Bekijk het origineel

Beroeping of Oproeping ?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Beroeping of Oproeping ?

7 minuten leestijd

NASCHRIFT,

De indruk is ontvangen, alsof hetgeen we over de tegenstelling tusschen Beroeping en Oproeping ten beste gaven, ook slaan zou op missionaire artsen, missionaire onderwijzers, missionaire ziekenverpleegsters enz.

Dien indruk wenschen we daarom weg te nemen.

In onze bedoeling althans lag de toepassing van de besproken tegenstelling op deze velerlei hulpdiensten niet.

Dit kon zelfs niet.

Van den aanvang af toch zochten we het klempunt voor ons betoog in het ambtelijk karakter van den missionairen Dienst des Woords. Daaruit spon zich heel onze redeneering voort.

Huisgezin, Staat en Kerk zijn geen vereenigingen, uit menschelijk goedvinden opkomende, maar drieërlei soort lichamen van God ingesteld en door God geformeerd; deswege door Hem bekleed met autoriteit; en alzoo ambtelijk optredende.

Werden nu juist uit deze stelling onze gevolgtrekkingen afgeleid, dan spreekt het toch wel vanzelf, dat deze gevolgtrekkingen niet toepasselijk zijn op andere missionaire diensten, die dit ambtelijk karakter te eenea male missen.

Een Raad der gemeente is Overheid, en alle Overheid is ambtelijk. Maar als nu diezelfde Gemeenteraad bijgestaan wordt door deskundigen voor den dienst van de waterleiding, van de verlichting enz., dan volgt hier in het minst niet uit, dat ook de directeur van gasdienst of waterdienst een ambt zou bekleedeu.

En zoo flu is het ook hier.

De kerk is een instelling van Godswege, en van Godswege bestaat in de kerk het ambt van Dienaar des Woords. Zendea nu de kerken missionaire predikanten uit, dan spreekt' het vanzelf dat ook deze «missie door het ambt" zelve ambtelijk is.

Maar als deze missionaire dienst nu hulpe ontvangt van de paedagogische, of de medische Zending, dan gaat daarom dit ambtelijk karakter nog volstrekt niet uit zichzelf op onderwijzers, artsen of ziekenverpleegsters over.

Artsen, onderwijzers, ziekenverpleegsters uitzenden, mag een ieder, elk particulier, en elke particuliere vereeniging, eenvoudig omdat een ieder persoonlijk ook zelf op eigen gelegenheid naar Java kan en mag gaan, om daar als arts Ie practiseeren, als onderwijzer school te houden, of als verpleegster zieken te helpen.

Zelf als missionair predikant uit te gaan, is daarentegen een ondenkbaar iets. Niemand kan zichzelven Dienaar des Woords maken. Daarvoor is aanstelling en ambtsverleening noodig.

Wil men derhalve onderwijzers, artsen of ziekenverpleegsters uitzenden, dan mag elke vereeniging, die hiertoe besluit, en dus ook een kerkeraad, hiervoor zeer wel een oproeping doen, mag wie hiertoe roeping gevoelt zich aanmelden, en mag men allerlei poging doen, om een betrekking van dien aard te verkrijgen.

Ook hier te lande solliciteert men naar een vacante school, en meldt .men zich aan als men als ziekenverpleegster wenscht op te treden.

Oproepen en solUciteeren, of althans zich aanmelden, zijn ten deze zelfs de gewone formaliteiten, om de zaak wel te doen loopen.

Toch dient hier ééne reserve gemaakt.

In de kerk van Christus bestaat namelijk niet alleen het ambt van Dienaar des Woords, maar ook dat van Diaken. Er zijn Opzieners en Armverzorgers.

Een kerk kan derhalve evengoed een missionair Diaken als een missionair Predikant zenden, en doet ze dit, dan is deze missionaire Diaken even stellig in het ambt als wat men gemeenlijk een Zendeling noemt.

Dit is niet toepasselijk op een missionairen Onderwijzer. De school toch heeft haar eigen terrein naast de kerk, en daarom kan de onderwijzer nooit onder het Diaconaat worden opgenomen.

Maar wel kan dit geschieden met den missionairen Arts.

De te bedienen barmhartigheid toch bestaat volstrekt niet uitsluitend jn het uitdeden van geld, brood, turf of kleeding, maar evengoed in het afwenden of verzachten van lichamelijk leed.

In het apostolaat, dat nog ongebroken de volheid van alle ambten in zich besloot, was de krankengenezing evengoed als de armverzorging opgenomen. Paulus geneest de kranken en bedient tegelijk de gaven der Grieksche kerken aan de armen te Jeruzalem.

Er is alzoo niets hoegenaamd op tegen, dat de kerken een Arts in het Diaconaat opnemen, en wij voor ons zouden het voor den missionairen Arts zelfs veel wenschelijker vinden, indien hij aldus in het ambt stond. En zulks niet door een schijnambt, alsof hij, omdat hij Arts was, ook Predikant zou zijn. Maar naar volle waarheid, ambtelijk in zijn eigen beroep en dienst. Als Arts-Diaken.

Vraagt men nu welk verschil dit maakt, zoo is dit duidelijk genoeg aan'te toonen.

Ook hier te lande zijn Diakenen, die een Arts aanstellen, om haar behoettigen te helpen in krankheid. Doch dan voelt ieder dat die Arts zóigeen Diaken is, en voor zijn diensten eenvoudig betaald wordt, evenals een bakker, turfboer enz. wier hulp de Diaconie inroept. Verkoos men daarentegen b.v. in Amsterdam een Arts tot Diaken, en werd hem in die ambtelijke qualiteit ontslag van alle overige diensten gegeven, opdat hij zich uitsluitend op het verleenen van medische hulp kon toeleggen, dan zou hij niet voor zijn diensten beloond, maar in zijn ambt gesalarieerd worden, en een geheel andere positie innemen.

Hetzelfde geldt ten deele ook van de ziekenverpleegsters.

Eenigermate toch wijst de Schrift op het Diaconaat als op een ambt dat ten deele ook door aisters der gemeente kan en moet bediend worden, en het is misschien als een leemte in het Diaconaat ook der Gereformeerde kerken te beschouwen, dat men met deze vingerwijzing der Schrift in onze Diaconieën niet rekent.

In het Diaconaat kan ook de vrouw in zekeren zin haar Schriftuurlijke ambtelijke plaats verkrijgen, en het ware wel te wenschen, dat bij de herziening der Kerkenordening, altoos binnen de perken door de Schrift gesteld, ook deze leemte werd aangevuld.

Maar in elk geval mag het feit, dat deze leemte bij ons nog bestaat, nooit oorzaak zijn, om het spissionaire Diaconaat in zoo abstracten zin tot mannen te bepalen.

Ook zusters der gemeente kunnen voor dezen dienst met het ambt worden verbonden, en dan is de ziekenverpleging haar eerste roeping.

Misschien zou er zelfs niets op tegen zijn, dat de kerken zeker aantal zusters der gemeente als Diaconessen, niet enkel nominaal, maar ten deele zelf ambtelijk aanstelden, en deze in missionairen dienst naar Indië uitzonden.

Dan echter zou natuurlijk zoowel bij haar als bij de artsen de regel gaan gelden, dien we voor de missionaire Predikanten stelden, t. w. dan zouden ook zij niet mogen soliiciteeren, maar moeten wachten op beroeping.

De beroeping toch is bij elk ambt regel, onverschillig of men zal optreden als Dienaar des Woords, als Ouderling, als Diaken of als Diacones.

En wat ten slotte de wel opgeworpen bedenking geldt, dat het Diaconaat altoos plaatselijk is, ca dat derlialve èeo kerk van Amsterdam of Rotterdam niet elders een Diaken of Diacones dienst kan laten doen, zoo onderscheide men hier wel, om niet door oppervlakkig oordeel in dwaling te geraken.

Zeker hier te lande, in geordenden kerkstaat, is het Diaconaat plaatselijk. Doch waarom? Eenvoudig overmits het Diaconaat niet bezoldigd is, en de Diaken zijn burgerlijk beroep in de plaats zelve heeft, en dit niet kan overbrengen naar elders. Onderstelt ge daarentegen dat de Diakenen evenals de Predikanten een vast inkomen van kerkswege ontvingen, zoo zou dit bezwaar opeens vervallen, en zou een Diaken evengoed verroepen kunnen worden als Dienaar des Woords.

Paulus deed zelf Diaconalen dienst, hoewel hij aan geen enkele plaats verbonden was.

Men zou dan ook moeilijk één enkele reden kunnen uitdenken, waarom de armenverzorging door eenzelfden persoon niet eerst te A en daarna te B zou kunnen worden uitgeoefend. Vaak zelfs komt het voor, dat een geschikt broeder die eerst als Diaken te A diende, daarna verhuist, en nu Diaken wordt te B.

Door deze bedenking late men zich dus geen oogenblik ophouden.

Missionair kunnen de kerken door ambten zenden. alle ambten zenden.

Niet alleen missionaire Predikanten, maar evenzoo missionaire Diakenen, en wij voor ons zouden daaraan zelfs de voorkeur geven boven het uitzenden van artsen en verpleegsters die als private personen gingen, en dus duurzaam buiten het ambt bleven staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 maart 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Beroeping of Oproeping ?

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 maart 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken