Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

EEN ZELDZAME BOSCHBEWONER.

III (Slot).

Zeer snel vermenigvuldigen de oerossen volstrekt niet, en dat kan wel een reden zijn, dat ze bijna zijn uitgestorven. De jongen worden geboren tegen den zomertijd; de koe heeft nooit meer dan eens in de drie jaar een kalf; soms verloopt daarover nog meer tijd. De moeder kweekt het jonge dier eenige dagen lang op, in een stille afgezonderde plaats in de struiken. Doch dat duurt niet lang. Weldra kan het kalf loopen, en dan gaat het door het bosch overal met de moeder mee. ^'

Nu kan 't gebeuren, dat op deze wandeltochten er eenig gevaar nadert, of iets waar de dieren voor vreezen, In dat geval legt het kalf den kop plat op den grond, steekt de ooren op, draait hen heen en weer, zet heel groote oogen op en neusgaten daaraan gelijk, en kijkt zeer benauwd naar den vijand. Zoo'n jonge oeros ziet er dan niet mooi uit; nu, een mensch in den nood zet ook geen lief gezicht.

't Is evenwel 't best om, als men een oerkalf in dien staat bespeurt, niet te blijven kijken tot zijn oogen en neusgaten weer gewoon worden, want licht kan het kalf den kijker ook voor een vijand aanzien. En dat is geen gekheid. Want de koe is er aanstonds bij, en bereidt zich snel tot den aanval, even moedig als haar jong bang is. Zoo ziet gij, hoe de Heere God ook dezen woesten dieren toch die liefde voor hun jongen heeft ingeschapen, welke noodig is, zullen ze blijven bestaan.

Bespeurt nu de koe, voor wat het kalf bang is, 't zij voor een mensch of een beest, dan rent zij met dan kop gebogen er op los, en stoot er met de horens geweldig op in. Zulk een stoot werpt den sterkste tegen den grond, en menig wolf of beer heeft zijn kalf-liefde met den dood geboet, als de moeder hem letterlijk het vleesch van het lichaam doorreeg en afrukte.

Voor het kalf is het echter zeer gelukkig, dat het in zijn moeder zulk een trouwe beschermster heeft. Dit blijkt het best wanneer b. v, een kalf afdwaalt of als de moeder een ongeluk krijgt en dus niet meer voortkan. Dan wordt het jonge dier bijna zeker de buit van beren of wolven. Want al hééft de regeering, gelijk ik zei, verboden de oerossen te dooden, wolven en beren storen zich aan geen wetten en nemen wat van hun gading is. 't Blijkt echter ook hieruit, aan hoeveel gevaar het oerossengeslacht is blootgesteld.

Nemen de oerossen slechts langzaam in getal toe, de kalven zijn ook niet voorspoedig in 't groeien, 't Duu.c zelfs zes of zeven jaar eer zij hun volle grootte en sterkte hebben bereikt. Daarna leven zij in den regel nog een goede twintig jaar. De oeros kan meer dan dertig jaar oud worden. In een woud als dat van Bialowicza, is daar natuurlijk alle kans op. Want de menschen doen hen geen kwaad, beschermen en verzorgen hen. En wat de dieren betreft, zoodra de oeros maar volwassen is, blijven de boschbewoners, hoe sterk en hongerig ook, wel van hem af. Een aanval zou hun dan ook kwalijk bekomen. Zelf hebben ze niets van hem te vreezen, als zij maar zorgen hem niet in den weg te loopen.

Het vel van den oeros riekt naar muskus, doch het vleesch niet. De jonge stieren en koeien leveren zelfs een lekkere spijs, die echter niet veel menschen hebben geproefd, zoo als duidelijk is. Het smaakt min of meer naar gewoon rundvleesch en naar hertengebraad. Toen de koningen van Polen nog bezitters van het woud waren, kwam ook het vleesch van den Wisent als een lekkernij op hun tafel. Het vel van den oeros is zeer dik; toch heeft men er weinig aan, want het lijkt veel op spons en laat zich nog het best gebruiken voor strengen, waartoe dan echter ettelijke riemen in elkaar moeten gedraaid worden. Van de fraaie horens maakt men drinkbekers.

Hiermee nemen we van de oerossen afscheid, die tot de merkwaardigste diersoorten in Europa, ja in heel de wereld behooren. Wie nog meer van hen weten wil, kent nu het adres, waar zij te bevragen zijn.

TE MOOI.

Keiier Frans had niet ver van I.axenburg een zoogenaamde »model-boerderij" laten aanleggen. Gelijk meermalen zulke inrichtingen was ook deze prachtig aangelegd, maar blijkbaar was zij meer tot pronk en genoegen dan tot nut en degelijk gebruik geschikt.

Zoo had men in deze keizerlijke boerderij, dwaas genoeg, den vloer van een koestal uit marmer vervaardigd. De krib was van ijzer, dat in de sierlijkste vormen was gesmeed.

Op zekeren tijd ging de vorst zijn mooie boerderij eens bezoeken. Hij verzocht zijn Ivui: ; prediker, dii I^anderer heette mee te gaan. Deze heer was iemand die bekend stond om zijn scherp oordeel, en dat oordeel ook voor niemand verborg. Nadat beide nu een en ander hadden bezichtigd, kwamen zij ook in den mooien koestal, waar alles sierlijk was en hun tegenblonk.

De keizer wees zijn prediker 't een en ander

aan. Deze nam alles oplettend in oogenschouw o. a. ook den fraaien vloer, doch sprak geen woord.

Nu", zei keizer Franseindelijk: zeg mij eens. Eerwaarde heer, wat ge er van denkt. Gij merkt het gewoonlijk spoedig op, als hier of daar iets ontbreekt. Wat denkt gij nu van deze stal ?

»Er ontbreekt nog iets, als Uw Majesteit het weten wil."

Gaarne."

Welnu, er moet alleen nog maar voor elke koe een sofa wezen."

Wat de keizer daarop antwoordde is mij onbekend. Zeker echter is, dat de sofa's er nooit gekomen zijn,

AAN VRAGERS.

W, Op uw vraag welk geslacht het woord patroon heeft is met édn antwoord niet te volstaan, daar het woord verschillende beteekenissen heeft en naar die ook verschillende geslachten.

Bedoelt gij met patroon een of ander wezen., b, V. een werkbaas, een beschermer of zoo iemand, dan is jpatroon" tnannelijk en staat er naast: patrones.

Maar een patroon is ook een geweerkogel., en in die beteekenis-is »patroon" vrouwelijk.

En eindelijk is een patroon ook een voorbeeld b, V, een borduurpatroon, en in dien zin is het onzijdig. Men zal b, v. zeggen: De knecht dient den patroon; de patroon is in het geweer; het patroon werd gevolgd.

Welk onderscheid is er tusschen verloren en verkozen., daar het toch alles afkomt van verkiezen ?

Tot antwoord dient, dat er ettelijke werkwoorden zijn waarin r met s afwisselt. Zoo b, v. bevriezen., waarvan zoo wel bevroren als bevrezen komt; verkiezen geeft verkoos of verkoor en verkozen of verkoren. In 't Hoogduitsch hebben vriezen en kiezen in plaats van de 5 of 2 een r (frkren., kuren). Wij zeggen meest vroor., in 't Engelsch blijft de z. De Duitschers daarentegen behouden de r altijd. Daarentegen zeggen wij zoowel verkoor als verkoos.

't Is volkomen eender, maar verkoor., verkoren is thans alken in den meer verheven stijl gebruikelijk,

We zeggen niet: szij verkoren druiven boven kersen" maar: „zij verkozen" enz.

HOOGENBIRK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 augustus 1897

De Heraut | 2 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 augustus 1897

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken