Bekijk het origineel

De martelaren.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De martelaren.

6 minuten leestijd

CCXXXIX.

FRANCISCO DE SAiNT> ROMA!N.

Geen land van Europa, dat niet het bloed der martelaren heeft zien vloeien. Nederland, Frankrijk, Engeland en Schotland hebben hun aandeel moeten leveren aan die schare, die hare belijdenis met haar bloed heeft bezegeld. Ook Spanje. Een der martelaren uit dit land was Francisco de Saint-Romain, een man van goeden huize, uit Burgos afkomstig en zeer gezien bij allen die hem kenden, om zijne deugdzaamheid en zedigheid.

Opgevoed in de Roomsche leer, was hij die van harte toegedaan. Wonderlijk is echter de weg geweest, dien de Heere met hem gehouden heeft, om hem van zijne dwalingen te overtuigen. In den jare 1540 waren eenige kooplieden van Bremen in shet Oostland", bij gelegenheid der kermis, niet te Antwerpen gekomen, zooaJs zij dat gewoon waren, om hunne schuld te betalen aan eenige Spaansche kooplieden. Derhalve besloten laatstgenoemden eenigen hunner naar Bremen af te vaardigen, om dit geld bij hunne schuldenaars af te halen.

Niemand kwam hun zoo geschikt voor om deze taak te volbrengen als Saint-Romain, daar hij de Bremensche koopheden het best kende. St.-Romain begaf zich op weg met eenen reisgenoot, ook een Spanjaard, met wien hij na een lange en vermoeiende reis te Bremen aankwam. Zijn eerste verlangen was eene kerk te bezoeken. Hij trad er eene binnen, waar juist gepreekt werd. De voorganger was Jacobus Spreng (Praeporitus), de bekende prior der Augustijner-monniken te Antwerpen, die in 1519 Gods Woord leerde kennen en predikte, doch den 9en Februari 1522 zijne reformatorische gevoelens in de St. Gudule te Brussel herriep. Toen begaf hij zich evenwel naar Bremen, waar hij terugkeerde tot de waarheid, en daar langen tijd dienaar des Woords was. Hem dan hoorde St.-Romain.

Ofschoon hij niet veel van de Duitsche taal verstond, bleef hij toch luisteren, daar hij zeer nieuwsgierig was, om te weten welke de leer was, die in Duitschland verkondigd, maar door de Spanjaarden verfoeid werd. En wat geschiedde ? St.-Romain verstond niet alleen de geheele preek, maar werd er diep door getroffen in zijne ziel. Na de godsdienstoefening liep hij naar den prediker, die hem vriendelijk ontving en meê naar zijn huis nam. Daar herhaalde St.-Roraain hem van woord tot woord zijne rede en vroeg verklaring van de geheele leer, waarvan hij voor 't eerst iets had gehoord. Spreng stond verbaasd over de opwinding van dezen man en zijne plotselinge verwondering en maande hem aan kalm te zijn. Vervolgens leerde hij hem den Christus der Schriften kennen. Drie dagen bleef de bezoeker ten huize van den prediker, en in dien tijd werd hij geheel veranderd. Daarna kweet hij zich van de taak, waarvoor hij naar Bremen was gekomen, doch telkens kwam hij bij den oud-prior terug, om nog meer te leeren. Dag en nacht dacht hij aan niets anders dan aan het Woord des Heeren. Zelfs begon hij aan anderen de pas gevonden waarheid te prediken. Behalve met Spreng, verkeerde St.-Romain ook nog met een anderen oud-prior, een Dominikaan uit Schotland, die in 1534 van Luthersche gevoelens verdacht werd en eeist naar Engeland, toen naai het vasteland vluchtte.

Intusschen vergat hij zijne vrienden in Antwerpen ook niet. Hij schreef hun van zijne bekeering en predikte hun schriftelijk Christus den gekruisigde, terwijl hij zijn afkeer uitsprak over de inquisitie en de verblinding der Spanjaarden betreurde.

Eindelijk besloot St. Romain naar Antwerpen terug te keeren, om zijne vrienden van den Heere te spreken, ten einde daarna naar Spanje te gaan en zijnen ouders den Christus te verkondigen. Ondertusschen schreef hij brieven aan den keizer, waarin hij hem verzocht af te zien van de vervolging der geloovigen. Ook schreef hij kleine Spaansche tractaten voor zijne landgenooten, om hen te bewegen tot het geloof in Christus.

Toen hij in Antwerpen kwam, zag hij zich door zijne vrienden bedrogen. Dezen toch hadden in hunne brieven aan hem te kennen gegeven, dat zij wel meer zouden willen hooren van de goddelijke waarheid, die hem zoo na aan het hart lag. Maar hij vond bij zijn aankomst monniken, door zijne vrienden' van alles op de hoogte gesteld, die hem dadelijk gevangen deden nemen. Terstond onderzochten zij toen wat hij bij zich had en vonden boeken van Luther, Melanchton, Oecolompodius, alsmede spotprenten op den paus. Dit was genoeg, om hem van ketterij te verdenken. Trouwens het onderzoek, mondeling bij hem ingesteld omtrent zijn geloof, stelde het boven allen twijfel, dat hij een ketter was. Zijne Spaansche vrienden hielden hem voor krankzinnig en sloten hem op in een toren, zes mijlen van Antwerpen, waar hij in een donker hol acht maanden doorbracht. Toch werd hij daar door mannen van aanzien bezocht, die hem aanrieden weer tot zijne oude gevoelens terug te keeren. De gevangenschap en de drang zijner vrienden brachten hem zóóver, dat hij hun beloofde in het vervolg kalmer te zullen zijn. Na deze verklaring werd hij uit den kerker ontslagen. Twintig dagen vertoefde hij toen te Antwerpen, waarna hij zich naar Leuven begaf, waar hij in kennis kwam met Francisco Dryander, die geboortig was van dezelfde stad. Deze maande hem aan te blijven in zijn koopmanschap, waarin hij God evengoed kon dienen als wanneer hij dienaar des Woords werd, waaraan hij toen dacht.

Tevens waarschuwde hij hem, aan de eene zijde nooit om der menschen wil Christus in eenig punt te verloochenen, aan den anderen kant, zijn leven niet roekeloos in gevaar te brengen.

De martelaar beaamde dit, maar nauwelijks had hij Leuven verlaten, of hij begaf zich naar den Rijksdag van Regensburg, waar keizer Karel V op dat oogenblik was, en vond een middel om tot hem door te dringen, waarop hij bij hem aanhield de Protestanten niet langer te vervolgen, daar bij hen de waarheid was. De keizer hoorde hem geduldig aan en beloofde de zaak ter harte te nemen. St.-Romain was eerst met goede hope vervuld, maar zag zich daarin echter spoedig teleurgesteld, toen de keizerlijken te Regensburg allerlei gruwelen pleegden. Nog eens en neg eens verscheen hij voor den vorst. Telkens kreeg hij goede beloften. Maar toen hij zich hiermee niet tevreden stelde en altijd v, reer terugkwam, werd hij gevangen genomen. Zijne vijanden wilden hem toen in den Donau werpen, maar dat verhinderde de keizer, die hem wilde gevonnisd hebben naar de wetten des rijks. Toen werd hij in een kerkercel gesleept. Onder dit alles ondervond hij 's Heeren heerlijke vertroostingen.

Na eenigen tijd voerde de keizer hem met zich meê, overal waar hij heenging, zelfs op dien ongelukkigen krijgstucht naar Algiers, waar de keizer ternauwernood et het leven afbracht.

Toen hij met zijnen vorst weer behouden in zijn vaderland gekomen was, werd hij aan de inquisitie overgegeven, die hem veroordeelde levend verbrand te worden. Tot het laatst toe beproefden de monniken St.-Romain tot herroeping te bewegen. Doch dit was alles vruchteloos. Als een krijgsheld van Christus stierf hij in de vlammen in den jare 1548.

DE GAAY FORTMAN,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 juni 1897

De Heraut | 4 Pagina's

De martelaren.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 juni 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken