Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

9 minuten leestijd

De Utrechtsche kerkeraad heeft het zeer gewichtige besluit genomen, om Ds. Adriaanse van Poerworedjo als predikant te Utrecht te beroepen, en alsdan voor den dienst te* Poerworedjo te delegeeren.

Hierover schrijft Ds. Klaarhamer in de utrechtsche Kerkbode dit;

De laatstgehouden Synode te Middelburg heeft in zake de Zending besloten, dat de arbeid niet door gedeputeerden, maar door de Kerken\zelve behoorde te geschieden, naar den regel van 's Heeren Woord.

Natuurlijk kon dit niet ook op eens zoo worden uitgevoerd.

Er valt zooveel te regelen of te ^«regelen, dat dit niet meer op de Synode te Middelburg kon geschieden. Ook niet, omdat die regelingen met veel studie, na nauwkeurig onderzoek en ernstig overleg moeten voorbereid en in den vorm van precies geformuleerde en wel gemotiveerde voorstellen aan de komende Synode moeten worden voorgedragen.

Op tal van nog onopgeloste vraagstukken en op niet weinig moeilijkheden zal men daarbij stuiten.

Er moest dus van Middelburg tot Groningen een tusschentijd, een overgangstijdperk tusschen twee methoden van arbeiden intreden.

Toch kon reeds een begin van uitvoering worden gemaakt.

Eene of andere Kerk kon worden uitgenoodigd, om een aanvang te maken.

Doch welke?

Vanzelf een der grootere stadskerken. Niet, omdat deze meer dan andere Kerken geroepen of gerechtigd zouden zijn. Neen, maar omdat daar eerder de financiëele krachten en de noodige personen tot dezen arbeid zullen gevonden worden.

Doch geen stadskerk, die nog een A of B of C naast zich heeft.

Dat gedeelde leven is zonde voor God, is tegen het Woord, is met niets te rechtvaardigen en is, waar het nu nog voortduurt, gevolg wan vleeschelijke beweegredenen. Een bewijs, dat men zijn eigen huis niet wel weet te regeeren en daarom zeker onbevoegd of onbekwaam moet geacht worden tot zulk een taak als de arbeid der Zending.

Maar dan schoot er maar één der grootere kerken over n.l. die van Utrecht.

Ook had de keikeraad dezer Kerk reeds getoond, den arbeid der Zending te willen aanvaarden, niet alleen door het benoemen van zijn gecommitteerden tot de Zending en andere handelingen, maar vooral ook door zijn optreden in zake den arbeid onder de Indo-Europeanen.

En zoo is 't dan gekomen, dat de Synode haar deputaten tot den arbeid op Midden-Java ten Z. heeft opgedragen, om zoo spoedig mogelijk met de Kerk van Utrecht onderhandelingen aan te knoopen, ten einde haar er toe te brengen, dat zij Ds. Adriaanse beroepe als haar Dienaar des Woords, om hem uit te zenden voor den arbeid op Midden-Java ten Z. — èn — om voorts heel dit terreinen het bestuur van den arbeid voor haar rekening te nemen.

Twee voorwaarden of bedingen werden daarbij echter gesteld, n. 1. ic dat de Kerk van Utrecht haar zendingsterrein zich nader door de eerstvolgende Synode-Generaal zal zien aangewezen: en 2e dat de fmancieele verhouding tusschen de gezamenlijke Kerken en de Kerk van Utrecht door diezelfde Synode nader zal worden bepaald.

En zie, nu hebben bedoelde Deputaten, in uitvoering van dezen opdracht, een hiertoe strekkend voorstel bij den Kerkeraad der Geretormeerde Kerk van Utrecht ingediend in de samenkomst van den Kerkeraad op 4 Februari 1.1.

Dit nu is inderdaad een hoogst ernstig voorstel.

Een feit in de geschiedenis van Kerk en Zending. Er is in deze eeuw en in 't bijzonder gedurende de laatste 50 jaren in Nederland veel voor de Zending gedaan. Met ijver en opgewektheid door de liefde Christi gedreven hebben velen zich tot dezen arbeid begeven,

Doch nog altijd ging dit werk, dat Jezus aan zijn Kerk heeft opgelegd, buiten de Kerken als "zoodanig om.

Het werk dat, naar uitwijzen van Gods Woord, de plaatselijk geïnstitueerde Kerk, als de geordende plaatselijke openbaring van liet licltaam van Cliristus, behoort te doen, dat geschiedde tot nog toe niet door die plaatselijke Kerk, maar door Vereenigingen.

Dit was niet opzettelijk zoo gedaan, maar het kon niet anders, aangezien de plaatselijke Kerken in de doodelijke omknelling van het anti-christelijke Genootschap niet vrij waren, om haren Heere naar zijn Woord te dienen.

De poging der vrijgekomen Gereformeerde Kerken, om gezamenlijk te zenden door haren arbeid te laten doen door Deputaten, was zeer zeker een stap in de goede richting, en ook al door de omstandigheden geboden, doch ook zoo kon 't niet blijven, als niet beantwoordende aan den eisch des Woords.

Indien de kerkeraad der Gereformeerde Kerk van Utrecht het voorstel aanneemt, dan zal dus voor ''t eerstin deze eeuw op de 1-eclite manier worden gezonden.

Ds. Adriaanse is dan Dienaar des Woords bij de Kerk van Utrecht en arbeidt dan tmmens kaar, door Itaar gezonden, vati liaar opdracht ontvangen hebbende, 'aan haar verantwoordelijk, als missionaire Dienaar te Poenvoredjo c. a.

Gelijk elk der andere Dienaren, komt ook hij dan met zijn zaken in den kerkeraad, de vergadering der Dienaren en Opzieners, en deze als 't eenig wettige, gerechtigde en bevoegde orgaan der Gemeente beslist en bestuurt en regeert ook in deze zaken.

Men heeft altijd beweerd en men beweert het in deze dagen niet 't minst luide, dat, wat wij Gereformeerden willen, prachtig is en keurig beredeneerd en in elkaar gezet en dat er maar één ding tegen is n.l. . . . dat het onuitvoerbaar is.

Wat zal men tegen zoo'n redeneering zeggen?

Het beste is haar met de feiten te weerleggen. Welnu, aan de Gereformeerde Kerk van Utrecht valt de eere en het voorrecht te beurt, dat de Heere haar waardig keurt, om in deze heerlijke en begeerlijke zaak voorop te mogen gaan.

Het wordt haar gegeven, om te trachten door daden aan de tegenstanders van wat in dezen Gereformeerd is, het zwijgen op te leggen en de deugdelijkheid der meest zuivere en meest schrittuurlijke belijdenis ook op dit punt te be^vijzen. Maar dit maakt de zaak, die op zichzelt reeds zóó ernstig en gewichtig is, niet minder zwaar en maakt het nemen der beslissing voor den kerkeraad niet gemakkelijker.

Het zou daarom zoo gewenscht geweest zijn en nog zijn, indien hem uit de Gemeente bewijzen van instemming en van meeleven waren toegezonden, of nog toegezonden werden. Al ware 't dan ook in den vorm van bedenkingen of bezwaren.

Niet omdat de Kerkeraad op de Gemeente zou willen bouwen en leunen of de Gemeente naar de oogen zou willen zien, — zij zou hem dan zeker en zeer terecht bestraften vanwege deze zonden; — maar omdat hij in zoo ernstige en gewichtige zaak, als het aanvaarden deser taak is, er behoefte aan heeft, om te gevoelen en te bemerken, dat óók de Gemeente verstaat, dat Kerkeraad en Gemeente wel onderscheiden maar }iiet twee, maar één zijn en dat zij bereid is, met haar Dienaren en Opzieners door de liefde Christi gedreven X& gehoorzarnen aan de bevelen van haar Koning, steunende op zijn gemsse beloften. En laat men nu niet allereerst vragen, vanwaar komt het geld en vanwaar komen de bekwaamheden. Men wijze hier niet op Lukas 14 : 28—30, waiit dat ziet niet op zaken, waarvoor de Heere klaar en beslist bevelen en beloften heeft gegeven, gelijk in zake de Zending.

En bovendien, de geldelijke last wordt tof aan de Synode van Groningen geheel gedragen door de gezamenlijke Kerken uit de generale kas der Zending.

En op de Groninger Synode zal nader worden geregeld de geldelijke steun die door de gezamenlijke Kerken uit de generale kas aan de Kerk van Utrecht zal worden verleend.

Alleen in geval onze Kerk zou zeggen: ik heb geen geldelijke hulp noodig — dan natuurlijk zouden de gezaraenlijke Kerken ook geen hulp opdringen, maar anders zal hulpe verleend worden.

Hoeveel? Wie zal dat zeggen. Dat hangt van allerlei af

In elk geval kan deze Kerk in dien tusschentijd bedaard overleggen en uit de praktische ondervinding nagaan, wat zij uit eigen middelen lovikumitn doen en welke steun zij zou behoeven, en daarmede kan én zal dan op de Groninger Synode rekening worden gehouden.

En wat aangaat het terrein — Midden-Java ten Zuiden? — Ja dat is niet alleen voor onze Kerk, maar voor alle Kerken saarA nog veel te groot, om het naar behoor en te kunnek bearbeiden.

Maar dit is dan ook een tijdelijke, een voor-Iqopigé toestand.

Te Groningen moet ons terrein nader worden aangewezen. Dat wil zeggen, daar zal precies worden aangewezen voor welk deeltje van dit groote stuk lüze Kerk zal hebben te zorgen.

In die 3 jaren kunnen we zelf ook bedaard onderzoeken en overwegen, welk deel we voor onze rekening zouden kunnen nemen.

En met het resultaat van onze overweging in deze kan kt sal men ter Sj-node van Groningen rekenen.

En wat nu aangaat de noodige kennis en bekwaamheden ?

Och, elk die iets van de zaken afweet, weet dan ook, dat van iikl een Vereeniging voor de Zending in ons land de bestuurderen de eerste maal zijn opgetreden in de meening, dat zij nu de zaken wel wisten en wel bekwaam waren, om dit werk te besturen. Integendeel. Zij hebben allen hun onkunde en onbekwaamheid beleden, maar óók betuigd, dat de liefde van Christus hen drong, om te gehoorzamen aan het bevel en steunend op de beloften den arbeid te aanvaarden.

En ook nu nog is er geen enkel Bestuur, dat toe in zijn laatsten man bestaat uit enkel zaakkundigen en dit kon evenmin gezegd van de 17 Deputaten op de laatste Synode gedechargeerd.

Op die wijze en op die voorwaarde kan dus onze kerkeraad ook wel de taak aanvaarden.

Ook heeft de kerkeraad besloten, om dezen zoo gewlchtigen en heerlijken arbeid te aanvaarden.

En het eenige waarover — terwijl ik deze regelen schrijf — nog besloten moet worden is een bijkomstige zaak vervat in een voorstel van een der broederen.

Het was een plechtig oogenblik, als aan het einde eener discussie, die bijna drie vergaderingen had in beslag genomen, de kerkeraad oprees, om eer hij stemde des Heeren aangezicht met gebed te zoeken, en daarna tot de stemming overging.

Geve de Heere op dit besluit nu kennelijk zijn goedkeuring en zijn zegen te ervaren tot vertroos ting van zijn kerk, tot verbreiding van zijn Evangelie, tot redding van zielen, tot cere van zijn grooten Naam.

We verheugen ons hartelijk in dit kloek besluit.

Laat Amsterdam nu volgen, om een Dienaar af te vaardigen naar DJocjo, zoo daar het Hospitaal komt.

En dan zal broeder Lion Cachet wel zorgen, dat Rotterdam niet achterblijft.

Aldus geraken we op den goeden weg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 maart 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 maart 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken