Bekijk het origineel

Verslag der 9de Centrale DIakonale Conferentie,

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verslag der 9de Centrale DIakonale Conferentie,

8 minuten leestijd

gehouden te Amersfoort op 24 Juni 189V, In het gebouw der Gereformeerde kerk A.

Tegenwoordig zijn van het comité tie B.B.: B. J. Lindeboom van Amsterdam, voorzitter, G. Struik Czn. van Enkhuizen, vice-voorzitter, W. H. van Schaick van Amsterdam, penningmeester, W. Haaksma van Amsterdam, J. Beekman van Assen en C. F. von Meijeafeldt van Amsterdam, secretaris.

Voorts zijn aanwezig afgevaardigden, vertegenwoordigende een 40-tal Gereforrcoerde Diakoniën, benevens Ds. A. M. Donner, predt. der Geref. kerk te Amersfoort A, die welwillend op zich nam, de conferentie te dienen van advies. De voorzitter, br. B. J. Lindeboom, opertde vergadering met gebed, nadat gezongen is Ps. 103 VS. 7 en II en gelezen Ps. 103, heet de aanwezige broeders hartelijk welkom, en zegt de tolk der vergadering te zijn, om Ds. A. M. Donner dank te zeggen voor de bereidvaardigheid door hem betoond, om andermaal de vergadering te dienen van advies.

Ds. Donner verklaart, dat hij met genoegen deze 9de Centrale Diakonale Conferentie wenscht te dienen, doch vooraf wenscht hij naar zijne meening, een door het comité gepleegd verzuim te herstellen, daar niet hij alléén predikant der Geref. kerk te Amersfoort is, maar nevens hem Ds. H. Teerink de Geref. kerk B aldaar als haar predikant dient, vandaar dat hij voorstelt, om ook Ds. Teerink uit te noodigen als medeadviseur dezer Conferentie zitting te nemen. Dit voorstel wordt met daverend applaus begroet. Nadat de voorzitter het onwillekeurig gepleegd verzuim heeft opgehelderd, en Ds. Teerink mede aanwezig en met de opheldering en met de uitnoodiging gaarne genoegen heeft genomen, worden de notulen der vori'ge Conferentie gelezen en goedgekeurd, ea stelt de voorzitter aan de orde van bespreking punt i der agenda, luidende:

iWat is het oordeel der Conferentie over de ïbehandeling der diakonalia op de Synoden te sDordrecht en te Middelburg. (Zie acta 1893, sart. 139, en acta 1896, art. 10). Is het niet ïgewenscht, dat deze Conferentie hierop hare taandacht vestige met het oog op de vele iDiakonale zaken, die eene goede regeling beïhoeven? " Amsterdam A.

Br. J. B. Blankenberg van Amsterdam leidt dit punt in, en om tot een goed oordeel over deze zaak te komen, verzoekt hij de welwillende aandacht voor het navolgende.

Men leest namelijk in de acta van 1893, art. 139:

»Komt in behandeling Lett. D. van het »Agendum: iDiakonalia over punt I. Een »verzoek van de Provinciale Synode van Utrecht, jaan de Generale Synode, om zoodanige belsluiten te nemen, waardoor de dienst des »Diakenschaps in onze kerken tot voUe ont'W'ikïkeling kome", wordt door de commissie van jprae-advies gerapporteerd bij monde van Dr. »Fransse."

Met eene kleine wijziging wordt de conclusie aangenomen. Het rapport en de gewijzigde conclusie zijn van dezen inhoud:

»Aan de Generale Synode der Geref. kerken »in Nederland, vergadert te Dordrecht:

iEeriuaarde Broeders !

> Uwe commissie in zake Diakonalia (Lett. D. ïvan het Agendum), heeft de eer U als volgt > te adviseeren aangaande pvmt I: het verzoek > aan de Generale Synode om zoodanige helsluiten te nemen, waardoor de dienst des idiakenschaps in onze kerken tot vo'le ontwikikelmg kome. Aangezien deze omvangrijke ikwestie zich niet in enkele uren laat behandeïlen, noodige de Synode drie broeders uit, om »voor de eerstv. Gen. S3a!ode der Geref. kerken »in Nederland een studie teleyera», waarin overïwogen en aangenomen wordt, wat in dezen te sdgjen zij, met last, minstens 4, maanden vóór > het houden der Synode, de vrucht van hun larbeid het licht te doen zien."

{get.) H. FRANSSE, Rapporteur. Art. 140. ïBepaald wordt dat voor eventueele »schade op de uitgave van die studie over het »Diakonaat ƒ 100 door de Synode beschikbaar zal worden gesteld.

In de acta van 1896 leest men:

Art. 10. > Wordt overgegaan tot Lett. Gvan »het Agendum, waaronder genoemd wordt rap-»poit van deputaten, benoemd voor de opstelling »over eene verhandeling in zake den dienst van ihet Diakenschap, en schrijven van Ds. J. C. ï Sikkel, dienaar des Woords te 's-Hage, over »deze zaak.

sDit schrijven behelst de mededeeling dat hij rniet in de gelegenheid is geweest, zich aan dien ïoverigens ook hem gewenschten arbeid te wijlden, dat eene dergelijke gemeenschappelijke istudie van broeders die ver uiteen wonen, en igeenerlei gemeenschap in studie hebben, hem ihoogst bezwaarlijk voorkomt, en dat naar zijn loordeel, de uitvoering lichter zou slagen, indien ivan elk eene afzonderlijke studie gevraagd werd. iProf. L. Lindeboom deelt mede, dat er tusschen itwee van de drie B.B", die door de vorige iSynode over dit werk aangezocht zijn, wel saimensprekingen hebben plaats gehad, waarin leenige grondhjnen werden vastgesteld, maar dat imen niet zoover gekomen is, dat namens allen leen rapport zou kunnen worden aangeboden. iDeze mededeeling wordt, even als het schrijven ivan Ds. Sikkel door de Synode voor kennisigeving aangenomen.

De deputaten waren: Prof. L. Lindeboom, Ds. H. Hoekstra en Ds. J. C. Sikkel.

Nu komt het Amsterdam A, en broeder Blankenberg voor, dat de behandeling dier zaak zeer mager is geweest, en een treurig verloop heeft gehad, en niet alléén de laatste Synoden, maar ook de vorigen hebben haar nimmer onder de oogen gezien. Naar zijne meening kan de Diakonale Conferentie wel hierop de aandacht vestigen, maar uithoofde haar tdet officieel karakter, kan zij de zaak niet aanbinden, dit kan en moet alléén langs kerkrechterlijken weg geschieden. Hij betreurt het voorts, dat genoemde commissie weer uitsluitend uit predikanten bestaat, die wel is waar uitstekend kamerstudiewerk kunnen leveren, maar in vele gevallen, en vooral in groote steden, met de praktijk zeer oppervlakkig kennis maken; en waarom geen diakenen er aan toegevoegd ? deze toch zijn de personen die praktisch kunnen beoordeelen, en nu zal hij geenszins de studie verwerpen, maar studie en praktijk moeten in dit veelomvattend werk samen gaan.

Broeder C. Dixon van Deventer vraagt of genoemde commissie gecontinueerd of ontbonden is ? Hij zou het wenschelijk achten, dat er een breed en gemotifeerd rapport op de e. k. Synode werd ingediend. Ds. Donner zegt dat de Synode van 1893 deze commissie heeft benoemd, en die van 1896 haar ingediende rapport voor kennisgeving heeft aangenomen, en Jdat die commissie noch gecontinueerd noch (ontbonden is.

Broeder W. H. van Schaick van Amsterdam, zou gaarne van den inhoud dier ibesprekingen" waarvan zeer zeker in een rapport in grove trekken de lijnen zullen zijn aangegeven, kennis wenschen te nemen, en met broeder Blankenberg stelt hij voor, met de commissie bestaande uit de heeren Lindeboom, Hoekstra en Sikkel daaromtrent in correspondentie te treden. Broeder G. Struik vreest dat de eerstkomende en volgende Synoden op dit terrein niet veel zullen uitrichten, omdat predikanten en ouderlingen niet in het diakenambt zijn, en dit ambt nimmer tot volle ontwikkeling zullen kunnen brengen. Hij is er zeer voor met genoemde commissie in correspondentie te treden, en indien het mocht blijken, dat daardoor het verkregen resultaat aan de verwachting niet beantwoordt, dan zou hij gaarne wenschen, dat de Diakenen alsdan zelf de zaak ter hand nemen, en dat elke provincie b. v. dan 2 broeders ter uitvoering daarvan, aanwees. Door versclüUende broeders wordt over dit punt nog het woord gevoerd, en het resultaat der bespreking wordt in de volgende deor Ds. Donner geformuleerde conclusie uitgesproken." iDe Centrale Diakonale Conferentie besluit, eene iCoramissie van 3 leden te benoemen, om zich »te wenden, tot de door de Synode van Dordirecht van 1893 benoemde broeders, tot voorilichting inzake de ontwikkeling vanhetDiakomaat, (art. 122) om hun voor te stellen een lijst ivan vragen op te stellen, met recht van toevoeiging, van allerlei opmerkingen, en die toe te »zenden, aan al de Diakoniën der Geref. Kerken »in Nederland, om daardoor zooveel mogelijk jop ds hoogte te komen, van de onderscheidene itoestanden op Diakonaal gebied. Mochten lonverhoopt genoemde broeders zich in dit voor-»stel niet kunnen laten vinden, dan zal de door ide conferentie benoemde commissie dit werk izelf aanvatten, len van hare handelingen rapiport uitbrengen op de eerstkomende conferentie." Deze resolutie wordt unaniem aangenomen en eene dusdanige Commissie in het leven geroepen, en daarvoor benoemd de B.B. J. B. Blankenberg van Amsterdam, C. J. vaa Dijk van Meppel, en G. Struik Czn., van Enkhuizen.

Punt 2. Mag eene Diakonie weeskinderen afwijzen, om dezelve voor rekening der Gemeente op te voeden, indien zulk een wees een vermogen van / 2000 heeft? (Amsterdam^A)_blijkt niet goed geformuleerd te zijn. De inleider, Br. J.

Bührman van Amsterdam wees er op, en uit de toelichting, door Br. W. Haaksma van Amsterdam verstrekt, die het onjuiste dier vraag aanwees, wordt van dit punt afgezien, en tevens aan het Comité het recht van redactie der ingezonden punten voor het agendum toegekend, tot schrapping toe. Op voorstel van Br. A. van Duijn, van Rotterdam, wordt er aan toegevoegd, dat Diakoniën wier punten geredigeerd op het agendum voorkomen of weggelaten zijn, kunnen dit op de Conferentie ter sprake brengen, en uitspraak in deze van de Vergadering hegeeren.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 juli 1897

De Heraut | 2 Pagina's

Verslag der 9de Centrale DIakonale Conferentie,

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 juli 1897

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken