Bekijk het origineel

De taal van den Statenbijbel.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De taal van den Statenbijbel.

4 minuten leestijd

Aan de stedelijke Uaiversiteit vaa Amsterdam is de heer J. Heinsius gepromoveerd met een dissertatie over de Taal van den Statenbijbel, voor wat aangaat de klank-en verhdgingsleer,

TJil zag het licht bij P. Noordhoff te Groningen, en wc stellen ons niet anders voor, of de degelijke theologen onder ons zullen er prijs op stellen deze handleiding te bezitten.

Niet, men versta ons wel, alsof dit stuk van godgeleerdea aard of iahoud ware. Het is eea puur philologische studie.

Noch om de Heilige Schrift, aoch om haar overzetting is het dea schrijver te doen; wat hem alleen iateresseert is de beteekenis die de uitgave dezer Overzetting gehad heeft voor de kennis ea oatwikkeliag vaa onze Nederlandsche schrijftaal. Tweeërlei oaderzoek is tea deze aaa de orde: i". aaar de kennis van de taal dier overzetting zelve, ea 2'. naar den iavloed diea deze overzetting op de vervorming en verwording vaa oaze Nederlaadschc schrijftaal geoefend heeft.

Voorshands laat hij echter dit tweede punt nog rusten, ea bepaalt zich hier uitsluitead tot het onderzoek, welke regelea voor klank ea verbuiging door de overzetters gevolgd zijn, en ia hoeverre deze afwijken vaa de regelea die destijds bij Marnix ea aadere goede scribenten golden.

Ook zoo echter was deze studie voor een student reeds omvangrijk genoeg, en mag hem de lof niet oathoudea worden, dat hij dit eerste deel vaa het oaderzoek met eea ijver ea aauwkeurigheid ea helderheid volbracht heeft, die hem aanspraak geven ook op onzen dank.

Want wel is zelfs dit eerste deel van de taak hiermede nog lang niet afgewerkt, ea zou er reeds voor de buigingsleer nog veel aan zija toe te voegea, om eerst daarna tot het hier vooral zoo ingewikkeld syatactisch oaderzoek over te gaan.

Maar op zich zelf is het prijslijk, dat de geachte schrijver liever een stuk goed, dan alles slordig gegeven heeft.

Ook zij nog opgemerkt, dat hij de Kaatteekeaingen, Iiüeidingen, enz. niet in zijn oaderzoek opaam, en evenzoo niet op de apocryfe boeken lette, maar zich uitsluitend tot den tekst der Heilige Schrift bepaald heeft. Iets wat bij het syntactisch onderzoek natuurlijk niet zou kuaaen, overmits uit syatactisch oogpuat de Kantteekeaiagea veel vrijer gesteld zijn, dan de aan den oorspronkeÖjken tekst gebonden Schriftuurvertaling zelve; maar wat wel geoorloofd was bij de klank-ea verbuigingslcer, overmits de voorraad stof in den tekst voldoeade was, om eea oordeel te vellen, en aangenomen mag, dat vooral op dea tekst de groote nauwkeurigheid door de vertalers ea rcviseurs is aaagewead.

Ook ia dezea beknopterea vorm is iatusschea deze studie uitermate zeer belangrijk, niet voor den gewonen leek, maar wel voor den degelijkcn theologaat, die er prijs op stelt, om de oude Stateaoverzettiag niet te lezen als eea soort bedorvea of aog ongereed Nederlandsch, waar hij naar willekeur vaa maakt wat hem goed dunkt, maar als een overzettiag, die ook in de taal naar vaste, v/el doordachte regelea is uitgevoerd, en in die taalregeling een aieuw bewijs levert n vaa deadegea wetenschappelijkenzinenden heiligen ernst, waarmee de overzetters hun hoogst moeilijke taak waarnamen en voltooid hebben.

Wie thans Nederlandsch schrijft, en in allerlei grammatica ca woordenboek zija taal gevormd ea gereed voor zich viadt liggea, kaa zich ternauwernood een denkbeeld vormen, van wat het voor onze overzetters moet geweest zijn, om schier zonder eenig hulpmiddel zelven hua schrijftaal eerst vast te stellen, regelea voor het gebruik op te maken, en zoader te groote afv/ijldng van het destijds gemeene gebruik, toch zulk Nederlaadsch te schrijven als h. i. in zuiverheid van taal waarborg was om den inhoud der Heilige Schrift klaar en duidelijk voor ons volk te vertolkei^.

Èri als mifcri hu' ^iet, 'welk bij uitstek gun­ stig oordeel een puur philoloog thaas nog, na twee ea een halve eeuw, over hua arbeid, wat dit taaigehalte aaagaat, velt, daa wordt mea opnieuw met eerbied vervuld voor den ernst en de degelijkheid, waarmee onze Calvinistische vaderea ook dit deel vaa hua reuzeataak volvoerd hebbea.

Reeds voorlaag wist mea, dat ze welbewust ea op weldoordachte wijze warea te werk gegaan; de bekeade tabellea van spelling, die nog overig zijn, bewijzen dit; maar toch is eerst door deze studie duidelijk aan het licht gekomen, hoe ver hun bemoeiing zich uitstrekte, en wat noeste vlijt ook aan dit deel van hua taak besteed is. En merkt de schrijver op, hoe de Vlaamsch-Brabaatsche invloed op hun taal merkbaar is, welnu, ook dit is geheel ia overeenstemmiag met hua levenspositie. De Reformatie was ons voonamelijk uit België toegekomen. Al onze Formulieren ea Liturgische stukken bevestigen dit. Ea het was daarom niets meer dan natuurlijk, ten deele zelfs eea eisch vaa recht, dat de maaaen, die ons hun denkbeelden overdeden, ook invloed oefenden op de taal waarin deze denkbeelden zouden worden uitgedrukt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 mei 1897

De Heraut | 4 Pagina's

De taal van den Statenbijbel.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 mei 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken