Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

6 minuten leestijd

Chpistenvepvolging in Rusland.

Vervolg,

In het voorjaar van' 1895 werden de gevolgen van het besluit door de Dugobarzen genomen, om geen wapenen te dragen, openbaar. Conflicten met de regeering konden niet uitblijven, In hét dorp Rodionowka werd een anestant gebracht, die verder geleid moest worden, Fedor Lebedew, broeder van Matwei, die al dienst geweigerd had, was aan de beurt en daarom verplicht den gevangene te geleiden,

Fedor Lebedew verklaarde aan de Overheid, dat hij den arrestant niet begeleiden kon, want het was hem onmogelijk, om tegenover hem geweld te gebruiken, en daardoor werd zijne begeleiding doelloos. Daarom verzocht hij der Overheid daarvan aan de regeering kennis te geven.

De persoon, die met hem sprak, zeide: »Ikben geen verrader, maar ik zal den arrestant bij u aan huis brengen, dan moogt gij met hem doen gelijk het u goeddunkt." Fedor Lebedew begaf zich toen naar huis en plaatste zich in zijn hut, toen de oudste den arrestant tot hem bracht, hem daar liet, en zich verwijderde.

Deze behandelde den gevangene als een pelgrim, liet hem zich warmen bij het vuur, gaf hem te eten en te drinken en bezorgde hem nachtlogies.

Toen hij den volgenden morgen er zich van overtuigde, dat de arrestant een arm menscb was, schonk hij hem nog een roebel en 50 kopeken en bood hem aan, hem buiten het dorp te geleiden.

Achter het dorp toonde hij hem twee wegen, de eene was de weg, die door de Overheid bepaald is, om de gevangenen langs te geleiden, de andere weg voerde tot vrijheid. De gevangene koos den eersten weg en kwam op de bestemde plaats aan. Dit voorval had verder geen kwade gevolgen. De Duchobarz, André Popow, v? as tot gemeenteoudste van het dorp Orlowka gekozen.

Toen zijn .voorganger hem het ambt wilde overdragen en hem de boeken met het zegel wilde overgeven, verklaarde Popow, dat dit geen rechtvaardige dingen waren. Hij wilde deze plichten niet op zich nemen en zou ook in dat ambt niet optreden. Aanstonds werd hij gevangen genomen, en wellicht is hij nog te Tiflis in de gevangenis.

Toen de gouverneur van Tiflis de Duchobarzengemeenten wilde bezoeken, werd aan 13 Duchobarzen bevel gegeven voor de veiligheid van den weg te zorgen, daar er zich roovers vertoonden. Zij moesten met wapenen verschijnen, maar zij kwamen ongewapend. Op de vraag, waarom zij ongewapend verschenen waren, luidde hun antwoord, dat zij geen wapenen noodig hadden, want ingeval zij roovers tegenkwamen, zouden zij noch op hen schieten noch hen slaan, maar trachten hen door overreding te bewerken. Tevens verklaarden zij, dat zij aan de regeering eiken dienst weigerden. Ook dezen werdfen gevangen genomen en naar Tiflis gezonden. In de gevangenis te Jelisabethpol bevonden zich 120 Duchobarzen. Een deel van hen werd gevangen genomen, omdat zij verklaarden, niet meer als reservisten te willen dienen, een ander deel, omdat zij geweigerd hadden, een of ander gemeentelijk ambt op zich te nemen.

Vele van deze lieden wederstonden deneisch, om in de gevangenis hunne kleeren te verwisselen, zoodat zij met geweld daartoe moesten gedwongen worden. Sommigen bleven alleen met hun ondergoed gekleed en wilden van de gevangeniskost niets gebruiken als alleen brood en water.

Om te verstaan, wat het voor de Duchobarzen zegt, de wapenen neer te leggen, moet men weten, welke beteekenis in den Kaukasus de wapenen hebben. Men draagt ze niet alleen uit gewoonte of welstaanshalve, maar men meent dat dit voor iedereen onvoorwaardelijk noodig is. Gewapend gaat men naar de stad en legt men bezoeken af; gewapend begeeft men zich op reis; gewapend wordt arbeid verrichten het wapen gebruikt, om zich tegen aanvallen van dieven en roovers te kunnen verdedigen. Daarom was de vernietiging hunner wapenen voor de Duchobarzen van groote beteekenis. Zij geven daarmee te kennen, dat zij er alles voor over haddeji, om het te toonen dat het hun ernst was, dat zij het kwade niet door middel van geweld wilden bestrijden.

Men had in den nacht van 28 tot 29 Juli besloten tot verbranding van alle wapenen.

Te gelijk had dit plaats in het gebied van Kars, in het gouvernement Jelisabethpol, en in een deel van het gouvernement Tiflis. De tijd en de plaats werd door de ouderen voor de jongeren verborgen gehouden.

Om de Overheid op een dwaalspoor te leiden, lieten de ouderen op 4 plaatsen voorbereidende maatregelen nemen. De politie kreeg er toen de lucht van en verscheen op alle 4 plaatsen, maar vond niets. Bij het begin van den nacht wezen de ouderen de plaats aan, waar de jongeren de wapenen moesten heenbrengen.

Op gelijke wijze werden in de andere streken, waar de Duchobarzen zich bevonden, de wapenen vernietigd.

Duitschland.

Provinciale Synode van Oost.-Pruisen en Silezië.

Het volgende overzicht van de handelingen der genoemde Synode geeft een overzicht van den toestand van de Evangelische kerk in genoemde landen.

In de provincie Koningsberg hadden de behoudenden de meerderheid. Eenstemmig nam men eene motie aan, waarbij werd uitgesproken, dat slechts die predikanten tot zegen der kerk arbeiden, die op den bodem der belijdenis staan. Het besluit om een verzoek te richten tot de regeering, om bij de benoeming van nieuwe professoren meer dan tot hiertoe achtte geven op de reinheid der leer, werd aangenomen met 68 tegen 53 stemmen. De Silezische provinciale Synode begeerde met groote meerderheid, dat men bij het benoemen van professoren in de Godgeleerdheid zou acht geven op de belijdenis meer dan tot hiertoe het geval was.

Dit besluit werd met groote meerderheid ge­

nomen. De Koningsberger Synode getuigde eenstemmig tegen het doel.

De Synode van Breslau verklaarde, dat het de plicht was van de kerk, om met alle middelen tegen het doel te ijveren, en hoopte, dat de regeering maatregelen in dien geest zou nemen.

In Silezië werd over de vele kerkelijke collecten geklaagd, en geprotesteerd tegen het houden van verlotingen voor Christelijke doeleinden.

De Oost-Pruisische Synode kan er zich in verheugen, dat de arbeid in de provinciën op het gebied van in-en uitwendige zending, de Gustaaf-Adolf-vereeniging enz. enz., toegenomen is, en betreurt het, dat de verschillende onthoudingsvereenigingen op den achtergrond traden, die gedeeltelijk door het nieuwe streven naar matigheid werden overvleugeld. Ook verzocht men den minister van eeredienst den aanbouw van Evangelische bedehuizen te bevorderen.

In de Silezische Synode klaagde men er over, dat de regeeering minder vrijgevig geweest was bij_ het bouwen van een Evangelische kerk te Krintsoph dan bij de gelijktijdig gebouwde Roomsche kerk te Keulendorf.

De Oost-Pruisische Synode wees er op, dat de catechisatie niet bij de nieuwerwetsche Zondagsschool mocht achtergesteld worden. M-^n sprak er ook oyer het houden van conventikelen en meende dat dit te bestrijden was door de vermeerdering van geordineerde predikanten, door godsdienstoefeningen buiten den gewonen tijd en door het steeds begeleiden der dooden naar het kerkhof, hetwelk Af door een predikant, of door diakenen, of door schoolmeesters in kerkedienst moest geschieden. Klachten over het verstoren der Zondagsrust en het toenemen der danslust werden steeds luider. Men moest helaas ook opmerken, dat de gemeenteleden bij het verlaten van het kerkgebouw zich naar den herberg begaven. Orer het algemeen is het dus geen verblijdend tafereel, dat er van het kerkelijk leven in Silezië en Oost-Pruisen opgehangen wordt.

WINCKEL.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 januari 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 januari 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken