Bekijk het origineel

Kerspel of Wijk ?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerspel of Wijk ?

9 minuten leestijd

III.

Tegen de kerkrechtelijke eenheid der l plaatselijke kerk legtalzoo niemand onzer, die voor het betrekkelijk recht van kerspelindeeling pleit, verholen lagen.

Is nu in vroeger dagen, schier uitsluitend ter instandhouding van die locale eenheid van rechtsgebied, de kerspel-indeeling be-1 streden, dan volgt hieruit, dat de traditie onzer vaderen ons bij het opkomen voor kerspel-indeeling uit geheel anderen hoofde, ganschelijk vrij laat.

Zoolang onder ons een iegelijk toegeeft, dat het in elke plaats moet blijven: één \kerk onder éénen kerkeraad, alleen indeeling bij ^«a/verschil uitgezonderd, is er van strijd met het verleden geen sprake.

Die strijd blijft wel bestaan, zoolang A en B stand houdt onder de inwoners van eenzelfde stad, die eenzelfde moedertaal spreken, maar die strijd houdt op, ! waar, gelijk dit door ons blad geschiedt, voor éénheid van de plaatselijke kerk en van de plaatselijke jurisdictie wordt geijverd.

Geheel exceptioneele toestanden, gelijk we die een vorig maal, in een denkbeeldig ' Amsterdam of denkbeeldig Londen bespraken, nu daargelaten, sta dus ook in deze artikelen, die kerkrechtelijke plaatselijke een-I heid van het kerkelijk leven duidelijk op den voorgrond, en blijve voorts buiten geding.

Wat ter sprake komt, is uitsluitend de I vraag, of men, behoudens deze kerkrechtelijke eenheid, de groote massa voor den dienst al dan niet mag, kan en zal indeelen.

Dit en dit uitsluitend, is de vraag, die ons bezig houdt.

Ons geding loopt, niet over splitsing van de kerk in brokstukken, maar over verdeeling van de massa leden in de ééne kerk, voor den geregelden dienst.

De kerk eischt dienst, dienst die alle leden der ééne kerk geldt, en die aan allen moet bediend worden.

Bediening des Woords, Bediening der Sacramenten, Bediening van Opzicht en Tucht, Bediening, waar nood ontstaat, ook van de Barmhartigheid.

En nu rijst de vraag, of de ééne kerk, die kerkelijk één is en blijft, bevoegdheid en roeping heeft, om voor deze velerlei bediening de menigte in groepen in te \ deelen, of wel dat deze velerlei bediening over allen door dezelfde personen, d. i. over alle kerkleden door alle kerkdienaren moet gaan?

En op deze vraag nu ligt het antwoord eigenlijk reeds gegeven in de practijk aller I eeuwen, waarmee ook de practijk van het I heden overeenstemt; en dat antwoord luidt: Nooit is, in grootere gemeenten, niet ingedeeld. Indeeling is altoos noodzakelijk en onvermijdelijk gebleken. En nooit is tegen het feit zelf van indeeling, in beginsel, be­ 1 denking ingebracht.

Van kleine dorpskerken spreken we nu niet. Van indeeling komt eerst sprake, als ge staat voor een massa die oningedeeld I niet te overzien en niet te bedienen is. Dit geldt op elk terrein.

Denk slechts bij wijze van voorbeeld aan het winkelbedrijf.

Op een dorp vindt ge meestal slechts één winkel voor manufacturen, galanterieën en snuisterijen; en in den winkel zelf staat of lift dat alles door elkaar. Aantal en omvang zijn zoo klein, dat schifting en indeeling hier niet noodzakelijk is, en meest zelfs wordt dat alles door één juffer verkocht, afgeleverd en verrekend.

Maar kom nu eens in den s winkel van l Sinkel" op den Nieuwendijk te Amsterdam. Daar liggen twee winkels tegenover elkander, en elk dier twee is weer ingedeeld in aparte departementen. In elk dier deelen van winkels is voorts allerlei onderverdeeling, voor linnenwaren, wollen stoffen, zijden stoffen, enz. In elk onderdeel is een aparte verkooper of verkoopster. Wie verkoopt verrekent niet, maar één verkoopt en een ander ontvangt het geld. Een derde pakt in. Een vierde zorgt voor expeditie.

Verdeeling van arbeid is voor goede orde, spoedige bediening en trouwe plichtsbetrachting op elk terrein des levens regel geworden. Er is verdeeling, en in die verdeeling controle.

En dan is, wat ge bij Sinkel te Amsterdam vindt, nog slechts kinderspel, zoo ge Sinkels winkels b.v. met de magazijnen van I het Louvre te Parijs vergelijkt. Magazijnen die een straat aan twee zijden lang zijn, met allerlei onderscheiden inscripties, en waar zelfs kleine artikelen als handschoenen, lint enz., in een heel afzondelijken winkelin het groote magazijn verhandeld worden.

En toch blijft én Sinkel én het Louvre één administratie, één zaak, één firma, en alle geld vloeit in één kas en wordt ten slotte op één boek verrekend.

Die methode van indeeling voor den dienst nu volgt men niet alleen in de winkelzaak, maar volgt men thans overal in alle dingen. Op kantoren, op bureelen, in fabric-j ken, bij reederijen, bij de pers, bij het onderwijs. Kortom overal. En dat wel overal met hetzelfde onderscheid, dat hetgeen op kleine dorpen in één hand is, denk b.v. aan post 'en telegraaf, in groote steden gesplitst bediend wordt, opdat de bediening beter loope.

En diezelfde methode nu van indeeling der massa voor het werk der bediening is ook op kerkelijk terrein volstrekt niet vreemd, maar integendeel reeds van ouden datum, gelijk te Amsterdam, te Rotterdam en elders, aan oud en jong bekend is.

Men deelde in en deelt nog in voor de Diaconie en in de Diaconie. In de Diaconie door de verzorging van weezen, van ot-den van dagen, van huiszittende armen, van administratie enz. aan afzonderlijke groepen van Diakenen op te dragen. En zoo ook voor de Diaconie door de stad in wijken in te deelen, die wijken met de namen der straten aan te geven, en de Diaconale verzorging dier wijken aan met name genoemde Diakenen op te dragen.

Toch breekt dit de eenheid der Diaconie niet.

Uit alle wijken komen de broederen Diakenen straks saam in algemeene Diaconale vergadering; daar worden de gemeenschappelijke belangen besproken; en daar vallen de beslissingen.

Bepaalde Diakenen collecteeren in een bepaald kerkgebouw, en bedienen een bepaalde wijk, en nochtans beraadslagen allen saam in hun saamkomsten. Het blijft één kas, één boekhouding, één regel.

En deze noodzakelijkheid om diaconaal in te deelen zit er zoo vast, én bij de Diakenen zelven, én bij de gemeenteleden in, dat men vragen zou, of de kerkeraad onzinnig ware geworden, als hij eens het besluit nam, om alle Diakenen rond te laten bedeelen in alle wijken, de ééne week in wijk A en de andere week in wijk B.

Men zou dadelijk zeggen: Dan kennen de Diakenen hun menschen niet. Dan opent ge de deur voor allerlei misleiding en ongerechtigheid. Vaste indeeling met onderscheiden bediening is noodzakelijk.

Onder de broeders Ouderlingen vindt ge hetzelfde stelsel.

Ook hier indeeling van de groote massa in onderscheiden wijken, en evenzoo indeeling van den kerkedienst naar de kerkgebouwen.

Niet j alle Ouderlingen in alle kerkgebouwen, maar het stel Ouderlingen naar de kerkgebouwen ingedeeld. En zoo ook, niet alle Ouderlingen voor alle wijken, maar een bepaald aantal OuderUngen voor elke wijk aangewezen. Meestal zelfs nog met onderverdeelingen. Ouderling A voor wijk I'rechts. Ouderling B voor wijk I links. En zoo verder.

En ook hier spreekt die indeeling zoo vanzelf, dat men vragen zou, of de kerkeraad met alle vroed beleid den spot dreef, indien hij morgen den dag besloot, om die indeeling en verdeeling prijs te geven, en de Ouderlingen week aan week liet rondbedienen bij toerbeurt in alle wijken.

Ieder zou gevoelen, dat er dan van huisbezoek en opzicht niets hoegenaamd terecht kivam. Dat de Ouderlingen de menschen niet zouden kennen, in de huisgezinnen vreemdelingen zouden zijn. En dat de grootheid der massa den dienst zou verzwaren en feitelijk verijdelen.

Zelfs bij de kerende Ouderlingen of Predikanten is hetzelfde stelsel van indeeling toegepast.

Elke Predikant krijgt zijn wijk. Zijn er tien Predikanten, dan wordt de stad in tien wijken ingedeeld. Zijn er vijf, dan in vijf. Maar altoos is er indeeling, en is aan een Predikant een eigen, bepaalde wijk toegewezen, die dan voor zijn rekening ligt. In die wijk bezoekt hij de leden. In die wijk vertroost hij de kranken en stervenden. In die wijk zoekt hij de kinderen voor zijn catechisatie.

Slechts zij opgemerkt, dat de gebrekkigheid der kerkelijke bediening er toe geleid heeft, om bij de broederen Predikanten die indeeling allengs geheel illusoir te maken.

Men gaf namelijk aan een Predikant te Amsterdam, als hij pas kwam, een wijk van soms 10, 000 leden, en als er na jaar en dag een ander jong Predikant kwam, dan werd die wijk weer »opgehangen" en schoof de voorlaatste die zware wijk ijlings op den laatstgekomene over, en ging hij naar een wijk van ± 8000 leden. Een volgend jaar verhuisde hij dan weer naar een wgk van ± 6000. En zoo takelde het af, tot hij op later leeftijd een wijkje van ± 2000 leden had. En eindelijk van allen wijkdienst werd ontslagen.

Deze verkeerde wijze van handelen nu heeft feitelijk het huisbezoek der Predikanten in een kerk als die van Amsterdam vernietigd. Wie toch één jaar in een wijk van 10.000 leden, d. i. van ± 2500 gegezinnen bediend heeft, kon, al rekent ge twee dagen gedurende 40 weken voor huisbezoek, eiken dag op tien gezinnen stellende, niet meer dan 2 X 40 X 10 d. i. 800, of nog niet één derde van de 2500 gezinnen, eenmaal, en dan nog slechts vluchtig bezocht hebben. Rekent ge daarbij nu, dat ge in Amsterdam den man zelden anders dan na zeven uren des avonds thuis treft, dat de kinderen den heelen dag op school zijn, en dat ge thuis overdag zelden anders vindt dan een druk bezige vrouw met een paar zeer kleine kinderen, dan springt het in het oog, hoe zulk huisbezoek puur tijdverkwisting was, en hoe de overtuiging van deze volkomen doelloosheid, ten slotte den besten Predikant moest afmatten; te meer daar men zelden in zijn wijk woonde, eenvoudig wijl men niet .telkens met de wisseling van de wijk verhuizen kon.

Zelfs nu nog telt b. v. de Gereformeerde kerk B in die stad slechts 6 Predikanten op een kleine 30.000 zielen, en nu begrijpt toch ieder wel, dat het eenvoudig feitelijk onmogelijk is, dat een Predikant voor twee predikatiën zich degelijk zal voorbereiden, tal van catechisatiën houden, allerlei vergaderingen bijwonen, en op de hoogte zijner studie blijven, om dan nog de pastor loei te zijn van ± 1200 huisgezinnen, over een' zesde deel van deze groote stad in allerlei

stegea en sloppen, op derde en vierde verdiepingen huizende.

Wat bij de Ouderlingen en Diakenen nog tamelijk wel liep, is daarom feitelijk bij de Predikanten reeds een wassen neus geworden

En toch, hoe gebrekkig ook, er bestaat dan toch nog altoos zekere indeeling ook zelfs voor de Predikanten.

Alleen maar voor hun hoofddienst, d. i. voor de bediening van het Woord en de Sacramenten, bestond en bestaat die indeeling bij de broeders Predikanten niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 januari 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Kerspel of Wijk ?

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 januari 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken