opgericht." Waar twee of drie in den naam van Christus vergaderd zijn, daar is de kerk. Zij verwerpen ook de sacramenten en ceremoniën der kerk; beelden van heiligen zijn hun niet heilig. De heUigen worden wel vereerd, doch men bidt ze niet aan en men roept hun hulp niet in. Zij bidden alleen voor zichzelven en niet voor anderen. Bij de geboorte van een kind wordt dit zonder eenig gebed een Christelijken naam gegeven. Zij bidden alleen tot God en houden op zekere dagen des jaars gebedsvergaderingen, alwaar psalmen gelezen, of gebeden gezongen worden.

Als zulk eene gebedsvergadering geëindigd is, begroeten de Duchobarzen elkander met eene kus en met eene buiging, waardoor men eere bewijst aan den goddelijken geest die bij de menschen inwoont.

De Heilige Schrift erkennen zij als van God ingegeven, maar leggen haar niet tot grondslag van hun leer. Zij ontkenen aan den Bijbel alleen de zedeleer. Alles wat in de Schrift niet met hunne denkbeelden overeenkomt, verwerpen zij, of leggen zij op mystieke wijze uit. Hun leer heeft haar grond in de overlevering, welke »het levende boek" genoemd wordt. De Bijbel bestaat uit doode lettergrepen, terwijl de overlevering in de harten en herinnering der Duchobarzen levendig is. Het levende boek bestaat uit z. g. psalmen, welke gevormd zijn uit losse stukken uit het Oude en Nieuwe Testament en voor het grootste Jde'el bestaan uit beschrijvingen van eigen ervaringen der Duchobarzen. Zij bezitten een groote menigte van zulke psalmen, en daar de verzameling steeds aangroeit, is niet een lid der secte in staat om ze alle te kennen. Om het geheele levende boek saam te stellen, meest alles opgeschreven worden wat in de harten van alle Duchobarzen omgaat. Het boek wordt in zijn afzonderlijke deelen van geslacht tot geslacht meest van vader op zoon mondeling overgeleverd; het zal blijven bestaan tot aan het einde der wereld. Eens zal de Bijbel, een zichtbaar dood boek, verloren gaan, gelijk dit feitelijk reeds geschied is, door verkeerde vertaling uit de oorspronkelijke taal.

Hunne leer jbrengt mede, dat zij de overheid niet hoog kunnen schatten. De kinderen Gods doen toch wat zij doen moeten zonder dwang. Een monarchale regeeringsvorm is in tegenspraak met hunne denkbeelden. Zij willen ook geen eed afleggen, en weigeren wapenen te dragen. Dit is duidelijk uitgekomen in den krijg met Turkije. Bij Perekop wierpen de. Duchobarzen de wapens weg.

In hun verkeer met menschen zijn zij vriendelijk, hun leven is zedelijk en zij munten uit door een groote gestalte, lichaamskracht en schoonheid.

De verhouding van de kinderen tot d e ouders is opmerkelijk. Nooit zal een jonge Duchobarz zijn ouders vader of moeder noemen. Is de vader nog jong, dan noemt men hem bij zijn voornaam, bijv. > Iwan"; is hij oud, dan wordt hij aangesproken met »oudje". Een jonge moeder noemen de kinderen »Njanja" (wachtster), eene oude sde oude", (zorgster). De ouders noemen hunne kinderen broeders en zusters.

Voor hunne weezen hebben zij een weeshuis, waarin ook gebrekkigen verpleegd worden. Bedelaars vindt men onder hen niet. In denlaatsten tijd werd dit huis door Sukerja Wassiljewna Kolmykow, weduwe van den gestorven bestuurder, beheerd. In haar hand was het geheele vermogen der gemeente. Toen zij voor acht jaren stierf, moest het beheer van het kapitaal overgaan op Peter Weringin, dien zij bij haar leven als haar opvolger had aangewezen. Doch de zaak was voor het gerecht niet in orde, en toen Gasbanow, broeder van Sukerja, aanspraken op hare nalatenschap deed gelden, heeft de rechter hem het geheele vermogen der Duchobarzen toegewezen.

Deze ongerechtigheid verdeelde de gemeente in twee kampen. Tot de eene partij behoorde het geheele dorp Gorelowka, en een deel der bewoners van andere dorpen was op de hand van Gasbanow; al de anderen stonden aan de zijde van Weringin. De zaak werd voor het gerecht gebracht, lang sleepende gehouden en eindelijk in het belang van Gasbanow beslist, met hulp van omgekochte getuigen, gelijk de vrienden van Weringin beweren.

Toen deze laatsten zagen, dat bij de regeering »geen gerechtigheid heerschte", brachten zij een kapitaal van loo.ooo roebels saim, waarover Werin^n als beheerder werd gesteld.

Het is bij de Duchobaren gebleken, dat, toen de vervolging ophield en hun uiterlijke welvaart toenam, zij ook in datgene wat zij voorstonden, begonnen te verslappen.

Het moeten sterke beenen zijn, die de weelde kunnen dragen! Hun soberheid van leven ging verdwijnen : zij begonnen te rooken en te drinken. Wanneer zij geschillen hadden, brachten zij ze voor den rechter. Ook traden zij in den krijgsdienst.

Maar door de ongerechtigheid door Gasbanow bedreven en door het onrecht door de overheid hun aangedaan, geschiedde het, dat er een streven ontstond om tot de grondleer der secte terug te keeren. Zij rookten niet meer, dronken geen wijn meer, wilden geen vleesch eten en verdeelden hun geldelijk vermogen onder elkander.

Inmiddels was Weiringin, op aanstoken van de volgers van Gasbanow, beschuldigd van het verwekken van oproer, met nog eenige aanhangers naar Kola en andere plaatsen verbannen. Deze verbanning versterkte denjinvloed van Weiringin; van uit Kola bleef hij de beweging onder de Duchobarzen leiden. De regeering zond hem toen naar een der vreeselijkste plaatsen van Siberië, namelijk Obdorsk. Toen hij uit het gouvernement Archangelsk naar Siberië in den winter van 94/95 vervoerd werd, bezochten hem te Moskou zijn broeder en zijn neef. /

Toen dezen tot de gemeente waren teruggekeerd, deden zij de volgende voorstellen namens Weringin : Verwerping Van den eed, van den krijgsdiëfast, van alle deelneming aan de maatregelen van geweld, die de overheid zou willen nemen en vernietiging van alle mogelijke wapens.

Sedert dien tijd begonnen de Duchobarzen te weigeren als soldaat te dienen. Het eerste voorbeeld van dienstweigering werd doorLebedew gegeven. Om zijne uitstekende hoedanigheden was hij te Jelisawetpol tot onderofficier bevorderd, schoon de wet niet toelaat dat èen lid van de Duchobarzen het verder brengt dan soldaat.

Om de dienstweigering te openbaren werd de eerste Paaschdag van 1895 uitgekozen. Volgens gebruik zou het geheele bataillon de kerk bezoeken en na de godsdienstoefening aan de kerkparade deelnemen. De Duchobarzen behoefden niet mede naai de kerk te gaan, maar moesten op de plaats wachten om de parade mede te maken. De tien Duchobarzen die met Lebedew in het bataillon dienden, besloten om in de kazerne te blijven. Toen bij' de parade het tiental ontbrak, werd een soldaat naar de kazerne gezonden, die hst bericht bracht, dat zij niet wilden komen. De gezonden Feldwebel kon hen niet bewegen, en zoo kwam de zaak ter kennis van de overheid. De kapitein, die zeer veel^ van Lebedew hield, trachtte hem te overreden, doch niets hielp. Hij werd in een donkeren onderaardschen kerker gesloten, waar hij 9 dagen op water en brood doorbracht.

Toen de negen broeders vernamen, dat Lebedew beslist geweigerd had dienst te verrichten en daarom in het cachot gesloten was, gaven zij ook hunne geweren aan den Feldwebel over, en verklaarden, dat zij geen dienst meer wilden verrichten.

De zaak van Lebedew en zijne medestanders werd voor den rechter behandeld. Men bedreigde hen met den kogel als zij niet weer in de gelederen plaats namen, maar zij veranderden niet. Zoo vertrouwd hadden zij zich met de gedachte van te sterven gemaakt, dat zij er verwonderd over waren dat hun vonnis niet een doodvonnis was, maar eene veroordeeling van drie tot twee jaar dienen bij een straf bataillon. De militaire procureur was met deze beslissing niet tevreden en ging in hooger beroep. De zaak is daarom nog niet ten einde. Wat Lebedew en zijn vrienden nog te wachten staat is niet te zeggen.

Tolstoï heeft hen in de militaire gevangenis bezocht; zij hielden goeden moed, en zagen er uit als menschen die in de verwachting leven van een heerlijk feest tegemoet te gaan.

Inmiddels vindt het voorbeeld van Lebedew navolging, ook onder Grieksch orthodoxen. Allen werden in de gevangenis geworpen. Een vijftal weigerachtigen werden op de plaats eener gevangenis gebracht, waar zij op een rij werden gesteld. Daarop ontvingen eenige kosakken het bevel, om van hunne paarden afte stijgen en hunne geweren te laden.

Toen zij dit zagen, vroegen de Duchobarzen verlof om een gebed te doen. Dit werd hun toegestaan. Toen zij gebeden hadden, gebood de officier : »legt aan !" en liet toen eenige minuten voorbijgaan. De vijf mannen wachtten rustig op het woord ivuur", doch een tegenbevel werd gegeven. Daarop werden zij bevolen om de wapens weer op te nemen, doch zij weigerden. Na vele bedreigingen werden zij gruwelijk met den knoet getuchtigd of liever mishandeld. Wanneer een Duchobarz dienst weigert, geeft hij de gronden op die hem daartoe bewegen. En om dit goed te kunnen doen hebben zij een soort van Catechismus opgesteld, welke aldus luidt:

V. Waarom wilt gij den keizer niet dienen ?

A. Ik wil gaarne den wil des keizers doen, doch hij leert om de lieden te dooden, wat mijne ziel niet doen wil.

V. Waarom wil zij het niet doen ?

A. Omdat de Heiland verboden heeft om menschen te dooden, en omdat ik aan den Heiland geloof, en Gods wil vervul.

V. Wie zijt gij ?

A. Ik ben een Christen.

V. In hoever zijt gij een Christen ?

A. Wegens de erkentenis van het woord van Christus. De in Christenen wonende levende Geest kan en zal uwe daden niet uitvoeren.

Het spreekt wel vanzelf, dat conflicten met de overheid niet uitbleven.

WiNCKEL.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 januari 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 januari 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken