Bekijk het origineel

Heet hangijzer.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Heet hangijzer.

5 minuten leestijd

De Leidsche kerkeraad der Hervormden verkeert nogmaals in moeilijke positie.

Hij is kerkeraad over een kerk, waarvan hij weet, dat een zeer groot deel der leden Modern is. Niet bedektelijk, maar openlijk. Niet zoowat, maar op en top.

Tot nog voor korten tijd had hij in zijn eigen midden een Modern predikant zitten. Dien liet hij voorgaan, dien liet hij prediken, dien liet hij het heilig Avondmaal en den heiligen Doop bedienen, catechiseeren en zooveel meer.

Met tucht hiertegen waken kon hij niet.

Het was reeds zoo dikwijls beproefd, en altoos ving men hooger op snip.

Dus liet men het er bij, en zag het kwaad aan, zonder er veel meer aan te tornen. Zelfs vermanen vlotte niet meer. Wie toch kan op den duur in ernst vermanen, als hij stoot op volhardende bestendiging vaa de dwaling?

Doch nu ging Ds. Hagen weg. De buiten zijn ambt alleszins respectabele man vroeg zijn emeritaat aan. En hiermee ging de laatste Moderne predikant te Leiden uit het college.

Er is dus een vacature, en de vraag is nu maar, wie zal in die vacature beroepen worden?

Daarbij roepen dan van den eenen kant de Modernen: Gun ons toch één eenig man voor ons! We behooren toch ook tot de gemeente! Zelfs betalen we mee in haar lasten! Waarom gij, orthodoxen, alles, en wij niets ?

Maar dau maant van den anderen kant de orthodoxe gemeente: Wijk niet. In geen geval een dvvaalleeraar. Nu de Modernen er uit zijn, laat ze er nu ook uit.

Tusschen die twee staat nu voor een orthodoxen kerkeraad de keuze op zich zelf niet moeilijk. Het spreekt vanzelf, dat de orthodoxe kerkeraad van Leiden geen Modern predikant beroepen kan.

Zelfs zou het min beleefd kunnen heeten, dat men hem dit nog vragen dorst, indien de nood de Modernen niet dwong.

Althans de leiders der Modernen te Leiden weten zeer goed, dat een orthodoxe, zoo hij i.i wat bij heet, tegen zijn consciëntie zou liaudelen, indien hij aan een Modem predikant zijn stem gaf, en gemeenlijk houdt men het voor ongeoorloofd, zoo iets van iemand te vergen.

Doch gelijk gezegd, hier drong de nood.

De Modernen raken in de klem. Eens meester van het terrein, zijn ze nu een vluchtende hoop. Ze worden uit de eene provincie voor, de andere provincie na, verdrongen. Eu straks slaat de ure, dat ze ook in de Haagsche Synode minderheid worden, eu dan natuurlijk is hun rijk voorgoed uit.

Dat vangt het Ethis'che regimeut over de Ned. Herv. kerk aan, en zullen met de Gereformeerden de Modernen de hitte des daags hebben te verduren.

Zeer begrijpelijk dus dat ze met zekere beving zelfs in een stad als Leiden hun graf zien delven. Ook in die stad raken ze nu hun invloed op de schare kwijt. Ze worden ec n verstrooide bende, en weten zelf niet meer waarheen.

Vandaar hun noodkreet: Geef, of laat ons, althans één man!

En wat nu aan dien noodkreet zekere kracht bijzet, is juist het feit waarop we in den aanvang wezen, dat namelijk de kerkeraad zelf hen in zijn kerk duldt en dulden moet.

Alles zou beter loopen, als de niet saamhangende deelen losweeekten, en Gereformeerden, Ethischen en Modernen elk hun eigen weg gingen.

Dan ware er kerkwede in Nederland, gelijk er kerkvrede is in Amerika.

Maar zoolang het hiertoe niet komt, en de Leidsche kerkeraad zelf de Modernen ia het lichaam der kerk duldt, ze duldt in de classis, in het Provinciaal bestuur en de Haagsche Synode; en voorts door attestatiën te aanvaarden en af te geven, kerkelijke gemeenschap oefent met Modernen van allerlei gading, voelt toch ieder dat de zaak niet zuiver staat, en zeker besef van recht tegen den toestand opkomt.

Er is hier tweeërlei recht in het spel.

Eenerzijds het recht van Koning Jezus in zijn kerk, en zal dat recht gehandhaafd worden, dan natuurlijk is het verzoek der Modernen dwaasheid; maar dan moet dat recht ook tot gelding komen op heel het kerkelijk terrein, en mag men het niet te Leiden eeren bij het beroepen van een predikant, en te niet doen bij het aannemen en afgeven van attestatiën.

Het recht van Jezus over zijn kerk is een Goddelijk recht, en daarom absoluut.

Maar anderzijds is er ook e^n recht in het spel. menschelijk

En dit recht nu gaat in elk collegiaal stelsel boven elk ander recht uit.

Naar dit recht nu mag in geestelijke zaken de meerderheid de minderheid niet dwingen willen, wijl dit de persoonlijke vrijheid te na komt.

Hiernaar nu gerekend is een Moderne evengoed kerklid als een orthodoxe, en heeft dus op gelijke rechten aanspraak.

Nu handelt echter de kerkeraad van Leiden de eene maal naar het ééne, en de andere maal naar het andere recht.

Hij bedoelt het recht van Koning Jezus te handhaven, als hij weigert een Modern predikant te beroepen, maar handelt naar het andere recht als hij attestatiën boekt of a%eeft.

En dit is zijn zonde. twee maten. Een meten met

En hierdoor komt het, dat de Moderne niet den indruk krijgt: iG\]moogt nietzadexa om Christus' wille", maar veeleer:3Gi]te/ilt niet anders, omdat gij toevallig in de meerderheid zijt."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 april 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Heet hangijzer.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 april 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken