Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

5 minuten leestijd

In Hollands Kerkblad stort Ds, Sikkel dit aangrijpend klaaglied uit:

Maar toch ...

Neen, mijn lezer! mijn broeder 1 mijn trouwe, vriendelijke lezeres ook! .... weerhoudt mij niet. Ook de smart der ziele heeft haar recht. Zelfs Davids roeping tot troon en kroon kon de klacht over de bergen van Gilboa niet smoren op zijn lippen; de klacht over de bergen van Gilboa, waar de helden gevallen zijn in het midden van den strijd! — waar der helden schild smadelijk is weggeworpen ; terwijl de Filistijnen juichen, de dochters zelfs der onbesnedenen opspringen van vreugde!... Davids klacht: Jonathan! mijn broeder Jonathan! ik ben benauwd om uwentwil!

Want ook op de erve onzer vaderen was bij de gehouden verkiezingen voor de Kamer ongetwijfeld sprake van een strijd tegen de Filistijnen om de erve Gods.

En in dien strijd ontging den belijders van den God Israels, den belijders van den Christus, de overwinning.

Het ging om de vraag, of in de nieuwe sociale ontwikkeling van ons volksleven, die we tegengaan, in de nieuwe regeling der levensbelangen, in de nieuwe wetgeving, die ons wacht onder de regeering onzer Koningin, die aanstaande is, de Schrift als Gods Woord zou meespreken in het vraagstuk van den bodem, in het vraagstuk der bescherming van rechten, in de verhouding van meester en knecht, van rijke en arme, in de zaak van de Zondagsrust, van de prostitutie, van den sterken drank, van het neo-malthusianisme, van kroon en volk, van kapitaal en arbeid, of de Schrift zou meespreken tot leiding der regsering, ja of neen.

De liberalen zeggen neen. Zij erkennen geen Woord Gods. Ook voor de ethischen is de Schrift in heel de wetgeving van het Oude Testament, allerminst in de natuurlijke dingen, zelfs in het scheppingsverhaal ró/ Gods Woordi Zij behooren in dit opzicht stellig bij de liberalen en willen dus ook niet van een recht der Schrift op de erve der politiek weten. Slechts de mensclielifke rede, gelijk alle ongeloovigen dat v/illen, blijft in de staatszaken voor de ethischen over.

Wij, Calvinisten, staan in dit stuk om de eere onzes Gods en het heil van land en volk, ook van Oranje, beslist geschaard om de banier der Heilige Schrift. Clericaal zijn we in geenen deele, voor kerkelijke heerschers strijden wij juist het allerminst, wij hebben zulke heerschers integendeel voor altoos afgezworen; wij ver-werpen alle heerschappij van menschen over de kerk, en alle heerschappij van de kerk over de menschen. Slechts voor het recht der Heilige Schrift als de lamp ook voor de regeering staan wij pal; dat en dat alleen is onze positie.

En de Roomsclienl Zijn zij hierin met de liberalen of ethischen vereenigd? Gelukkig niet. In zijn Encycliek, een zeer breeden gedrukten biief, heelt de Paus er de Roomschen nadrukkelijk op gewezen, dat zij in deze vraagstukken, die niet de kerk, maar die land en volk, arbeid en brood raken, naar de Schrift hadden te vragen, en daarin met de protestanten, die voor de Schrift bogen tegen het ongeloof en den afval, moesten samenwerken. Daarom hebben dan ook de Roomschen in ons vaderland hun program voor de verkiezingen zóó gesteld, dat dit met onze bedoelingen overeenkwam.

En met ons. Calvinisten, streden zij toen bij de stembus, om een liberale ongeloovige regeering tegen te houden en om het optreden eener christelijke regeering, in welke hunne mannen met onzen leider in een sociale hervorming naar de Schrift werkzaam zouden zijn, mogelijk te maken.

En nu, — de schoone hope, dat wij zoo onze mannen tot heil des volks als ministers der koningin zouden zien optreden, is verijdeld — op een wijze, die met geen naam is te noemen. Goddeloos en onzedelijk is in één woord de wijze, op welke men ons bestreed en lasterde van ons bedoelen. Goddeloos en onzedelijk het bedrog, waarmee door vele liberale bladen, geschriften en menschen de onkundigen zijn verleid. Men heeft ons mishandeld, mishandeld onzen naam, ons recht en onze eere, heel onze positie, onze mannen en onzen arbeid. Onze beste mannen, om nu geen anderen dan Heemskerk en Van Asch Van Wijck te noemen, zijn daardoor verworpen en vertreden, waar ze met dankbare liefde ontvangen hadden behooren te worden. En behalve wij, — Roomschen zijn ook menschen! — de Roomschen zijn behandeld zóó schandelijk, zóó leugenachtig, zóó lasterlijk, dat deze zonde tegen den naaste roept tot den Heere Zebaöth met al het onrechtvaardig vergoten bloed, waarvan de historie gewaagt.

En wat het meeste, het diepste smart!...

.... Wie hebben aan dit laaggezonken, onbeschaamd liegende ongeloof den triomf bezorgd? Wie hébben deze nachtelijke bende aangevuurd en aangevoerd? Wie hebben die speculatie, om door bedrog zelfs geloovige maar eenvoudige en onkundige protestanten voor den opzet van het ongeloovig liberalisme te winnen, aangegeven én ingezet? Wie hebben langs een omweg, liegende dat het tegen Rome ging, het volk opgehitst, om onze banier voor het Woord Gods over te leveren aan het ongeloof?

.... O, noemt den Judasnaam niet!.... Hier bijt de slang aan den weg, voor welke Jacob in zijn sterven sidderde!

Hierin is poëzie van het hart.

Echte lyriek, die in eigen smart anderer smart mededeelt, en daarom stillen kan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 juli 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 juli 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken