Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

12 minuten leestijd

(Vervolg en dot.)

Transvaal.

Verhouding tusschen blanken en kleurlingen.

Beseffende dat een meer gemeenzame omgang tusschen blanken en kleurlingen groot gevaar oplevert voor hunne nationaliteit, zijn de boeren ertoe geleid, hetzij dan meer of min bewust, om alle meer intieme verhouding tot de kleurlingen te vermijden, ja als zondig te brandmerken. Men mag het als een nationale deugd in de boeren roemen dat zij zich zoo gestreng daaraan houden.

Een Transvaalsche boer redeneert aldus: sWanneer ik met een kleurUng in één kerk zit, met hem in engeren kring het H. Avondmaal gebruik en hem geheel als mijn broeder of zuster ga behandelen, mag er ook in beginsel geen bezwaar zijn om toe te staan, dat mijn zoon of dochter met een kleurling in het huwelijk treedt. En tegen deze vermenging is hij terecht met alle macht gekant."

Nu kan men tegenwerpen dat een meer gemeenzame omgang niet bepaald tot huwelijken of vermenging behoeft aanleiding te geven; doch de Kaapkolonie bewijst het tegendeel. Kan men, in Holland zijnde, meenen dat dit gevaar zoo groot niet is, omdat men waant dat Kaffers, zulke kelgke zwarte menschen, met hunne van de blanke bevolking afwijkende gelaatstrekken, nu juist niet tot de schoonste voorwerpen der schepping behooren en het daarom niet spoedig zal gebeuren dat men op die personen zijn hart zetten zal, toch vergist men zich daarin zeer. Immers zijn de Zulu's en Hottentotten, zooals Gods Woord het uitdrukt: »schoon van gedaante", al kan men er het »schoon van aangezicht" niet bijvoegen. Voegt men nu hierbij de algemeen bekende zinnelijkheid van het vrouwelijk geslacht dier volken, dan beseft men levendig dat meer gemeenzame verhoudingen, een wezenHjfc gevaar voor de blanke bevolking opleveren. Tïn daar nu de Boeren ook uit Gods Woord gelezen hebben, hoe vermenging met andere volken'vaak de kinderen Israels ten val gebracht hébben, zoo leven zij in kerk en school pn huisgezin afgezonderd van de kleurlingen. Voor de bewaring van hunne nationaliteit is het te hopen dat deze toestand aldus blijve.

Dit behoeft echter geen beletsel te zijn voor de zending onder die volken ; het is mijne overtuiging dat het de dure roeping is van de blanke bevolking hen het Evangelie te verkondigen.

Vooral ook in het huisgezin moeten de verhoudingen niet te vertrouwelijk worden, want het is een feit van algemeene bekendheid, dat wanneer, men den kleurlingen den vingertop geeft, zij de geheele hand nemen. Bovendien beschouwen zij eene zeer goede humane behandeling als een teeken van vrees van de zijde der blanken. Heeft men een Kaffer-bediende, zooals ieder

blanke er haast een heeft, of het een z.g. bekeerde Kaffer is of niet dit doet er niet toe, en men behandelt hem eenigermate op voet van gelijkheid, dan wordt hij in 90 van de 100 gevallen binnen enkele weken geheel onnut, zoodat men hem moet wegdoen. Eene voorkomende behandeling verwekt bij den Kaffer geen dankbaarheid, maar doet hem denken dat hij, die hem goed behandelt, bang voor hem is. Hieruit volgt dat men hem op een afstand moet houden.

De vorige week hadden wij daaromtrent bij den heer B. een aardig staaltje. Zij hebben daar een KafFerbediende van het beste soort, hij wordt er goed behandeld. Des avonds gaat hij naar het Kafferkamp om te slapen. Doch nu was het de vorige week 's avonds wat regenachtig en scheen mijnheer geen zin te hebben naar het kamp te loopen. Met een tweetal andere Kaffers hadden zij zich in de keuken ontkleed, zich in dekens gewikkeld en hun slaapplaats aldaar opgeslagen. Toen de juffrouw even in den donker in de keuken ging, stuitte zij daar op drie rustig slapende Kaffers. Dit gaf een heele consternatie. De heer B. liet ze dien nacht maar liggen, na de keuken te hebben afgesloten.

Nu kon men den volgenden dag den kaffer maar niet aan zijn verstand brengen, dat hij zich onbehoorlijk had aangesteld. Oorzaak daarvan is, dat de heer B. zijn kaffer te zeer op voet van gelijkheid behandelde.

Mijn conclusie is dan ook:

1°. dat het voor de handhaving van zijn vrijheid en onafhankelijkheid voor den boer noodzakelijk is, dat de verhoudmgen tusschen blanken en kleurlingen niet al te vertrouwelijk worde. Het door zijn goed en bloed duur gekocht vaderland eischt dit;

2°. dat handelingen met het bovenstaande in strijd, op den duur niet anders kan ten goede komen, dan aan zijn naaste goede buren... de Engelschen, die daarom zooveel praats hebben over de afzondering der kleurlingen, niettegenstaande het een feit is, dat de boeren de kaffers veel beter behandelen, dan de Engelschen;

3°. moet de liefde voor hun kroost en geslacht, elk rechtgeaard vader dringen om er vooral voor te waken, dat de omgang met de kleurlingen niet gemeenzaam wordt;

4°. dat de aanmatiging der Kaffers oorzaak is, dat men gestreng tegen hen moet optreden, daar zij anders, schoon dienstbaar, in het huisgezin zich haast als heer en meester gaan gedragen, — de goeden niet uitgezonderd — en dit als een gevolg van hunne opvattingen.

Nu meen ik dat deze redenen geen utiliteitsredenen kunnen genoemd worden, want handhaving van de nationaliteit, bewaring van zijn geslacht voor geestelijke inzinking en handhaving van het gezag in het gezin, zijn toch eischen van Gods Woord. Wanneer men toch ziet, dat door op voet van gelijkheid met kleurlingen te leven, het Vaderland spoedig bij andere staten zal ingelijfd zijn, dan mag men toch geoorloofde maatregelen daartegen nemen. Het staat daarmede als met de beperking van het kiesrecht, die door elkeen, behalve natuurlijk door de Engelschen, wordt goedgekeurd. Mocht ieder, die één of twee jaren in Transvaal is, kiesrecht uitoefenen, dan ware weldra het Vaderland een Engelsche kolonie. Het is eene regeering niet kwalijk te nemen, dat zij die maatregelen neemt welke noodig zijn om de zelfstandigheid des lands te bewaren."

Men leze en overwege dit schrijven. Er is veel in dat een andere blik op Transvaalsche toestanden kan geven, dan tot hiertoe het geval was. Een vraag kwam echter aanstonds bij ons op : »Is het feit, dat de Kaffer, als hij welgedaan wordt, dit toeschrijft aan vrees, niet eene aanklacht tegen de blanken? "

Uit de Synode van de Gepefopmeerde kepk van 2uid> Afrika.

Het is gebleken uit de handelingen der Synode van de Gereformeerde kerk te Buransdorp in de Kaapkolonie, dat zij den zendingsarbeid met kracht wil aanvatten. President Kruger had eene gift van ƒ 600 gezonden om van zijne belangstelling in het werk der Zending te doen blijken. Het spreekt wel van zelf dat met blijdschap deze gift aanvaard werd.

Opmerkehjk is het dat de kerkeraad van Humpata aan de Synode verzocht een zendeling te zenden om onder het »makke volk" dat is onder de negers te arbeiden, die in den dienst van de trekboeren zijn. De Kerkeraad van Vensterstad in de Kaapkolonie verzocht ook om steun voor het zendingswerk onder de negers.

Dit is_ een stap in de goede richting. Men gevoelt in de Gereformeerde kerk dat de Zending van de plaatselijke kerken moet uitgaan. De Synode besloot om nog niet uit te spreken over de beginselen, waarnaar de zending moet gedreven worden, maar besloot eene commissie te benoemen om de volgende Synode in deze te dienen van advies. Dit is rationeel. Die commissie moet echter ook in overleg met den kerkeraad van Humpata, het werk aldaar behartigen en zooveel mogelijk aan den arbeid te Vensterstad hulp bieden.

Dit begrijpen wij niet recht. De Synode is nog niet tot helderheid gekomen in zake de vraag hoe het zendingswerk te drijven is, en benoemd toch eene commissie om alvast den arbeid onder de kaffers te Humpata te behartigen. Wij hadden het rationeeler gevonden, indien de Synode besloten had de kerkeraden van Humpata en Vensterstad finantieel te steunen, opdat de arbeid voortgang moge hebben, indien althans niet de overtuiging geboren was, dat men in een gansch verkeerde richting werkte. Bij eene volgende Synode kan men dan tot overeenstemming komen hoe de werken in deze tot eene gemeenschappelijke actie konden geraken.

Met blijdschap merken wij echter op, hoe het vooroordeel, dat hier en daar bij de gereformeerden in Zuid-Afrika gevonden werd, aan het wijken is.

De verplaatsing van de Theologische school van Burgersdorp in de Kaapkolonie naar de Z.-A. Republiek kwam ook ter sprake, Jfi. beginsel schijnt men tot verplaatsing te hebben besloten, althans men benoemde een commissie om te onderzoeken welkt plaats in de Z.-A, Republiek het meest geschikt is om de school te vestigen. Misschien gaat men in Zuid-Afrika wel van lieverlede de behoefte gevoelen om eene Universiteit op Gereformeerden grondslag te bezitten.

In de Kaapkolonie is men, dat is wel te denken, tegen de verplaatsing gekant. Men wil daar de Theol. school behouden om de HoUandsche nationaliteit tegenover Engelsche elementen te bewaren. Men meent dat men in de Transvaal prikkeling genoeg heeft, ja misschien te over, om de HoUandsche nationaliteit hoog te houden. Hierin heeft men gelijk; prikkels zijn er genoeg om Hollandsch te blijven, maar of de krachten genoegzaam aanwezig zijn om zich door deze prikkeling te laten drijven, is de vraag.

Een voorstel om den naam »de Gereformeerde kerk in Z.-Afrika", te veranderen in »de Gere­ formeerde kerken", werd verworpen. De voorstanders beriepen zich op de Dordsche kerkenordening, die van »kerken" spreekt, en op Nederland, waar men den naam van > Gereformeerde kerken" aannam. De tegenstanders beweerden dat zij sedert jaren als Geref. kerk bekend stond, dat er geen reden bestaat om dien naam te veranderen, dat het niet gebleken was dat de zelfstandigheid der gemeenten er schade onder geleden had, dat men den naam van Gereformeerde kerk droeg.

Prof. Postma is van oordeel dat men behoefte heeft aan een naam die de eenheid der kerk uitdrukt, omdat zoovele zaken daar als Theolog. school en zending door de kerken gezamenlijk moeten behartigd worden. De naam skerk" drukt volgens prof. Postma beter het bewustzijn uit van samenwerking en gezamenlijke verantwoordelijkheid als kerkelijk lichaam. De naam ïkerken" helt te veel over naar het Independantisme en schaadt de Presbyteriaansche kerkinrichting. Het schijnt hem toe dat die naam alleen op Nederlandschen bodem tehuis behoort, want in Duitschland en Frankrijk wordt ook aan dien meervoudsnaam geen behoefte gevoeld.

Omtrent het laatste kan gezegd worden, dat het hoegenaamd niets bewijst. De weinige Gereformeerden in Duitschland zullen moeten erkennen dat er van de Gereformeerde kerken niet veel is overgebleven. Dr. Zahn noemde voor eenige jaren hetgeen er bleef staan »een puinhoop". Zij die èn in Duitschland èn in Frankrijk de Gereformeerde beginselen zijn toegedaan, moeten er zich in de eprste plaats op toeleggen, om de Gereformeerde leer eenigszins ingang te doen vinden, terwijl van een strijd om ook in de Kerkenordening terug te keeren tot de Gereformeerde beginselen nog geen sprake is. Ook waren onze vaderen geen independanten als zij van Gereformeerde kerken spraken, maar stonden een Presbyteriaansche regeering der kerk voor. Wij meenen, dat indien men er voor ijvert om den naam van Gereformeerde kerk te handhaven, dit den indruk moet geven, dat men het collegiale kerkrecht tracht ingang te doen vinden.

Een stap in de goede richting was het, dat besloten werd, dat voortaan de professoren der Theol. school niet als gewone leden der synode zullen zitting nemen, maar voortaan alleen als praeddoisseerende leden zullen toegelaten worden.

Op de vraag of het niet noodig was dat men de afvaardiging naar de synode meer in overeenstemming bracht met de Dordsche kerkorde; zoodat niet de kerkeraden, maar de Algemeene vergaderingen (waarom niet »Classen" genoemd) naar de Synode afvaardigen, antwoordde de synode, dat men daartoe niet kon overgaan omdat dan het getal leden der synode te klein zou worden.

Dit begrijpen wij niet recht. De Gereformeerde kerk van Zuid-Afrika aanvaardt immers de Dordsche kerkenordening? Dan heeft men in deze geen keus, en behooren de kerkeraden in klassen, en de klassen in de meerdere vergaderingen van synoden saam te komen. Het is ongerijmd dat dezelfde kerkeraden naar de Classen en naar de synode afgevaardigen.

Zijn er te weinig kerken om in de synode te vergaderen, men bepale zich tot declassicale vergaderingen.

Op de uitnoodiging van de Geref. kerken in Nederland, om atgevaardigden naar hare synode te zenden, werd geantwoord, dat men met het oog op de kosten naar de e. k. synode dier kerken nog niet kon afvaardigen. Gaat echter een predikant naar Nederland, dan zal deze van eene daartoe aangewezen commissie een oificieele opdracht ontvangen, om de Geref. kerk van Z. Afrika te vertegenwoordigen.

Verwonderd zijn wij over het besluit der Synode, waardoor bepaald is, dat leden der Gereformeerde Kerk, die zich schuldig maken aan het feit van zich als leden aan te sluiten aan Afschafftngsgenootschappen en dergelijke, kerkelijk behooren behandeld te worden. Het verwondert ons, dat men zulk eene algemeene bepaling maakte in plaats van uit te spreken dat elk geval afzonderlijk moet behandeld worden. Begint men op deze manier te handelen, dan kunnen er wat bepalingen en reglementen gemaakt worden ! Dan moet de Synode ook maar gaan uitmaken wat op den dag des Heeren wel en wat niet mag geschieden, enz. enz. De verklaring van het feit dat men door het lidmaatschap van afschaffingsgenootschappen te aanvaarden ontrouw wordt aan het lidmaatschap der Gereformeerde kerk, ligt wellicht in de omstandigheid, dat de afschaffingsgenootschappen in Z.-Afrika gedreven worden door een methodistisch-Engeische geest.

Ook verwonderde het ons dat de Synode het vroegere bepaalde, dat het huwelijk met de zuster der overleden vrouw geoorloofd, maar met den broeder van den overleden man ongeoorloofd is, handhaafde.

Over hel algemeen genomen verheugt het ons dat men in Z.-Afrika eenige stappen deed in Gereformeerde richting.

WINCKEL.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 juli 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 juli 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken