Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

7 minuten leestijd

TWEEERLEI BEDE.

XVL

Toen Walter eindelijk weder ontwaakte uit zijn bewusteloosheid en de oogen opsloeg, was het helder dag en scheen de zon in zijn woning. Hij richtte zich op en zag verbaasd rond. Langzamerhand herkreeg hij weder geheel zijn bezinning, en kon hij zich herinneren wat met hem was voorgevallen, op het oogenblik waarop hij op zijn legerstede insliep.

Hij wilde opstaan, maar dat ging uiterst moeilijk. Hij kroop tot aan den ingang van het hol, en koesterde zich in den warmen zonneschijn, die hem nu niet hinderde maar goeddeed. De koorts was geweken, waartoe zeker de warmte die nu heerschte veel had meegewerkt. Doch groote zwakheid was 't gevolg geweest. Hoe hulpeloos voelde de arme jongen zich nu, hij, die enkele weken geleden nog zoo frisch en krachtig over het dek van het schip huppelde en iedereen te vlug was. Wat zou hij nu niet gegeven hebben, als iemand voor hem naar het bosch was gegaan om water te halen!

Doch er was niemand, en treurig staarde Walter voor zich uit op de kale vlakte rondom hem en het bosch en het strand ver weg. Hij gevoelde zich nu meer eenzaam en ellendig dan ooit. Weder dwaalden zijn gedachten naar huis on naar ouders en grootouders en zooveel anderen, die zeker niet vermoeden zouden, hoe treurig het met hem gesteld was. Zou hij hen ooit wederzien? Hij wist het niet, en die gedachte maakte hem zoo bedroefd, dat het was alsof zijn hart breken zou.

Terwijl hij zoo nadacht kwamen hem de woorden te binnen, die hij vroeger had geleerd, maar niet overdacht: sWacht op den Heere, zijt sterk en Hij zal ulieder hart versterken; ja wacht op den Heere". Hij begon nu de beteekenis te begrijpen. De Heere God was het, wiens hand ook zijn weg af had geteekend, wiens bescherming hem hier had gebracht, die ook machtig was hem te helpen, al scheen dit haast onmogelijk. En nu begon Walter tot dien God te roepen om hulp en uitkomst. Het begon hem ook meer en meer duidelijk te worden, hoe die God reeds lang, lang geleden aan hem had gedacht, over hem gewaakt had. Maar ook gevoelde Walter, hoe weinig acht hij had gegeven op de stem des Heeren. Al had hij in zijn huis ook niet veel gehoord van de dingen die ter zaligheid noodig zijn, in een ander huis des te meer. Hij kende den weg die ten leven leidt, den weg welke heet Christus, de Heiland, die volkomen kan zalig maken allen die door Hem tot God gaan. Maar Walter wist zeer goed, hoe hij zich om den Heere Christus al even weinig had bekommerd als om het Evangelie, dat van dien Zaligmaker spreekt. En die gedachte drukte hem evenzeer ter neder als het gevoel zijner groote lichaamszwakte. Zoo werd zijn gebed van een vragen om hulp in den tijdelijken nood, allengs ook een smeeken om verlossing uit den nood zijner ziel.

Na een paar uur in den warmen zonneschijn te hebben gelegen, beproefde onze knaap weer op te staan en te loopen. Ditmaal ging het iets beter. Zonder juist te weten waarom wandelde of liever kroop hij naar liet strand. En zie, daar wachtte hem een verrassing. Daar lagen aan de helling weder schelpen gelijk hooger op, groote en diepe, doch wat hem 't meeste aanging — ze waren met water gevuld. Hij proefde het eens; 't smaakte niet bitter en walgelijk als zeewater. Blijkbaar was het zoet water, dat bij den regen van den steiien kant was afgeloopen, en in die schelpen blijven staan. Wel was het vocht troebel, maar het smaakte hem b? ter dan vroeger de kostelijkste wijn.'

, lk moest die schelpen naar het hol brengen", sprak hij bij zichzelf, terwijl hij tevens overwoog, hoe hij ze verder als vergaarbakken zou gebruiken. Wellicht kon hij ze in het bosch tegen een boom plaatsen, zoo, dat het regenwater er in moest loopen. Walter kreeg hier onwetend hetzelfde denkbeeld, waarnaar ook de wilde volken nog handelen. Doch voor het oogenblik moest hij al zulke plannen opgeven. Want hij was bijna te zwak om te loopen, laat staan om zware schelpen met water te dragen. Hij zette dus zijn watervaten, door er zand teeen aan te brengen, zoo stevig mogelijk vast, '^en keerde toen terug, daar van vischvangst nu in 't geheel geen sprake was.

Juist wilde Waker zijn woning binnengaan toen hij daar binnen iets levends bespeurde, dat in het zand kroop. Nog altijd bevreesd voor slangen trad hij zoo haastig mogelijk terug. Doch reeds 't volgende oogenblik voelde hij zich gerustgesteld toen hij een schildpad ontdekte, die langzaam als alle schildpadden, uit het hol kroop' waar het beest wellicht een nest had willen maken. Zonder dit echter te onderzoeken, begreep onze vriend dadelijk, hoe het dier hem zeer gelegen kwam, en dit te meer wijl het te langzaam liep om hem, ook al was hij nu zelf niet vlug, te kunnen ontkomen. In een oogenbhk had hij het met den stok, dien hij altijd bij zich droeg, omgekeerd. En daar lag nu, onze schildpad op den rug hulpeloos te spartelen.

Dat die dieren geen kwaad kunnen doen wist Walter. Hij haastte zich dus niet, groef een holte in 't zand, en legde daar het beest in. Daarna doodde hij het door een paar slagen met den stok. Nu echter waren zijn krachten ook uitgeput. Hij legde zich ter ruste neder en eerst na ettelijke uren werd hij weder wakker, 't Was nog juist licht genoeg om zijn buit binnen te halen, die nu geschikt moest worden gemaakt tot spijs. Dit ging bij gebrek aan een mes hoogst moeilijk. Toch slaagde Walter er eindelijk in een stuk van het vleesch machtig te worden, 't Was groenachtig van kleur, en zag er allesbehalve aanlokkelijk uit. Doch de smaak viel nog al mee, al was het juist geen biefstuk. ïHongeris de beste saus" zegt het spreekwoord. En toen de nacht kwam en Walter zich te slapen lei, kon hij den Heere God danken, die voor hern had gezorgd, en tevens vergeving vragen daarvoor dat hij dien God zoolang had vergeten, die hij nu in de benauwdheid zocht. Want hij zag nu in, hoe hij boos was van der jeugd af, en hoe hij, evenzoo door wat hij wel als door wat hij niet gedaan had, een zondaar was in Gods oog. Doch het onderscheid bij vroeger was, dat hij 't nu ook in eigen oog werd. En elk bij wien het zoover komt, heeft ook de eerste stap gedaan op den weg der behoudenis.

Den volgenden dag was Walters eerste werk de schalen met water van het strand naar zijn woning over te brengen. Dit kostte hem, die nog zeer zwak was, veel tijd en moeite. Den dooden schildpad bedekte hij met natte bladeren, om het vleesch zooveel mogelijk goed te houden. Verder hield hij rust, wat ook wel niet anders kon, wilde hij niet geheel uitgeput raken. Gelukkig werkte, onder den zegen des Heeren, Walters gezond en krachtig gestel, gelijk zijn jeugdige leeftijd er toe mee, dat hij weldra de gevolgen van zijn ziekte grootendeels te boven kwam. Na enkele dagen kon hij zich weer naar het zeestrand begeven, 't Was juist een dag als toen hij hier niet lang geleden vergeefs zijn kunst als visscher had beproefd.

Het stukje over namen wordt in 't volgend Nr. voortgezet. Eenige vragen krijgen ook, hopen we, weldra een beurt. Doch de inzenders gelieven vooral duidelijk te zijn; allereerst omtrent hetgeen zij bedoelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 mei 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 mei 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken