Bekijk het origineel

Door Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Door Kinderen.

7 minuten leestijd

VEBL MENSCHEN EN VEEL GODEN.

I.

Er is geen volk op aarde zoo tahrijk als dat der Chineezen, de geelkleurige bewoners van Oost-Azië, welken men dadelijk kennen kan aan de eenigSzins schuin geplaatste oogen en den langen haarstaart, dien zij dragen. Zij vervullen niet alleen hun ontzaglijk groot vaderland, maar ook in onze Oost en Amerika en waar al niet, vindt ge Chineezen. Indien eens een goede veertienhonderd menschen, gelijkelijk uit de verschillende streken der aarde genomen, naast elkander werden geplaatst, zoudt ge onder hen e vierhonderd Chineezen vinden tegen b, v. maar vijf Nederlanders.

Maar zijn de Chineezen talrijk, het aantal det goden die zij hebben, is wellicht nog grooter, dan dat dergenen, welke die goden aanbidden. Eigenlijk weet niemand in China nauwkeurig hoeveel goden er zijn. Immers ieder jaar komen er nieuwe bij. Evenals de paus sommige gestorven menschen tot »heiligen" verklaart, zoo kan ook de Chineesche keizer, die tevens de opperpriester van zijn groot rijk is, verdienstelijke menschen uit vroeger tijden, onder de goden opnemen. Gij begrijpt echter wel, dat zoo min als de paus iemand tot een heilige kan maken, de Chineesche keizer een gestorvene tot een god kan verheffen. En de vereering van al zulke gestorvenen is m regelrechten strijd met Gods Woord, 'twelk ons leert, dat we maar één God, en één Voorspraak hebben.

Boven al die goden staat echter, zoo meenen de Chineezen, er een, een allerhoogste, die Sjangli heet. Tot hetn mag alleen de keizer bidden. Elk onderdaan heeft de keus welken ondergod hij tot zijn beschermer wil nemen, voor wien hij in zijn huis een altaar wil bouwen, wien hij wil wierooken en offeren. Zulk een god is dan de bijzondere schutsgod van den man of de vrouw die hem eert.

Maar daarmee houdt het niet op. Elke landstreek, elk ambt, en elk beroep, heeft ook weer een god, die vereerd wordt door hen, die in dezelfde stad wonen, tot hetzelfde gild behooren. Men heeft een oorlogsgod, een god voor de geleerden, een voor de dokters, een god die rijkdom geeft en beveiligt, een die iemand door zijn examen helpt (men doet in China nog meer examen dan in Nederland), een die de schepen bij 't varen beschermt, kortom voor alle mogelijke dingen heeft men een afzonderlijken god.

De vrouwen hebben nog weer godinnen, die bepaald door hen vereerd worden. Zoo een is Kwan-jin, de godin der ontferming, Fa-kim-samoe, die in de onderwereld de kleine kindertjes van den levensboom plukt en naar de moeders verzendt. Ook is er een godin, Tsjit-noei geheeten, die zorgt voor de weefsters en naaisters, en dus vele offers ontvangt van vrouwen, wijl er vele van weven en naaien leeren.

Gij ziet wel, vrienden, hoe terecht de Schrift zegt: »Elk volk maakte zijn goden" en »zij aanbidden die zij maken", 't Is den Chineezen gegaan als allen Heidenen: zij hielden God niet in gedachtenis, en zoo vervielen zij tot al de dwaasheden der afgoden, en wachten heil van hout en steen en van goden, die niet kunnen verlossen. Zoo doen echter ook wel menschen die geen Chineezen zijn, en veel dichterbij wonen. Weet gij wel wie ik bedoel f

De dwaasheid der Chineezen blijkt ook uit de gestalten, die zij aan hun goden geven, 't Zijn meest gedrochten, zeer geschikt om er kleine kinderen mee naar bed te jagen, leelijke draken en dwaze figuren, 't Is moeilijk te begrijpen waarom men zijn goden zoo afschuwelijk maakt, en ook hoe men op zulke monsters zijn vertrouwen kan stellen. Toch geschiedt dit, In elke woning, ja, zelfs in iedere schuit, vindt men een kastje of een altaar, met het beeld van den beschermgod des eigenaars. Deze nu en zijn gezin doen al he mogelijke om den god de vereischte eer te bewijzen. Staafjes wierook worden voor hem verbrand, om hem een weiriekenden reuk te verschaffen. Men gelooft dat de reuk der spijzen, die in huis bereid worden, tot hem doordringt, — een goedkoope manier om iemand pleizier te doen. Ook staat voortdurend een kop thee en wat rijst voor hem klaar, als hij dorst of honger mocht krijgen. Tusschenbeiden brengt de huisvader den huisgod nog bijzondere offers. Dan worden allerlei spijzen voor dezen neergezet opdat hij er van gebruike. Natuurlijk komt daar niets van, maar dat hindert niet. Want de aanbidders gelooven, dat zulke hooge wezens al aan den reuk genoeg hebben. Daarom eten de Chineezen ten slQtte die spijzen maar zelf smakelijk op. 't Is nog het verstandigste.

Waar zooveel goden zija, vindt men natuurlijk ook veel tempels. Die ziet men op alle plaatsen, maar ze zijn evenmin mooi als de goden, en maken ook geen plechtigen indruk gelijk onze kerken. Dit ligt voor een deel aan den zwaren, plompen bouwstijl, maar nog meer komt het door de onreinheid dezer gebouwen. De muren en hoeken zgn veelal vuil en beschimmeld, en daarbij is het geheele gebouw bijna donker. Slechts als er godsdienstoefening is, d. i. eiken morgen en avond, worden de tempels vtrlicht, al is het min helder door den wierookdamp.

Een groote klok kondigt door haar _ gelui het begin van den offerdienst aan. De priesters trekken in optocht met prachtige, zijden kleederen gesierd, den tempel rond, en het volk knielt eerbiedig biddend, rondom het altaar. Gij ziet, dit alles doet ons denken aan de Roomsche kerk ten onzent, die ook velerlei ijdele plechtigheden en praalvertoon heeft. Onze vaderen noemden dan ook haar eeredienst afgoderij, gelijk de Catechismus zegt.

Heeft nu een Chinees een of ander bijzonder verzoek aan den god te doen, dan werpt hij zich voor het beeld ter aarde, en schudt tegelijkertijd een ^eker heen ? n weer, die met spaan-

tjes is gevuld, tot er een uitvalt. Dit geeft hij dan aan den priester, die het bekijkt. Op het spaande staat een nummer, en naar dit nummer antwoordt dan de priester of de god de bede wil verhooren of niet.

Gebedenboeken hebben alle Chineezen niet. Slechts de priesters bidden daaruit, maar bijna geen van hen verstaat daarbij wat hij leest. Want wel zijn deze boeken met Chineesche letters geschreven, maar in een oude, geleerde taal van Indië, uit welk land de Chineezen heel veel van hun godsdienstige meeningen gehaald hebben. Slechts zelden is een Chineesch priester met deze taal bekend.

„UNCLE SAM."

Onze lezer R. de C. te G. schrijft:

sNaar aanleiding van de verklaring der benaming sUncle Sam", voorkomende 'va. De Heraut van gisteren, ben ik zoo vrij de opmerking te maken, dat ik hiervan eens de volgende uiüegging hoorde: Voor »U. S. A." (United States America) leest men weleens schertsend: »Uncle Sam", waarmede men de Amerikanen bedoelt.

Gaarne verneem ik eens of deze verklaring ook juist is."

Dat men uit U. S. A. (aanduiding der Vereenigde Staten) ook het Uncle Sam leest is waar. Maar dat is dan op de manier, als ik van zeker iemand hoorde (of het waar is weet ik niet) die op 't adres van een brief aan een domine» V. D. M. zag staan (eerste letters van de Latijnsche woorden voor: Bedienaar des Woords). Hij las er echter uit: Foor Z> e Mdi en bracht den brief aan haar. Zeker is, dat i Uncle Sam" niet is gemaakt van die U.S.A. De uitdrukking is ongeveer te beschouwen als ons »mijnheer", dat de vreemdelingen zoo eigenaardig vinden, dat zij er een Nederlander meê aanduiden. Het land der »mijnheers" is Nederland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 augustus 1897

De Heraut | 2 Pagina's

Door Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 augustus 1897

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken